merelVandaag de eerste column van Merel Rumping die vanaf nu maandelijks een bijdrage over sociaal ondernemen gaat leveren voor ViceVersaonline. Rumping  werkt voor ProPortion, een organisatie die zich inzet om sociale ondernemingen te realiseren in opkomende economieën. In deze eerste aflevering gaat zij nader in op wat sociaal ondernemerschap volgens haar betekent, en welke facetten van sociaal ondernemerschap zij verder wil uitpluizen in haar columns. ‘Het lukte altijd wel om rond te komen. We hebben hier een sinaasappelboom en onze kippen natuurlijk”. Ik volg de vinger van Doña Digna die naar de sinaasappelboom wijst in de ‘tuin’ van haar met golfplaten bedekte huisje in Medellín, Colombia.  ‘Samen met de inkomsten van de kinderonderbroekjes, waarvoor mijn man de modellen knipte en die ik dan weer aan elkaar naaide, was dat voldoende. Maar nu leven we al een tijdje op sinaasappels en eieren want onze naaimachine ging kapot. Daarom wil ik een krediet aanvragen.’ Het is juli 2006 wanneer ik als microkredietanalist in het hoofdkantoor van La Coorporación Mundial de la Mujer (CMM – Women’s World Bank) in Medellín mijn eerste passen zet in de wereld van het sociaal ondernemerschap. Op de motor crossen we de stad door, vergezeld van onze gloednieuwe palmtops waarmee wij direct alle informatie verwerken over onze cliënten, variërend van slagers, bakkers, kippenboeren tot aan restaurateurs van Mariabeelden. Het is het jaar dat prinses Máxima het begrip ‘microkrediet’ in Nederland introduceert en dat Mohamed Yunus, oprichter van de Grameen Bank, een Nobelprijs voor de vrede wint. Aangezien ik eerder in Colombia met straatkinderen en voormalig kindsoldaten had gewerkt, kende ik veel kleine ondernemers en nog meer armen. En om eerlijk te zijn: ik geloofde weinig van de combinatie van ‘MKB en succesvol geld lenen.’ Als er in Nederland al een overschot aan schuldenmakers is, en de toelatingseisen voor een schuldsaneringtraject de afgelopen jaren strenger zijn geworden, hoe kunnen dan de vaak laag opgeleide kleine ondernemers in opkomende economieën geld lenen zonder in een neerwaartse spiraal terecht te komen? Potentieel van de BoP In Colombia ontdekte ik dat kleine ondernemers wel degelijk succesvol leenden: maar liefst 97% van de klanten van de CMM betaalde keurig hun geleende bedrag +20% rente terug, een droomaantal voor een Nederlandse bank. Ik zag het potentieel van de Base of the Pyramid, zij die zich onderaan de wereldwijde inkomenspyramide bevinden en minder dan één dollar per dag verdienen, met eigen ogen. Zo ontdekte ik dat ik mij zeer in de filosofie – de gelijkwaardigheid, het ferme geloof in de kracht van mensen en de schaalbaarheid – van sociaal ondernemerschap kon vinden. Er is sprake van een gelijkwaardige relatie; want er wordt met mensen samengewerkt en in hun talent geïnvesteerd in plaats van hulp geboden of gedoneerd; zo wordt een afhankelijke relatie vermeden. Ten tweede is economische winstgevendheid essentieel voor de sociale doelstelling. In andere woorden, het feit dat er geld wordt verdiend, moedigt mensen niet alleen aan om het bedrijf nóg succesvoller te maken; het draagt ook bij schaalbaarheid. Zo is bijvoorbeeld een organisatie die gratis water of voedsel uitdeelt aan armen, continu afhankelijk van de inkomsten van donateurs. Zij kan niet meer mensen van voedsel en schoon drinkwater voorzien dan dat de donateurs samen opbrengen. In het geval van een sociale onderneming worden inkomsten geworven doordat de eindgebruiker betaalt voor het product of de dienst. Met het geld dat verdiend wordt, worden salarissen betaald en wordt opgeschaald zodat meer mensen van het product gebruik kunnen maken. Lees hier bijvoorbeeld over de voordelen van waterpompen waarvoor betaald wordt. Niet zo gek dat veel van de gratis pompen kapot gaan, iedereen gaat nou eenmaal minder zuinig om met gratis spullen. ProPortion Een logische stap dus dat ik paar jaar later bij ProPortion, gevestigd in de kauwgomballenfabriek in Amsterdam, aan de slag ging met sociaal ondernemerschap. ProPortion doet drie dingen om sociaal ondernemerschap te realiseren. In de eerste plaats zetten we zelf sociale ondernemingen op in opkomende economieën. Zo zijn we bijvoorbeeld een water business in Bangladesh aan het ontwikkelen, Sujol genaamd, (dit betekent goed water). Er wordt momenteel in drie waterfabriekjes betaalbaar, gezond (arsenicumvrij) en lekker water geproduceerd. Binnenkort gaan we opschalen en zullen twintig fabriekjes opgezet worden. Waar het water nu nog door onze lokale partner beheerd wordt, zullen dan micro- ondernemers het water gaan verkopen. Voor ons is het in dit soort business development trajecten van groot belang om de behoeftes en wensen van de eindgebruikers te doorgronden. Hierbij komt onze design achtergrond, Proportion is namelijk ontstaan uit een ontwerpbureau, goed tot zijn recht. Een voorbeeld hiervan is dat wij naar klanten gaan communiceren dat het Sujol water, naast gezond, heel lekker is. Het is als het ware een luxe product; het is als de Ben & Jerry’s onder de ijsjes. Hierdoor spreken we ook restaurants en hotels aan. Daarnaast communiceren we de mogelijkheid tot thuisbezorgen. Dit brengt gemak én niet onbelangrijk sociale status met zich mee. Plus extra inkomsten die van belang zijn om de prijs laag te houden. Het is een andere insteek dan de bewustwordingscampagnes die door NGOs en overheden worden ingezet, die ook heel belangrijk zijn. Maar in mijn optiek slaan mensen eerder aan op een aantrekkelijk product, dan op de belofte dat je over 15 jaar niet aan een Arsenicumvergifting sterft. Ten tweede geven wij advies over social business modelling aan NGO’s en bedrijven, bijvoorbeeld Cordaid, en helpen wij social business start-ups bij het ontwerpen van een schaalbaar business model. Met het geld dat wij hiermee verdienen kunnen wij een deel van onze eigen projecten financieren, en trekken we andere financiers aan om overige kosten te dekken. In de derde plaats zijn we bezig om een ‘social business-broedplaats’ op te zetten. Dit is een plek waar kennis gedeeld en verspreid kan worden. Zo kunnen wij onze praktische ervaringen en methodieken beschikbaar stellen voor gedreven mensen die ook aan de slag willen met sociaal ondernemerschap. Van ‘jonge honden’ tot aan universitaire instellingen. We zijn nu in gesprek met verscheidene organisaties, waaronder (internationale) universiteiten, hogescholen en andere netwerken. En natuurlijk leren wij op onze beurt ook van hen. Columns voor Vice Versa Door Vice Versa ben ik gevraagd om in een maandelijkse column het begrip sociaal ondernemerschap onder de loep te leggen. Vragen die ik verder wil onderzoeken zijn: waar vind je financiering voor een sociale onderneming? Hoe meet je of ideeën over diensten en producten wenselijk zijn? Wat zijn veelvoorkomende problemen of valkuilen? Kun je met behulp van sociaal ondernemerschap ook de allerarmsten bereiken? Hoe creëer je een businessmodel dat technisch en financieel haalbaar is? Hoe bouw je een aantrekkelijk marketing model rondom je product of dienst? Hoe meet je jouw (social) return on investment? Ik zal hiervoor putten uit de ervaring en projecten van ProPortion, maar zal ook op zoek gaan naar andere sociaal ondernemers en hen uitnodigen hun ervaring te delen. Samen komen wij ongetwijfeld tot meer inzichten over goede schaalbare social business, die mensen als Doña Digna en haar man in hun kracht kunnen stellen. Voor de nieuwsgierigen onder ons; na een analyse van hun financiële situatie en na contact met klanten en hun toeleveranciers, kregen zij uiteindelijk het benodigde bedrag om hun kinderonderbroeken-business opnieuw leven in te blazen. Als je innovatieve sociale ondernemingen kent of vragen of ideeën hebt die interessant zijn voor bovengenoemde doeleinden, dan verneem ik dat heel graag. Deze kunnen gestuurd worden aan: merel.rumping@proportionfoundation.org Merel Rumping heeft Sciences Politiques gestudeerd in Frankrijk en heeft een Master in Internationale Betrekkingen waarin zij zich specialiseerde in verantwoord ondernemen. Sinds 2011 werkt zij als business incubator voor ProPortion, een organisatie die sociaal ondernemerschap ontwikkelt in opkomende economieën.  

