Skip to content

 

Door:
Jody van Diemen

5 november 2013

Categorieën

Tags

lievejorisLieve Joris beschrijft in haar nieuwste boek ‘Op de vleugels van de draak’ de stroom van Afrikanen en Chinezen die de oversteek maken en op hun eigen manier hun weg op het continent weten te vinden. Vice Versa sprak met haar, over de grote contracten en de kleine handeltjes, over de hardnekkige vooroordelen tussen de verschillende volken en de rol van de ‘hulpindustrie’.  Lieve Joris is een verhalenverteller. Tijdens het gesprek voert ze talloze karakters uit haar boek of uit haar vorige boeken op en of kent een film of boek dat illustrerend is. Ze kent goede en slechte verhalen over Chinezen, Afrikanen, Amerikanen en Europeanen. Over de mondialisering lijkt ze overwegend optimistisch.  ‘Ik ben geen doemdenker, ik ben altijd weer verbaasd door de enorme flexibiliteit van mensen.’ U ging naar China om niet cynisch te worden? ‘Cynisch is één manier om het te zeggen. Ik was een beetje aan het einde van mijn eigen gedachten gekomen. Ik zag niet meer hoe het verder moest. Ik ben van 1997 tot 2006 heel veel met Congo bezig geweest. Dat is een land wat ik nog gezien heb voor de hulpindustrie, en daarna zag ik het mét.’ Ze hekelt de rol van ngo’s op het continent en benoemt de ontregelende werking die ze kunnen hebben. ‘Als de Verenigde Naties zich installeert in een stad, gaan mensen denken: we willen dat de oorlog voorbij is, maar als die oorlog voorbij is ben ik ook m’n baantje kwijt. Om op de ellende van je land te moeten rekenen om een baantje te hebben’ verzucht ze. ‘Ze denken dat zolang Unicef of Artsen Zonder Grenzen er zijn, ze wel aan werk komen en niet afhankelijk zijn van het falen van een regime. Ze hoeven geen vuist tegen dat regime op te steken, want als er problemen zijn worden ze door zo’n organisatie het land uitgesluisd en in het buitenland aan het werk gezet. Het is heel, heel ziek. Dan komt zo’n internationale organisatie met de boodschap: “jongens, al dat gevecht van jullie in de marge, laat ons dat nou maar oplossen.” De arrogantie ook’ voegt ze eraan toe. ‘Hierdoor wordt de middenklasse in een internationaal vacuüm gezogen waarin ze niet meer effectief is, terwijl ze eigenlijk zou moeten werken als een kracht om de mensen te helpen zich te verdedigen tegen de regering die zich niet goed gedraagt. Bovendien gaat iemand die zielig behandeld wordt zich gewoon zielig gedragen. Ik kan daar al niet tegen als mensen in mijn omgeving dat doen, dus waarom zou ik dat van Afrikanen dan accepteren? Of hen gaan behandelen alsof ze zielig zijn?’ klinkt het verontwaardigd. Werkt het Chinese model beter voor ontwikkeling in Afrika? ‘Ik heb zelf niet echt één model kunnen bespeuren, behalve dat je over het algemeen ziet dat die relaties veel meer door economische drijfveren worden bepaald, wat heel gezond is denk ik. Er zijn een heleboel dingen tegelijk aan de gang, zoals dat gaat in onze geglobaliseerde wereld. Net als wij hier de discussie hebben over ontwikkelingswerken, zijn de Chinezen ook aan het leren van hun fouten, door schade en schande. Afrikanen lopen ‘s avonds in Guangzhou, als het werk afgelopen is en ze hebben hard onderhandeld, rond met een soort trots.  Ze lopen tot een uur of twee, drie ’s nachts door de stad omdat het in Afrika zes tot acht uur vroeger is, met een houding van: hier zijn wij, met ons eigen geld zijn wij tot hier gekomen, we hebben vandaag onderhandeld, onze spullen zitten in de container en nu nemen we een beetje vrije tijd. Dat is heel anders dan te denken: god, zal mijn organisatie hier volgend jaar nog wel zijn?’ Is de relatie tussen Afrika en China dan wel gelijkwaardig? ‘Het is hetzelfde als je het vergelijkt met de relaties die mensen met elkaar hebben hier. Er is een mooie zin’, zegt ze, terwijl ze het boek zoekt waar het in staat, ‘van de Nigeriaanse schrijver Teju Cole, want het is altijd mooi om te antwoorden met de stem van een Afrikaan zelf’: “maar dat is nu eenmaal hoe het werkt, wie de macht heeft bepaalt de beeldvorming”. Zo werkt het tussen Chinezen en Afrikanen ook. Natuurlijk kan China zich veel meer permitteren dan Afrika omdat ze economisch de sterkere zijn. Zij worden inderdaad gedreven door behoefte aan grondstoffen en weten dat mooi te combineren door de contracten die ze aangaan: ze halen grondstoffen en de Afrikanen krijgen infrastructuur. Maar sommige Afrikaanse landen krijgen meer aandacht. Ethiopië bijvoorbeeld: dat is geen land waar China heel veel strategische of grondstofbelangen heeft, maar de Chinezen vinden het land interessant omdat er een lange geschiedenis is, omdat het een oude cultuur is maar ook omdat de Ethiopiërs zich interesseren voor de Chinese plannen van armoedebestrijding. Rwanda is ook een land waar de regering weet wat ze wil. Die zijn niet alleen maar bezig met spulletjes uit China weghalen, maar zijn al veel meer bezig met: wat kan China voor ons betekenen? Dat is een veel actievere rol.’ Denkt u dat het een duurzame relatie is tussen China en Afrika? ‘Zoals iemand in het boek zegt: “Als het met China slechter gaat, dan zullen ze ons zeker niet komen helpen”. Al die Chinezen die meeliften op de grote contracten zullen zich niet meer met Afrika bezighouden als die contracten er niet meer zijn. Het zal er ook vanaf hangen hoe Afrikanen er iets van gaan maken wat van henzelf is. Wij veronachtzamen soms dat er in China al twee of drie generaties mensen zijn die heel intensief met Afrika bezig zijn. Het is eigenaardig, maar wij denken altijd wanneer we iets zien, dat het dan pas ontstaan is. Ik merk daarnaast telkens weer als ik er over praat, dat mensen toch met een superioriteitsgevoel naar China kijken. Ze gaan er vanuit dat de Chinezen het niet zo goed voor elkaar hebben en dat ze Afrika aan het leegroven zijn. Je gaat er dan aan voorbij dat er in China ook allerlei ontwikkelingen gaande zijn. Zij ontdekken ook hun lacunes.’ Realiseren we ons te weinig dat er in China een kritische stroming is? ‘Dat is een klein beetje de achterkant van het zeer lovenswaardige mensenrechtenbeleid dat we voorstaan. We denken dat zodra een land op allerlei manieren mensenrechten schendt,  het een land is waar mensen helemaal niet meer nadenken. Ik ben in China zo vaak mensen tegen gekomen die zo goed geïnformeerd waren en ik ben regelmatig op plekken geweest waar ik in het openbaar dingen hoorde zeggen door Chinezen, waar ik echt om me heen zat te kijken of er niet iemand zou komen die de man bij z’n nek zou grijpen en afvoeren.’ Is het Europa vs. China als het om Afrika gaat? ‘China is een nieuwe, belangrijke factor geworden en daardoor gaat alles schuiven. Europa en China zijn concurrenten, maar er zijn ook genoeg Europeanen die zich realiseren dat we er allemaal bij gebaat zijn om samen te werken. Wij hebben kennis over geschiedenis. Weliswaar vanuit onze manier van kijken, maar ik heb vaak genoeg bij Chinese onderzoekers stapels boeken over Afrika van westerse Afrika-kenners  zien liggen. En wat je ook kunt zeggen over België en Congo, de kennis over de geschiedenis van Congo, de mensen die allerlei talen in Congo spreken, de oude paters die daar nu nog zijn die tot in het diepe binnenland zijn doorgedrongen, die kennis bevindt zich wel in België en nergens anders op de wereld. Sommige Chinezen vinden wel dat ze een eigen blik moet ontwikkelen op Afrika en dat ze niet eeuwig met de blik van de oude kolonialen kunnen blijven kijken. Het is ontroerend om te zien hoe de Chinezen hun eigen geschiedenis over Afrika aan het boekstaven zijn. Zo is er een admiraal die in de vijftiende eeuw de zeeën bevaren heeft en dan in Oost-Afrika zou zijn aangespoeld. Op dit moment zijn ze aan het duiken naar het schip dat daar schipbreuk zou hebben geleden en wordt er DNA van Afrikanen nagegaan. Ze willen immers zelf ook tegenover de Afrikanen kunnen zeggen: “kijk eens, wij zijn ook al heel lang in Afrika, maar niet om jullie te koloniseren, alleen om goederen uit te wisselen”. Dat doet het natuurlijk goed. “Europa komt aan de zijlijn te staan” is dus overdreven? ‘Ja, dat vind ik wel. Dat is misschien de manier waarop journalisten te werk gaan en dat werkt goed. Over China wordt nu ook gezegd dat het helemaal niet zo goed gaat en dat het afgelopen is met China. Maar er zijn al een heleboel dingen bezig die je niet meer helemaal kunt terugdraaien. Er zijn Chinezen die hun lot aan Afrika verbonden hebben en die komen niet meer terug. Die zitten daar al. Er zijn een heleboel dingen aan de gang die niet meer kunnen worden teruggedraaid.’ Is China een tweede keus of een slimme zet voor Afrikanen? ‘Veel mensen zijn daar inderdaad terechtgekomen, terwijl ze eigenlijk wat anders van plan waren. Ik beschrijf twee zonen van een Rwandese ambassadeur. Hij neemt zijn kinderen in 1995 mee naar China  want hij meent dat dit het land van de toekomst is. Zijn kinderen zijn daar totaal niet van overtuigd, maar nu wonen ze daar en hebben ze China zien opstaan. Waarom kunnen wij dat eigenlijk niet?, denken ze nu. Op dit moment gaan niet alleen beursstudenten naar China, maar ook studenten die door hun ouders met geld worden gestuurd. Er zijn mensen die zich inmiddels realiseren dat ze door de Chinese taal te spreken een enorme voorsprong hebben. Wat mensen zich soms niet realiseren, is dat er ook binnen Afrika veel migratie is, zoals de Malinees uit mijn boek die van zijn geboortedorp naar Bamako en vervolgens in Brazzaville terechtkomt. Ik denk dat zowel Chinezen als Afrikanen echt kunstenaars zijn in het adopteren van verschillende wegen.’ Gaan deze ontwikkelingen iets betekenen voor de allerarmsten? ‘Daar heb ik wel een dubbel gevoel bij. Er wordt natuurlijk een hele hoop rommel gemaakt en dat wat Afrikaanse verkopers meebrengen zijn dingen die inderdaad vlug stuk zijn. Zoals iemand in het boek zegt: “dankzij China kan elk Afrikaans kind kerstmis vieren”. Maar eigenlijk koop je slechts de illusie van het echte speelgoed, want het is allemaal zo flinterdun. Van die hele dunne ballen, zo goedkoop, maar ze hebben nog nooit een bal gehad. Er wordt ook wel geleden onder de Chinese concurrentie, bijvoorbeeld bij een panenfabriek in Congo. Elke paan die ze maken is minstens twee keer duurder dan de Chinese. Ook al is de kwaliteit beter, een Congolese vrouw heeft ook wel eens een bruiloft en kan die duurdere niet betalen.’ Denkt u dat de rol van ngo’s gaat veranderen door de ontwikkelingen met China? ‘Ik denk dat een heleboel ngo’s zich aan het beraden zijn. Je hebt in Nederland ook de hele discussie op het ministeriële niveau over hoe het anders kan. Maar ik denk altijd: wacht maar tot ik het op het terrein terug zie, dan zal ik het geloven. Europa blijft flexibel, wij zijn toch een samenleving die voortdurend zichzelf in vraagt stelt. Ik word daar ook wel eens gek van. Ik zie soms bij Afrikanen dat ze het veel minder hebben dan wij, maar toch veel zelfverzekerder zijn. Wij zijn maar aan het dubben.’ UnknownVice Versa geeft drie exemplaren van ‘Op de vleugels van de draak’  weg! Stuur voor 11 november een email met je naam en adres naar redactie[a]viceversaonline.nl en maak kans op dit prachtige boek!

