Skip to content

 

antoon_bwHet kabinet Rutte 2 is een jaar in functie en de tijd van plannen maken is voorbij. De plannen van minister Ploumen, de minister van Hulp, Handel en Investeren, zijn de afgelopen dagen in de Tweede Kamer besproken en zullen vanaf 1 januari worden uitgevoerd. Na deze debatten blijft vooral de vraag hangen: wat zijn de gevolgen van het beleid voor maatschappelijke organisaties en bedrijven? Het advies van Antoon Blokland, directeur van BBO, aan hen is: ‘schoenmaker blijf bij je leest!’ Laat je niet verleiden tot té ambitieuze strategische samenwerking en nieuwe onbekende activiteiten waarvan de ontwikkelingsimpact onzeker is. Daarvoor is de politiek te verdeeld en te wispelturig gebleken en is het lange termijn perspectief twijfelachtig.   Het resultaat van 5 jaar bezuinigingen en hervormingen heeft het landschap van organisaties en bedrijven met wie de overheid samenwerkt op Internationale Samenwerking flink opgeschud. Het kabinet verkoopt deze aanpak met enthousiasme als een broodnodige modernisering van ontwikkelingsamenwerking waar de huidige tijd om vraagt. De gelijkmatige verdeling van de middelen over de kanalen (multilaterale organisaties, bilaterale programma’s en maatschappelijke organisaties) is definitief verleden tijd. De rode draad in het nieuwe beleid is dat het kabinet samenwerkt met die actoren die van toegevoegde waarde zijn voor het overheidsbeleid. De overheid kijkt niet sec naar de organisatie (wie ben je), maar naar resultaten en trackrecord (wat voeg je toe). Deze toegevoegde waarde lever je vooral binnen een samenwerking van bedrijven, kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties met de overheid, waarin alle partners een eigen investering doen in geld, kennis of expertise, zo stelt het nieuwe beleid. Met deze strategische samenwerking legt het kabinet een deel van de verantwoordelijkheid en het succes van haar eigen beleid in de handen van bedrijven en maatschappelijke organisaties. Door zo nadrukkelijk samenwerking te zoeken benadrukt minister Ploumen de toegevoegde waarde van bedrijven, maatschappelijke organisaties en kennisinstellingen voor internationale samenwerking en haar beleid. De overheid doet letterlijk een stap terug door te bezuinigen en verwacht met name van bedrijven een extra stap vooruit door meer private investeringen in internationale samenwerking. Ze maakt een scherp onderscheidt tussen de verschillende rollen en hoe deze bijdragen aan haar doelstellingen. Om duurzame economische groei te creëren krijgt de samenwerking van de Nederlandse overheid met het bedrijfsleven prioriteit in het nieuwe beleid. Kennisinstellingen kunnen deze samenwerking versterken met kennis, innovatie en onderzoek. De toegevoegde waarde van maatschappelijke organisaties is het waarborgen van de sociale impact van bedrijven en als kritische watchdogs overheden en bedrijven accountable houden. Gelukkig huwelijk? Minister Ploumen voert de regie over de strategische samenwerking. De minister stelt de doelstellingen en speerpunten, kiest enkele partners met toegevoegde waarde om deze doelstellingen te realiseren en regisseert de samenwerking middels haar ‘instrumentarium’. Met bijvoorbeeld de oprichting van een investeringsfonds voor MKB (het DGGF), het nieuwe budget voor 3D missies (het BIV), een gestroomlijnd bedrijfsleveninstrumentarium en een nieuwe financieel kader voor het maatschappelijke middenveld is het samenwerkingsinstrumentarium van de minister ingrijpend gewijzigd. Met dit opgefriste instrumentarium stapt de minister in het huwelijksbootje met bedrijven, maatschappelijke organisaties en kennisinstellingen. Wel in gemeenschap van goederen: je bent als samenwerkingspartner mede verantwoordelijk voor het beleidsresultaat, draagt samen de risico’s en investeert met eigen geld, kennis en expertise. Dit vraagt om harde afspraken, maar meer nog om een verantwoord vertrouwen. Minister Ploumen wil de partnerschappen veel vrijheid geven in het behalen van de resultaten, kiest de partners op basis van hun bewezen kwaliteit, stuurt op eindresultaten en maakt langere termijn afspraken. Maar zal het een gelukkig huwelijk worden? De afgelopen jaren is duidelijk geworden hoe veranderlijk de politiek is. Het internationale samenwerkingsbeleid is speelbal geweest van het bezuinigingsdebat en de politieke fragmentatie. Het dalende draagvlak voor ontwikkelingsamenwerking, de wisselende meerderheden in de Tweede Kamer en vele bezuinigingsakkoorden leiden tot onzekerheid en continue beleidsveranderingen. De debatten van afgelopen week laten zien dat het nog steeds onduidelijk is wie de beste partner is van de overheid  en hoe hiermee te samenwerken. Bezuinigingen dwingen tot keuzes, maar de verdeeldheid is groot en nog niet beslecht. De VVD bepleitte meer financiële middelen voor Nederlandse bedrijven en specialistische taken van maatschappelijke organisaties. De PvdA wil meer directe financiering van maatschappelijke organisaties in ontwikkelingslanden. PvdA, D66 en ChristenUnie maken zich nadrukkelijk sterk voor een programma-uitvoerende rol voor maatschappelijke organisaties en een groter budget voor deze rol. Deze verdeeldheid maakt dat het politieke beleid van vandaag niet automatisch het beleid is van morgen. Een ander voorbeeld hiervan is het investeringsfonds voor MKB. In één jaar tijd is de glans van het met trots gepresenteerde fonds verbleekt. Voordat het fonds zich überhaupt heeft kunnen bewijzen is het politiek oordeel al geveld. Van de geplande 250 miljoen euro in 2014 is nog maar 50 miljoen over en de invoering van het fonds is met een half jaar uitgesteld. De oppositie heeft te weinig vertrouwen dat met dit investeringsfonds de ontwikkelingsdoelen worden gehaald en worden gevoed door de kritische houding van bedrijven, banken, maatschappelijke organisaties – de potentiële gebruikers van het fonds. Deze veranderlijkheid in het politieke debat geeft te denken over de partnerschappen die minister Ploumen wil sluiten. Kan minister Ploumen het vertrouwen dat zij nú in organisaties en bedrijven stelt daarom wel waarmaken en vasthouden? Weet wie je bent Schoenmaker, blijf bij je leest! is het BBO advies aan maatschappelijke organisaties en bedrijven. Maatschappelijke organisaties zijn goed in het vertegenwoordigen van het maatschappelijk belang en de belangen van de armen en stemlozen. Er zijn veel verschillende manieren om dit belang te behartigen. Activistische watchdogs en campaigners als Greenpeace, SOMO en Oxfam Novib die agendazettend zijn en druk van consumenten en burgers organiseren zijn hard nodig. Maar ook organisaties zoals MVO Nederland, IDH, BoPinc en ICCO die sociale innovaties en social business cases ontwikkelen hebben grote toegevoegde waarde. We kunnen ook niet zonder maatschappelijke organisaties zoals Cordaid die publieke diensten leveren in fragiele landen waar het ontbreekt aan een goed functionerende overheid. Investeringen in sociale innovatieve ondernemers zoals Triple Jump en Triodos doen, is ook nodig. Voor al deze maatschappelijke rollen is er ruimte in het nieuwe beleid en is samenwerking met de Nederlandse overheid goed mogelijk. Maar met veel minder middelen, en dus zal de overheid moeten kiezen. Om de financiële kansen te pakken, is de verleiding voor bedrijven en maatschappelijke organisaties groot om té ambitieuze samenwerking met de overheid aan te gaan en nieuwe onbekende activiteiten te ontplooien waar niet je bestaansrecht ligt en de ontwikkelingsimpact onzeker is. Dit is een onverstandige strategie op de lange termijn. Het is eerst en bovenal belangrijk precies te weten wie je bent en te weten waar je goed in bent – en niet goed in bent. Door als schoenmaker bij je leest te blijven, ben je op de lange termijn ongevoeliger voor de komende politieke veranderingen. Zelfkennis is de beste basis om de juiste samenwerkingspartners te kiezen en toegevoegde waarde te hebben, én biedt uitzicht op een langdurig partnerschap met de Nederlandse overheid . De overheid kiest immers voor kwaliteit en een bewezen track record. In een partnerschap met de overheid kun je datgene waar je goed in bent verder uitbouwen en versterken. Nu, maar ook in de volgende (en volgende) kabinetsperiodes. Antoon Blokland is directeur en politiek adviseur van BBO. Neem voor de uitgebreide politieke analyse contact op via www.bbo.org of ablokland@bbo.org.