Opinie: ‘Brief minister Kaag over maatschappelijk middenveld: analytisch zwak en weinig ambitieus’

Door Fons van der Velden | 09 juli 2019

Het is een groot goed dat de Nederlandse overheid zoveel fondsen ter beschikking stelt voor de versterking van maatschappelijke organisaties en maatschappelijk middenveld, schrijft Fons van der Velden in deze opiniebijdrage naar aanleiding van de kamerbrief van minister Kaag. Maar hij vindt de brief analytisch zwak en van weinig ambitie getuigen. Wat had beter gekund?

Lees artikel

Tip 3 aan Kaag: ‘Lever in op je privilege en geef zuidelijke organisaties meer inspraak bij het bepalen van prioriteiten’

Door Lizan Nijkrake | 08 juli 2019

Minister Kaag werkt hard aan een nieuw subsidiekader voor het maatschappelijk middenveld. Ze wil meer eigenaarschap geven aan zuidelijke ngo’s om hen meer legitimiteit te geven, en ziet daarbij een andere rol voor Nederlandse organisaties. Vice Versa vroeg vier zuidelijke organisaties hoe zij dit zien. Wat is hun gouden tip voor onze minister? Met vandaag Carla López Cabrera, directeur van Fondo Centroamericano de Mujeres (FCAM) in Nicaragua, een feministisch fonds dat lokale vrouwenrechtenbewegingen in Centraal Amerika steunt.

Lees artikel

Shifting fundamental power issues in funding relationships

Door Evelijne Bruning Ruerd Ruben en Lau Schulpen | 02 juli 2019

This article claims that the current aid architecture favours clientilism, dependency and short-term projects. The authors Evelijne Bruning (The Hunger Project) Ruerd Ruben (Wageningen University & Research) and Lau Schulpen (Radboud University Nijmegen) are suggesting four possible ways to overcome this in order to shift power closer to the ground.

Lees artikel