PloumenGisteren betoogden Jeroen de Lange en Ferrie Pot van Ecorys dat de situatie in Zuid-Soedan bewijst dat het beleid van minister Lilianne Ploumen gericht op handel en investeringen een lege huls is. Vandaag de reactie van de minister. Handel is belangrijk in ontwikkelingssamenwerking, maar in fragiele staten als Zuid-Soedan gaat institution building nu even voor, aldus Lilianne Ploumen. Nederland financiert een reeks initiatieven om instituties in fragiele staten te versterken. We steunen in tal van landen bijvoorbeeld programma’s voor parlementaire capaciteitsopbouw, versterking van de rechtsstaat en veiligheidsinstituties en verbetering van de toegang tot het rechtssysteem. We helpen lokale ngo’s die daarop toezien. Dat doen we ook in Zuid-Soedan. Daar leveren we tevens trainers van marechaussee en politie aan de VN-missie en steunen we een onafhankelijke radiozender. In dat alles hebben we twintig miljoen euro gestoken. Verder ondersteunen we projecten rond water en voedselzekerheid. En al jaren leiden we een fonds dat zich richt op het versterken van de stabiliteit en veiligheid en waar ook de Britten, Noren, Denen en Canadezen aan bijdragen. Toen half december het vechten begon in de hoofdstad Juba, waren twee Nederlandse consultants gestationeerd op het Zuid-Soedanese ministerie van Financiën: Jeroen de Lange en Ferrie Pot – via een van die Nederlandse hulpprogramma’s. Eerst veiligheid Juist De Lange en Pot kan het dus onmogelijk zijn ontgaan wat Nederland zoal doet in Zuid-Soedan: namelijk de instituties versterken. Vanwaar dan toch hun verwijt aan mijn adres? ‘Zuid-Soedan toont de lege huls van het ontwikkelingsbeleid van Ploumen’, schreven zij in NRC Handelsblad van 11 januari. Met die ‘lege huls’ lijken ze te doelen op het beleid om ontwikkeling zoveel mogelijk te stimuleren via handel. Nu doe ik dat inderdaad, en de mij hier toebemeten plek is te krap om de zegeningen van die benadering recht te doen. Maar voor een keer kan ik de lofzang op hulp en handel achterwege laten. Want het streven naar die combinatie staat weliswaar centraal in mijn beleid, maar voorlopig nu net niet in Zuid-Soedan. Dat is een van de partnerlanden die níet in de nabije toekomst omschakelen naar een handelsrelatie. Waarom niet? De Lange en Pot geven het antwoord: ‘Private investeringen komen niet of beperkt tot stand in landen waar de instituties te zwak zijn om veiligheid en stabiliteit te garanderen.’ Ik had het niet beter kunnen zeggen. Eerst veiligheid, dan de rest. Roerend eens Frappant in dit verband is overigens wel dat zélfs in een land als Zuid-Soedan, met al zijn problemen, het optimisme soms kruipt waar het niet gaan kan. De Lange en Pot herinneren eraan dat een gouverneur in Zuid-Soedan aan Nederland vroeg zich meer te richten op handel en investeringen. Wat ze ook nog hadden kunnen vermelden is dat er nog vrij recent zelfs een bescheiden handelsconferentie is geweest. Zelfs in die moeilijke omstandigheden was er belangstelling, ook vanuit Nederland. Ik juich dergelijke initiatieven toe en werk er graag aan mee. Maar ik heb er tegelijk beperkte verwachtingen van en stem er zeker mijn beleid niet op af. Want zolang de situatie zo onrustig blijft als die nu is, kan echte, substantiële economische ontwikkeling natuurlijk geen momentum krijgen. Het zal nog jaren duren voor we ernst kunnen maken met een serieuze handelsrelatie. In fragiele staten als Zuid-Soedan gaat het om andere dingen. Ik haal maar weer De Lange en Pot aan, want ook hier ben ik het roerend met ze eens. De oplossing, schrijven zij, is: ‘institution building, het installeren en versterken van instituties die veiligheid garanderen, organisaties van ministeries en lokale overheden, belastingheffing en het maken van begrotingen’. Maar, schrijven ze: ‘opbouw van instituties is electoraal weinig sexy’. Pas op dat allerlaatste punt scheiden zich de wegen van mij en de auteurs. Nederland doet in Zuid-Soedan wat daar moet gebeuren. We hebben een lange-termijn-strategie die zich in deze fase concentreert op stabilisering van de veiligheidssituatie en versterking van de instituties die die veiligheid moeten verankeren. Dat dat ‘electoraal niet sexy’ zou zijn, is niet relevant. Lilianne Ploumen is minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Dit artikel verscheen eerder in NRC Handelsblad als reactie op het artikel van Jeroen de Lange en Ferrie Pot.

Opinie: ‘Brief minister Kaag over maatschappelijk middenveld: analytisch zwak en weinig ambitieus’

Door Fons van der Velden | 09 juli 2019

Het is een groot goed dat de Nederlandse overheid zoveel fondsen ter beschikking stelt voor de versterking van maatschappelijke organisaties en maatschappelijk middenveld, schrijft Fons van der Velden in deze opiniebijdrage naar aanleiding van de kamerbrief van minister Kaag. Maar hij vindt de brief analytisch zwak en van weinig ambitie getuigen. Wat had beter gekund?

Lees artikel

Tip 3 aan Kaag: ‘Lever in op je privilege en geef zuidelijke organisaties meer inspraak bij het bepalen van prioriteiten’

Door Lizan Nijkrake | 08 juli 2019

Minister Kaag werkt hard aan een nieuw subsidiekader voor het maatschappelijk middenveld. Ze wil meer eigenaarschap geven aan zuidelijke ngo’s om hen meer legitimiteit te geven, en ziet daarbij een andere rol voor Nederlandse organisaties. Vice Versa vroeg vier zuidelijke organisaties hoe zij dit zien. Wat is hun gouden tip voor onze minister? Met vandaag Carla López Cabrera, directeur van Fondo Centroamericano de Mujeres (FCAM) in Nicaragua, een feministisch fonds dat lokale vrouwenrechtenbewegingen in Centraal Amerika steunt.

Lees artikel

Shifting fundamental power issues in funding relationships

Door Evelijne Bruning Ruerd Ruben en Lau Schulpen | 02 juli 2019

This article claims that the current aid architecture favours clientilism, dependency and short-term projects. The authors Evelijne Bruning (The Hunger Project) Ruerd Ruben (Wageningen University & Research) and Lau Schulpen (Radboud University Nijmegen) are suggesting four possible ways to overcome this in order to shift power closer to the ground.

Lees artikel