Skip to content

 

Door:
Jody van Diemen

28 oktober 2013

Categorieën

Tags

PloumenVorige week stuurde minister Ploumen twee uitgebreide rapportages naar de Tweede Kamer: een over de voortgang van het beleid op de speerpunten en een coherentiepilot in Ghana en Bangladesh. Daar waar de voortgang op de speerpunten algemeen bleef, formuleerde Ploumen in haar coherentierapportage een aantal concrete stappen. Afgelopen vrijdag bracht de minister de jaarlijkse rapportage over de voortgang van het speerpuntenbeleid uit, waarin zij rapporteert over de voortgang van het behalen van de beleidsdoelstellingen. De minister constateert wereldwijde positieve ontwikkelingen waar Nederland op verschillende manieren een bijdrage aan levert en haar conclusie is dus ook: de behaalde resultaten laten zien dat handel en OS werkt. Ondanks deze optimistische conclusie, spreekt de rapportage zelf allerminst boekdelen. Hoewel wordt gewezen op succesvolle ontwikkelingen waar ‘Nederland aan bijdraagt’, geeft de Voortgang Speerpunten Ontwikkelingssamenwerking geen duidelijk beeld over hoe het er nu precies voor staat met de vier speerpunten: Water, Voedselzekerheid, Seksuele en Reproductieve Gezondheid en Rechten (SRGR) en Veiligheid en Rechtsorde en de twee terugkerende thema’s : Klimaat en vrouwenrechten en gendergelijkheid. De voortgang is in algemene termen verwoord en bestaat vooral uit een opsomming van veel losse punten. Desalniettemin lijkt uit de brief naar voren te komen dat op het speerpunt Water de meeste vooruitgang is geboekt : hier worden de meeste resultaten genoemd, waarbij de lokale vraag en Nederlandse expertise samenkomt. De ontwikkelingen rondom het speerpunt SRGR zijn zorgelijker: de moedersterfte ligt nog altijd hoog en zorg tijdens zwangerschap is ongelijk verdeeld over stedelijke en rurale gebieden, ten koste van de laatste. Dit is dan ook het enige speerpunt dat in 2014 meer geld op de begroting heeft dan in 2013, terwijl de doelstellingen binnen de andere speerpunten met minder budget bereikt moeten worden. Daarnaast wordt een aantal keer verwezen naar de terughoudendheid van het bedrijfsleven met betrekking tot investeringen. De minister gaat zich actief inzetten voor informatievoorziening op dit terrein. Water Er zijn een aantal projecten gerealiseerd met Nederlandse steun en kennisuitwisseling, waardoor bijvoorbeeld de waterhyacint is verwijderd uit irrigatiesystemen. Hierdoor zijn watergerelateerde ziekten verminderd en benedenstroomse landen zijn nu tijdig op de hoogte van overstromingen. Door Nederland gefinancierde programma’s hebben in 2012 ruim 4.9 miljoen mensen toegang gekregen tot sanitaire voorzieningen en ruim 750.000 mensen tot veilig water, met name in rurale gebieden.  Met deze voortgang is Nederland op de goede weg om de doelstelling op het gebied van sanitatie voor 2015 halen, terwijl het ministerie schat dat die van veilig drinkwater in 2017/2018 worden behaald. De Nederlandse Deltabenadering is geëvolueerd tot een exportproduct, meldt het ministerie trots, en deze vindt succesvol voet aan de grond in onder andere Vietnam, Bangladesh, Colombia en Indonesië. Een punt van aandacht zijn de watersystemen: 30% functioneert binnen een aantal jaar niet meer en daarom heeft Nederland de aandacht verschoven van infrastructuur naar duurzame dienstverlening. En er zijn meer uitdagingen: de waterproductiviteitsdoelstelling is nog steeds moeilijk meetbaar, de doelstelling met betrekking tot toegang to veilig drinkwater is nog niet gehaald en er blijft terughoudendheid voor investeringen. Voedselzekerheid Nederland heeft een goede reputatie op dit gebied, blijkt uit de voortgangsrapportage. Er is sprake van ‘groeiende waardering voor de Nederlandse aanpak van grotere betrokkenheid van het bedrijfsleven in combinatie met kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties. Ook de sterke aandacht voor het voedingsvraagstuk (de nutrition aspecten) springt internationaal in het oog’. Nederland zet zich in 13 partnerlanden in voor verhoging van de voedselproductie door betere beschikbaarheid van zaaizaad, kunstmest, landbouwvoorlichting en landbouwkredieten. Er wordt beoogd in 2015 bijna 400.000 ton meer voedselproductie dan in 2012 te bereiken door Nederlandse financiering, maar er zijn nog geen resultaten. Het initiatief duurzame handel (IDH) krijgt veel aandacht. IDH zorgde voor productietoename van duurzaam geproduceerde vis, cacao en soja. Dit initiatief draagt tevens bij aan een verbetering van inkomen, zo heeft het theeprogramma ervoor gezorgd dat het inkomen van 350.000 kleine boeren en landarbeiders in de afgelopen 4 jaar met minstens 25% omhoog is gegaan.  