Door:
Evert-Jan Brouwer

13 november 2013

Categorieën

Tags

Evert-Jan BrouwerDe Europese verkiezingen komen in zicht. Partijcommissies zijn druk in de weer met teksten voor de verkiezingsprogramma’s. De ene na de andere partij maakt haar kandidaten bekend. Wat de strijdpunten zullen worden in de Europese verkiezingscampagne is nog onduidelijk. Het verkiezingsdebat moet uiteraard nog op gang komen. Echter, ook in de Tweede Kamer is het relatief stil. Toch is er op het terrein van Europese ontwikkelingssamenwerking het nodige aan de hand, zo observeert Evert-Jan Brouwer. Hij gaat in op een recent IOB evaluatierapport en stelt dat meer politieke aandacht daarvoor goed zou zijn, zowel in Den Haag als in Brussel. De Tweede Kamer is begonnen met de behandeling van Minister Ploumens begroting. Deze dagen vinden debatten plaats over DGGF, BIV en andere nieuwigheden, maar niet over Europese ontwikkelingssamenwerking. Toch gaat er volgend jaar voor bijna €330 miljoen van Buitenlandse Zaken naar de EU. Daar kan Commissaris Andris Piebalgs zijn ontwikkelingsprogramma’s mee financieren. €259 miljoen daarvan betreft het zogeheten Europese Ontwikkelingsfonds. Kijken we naar de totale begroting –  €3,7 miljard volgend jaar – dan wordt daarvan ongeveer 9% via Europa besteed. In euro’s bezien gaat er dus meer naar Europa dan naar het DGGF of het BIV. De Haagse politieke aandacht ervoor is echter niet evenredig groot. IOB evaluatie over Europees Ontwikkelingsfonds Dit voorjaar publiceerde de IOB een rapport over het Europees Ontwikkelingsfonds, een van de belangrijkste EU-instrumenten voor ontwikkelingssamenwerking. De evaluatie geeft een divers beeld. Positieve punten zijn de focus van het fonds op de armste landen, een vrij sterke aansluiting bij de beleidsprioriteiten van de hulpontvangende landen, en het leveren van een bijdrage aan bijvoorbeeld toegang tot onderwijs, gezondheidszorg en infrastructuur. Maar er zijn ook kritische punten. Enkele daarvan wil ik met mijn persoonlijke ervaringen in Brussel onderstrepen. De casus Haïti – Persoonlijke ervaringen in Brussel Met enige regelmaat pak ik de trein naar Brussel, als voorzitter van de Coordination Europe-Haiti, een platform met vertegenwoordigers uit acht Europese landen. Het platform komt op voor duurzame ontwikkeling in Haïti. Na de aardbeving die Haïti in 2010 trof, monitoren we ook de besteding van EU-hulpgelden aan het getroffen land. De ervaringen die ik daarbij opdeed, zag ik bevestigd in het IOB-onderzoek. Het belang van verantwoording en transparantie Maart 2012 brachten enkele Europarlementariërs een bezoek aan Haïti om te kijken hoe het stond met de wederopbouw. Ons platform maakte voor de delegatie een briefing over de EU uitgaven. Onze conclusies: er is geen systematische rapportage beschikbaar van bereikte resultaten in Haïti. Ook zijn de criteria niet openbaar op grond waarvan de EU aan de Haïtiaanse regering begrotingssteun geeft, noch de beoordeling van de prestaties van Haïti aan de hand van deze indicatoren. Tot slot is de EU-hulp aan Haïti nog nooit systematisch geëvalueerd. Vrucht van de delegatiereis was een onthullend reisverslag en een scherpe resolutie van het Europees Parlement in het debat over de kwijting van de EOF uitgaven. Het Parlement vroeg om algehele openbaarmaking van de uitgaven, een einde aan de geheimzinnigheid over begrotingssteun en een diepgaande, onafhankelijke evaluatie. Niet gek, in het licht van de film Haiti: Where did the money go? die juist rond die tijd internationaal gescreend werd. De IOB stelt in haar rapport: “Despite Council requests to step up reporting, the Commission does not report sufficiently on (net) outcomes… There is little systematic information on what has been achieved, for whom, and what changes this has brought for people’s lives. Rigorous impact evaluation is rarely done.” Ik kan het slechts beamen. Het belang van democratische controle Als platform vierden we het succes van de parlementaire resolutie. Maar wie dacht dat de Commissie aanstonds in beweging kwam, vergiste zich. Er volgde geen openbaarmaking van bereikte resultaten. De indicatoren voor begrotingssteun zijn tot op vandaag geheim, evenals de beoordelingen van de prestaties van de Haïtiaanse regering. Met de onafhankelijke evaluatie is pas in september een begin gemaakt. En dit alles ondanks dat in het volgende kwijtingsdebat, voorjaar 2013, het Parlement een nog scherpere resolutietekst over Haïti aannam. In gesprekken die ik met de Commissie en de EDEO voerde, maakte een verwijzing naar de parlementaire resoluties geen enkele indruk. De oorzaak? Het Europees Parlement heeft geen budgetrecht over het EOF. Het mag alleen wat zeggen bij de kwijting achteraf. Het EOF staat echter ook te ver af van de nationale parlementen – onze Tweede Kamer kan zich niet echt gaan inlaten met de resultaten die de EU per partnerland boekt. Daarmee is het EOF het domein geworden – en zal het dat blijven tot 2020 – van de Raad van Ministers, lees: én van hun ambtenaren. Om de IOB te