Door:
Maarten Vreeburg

3 april 2014

SNV biodigester

De Inspectie Ontwikkelingssamenwerking en Beleidsevaluatie (IOB) heeft het rapport Between Ambitions and Ambivalence gepubliceerd waarin de werkzaamheden van de Nederlandse ontwikkelingsorganisatie SNV over de laatste jaren tussentijds wordt geëvalueerd. De inspectie is lovend over de slagvaardigheid waarmee SNV opereert en nieuwe fondsen weet aan te boren, maar heeft vraagtekens bij de duurzaamheid van de behaalde resultaten.

Het onderzoek evalueert een grootschalig programma met fondsen ter waarde van 800 miljoen euro die het Ministerie van Buitenlandse Zaken voor de periode 2007 – 2015 aan SNV heeft verstrekt. Het rapport richt zich primair op de vraag in hoeverre SNV op weg is de doelstellingen die aan het begin van de periode zijn gesteld te realiseren. Hiernaast heeft het IOB ook oog voor het feit dat de laatste jaren turbulent zijn geweest voor de organisatie.

Een primaire doelstelling van SNV en de Nederlandse overheid was het opbouwen van de capaciteit van lokale partnerorganisaties, zodat ze uiteindelijk de adviserende rol van SNV zo goed mogelijk kunnen overnemen. SNV definieert capaciteit als de vaardigheid van mensen, netwerken en organisaties om te werken, zichzelf te onderhouden en opnieuw uit te vinden in veranderende maatschappelijke omstandigheden. Volgens het IOB is het belangrijk dat de overheid dergelijke doelstellingen financiert, omdat particuliere donoren daar doorgaans minder oog voor hebben. Voor dit rapport heeft het IOB in totaal twaalf projecten in vier landen (Benin, Ethiopië, Tanzania en Vietnam geëvalueerd.

Duurzame resultaten?

De conclusies die het IOB trekt zijn gemengd. De inspectie is lovend over de capaciteit van SNV om op allerlei plekken, ook op dorpsniveau, in betrekkelijk korte tijd programma’s op te zetten. Zo worden er diverse  succesvolle projecten rondom landbouw en watervoorzieningen genoemd. Ook vindt het IOB dat SNV goed in staat is partners en netwerken te mobiliseren en lokale samenwerking te stimuleren. Daarnaast slaagt SNV er goed in een divers palet aan financiers te zoeken.

De snelle en resultaatgerichte aanpak van SNV heeft volgens het rapport ook een keerzijde. Zo uit de inspectie twijfels over de duurzaamheid van de door SNV behaalde resultaten. De opgebouwde capaciteit van partnerorganisaties zou op termijn teniet gedaan kunnen worden door structurele zwaktes binnen die organisaties. Het IOB heeft vastgesteld dat SNV de capaciteiten van haar partners sterk heeft verbeterd, maar dat deze organisaties nog te weinig zelfredzaam zijn: zo is er te weinig aandacht besteed aan hoe de lokale partners zelf doelen kunnen formuleren en kunnen zorgen dat hun input relevant blijft. SNV moet de komende tijd nog meer aandacht besteden aan deze achilleshiel, aldus het IOB.

Daarnaast zouden de effecten van hulpprogramma’s te weinig ten goede komen aan de allerarmsten. Het rapport noemt diverse voorbeelden van gemarginaliseerde groepen die minder van de SNV programma’s profiteerden dan anderen. Zo waren er in Benin gezinnen die niet konden of wilden betalen voor drinkwater en werden in Tanzania de winsten van een zonnebloemenplantage met name door mannen opgestreken.

SNV geeft in een verklaring aan zich te herkennen in veel van de bevindingen van het IOB. Wel onderstreept de organisatie dat het in 2011 aangetreden nieuwe bestuur druk bezig is geweest de organisatie te herstructureren en te stroomlijnen en dat er lering wordt getrokken uit de adviezen van het IOB. Verder zegt SNV dat het niet haar doelstelling is geweest – ondanks dat het rapport dat zou impliceren – om zich te richten op de allerarmsten. Daar zijn volgens de ngo speciale strategieën voor nodig. SNV zegt verder te zullen werken aan het verduurzamen van de behaalde resultaten in de slotperiode van het door BuZa gefinancierde programma.

De terugkeer van projectfinanciering

Het IOB geeft een verklaring voor het feit dat SNV onvoldoende in staat zou zijn de behaalde resultaten duurzaam te maken. SNV heeft meer dan zeventig donoren, waaronder veel private fondsen. Veel van hen willen graag binnen betrekkelijk korte tijd concrete resultaten zien. Het IOB stelt dat SNV zeker niet de enige organisatie is die hier mee te maken heeft, maar dat het past in een brede, wereldwijde trend: terugkeer naar een financieringsmodel op projectbasis.

De Nederlandse overheid zou dit model na 2000 hebben losgelaten omdat de te resultaatgerichte aanpak te weinig blijvende resultaten zou opleveren, aldus het IOB. Ook SNV-directeur Allert van den Ham stelde onlangs in een interview met Vice Versa dat een te sterk resultaatgericht financieringsmodel te weinig ruimte laat voor evaluatie en innovatie.

Het volledige IOB-rapport is hier te downloaden. De belangrijkste bevindingen zijn ook in een brief en een video (onderaan de pagina) samengevat.

 

 

Opinie: ‘Brief minister Kaag over maatschappelijk middenveld: analytisch zwak en weinig ambitieus’

Door Fons van der Velden | 09 juli 2019

Het is een groot goed dat de Nederlandse overheid zoveel fondsen ter beschikking stelt voor de versterking van maatschappelijke organisaties en maatschappelijk middenveld, schrijft Fons van der Velden in deze opiniebijdrage naar aanleiding van de kamerbrief van minister Kaag. Maar hij vindt de brief analytisch zwak en van weinig ambitie getuigen. Wat had beter gekund?

Lees artikel

Tip 3 aan Kaag: ‘Lever in op je privilege en geef zuidelijke organisaties meer inspraak bij het bepalen van prioriteiten’

Door Lizan Nijkrake | 08 juli 2019

Minister Kaag werkt hard aan een nieuw subsidiekader voor het maatschappelijk middenveld. Ze wil meer eigenaarschap geven aan zuidelijke ngo’s om hen meer legitimiteit te geven, en ziet daarbij een andere rol voor Nederlandse organisaties. Vice Versa vroeg vier zuidelijke organisaties hoe zij dit zien. Wat is hun gouden tip voor onze minister? Met vandaag Carla López Cabrera, directeur van Fondo Centroamericano de Mujeres (FCAM) in Nicaragua, een feministisch fonds dat lokale vrouwenrechtenbewegingen in Centraal Amerika steunt.

Lees artikel

Shifting fundamental power issues in funding relationships

Door Evelijne Bruning Ruerd Ruben en Lau Schulpen | 02 juli 2019

This article claims that the current aid architecture favours clientilism, dependency and short-term projects. The authors Evelijne Bruning (The Hunger Project) Ruerd Ruben (Wageningen University & Research) and Lau Schulpen (Radboud University Nijmegen) are suggesting four possible ways to overcome this in order to shift power closer to the ground.

Lees artikel