Skip to content

 

Door:
Eva Huson

28 februari 2014

Categorieën

Tags

_EQU1110
© Emmanuel Quaye

Snel en simpel moeten Ghana’s douaneprocedures worden. Althans, dat heeft het in december gesloten WTO-akkoord voor ogen om internationale handelsstromen te vergemakkelijken. Ghana tekende het akkoord, net als de 159 andere WTO-leden. Maar wat levert zo’n handtekening eigenlijk op? Eva Huson ging op onderzoek uit in de grootste Ghanese haven. Het geel fluorescerende shirt van Mohammed, een jonge vrachtwagenchauffeur, licht fel op in het brandende Ghanese zonlicht. Hij zit voorovergebogen op een houten bankje, zijn hoofd steunt op zijn vuisten, zijn ellenbogen op zijn knieën. Oliespetters en een wirwar aan geparkeerde vrachtwagens omsingelen zijn rustplek. ‘De vracht van mijn baas is niet ingeklaard, dus ik kan de haven nog niet in. Ik wacht hier al drie dagen’, zegt hij zuchtend. Eenzaam is Mohammed niet. Achter hem ligt een tiental collega-chauffeurs verspreid over de kale verdiepingen van een kantoor dat nog in aanbouw is. Sommige slapen op een matje, anderen gewoon op de koele betonvloer. Hun geïmproviseerde wachtruimte kijkt uit op de lagergelegen plek waar de door hen begeerde vracht zich een weg baant naar het vasteland: handelshaven Tema. De Tema-haven slaat momenteel zo’n elf miljoen ton aan goederen over per jaar, goed voor zeventig procent van Ghana’s totale maritieme handel. Goederen invoeren is in Tema echter geen eenvoudige opgave: de haven kampt met serieuze opstoppingsproblemen. Zo deinen voortdurend grote schepen voor de havenport, wachtend op een vrije kade om aan te meren. Zwetende stuwadoors zijn ondertussen aan wal in de weer om een lading kartonnen weg te krijgen, terwijl de muren van opgestapelde, wachtende containers steeds hoger worden. De haven in komen is dus lastig, maar de haven verlaten net zo. Een sliert ronkende vrachtwagens rijdt stapvoets door het vastgelopen wegennetwerk. Het achterland is voorlopig nog niet inzicht. Ingevoerde goederen verblijven gemiddeld zestien dagen in de haven – drie keer zo lang als bijvoorbeeld in de haven van Rotterdam. De lange wachttijd is een gevolg van Ghanese douane- en administratieprocedures. Ze zijn relatief traag en inefficiënt en belemmeren een soepele doorstroom. Zo heeft een handelaar in Tema veel stempels en papieren nodig voordat zijn vracht de haven, beschermd douanegebied, mag verlaten. De procedures veroorzaken opstoppingen en extra kosten. Ongebruikelijk is de Ghanese douanesituatie niet. De meeste ontwikkelingslanden hebben problemen met hun douane- en administratieprocedures. Reden voor de Wereldhandelsorganisatie om het versnellen en versimpelen van deze procedures op de agenda te zetten van de in 2001 gestarte serie onderhandelingen om handelsbarrières wereldwijd te verlagen. Afgelopen december was het eindelijk zover: tijdens de ministeriële top in Bali lukte het de 159 WTO-lidstaten om een akkoord te sluiten met handelsfacilitatie als belangrijkste onderdeel. Volgens de nieuwe regels moeten de douane- en administratieprocedures versneld en vereenvoudigd worden, waardoor internationale handel makkelijker, sneller en dus goedkoper wordt. Meer transparantie zou bovendien bureaucratie en corruptie tegengaan. Het akkoord zou met de versnelde douaneprocedures vooral de internationale handelspositie van ontwikkelingslanden versterken. Voorstanders zien dan ook een win-win-situatie: zowel ontwikkelde als ontwikkelingslanden profiteren ervan. Maar in Ghana zeggen critici dat nog maar te bezien is wie daadwerkelijk de winst met het akkoord opstrijkt. Automatiseren Bij de douane in de haven van Tema is het akkoord positief ontvangen. John Vianney, hoofd van de douaneafdeling, heeft een geprint exemplaar gekregen. Het dikke pak papier ligt onaangeroerd op zijn houten bureau in het havenkantoor. ‘Gelezen heb ik het niet. Nog niet, maar dat moet eigenlijk wel van mijn baas.’ Als ervaren douanebeambte is Vianney gekleed in een donkerblauw uniform met sterren-epauletten pronkend op de schouders. Hij kiest zijn woorden zorgvuldig, terwijl door het raam geroezemoes te horen is van de douane-expediteursbuiten op het zonovergoten plein. Liever dan het taaie juridische document door te lezen, praat Vianney over de behaalde successen van de Ghanese douane. Het WTO-akkoord is in december ondertekend, maar in Ghana is handelsfacilitatie al veel langer een ambitie. Onlangs nog reisde een Ghanese delegatie af naar Nederland om nieuwe vaardigheden op te doen. Ook in Tema hebben de douanebeambten niet stilgezeten. In 1998 begonnen ze met het automatiseren van de inklaringsprocedures. Duurde het inklaren vroeger drie weken, nu is de klus in zeven dagen geklaard. Bovendien kan een schip er tegenwoordig 48 uur voor aankomst mee beginnen. Het is precies de ontwikkeling waar het WTO-akkoord sterk op aanstuurt: hoe elektronischer de inklaringsprocedure, hoe beter. Volledig geautomatiseerd is het proces in Ghana nog niet. ‘Als je eenmaal in de haven bent, vergelijken we je elektronische gegevens met papieren documenten zoals je paklijst en belastingformulieren. Dat doen we voor je je toeslagen betaalt, nadien en tijdens de fysieke controle bij de havenuitgang,’ Ook internetbankieren is nog niet