Door:
Maarten Vreeburg

4 maart 2014

Tags

lau-schulpenOp dit moment vindt de informatiebijeenkomst waarin het Ministerie van Buitenlandse Zaken met NGO’s in gesprek gaat over het beleid rond strategische partnerschappen. Minister Ploumen van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking wil dat door Nederland gefinancierde organisaties zich vooral toespitsen op bepleiten en beïnvloeden. Vice Versa stelde aan Lau Schulpen, onderzoeker van het CIDIN met expertise op het gebied van het maatschappelijk middenveld, een aantal vragen over wat er vandaag besproken zal worden. Ziet u verschillen in de manier waarop de overheid en NGO’s de begrippen van bepleiten en beïnvloeden gebruiken? ‘Het ministerie lijkt een relatief enge benadering te gebruiken waarin zij dit vooral ziet als het vermogen van NGO’s om het beleid van overheden en het bedrijfsleven te beïnvloeden. Het is mijn indruk dat het ministerie met name daar op inzet. Vroeger werd er onderscheid gemaakt tussen drie vormen van interventie: directe armoedebestrijding, versterking van het maatschappelijk middenveld en tot slot bepleiten en beïnvloeden. Deze laatste twee worden samen gezien als de politieke rol van NGO’s. Ik kan me goed voorstellen dat NGO’s vinden dat er ook gekeken moet worden naar wat zij op andere terreinen doen, omdat dat volgens hen nodig kan zijn om überhaupt een beïnvloedende rol te spelen. Ze kunnen stellen dat er door de dienstverlenende rol beter naar hen geluisterd wordt bedrijven en overheden. Ik ga ervanuit dat er nu veel discussie is tussen de organisaties en het ministerie, over wat nu precies het belangrijkste is. Ik zou zeggen dat zowel maatschappijopbouw en bepleiten en beïnvloeden belangrijk zijn. Toch kan me voorstellen dat er organisaties zijn die vinden dat je, als je dat goed wil doen, er ook directe armoedebestrijding gedaan moet worden. En daarmee zijn we dan weer terug bij af, want dan hebben we het weer over alle drie. Maar ik betwijfel of Ploumen daarin gaat trappen. Verder staat in de nota van Ploumen expliciet dat het om beleidsbeïnvloeding in ontwikkelingslanden gaat. Als je kijkt naar het maatschappelijk middenveld in brede zin, dus in Nederland en daarbuiten, dan moet die beïnvloeding ook voor Nederland gelden. Als het ministerie consequent wil zijn moeten ook Nederlandse organisaties die overheidsbeleid hier aan de kaak stellen gefinancierd worden.’ Organisaties interpreteren het beleid van het ministerie elk op hun eigen manier. Is dat een pragmatische kwestie of laat het zien dat organisaties echt op een andere manier dan het ministerie naar ontwikkeling kijken? ‘Het is natuurlijk niet verbazend dat dat gebeurt. Laten we dit vooropstellen: als je bepleiten en beïnvloeden op een enge manier interpreteert, hebben veel organisaties een groot probleem. Iedereen probeert dit beleid naar de eigen organisatie te vertalen en neer te zetten op een manier dat ze niet teveel hoeven te veranderen. Dat is logischerwijs deel van de onderhandelingen. Daar komt bij dat veel organisaties de afgelopen jaren met alle drie de vormen hebben gewerkt en dat ze oprecht vinden dat dat de beste manier is om het te doen. Maar tegelijk begrijpen veel organisaties dat als het ministerie vasthoudt aan haar visie, zij achter het net zullen vissen. Zo simpel is het.’ In hoeverre denkt u dat organisaties vandaag nog invloed kunnen uitoefenen op hoe het beleid eruit gaat zien? ‘Ik vind het een beetje vreemd dat de organisaties die beoordeeld gaan worden, mede bepalen hoe die beoordeling eruit komt te zien. Maar het is wel begrijpelijk dat zij ook een inhoudelijke bijdrage willen leveren. Ik denk dat het goed zou zijn als het ministerie het beleid niet helemaal dichttimmert zoals met het Medefinancieringsstelsel is gebeurd. Minister Ploumen heeft al aangegeven dat ze flexibel wil zijn. Het lijkt me wel dat het ministerie inmiddels ver gevorderd is in het uitwerken van het beleid, dus ik weet niet precies hoeveel invloed NGO’s op dit moment nog hebben. Dat is heel lastig in te schatten. Tijdens de consultatierondes voor MFS-II hebben we ons met z’n allen twee dagen opgesloten in Wageningen, maar vervolgens ging het ministerie aan de haal met het systeem en kwam er iets uit wat niemand wilde. Laten we hopen dat het deze keer niet op die manier gaat.’

‘De allerarmsten worden niet geholpen. En dat kan wél.’

Door Marc van Dijk | 05 augustus 2020

Te vaak lanceren hulporganisaties projecten zonder eerst te praten met degenen om wie het gaat. Onderzoeker Anika Altaf sprak met de allerarmsten in Ethiopië, Benin en Bangladesh. Om hen te bereiken moet het roer om.

Lees artikel

Richt je niet alleen op laaghangend fruit

Door Marc Broere | 30 juli 2020

In zijn hoofdredactioneel commentaar in de nieuwe Vice Versa doet Marc Broere een oproep aan ontwikkelingsorganisaties om een extra mijl te lopen om ook de meest gemarginaliseerden in te sluiten in hun projecten. Onderzoeker Anika Altaf laat zien dat het kan.

Lees artikel

Column Eva Nakato: Van nadeel tot voordeel

Door Eva Nakato | 27 juli 2020

Wat vroeger in je leven als ‘ongepast’ werd gezien door je omgeving, blijkt vaak de sleutel tot succes in je latere leven te zijn. Ook voor onze columniste Eva Nakato. Vroeger werd ze soms gepest om haar zware stem, nu wordt ze juist hiervoor uitgekozen voor het spreken in het openbaar en het inspreken van teksten.

Lees artikel