Wat doet de corona-pandemie met de ontwikkelingssector?

Door Sarah Haaij | 31 maart 2020

Investeren in internettoegang, cursussen online aanbieden en digitaal collecteren – flexibiliteit en aanpassingsvermogen zitten in het DNA van de sector. Maar de angst voor een massale uitbraak in landen met een zwakke gezondheidszorg is groot. Vier ngo-directeuren vertellen over de impact van de crisis op hun werk.

Lees artikel

Corona in Afrika: ‘Als de lockdowns aanhouden, komen er hongersnoden’

Door Frank van Lierde | 30 maart 2020

Het Afrikaanse continent zet zich schrap voor corona. Veel landen kiezen meteen voor het zwaarste scenario: de lockdown. Wat moet er gebeuren om een ramp af te wenden? Wat kunnen ontwikkelingsorganisaties doen? Gesprek met Jos Dusseljee, de gezondheidsexpert van Cordaid. ‘Virussen die de wereld voor lange tijd kunnen bedreigen, moet je als wereldgemeenschap bestrijden, in elk land waar ze bestaan of uitbreken.’

Lees artikel

‘Er wordt hier met grote verbazing naar Nederland gekeken’

Door Marc Broere | 27 maart 2020

Voor Kees Blokland, directeur van Agriterra, heeft de coronacrisis grote impact. Hij is er op meerdere lagen bij betrokken: via zijn zoon die op de spoedeisende hulp van het Rijnstate ziekenhuis in Arnhem werkt, via zijn Spaanse echtgenote met wie hij momenteel in Valencia verblijft en via de gevolgen voor de projecten van Agriterra, dat samenwerkt met  boerencoöperaties in Afrika, Azië en Latijns-Amerika. Een persoonlijk relaas vanuit Spanje waar in sommige media de aanpak in Nederland in één adem genoemd wordt met ‘corona-ontkenners’ als Donald Trump en de Braziliaanse en Mexicaanse  presidenten Bolsonaro en López Obrador. En waar het de marsen op Internationale Vrouwendag (8 maart) waren die voor een explosie en verspreiding van het virus zorgden.

Lees artikel
Scroll To Top