mogelijk. Betalingen lopen voorlopig gewoon via de bank aan de overkant van het douaneplein. Maar vanaf mei wordt alles anders, dan gaat de douane over op complete automatisering. ‘Dan heb je écht alleen een code en je betalingsbewijs nodig,’ knikt Vianney tevreden. Trots is hij ook op de scanner die sinds 2000 bij de uitgang van de haven prijkt. Voor een vrachtwagen de haven verlaat, inspecteert de douane daarmee de vrachtinhoud per scan. Een modern systeem, waarbij analisten de dichtheid op de gescande beelden vergelijken met de elektronisch opgegeven vrachtinhoud. Een verdacht pakketje is op die manier eenvoudig te traceren. Ook deze moderne technologie is echter niet vrij van problemen. Met één scanner, zes getrainde analisten en een kleine parkeerplek voor de op de uitslag wachtende vrachtwagens ontstaat al snel file. Zeker omdat de douane, naast de scan, een standaard handmatige check doet ‘voor de zekerheid’, aldus Vianney. Prijskaartje Buiten de huidige gebreken is de douane in Tema dus al bezig met handelsfacilitatie. Was zo’n WTO-akkoord dan eigenlijk wel nodig? ‘Jazeker, het is een stok achter de deur en een middel om politiek draagvlak te creëren voor moderne veranderingen’, zegt Charles Sabblah op het hoofdkantoor in Accra. Sabblah reisde afgelopen december als adviserend delegatielid af naar Bali voor de WTO-onderhandelingen. Toch kijkt hij met gemengde gevoelens naar Ghana’s besluit om het akkoord te tekenen. De voorgeschreven douaneregels klinken hem als muziek in de oren, maar het prijskaartje voor de uitvoering dreigt wel erg hoog op te lopen. Hoeveel Ghana precies moet neerleggen is nog onbekend, dat zijn berekenen Sabblah en zijn collega’s van het ministerie van Handel nog aan het berekenen. Dat het land zijn wetgeving en douanebeleid flink moet aanpassen is voor Sabblah al wel duidelijk. ‘Neem advanced rulings, een dienst waarbij je als land voor de verscheping een uitspraak doet over de precieze kosten die een handelaar kwijt is aan zijn import of export. Zoiets doen we nu helemaal niet, maar straks moeten we paraat staan voor iedereen die zo’n uitspraak aanvraagt. Deze zijn bovendien bindend, dus het is belangrijk dat ze correct zijn. Dat vraagt om een heel nieuwe afdeling met gespecialiseerde werknemers. Kortom, capaciteitsopbouw en een smak geld.’ Een zorg voor veel ontwikkelingslanden, want de regels in het akkoord zijn bindend. Als Ghana niet aan de eisen voldoet, kan het land voor de WTO-geschillencommissie worden gedaagd. Landen hoeven weliswaar de afspraken pas uit te voeren als zij voldoende technische hulp hebben gekregen, wat een nader te bepalen expertgroep beoordeelt, maar bindende toezeggingen over financiële en technische hulp haalden het akkoord niet. ‘Dat is natuurlijk vreemd. Ontwikkelde landen stellen veeleisende regels verplicht, maar zijn niet bereid mee te werken aan de uitvoering ervan,’ zegt Sabblah, die zijn hoofd verongelijkt schudt. ‘Als ontwikkelingsland ben je dus aangewezen op je eigen portemonnee en officieuze toezeggingen van ontwikkelde landen.’ En de eigen portemonnee trekken is een weinig aantrekkelijke optie voor Ghana. Hoewel het land zich sinds 2011 een ‘lager-middeninkomensland’ mag noemen, is de staatskas niet meegegroeid: de Ghanese regering kampt al jaren met een groeiend budgettekort. Temeer zorgelijk omdat Ghana de staatskas binnenkort niet meer kan spekken met haventarieven. Het WTO-akkoord schrijft namelijk voor dat de te betalen in-, uit- en doorvoertarieven gelijk moeten staan aan de daarvoor geleverde dienst. Dat staat haaks op het beleid van Ghana’s regering, die net als veel andere ontwikkelingslanden, zulke tarieven gebruikt om de overheidsinkomsten op te schroeven. Als importeur in Tema betaal je naast de gebruikelijke belastingen extra heffingen om onder andere sociale overheidsprojecten te financieren. Met het wegnemen van deze tarieven loopt de Ghanese overheid dus een substantieel deel van haar inkomsten mis, terwijl de uitvoering van de nieuwe eisen juist om investeringen vraagt. Slecht nieuws voor de douane in Tema, meent Vianney. Zijn afdeling krijgt jaarlijks een binnen te halen streefbedrag opgelegd vanuit het hoofdkantoor. ‘Elk jaar wordt het meer. Nu zitten we op ruim 5,5 miljard cedi [anderhalf miljard euro, red.] voor 2014. Geen klein bedrag.’ Kun je zo’n geldsom nog binnenhalen met de nieuwe WTO-regels? Het douanehoofd is sceptisch. ‘De cedi moet dan wel erg aantrekken. En hopelijk zullen de Ghanezen veel luxe goederen invoeren, die tellen namelijk voor twintig procent belasting. Maar of dat genoeg is?’ Verder lezen? Neem dan snel een abonnement op Vice Versa en krijg dit nummer nagestuurd! Dit is wat u te wachten staat: ‘Het is een aanmoediging om de economie te formaliseren en straatnamen in te voeren om belastingbetalers te kunnen registeren’ Misschien komt het door de glimmende brochure, maar je gaat je toch afvragen: leidt het WTO-akkoord in Ghana eigenlijk wel tot de juiste investering op de juiste plek? ‘Ik begrijp best dat buitenlandse exporteurs liever gebruik maken van de diensten van hun eigen scheepvaartmaatschappijen. Dat is vertrouwd en lekker gemakkelijk. Maar wat schieten wij ermee op als onze expediteurs allemaal werkloos thuis op de bank eindigen?’