citeren: “The role of the European Parliament has been more restricted than for other EU aid instruments.” Ondertussen trekt de indringende documentaire Assistance Mortelle van Raoul Peck wereldwijde aandacht en kalft het publieke vertrouwen in internationale hulp verder af. Het belang van vraagsturing en lokale consultatie Terwijl het Parlement om verantwoording vraagt over gedane uitgaven, is de Commissie bezig de hulpprogramma’s voor 2014-2020 vast te leggen. Dit doet ze in samenspraak met de regeringen van ontwikkelingslanden. Die mogen de prioriteiten aangeven, bijvoorbeeld landbouw of infrastructuur. Zoals iedereen weet, functioneren de drie machten in partnerlanden niet altijd optimaal en is de verhouding tussen overheid en civiele maatschappij soms gespannen. In Haïti is dat zeer zeker het geval. Ons platform heeft er aan moeten sleuren om de EU Delegatie zover te krijgen maatschappelijke organisaties te consulteren over de programma’s voor het elfde EOF (2014-2020). Uiteindelijk is het gelukt in een periode van een jaar twee korte consultaties gedaan te krijgen. De EU Delegatie in Haïti kondigde ze slecht aan, was niet open over het uitnodigingsbeleid en evenmin over de follow-up – wat is er gedaan met de aanbevelingen die zij meekreeg van de organisaties? Overleg met het Haïtiaanse parlement was er al helemaal niet, noch stond de EU erop dat de Haïtiaanse regering van de volksvertegenwoordiging instemming vroeg voor de bestemming van de €532 miljoen EU-hulp voor de komende jaren. De IOB schrijft eufemistisch: “The involvement of other national actors, including parliament, civil society and private  sector is more limited, despite EU efforts to engage them. The situation differs from country to country, depending amongst others on central Government politics, the strength of the position of these other institutions vis-à-vis the central Government and their institutional capacity, which is often still limited, despite the efforts made to strengthen them.” Ik zou durven stellen: in landen waarvan we weten dat de politieke cultuur autoritair is en de parlementaire democratie zwak, loopt de EU een levensgroot risico dat de steun slechts de belangen dient van de executieve, niet die van de lokale bevolking. Het belang van politieke toetsing Onlangs was de Haïtiaanse premier Lamothe op bezoek in België en Frankrijk. Hij behartigde er de handelsbelangen van zijn land. En ontmoette uiteraard ook de altoos vriendelijke Piebalgs. Deze stelde hem in een persconferentie de genoemde €532 miljoen in het vooruitzicht. De beste Let repte met geen woord over de manier waarop de Haïtiaanse regering momenteel rommelt met de grondwet: uitstel van verkiezingen, bedreiging van parlementariërs, vervanging van gekozen burgemeesters door benoemde marionetten. Een Haïtiaanse opinieleider zei tegen ons platform: “Laat de EU de geldkraan dichtdraaien, wat Piebalgs doet is slechts de zittende regering legitimeren”. Wil de EU werkelijk bijdragen aan verandering in Haïti, dan zal ze op een effectieve manier een politiek signaal moeten afgeven. In algemene zin realiseert de EU zich dat steeds meer. Zij wil, in navolging van de Nederlandse regering, een scherpere politieke toetsing vóórdat steun verstrekt wordt. Het klopt wat de IOB zegt: “To a certain extent, Dutch views are reflected in the focus on political conditionalities in the most recent Commission statements on budget support.” Maar tot op heden vertaalden die statements zich nog niet in een scherpere politieke opstelling, in ieder geval richting Haïti. Ligt dat aan de vriendelijke Piebalgs? Of zitten de lidstaten c.q. parlementariërs er nog niet genoeg bovenop? Werk aan de winkel Ontwikkelingssamenwerking is nooit gemakkelijk geweest en zal het ook nooit worden. Europese ontwikkelingssamenwerking is nog pittiger: je moet 28 lidstaten op één lijn krijgen én houden. Hervormingen in de goede richting kosten dus tijd, maar lonen de moeite. In een eerdere column noemde ik de voordelen die Europese ontwikkelingssamenwerking voor partnerlanden kán hebben boven bilaterale. Denk aan schaal, mate van coördinatie, complementariteit en politiek gewicht. De IOB noemt deze argumenten ook. Met alle respect voor onze Europarlementariërs en Tweede Kamerleden, maar de huidige situatie geeft toch echt aanleiding er méér bovenop te zitten, zowel in Brussel als in Den Haag. De IOB-evaluatie laat zien dat er werk aan de winkel is. Niet om Europese ontwikkelingssamenwerking af te branden – hoewel zeker weer enkele partijen de messen zullen slijpen richting de verkiezingen in 2014. Maar juist om het halfvolle glas tot de rand te vullen. Ik kreeg onlangs het concept CDA-programma voor de Europese verkiezingen onder ogen. Daarin een hele lieve passage over ontwikkelingssamenwerking, maar voor de bovengenoemde fundamentele zorgen geen enkele aandacht. Goed, het was nog maar een concept, en van niet elke andere partij heb ik iets mogen zien. Zouden de schrijfcommissies ook kijken naar IOB-evaluaties? Ik hoop het maar.