‘Er wordt hier met grote verbazing naar Nederland gekeken’

Door Marc Broere | 27 maart 2020

Voor Kees Blokland, directeur van Agriterra, heeft de coronacrisis grote impact. Hij is er op meerdere lagen bij betrokken: via zijn zoon die op de spoedeisende hulp van het Rijnstate ziekenhuis in Arnhem werkt, via zijn Spaanse echtgenote met wie hij momenteel in Valencia verblijft en via de gevolgen voor de projecten van Agriterra, dat samenwerkt met  boerencoöperaties in Afrika, Azië en Latijns-Amerika. Een persoonlijk relaas vanuit Spanje waar in sommige media de aanpak in Nederland in één adem genoemd wordt met ‘corona-ontkenners’ als Donald Trump en de Braziliaanse en Mexicaanse  presidenten Bolsonaro en López Obrador. En waar het de marsen op Internationale Vrouwendag (8 maart) waren die voor een explosie en verspreiding van het virus zorgden.

Lees artikel

Het veldkantoor in verandering

Door Manon Stravens | 11 maart 2020

Ontwikkelingsorganisaties reppen aldoor over lokaal eigenaarschap, maar waarom maken Europeanen dan nog steeds de dienst uit in veel veldkantoren? ‘Wij zouden zelf ook vreemd opkijken als er in Nederland een Zimbabwaan wordt ingevlogen om met de vakbond of een ngo te werken.’ Een rondgang langs ICCO, Hivos en de Leprastichting.

Lees artikel

De stilte van Kaag

Door Ellen Mangnus | 10 maart 2020

De situatie aan de buitengrenzen van Europa bereikte deze week een dramatisch dieptepunt. Waarom horen we niets van minister Kaag, vraagt Ellen Mangnus zich af. Was zij immers niet de minister van de veel geroemde Abel Herzberglezing met de titel: ‘Wees niet stil, we zijn met velen.’

Lees artikel
Scroll To Top