Zonder mondiale solidariteit komt corona als een boemerang bij ons terug

Door Marielle Bemelmans | 03 april 2020

In deze bijdrage legt Wemos-directeur Mariëlle Bemelmans uit waarom de Covid-19 crisis het belang van mondiale solidariteit blootlegt. ‘Het heeft geen zin om alleen de eigen zorg te verbeteren, en die elders te verwaarlozen – een virusuitbraak elders bereikt ons uiteindelijk toch in deze geglobaliseerde wereld. Zonder mondiale solidariteit, komt Corona als boemerang bij ons terug. ’

Lees artikel

Wat doet de corona-pandemie met de ontwikkelingssector?

Door Sarah Haaij | 31 maart 2020

Investeren in internettoegang, cursussen online aanbieden en digitaal collecteren – flexibiliteit en aanpassingsvermogen zitten in het DNA van de sector. Maar de angst voor een massale uitbraak in landen met een zwakke gezondheidszorg is groot. Vier ngo-directeuren vertellen over de impact van de crisis op hun werk.

Lees artikel

Corona in Afrika: ‘Als de lockdowns aanhouden, komen er hongersnoden’

Door Frank van Lierde | 30 maart 2020

Het Afrikaanse continent zet zich schrap voor corona. Veel landen kiezen meteen voor het zwaarste scenario: de lockdown. Wat moet er gebeuren om een ramp af te wenden? Wat kunnen ontwikkelingsorganisaties doen? Gesprek met Jos Dusseljee, de gezondheidsexpert van Cordaid. ‘Virussen die de wereld voor lange tijd kunnen bedreigen, moet je als wereldgemeenschap bestrijden, in elk land waar ze bestaan of uitbreken.’

Lees artikel
Scroll To Top