Een klimaatlijst voor Kaag

Door Joris Tielens | 13 september 2019

Stoppen met subsidies en exportkredieten voor fossiele brandstoffen, het beprijzen van CO2 en het tegengaan van belastingontduiking door de fossiele industrie. Het zijn een aantal zaken waarvoor minister Kaag internationaal moet pleiten tijdens de klimaattop in New York op 23 september, volgens de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV).

Lees artikel

De vergeten klimaattafel

Door Joris Tielens | 04 september 2019

Het klimaatakkoord is veelbesproken, maar de helft van de ‘Nederlandse’ CO2-uitstoot blijft onderbelicht: die in het buitenland. Valt klimaatverandering te beperken door geen subsidies meer te geven aan de fossiele industrie, door meer klimaatdiplomatie? Heleen de Coninck en Marcel Beukeboom kijken voorbij de grenzen.

Lees artikel

Opinie: ‘Brief minister Kaag over maatschappelijk middenveld: analytisch zwak en weinig ambitieus’

Door Fons van der Velden | 09 juli 2019

Het is een groot goed dat de Nederlandse overheid zoveel fondsen ter beschikking stelt voor de versterking van maatschappelijke organisaties en maatschappelijk middenveld, schrijft Fons van der Velden in deze opiniebijdrage naar aanleiding van de kamerbrief van minister Kaag. Maar hij vindt de brief analytisch zwak en van weinig ambitie getuigen. Wat had beter gekund?

Lees artikel