Door:
Brenda Bartelink

20 december 2013

 

Foto BrendaIn grote publieke acties voor humanitaire doeleinden spelen emoties een belangrijke rol.  Of zo’n actie nu naar aanleiding van een zichtbare ramp in de Filippijnen wordt gevoerd, of een onzichtbare ramp zoals de kinderen die sterven aan diarree waar Serious Request de komende week de aandacht op vestigt, mensen worden erbij betrokken doordat beelden van onschuldige slachtoffers empathie oproepen. Gevoelens van solidariteit zijn een belangrijke basis voor humanitaire hulp. Wanneer meelijden dichtbij meestrijden ligt is dat een stuk ingewikkelder, betoogt Brenda Bartelink. In deze column vraagt ze zich af welke dilemma’s betrokkenheid bij de humanitaire ramp in Syrië oproept en laat ze zien hoe religieus geïnspireerde hulporganisaties hiermee omgaan.

Ongeveer één op de drie Syriërs is dagelijks afhankelijk van humanitaire hulp en in het voortdurende conflict zijn in Syrië zelf al zo’n 4,25 miljoen mensen ontheemd. Cijfers die grofweg overeen komen met de aantallen ontheemden in de Filippijnen, naar schatting van de VN organisatie OCHA rond de vier miljoen. Het einde van de ramp in Syrië is nog niet in zicht. En dat is misschien ook wel het probleem. Na jaren van steeds verder escalerend conflict en geweld waarin verschillende groepen tegenover elkaar staan, kan bijna niemand meer als ‘onschuldig’ gezien worden.

Ook meelijden met Syriërs is verre van onschuldig. Met enige regelmaat lezen we verhalen over jonge moslims die zich aansluiten bij de strijders in Syrië. Zij worden neergezet als ideologisch gemotiveerde strijders die er naar verlangen om martelaar te worden. Antropoloog Joas Wagenmakers schrijft in een blog (dat je hier vindt) dat Syrië-gangers hun keuzes maken op basis van veel menselijker overwegingen dan vaak wordt gedacht. Ze worden geraakt door beelden uit Syrië en voelen zich geroepen om iets te doen. Aan de daadwerkelijke beslissing om naar Syrië af te reizen gaat vaak een intensieve discussie vooraf, niettemin leidt het meelijden voor sommige van hen tot meestrijden.

Op eieren lopen

Meelijden of Meestrijden? Met die vraag raken we ook aan vragen en dilemma’s waar humanitaire hulporganisaties die in Syrië werken mee te maken krijgen. In het bijzonder die humanitaire hulporganisaties die hun werk doen vanuit een religieuze inspiratie en samenwerken met religieuze partners in Syrië. Humanitaire hulp wordt gegeven op basis van vier principes, die van medemenselijkheid, neutraliteit, onpartijdigheid en onafhankelijkheid.

De basisgedachte van de humanitaire hulp, dat je solidair bent met mensen die het slechter getroffen hebben dan jij zelf, wortelt echter in een lange christelijke geschiedenis. Christelijke organisaties zijn actief in humanitaire hulp, en ook moslims hebben in de afgelopen decennia organisaties opgericht om hulp te verlenen in noodsituaties. Mostapha Bouchallick, directeur van Islamic Relief Nederland, onderstreepte onlangs in een bijeenkomst over ditzelfde onderwerp, hoe belangrijk het streven naar neutraliteit is. De moslim identiteit van zijn organisatie zorgt er soms voor dat mensen hen vertrouwen, maar wordt in de context van Syrië ook makkelijk gepolitiseerd. Islamic Relief betrekt daarom mensen van alle verschillende groeperingen en religieuze stromingen bij het werk van de organisatie. Als moslim moet je dan zowel sjiieten als soennieten betrekken bij je werk om niet partijdig te zijn: ‘Je moet laten zien dat geen kant kiest, in het praktische werk moet je uitstralen dat je een ‘peacemaker’  bent’, zei hij.

Feije Duim van Kerk in Actie bevestigt in dezelfde bijeenkomst dat het op eieren lopen is in de hulpverlening aan Syrische vluchtelingen. Ook zijn organisatie komt voor lastige dilemma’s te staan. Via kerkelijke netwerken wordt er soms een beroep op hen gedaan om gevluchte christenen te steunen. Een bisschop in Libanon wiens kerk vol zit met vluchtelingen die hij moet voeden en kleden, vraagt Kerk in Actie te helpen. Ook doen Syrische christenen in Nederland soms een beroep op hen. Doe je dat, dan loop je ook het risico dat mensen denken dat je alleen christenen steunt en dus partij trekt in de conflicten.

Medelijden is niet neutraal

Neutraliteit is ‘in the eye of the beholder’, stelt hoogleraar humanitaire hulp Thea Hilhorst. Kennis van de lokale context is dus van groot belang. Sommige christelijke organisaties willen naast noodhulp ook mensen bekeren en dat bedreigt de neutraliteit van hulp. Maar ook bij humanitaire hulporganisaties die actief inzetten op het verbeteren van mensenrechten kan meelijden veranderen in meestrijden. De strijd tegen onrecht of voor mensenrechten wordt dan belangrijker dan zorgen dat mensen toegang krijgen tot basisvoorzieningen. Ook dat bedreigt de neutraliteit van humanitaire hulp.

Toch is Hilhorst ook nuchter als ze opmerkt dat we niet moeten vergeten dat in een situatie als in Syrië en in de vluchtelingenkampen gewoon alle hulp nodig is.  De ramp is omvangrijk en zo ook de behoefte aan hulp. Alleen het kamp Zataari in Jordanië heeft al de omvang van de Nederlandse gemeente Houten. Om dan te zorgen dat iedereen toegang heeft tot voedsel, water en een wc vergt een enorme inspanning waarbij alle hulp nodig en wenselijk is. Ook religieus geïnspireerde humanitaire hulporganisaties leveren daar een belangrijke bijdrage aan. Duim illustreert ook de kracht van religieuze netwerken in Syrië zelf.  Organisaties kunnen er soms nauwelijks hulp verlenen doordat gebieden door het Vrije Syrische Leger of de overheid worden beheerst, sommige gebieden zijn zelfs afgesloten voor hulporganisaties. Via de kerkelijke netwerken is het dan soms toch mogelijk hulpgoederen te distribueren.

Meelijden is dus niet neutraal. Dat blijkt al wel uit het feit dat de Giro 555 Actie voor de Filippijnen nu al zes keer zoveel heeft opgeleverd als de actie die eerder dit jaar voor Syrië werd gehouden. Toch is het een belangrijke bron van betrokkenheid van mensen in Nederland bij mensen elders op de wereld. Daar moet je niet al te cynisch over doen. Van humanitaire hulporganisaties kan je evenmin verwachten dat zij volledig neutraal zijn. Elke organisatie werkt vanuit een moreel kader. Bovendien is de kracht van religieus geïnspireerde organisaties ook dat zij ingebed zijn in transnationale religieuze netwerken die een alternatieve structuur kunnen bieden wanneer andere structuren falen.

Dat betekent niet dat universele humanitaire principes zoals neutraliteit er voor deze humanitaire hulporganisaties niet toe doen. In tegendeel, religieus geïnspireerde organisaties moeten soms zelfs sterker bewijzen dat ze deze principes onderschrijven, zoals de Amerikaanse onderzoeker Cecilia Lynch heeft betoogd. Wat het wel laat zien is dat universele principes zoals neutraliteit en onpartijdigheid pas van waarde zijn, als ze in de praktijk worden gebracht. En die praktijk is weerbarstig, zeker in een complexe context van conflict zoals in Syrië.

Brenda Bartelink is religiewetenschapper en werkzaam voor het Kenniscentrum Religie en Ontwikkeling bij Stichting Oikos. Religie en noodhulp is één van de thema’s waar het Kennis Centrum zich mee bezig houdt. Kijk voor meer informatie op religion-and-development.nl of volg online activiteiten via @RelDevSpeaks op Facebook

‘Wie ik tegenkom, wil ik in beweging brengen’

Door Lizan Nijkrake | 09 december 2019

Houda Loukili was Nederlands jeugdkampioen kickboksen en baande zich, als meisje met Marokkaanse achtergrond, een weg door een traditioneel mannelijke wereld. Nu geeft ze sporttraining aan kinderen en vrouwen buiten de boksring. ‘Ik wil doen wat mijn coach voor míj heeft gedaan.’

Lees artikel

Vechten voor het recht op liefde

Door Siri Lijfering | 05 december 2019

De antihomowet die in Nigeria is ingevoerd, maakt de lhbt-gemeenschap nòg kwetsbaarder. Zo is opkomen voor lesbische vrouwen zowel broodnodig als gevaarlijk; een kat-en-muisspel met hoge inzet. Hoe gaat het strategisch partnerschap Count Me In! ermee om?

Lees artikel

Venezolaanse vluchtelingen op Curaçao vallen tussen wal en schip

Door Bob van Dillen | 05 december 2019

Nu er een humanitaire crisis is in onze eigen regio, geeft de Nederlandse overheid niet thuis. Dat schrijft Bob van Dillen van Cordaid, die de situatie nauwgezet volgt, in deze opiniebijdrage. Ondertussen wordt de situatie steeds nijpender en krijgen vluchtelingen op Curaçao geen menswaardige behandeling.

Lees artikel