Ook het katoenprogramma zorgt voor meer winst en het cacaoprogramma laat productiviteitsverbeteringen zien. Verder heeft het ministerie een aantal concrete resultaten geboekt: –        In Ethiopië is het percentage ondervoede kinderen onder 5 jaar verminderd van 11% naar 8% en 1 miljoen van de 7,8 miljoen mensen is onafhankelijk gemaakt van voedselhulp. –        In Rwanda, Benin en Mozambique investeert Nederland in verbetering van de landrechten van boeren en boerinnen. In 2012 zijn in Rwanda 4,5 miljoen eigendomsrechten uitgegeven waarvan 23,8% aan vrouwen. De doelstelling van 2015 is 10 miljoen en 50% vrouwen. –        Bedrijvigheid wordt gestimuleerd, kredieten van FMO via het MASSIF uitgegeven, hebben in 2012 27000 banen opgeleverd bij het midden en kleinbedrijf in ontwikkelingslanden Seksuele en Reproductieve Gezondheid en Rechten Op dit punt worden de meeste zorgen uitgesproken door de minister.  De voortgang is onvoldoende, met name moedersterfte en toegang tot anticonceptie is nog problematisch. Hoewel wereldwijd hiv/aids wordt teruggedrongen, blijft de kennis van jongeren over dit onderwerp laag. Nederland draagt bij aan reproductieve gezondheidszorg in acht partnerlanden, draagt bij aan toegang tot voorbehoedmiddelen (een verdubbeling van het aantal vrouwen in Ethiopië) en is succesvol in het vragen van aandacht voor drugsproblematiek, onder andere door het spuitomruilprogramma in Kenia, maar zo staat het in de voortgang, ‘de progressie is te traag’. Nederland werkt in alle acht SRGR partnerlanden samen met de overheid en private zorgverleners om de toegang tot reproductieve zorg toegankelijker te maken. In Mozambique is deze zorg mede dankzij Nederlandse financiering kosteloos. Een uitdaging blijft echter dat er veel weerstand wordt geboden op dit thema en er minder financiering beschikbaar voor is door de crisis. Nederland moet zich in blijven zitten om het op de agenda te houden, vindt Ploumen. Veiligheid en Rechtsorde De voortgang van de Nederlandse inzet was over het algemeen conform de planning, met name Burundi, Rwanda, Indonesië en Kenia. Er is vooral veel aandacht voor Afghanistan ‘Met Nederlandse steun nam de Afghaanse capaciteit voor zelfstandig beheer van nationale veiligheidstroepen toe’ en ook het thema ‘legitieme overheid’ wordt met name op Afghanistan toegepast. Uit het rapport komt naar voren dat Nederland het goed doet op het gebied van inclusieve politieke en vredesprocessen. Hoewel de wereldwijde trend met betrekking to bemiddeling in conflicten negatief was in 2012, heeft Nederland via de VN en ngo’s kunnen bijdragen aan positieve resultaten in een aantal lokale, nationale en regionale processen, zoals in DRC Congo, Somalië, Kenia en Burundi. Ook werd crisisrespons en transitieprocessen n Libië, Centrale Afrikaanse Republiek, Jemen, Egypte en Syrië ondersteund met Nederlandse financiering. Fragiele staten krabbelen iets op, maar ‘op de lange weg naar democratie was in het algemeen weinig vooruitgang’, op enkele positieve ontwikkelingen na. Daarnaast heeft het ministerie zogenaamde grensoverschrijdende thema’s gedefinieerd, waaronder vrouwenrechten en gendergelijkheid. Het MDG3-fonds blijkt succesvol, en krijgt een vervolg in het fonds Funding Leadership and Opportunities for Women. Dit fonds heeft duizenden activisten en organisaties voor vrouwenrechten gesteund  en in 46 landen is beleid en regelgeving aangepast inzake gender-issues. Pilot Coherentierapportages Bangladesh en Ghana Misschien nog wel interessanter dan de brief over de voortgang op de speerpunten, is een brief over coherentiebeleid dat een paar dagen eerder verscheen. Hierin deed de minister verslag van de pilot coherentierapportages in Bangladesh en Ghana. Deze waren door haar voorganger, staatssecretaris Ben Knapen, geïnstigeerd. Met de pilot onderneemt Nederland de voorzichtige eerste stappen in onderzoek naar de gevolgen, positief en negatief, van Nederlands niet-hulpbeleid in individuele ontwikkelingslanden van Nederland en de EU. De coherentiepilot in Bangladesh en Ghana levert de eerste resultaten over vijf verschillende sectoren: handel, financiële stromen, voedselzekerheid, klimaat en migratie. Er valt nog voortgang te boeken, zo blijkt, en de lijst met aanbevelingen voor Beleidscoherentie voor Ontwikkeling (BCO) is nog lang. De opvolging, aldus het ministerie, is verdieping door onderzoek te stimuleren, inbreng van de uitkomsten van deze pilot in de EU, OESO en VN en bevordering van een BCO-dialoog met partnerlanden. Opmerkelijk daarbij is vooral dat de minister het belang onderstreept van concrete doelen en indicatoren voor BCO-beleid en de toepassing daarvan. De Inspectie Ontwikkelingssamenwerking en Beleid (IOB) is bezig met modelmatige aanpak voor Ghana, die behoefte aan een betere inschatting van de gevolgen van (in)coherentie binnen de EU en Nederlands beleid vervult. Concreet onderzocht de coherentiepilot of het mogelijk is de gevolgen van ons BCO-beleid in de partnerlanden in kaart te brengen en zo mogelijk deze te kwantificeren. Het is uiteengezet in vijf hoofdlijnen:

  1. I.               De rol van markttoegang bij de verdere integratie van partnerlanden in de wereldeconomie

Zowel Bangladesh als Ghana genieten tariefvrije markttoegang tot de Europese Unie, maar hebben beiden een eenzijdig exportpakket (Bangladesh exporteert textiel, Ghana primaire grondstoffen) wat hen kwetsbaar maakt door de wisselende handelspreferenties. De markttoegang wordt nog niet volledig benut; dit wordt gewijd aan administratieve belemmeringen, politieke onzekerheid over verlening van tijdelijke preferentiële handelsregimes. Ghana loopt binnenkort kans op minder gunstige markttoegang omdat het inmiddels een Lower Middle Income Country is, waarvoor minder gunstige tariefregimes gelden in Europa. Bangladesh blijft deel uitmaken van de Minst Ontwikkelde Landen (MOL) en blijft tegen gunstige tarieven exporteren. De nationale beperkingen zijn nu nog het grootste obstakel voor optimale benutting van de wereldmarkt. Het ministerie wil zich vanuit het perspectief van beleidscoherentie inzetten op het bevorderen van volledig tariefvrije en quotavrije toegang voor MOL’s, in alle OESO-landen en andere landen die daartoe in staat zijn en de uitvoering van de rol als honest broker om de wensen van de EU en ACS-landen dichter bij elkaar te brengen. Daarmee hoopt minister Ploumen de impasse in de onderhandelingen tussen de EU en ACS regio’s over interim-EPA’s voor de ACS-landen te doorbreken. Daarnaast wil het ministerie zich inzetten voor de bevordering van de integratie van partnerlanden en MOL’s in de wereldeconomie en mondiale waardeketens door effectieve hulp te leveren bij ondersteuning van het lokale bedrijfsleven en bij handelsfacilitatie.

  1. II.              Stabiele financiële stromen voor ontwikkeling en adequate regulering

Een groot deel van de overheidsinkomsten en kapitaalinvesteringen is in beide landen nog steeds  ODA, maar de andere niet-hulp stromen nemen in volume toe. In Bangladesh zijn overmakingen van migranten groter dan Foreign Direct Investment (FDI), in Ghana zijn FDI en andere kapitaalstromen veel hoger. Het ODA-budget zal de komende jaren afnemen en andere geldstromen zullen toenemen, maar de keerzijde hiervan is dat deze stromen hardere voorwaarden met zich meebrengen en de landen blootstellen aan de internationale kapitaalmarkt, wat de landen kwetsbaar kan maken. Ghana ondervindt enorme gevolgen van het belastingverdrag met Nederland. Het verdrag genereert mogelijk meer FDI, maar staat mogelijk op gespannen voet met agressieve fiscale planning van multinationals, die een Nederlandse BFI gebruiken met het oog op gunstige fiscale gevolgen (fiscale zekerheid en een besparing op de bronheffing op dividenden, royalty’s en technische diensten). Het pilotonderzoek wijst op de mogelijk lagere opbrengsten voor Ghana door het belastingverdrag en door  ‘oneigenlijke transfer pricing praktijken van multinationals in verband met de prijsstelling voor levering van goederen en diensten binnen concernverband.’ Vanuit BCO-perspectief is het voor het ministerie belangrijk in te zetten op de verantwoordelijkheid van multinationals voor MVO en ketenverantwoordelijkheid bij handel en directe investeringen; de ontwikkelingsrelevantie van FDI; country-by-country reporting voor multinationals over het betalen van belastingen en voorkomen dat belastingverdragen agressieve fiscale planning in de hand werken; advies en training geven voor de belastingdiensten van partnerlanden en het tegengaan van incoherente en dubieuze transfer pricing praktijken die leiden tot ondoorzichtige winstallocatie, belastingontduiking en erosie van belastinggrondslag. Voedselzekerheid en landbouw Op dit vlak speelt grensbescherming nog een grote rol. Die is heel hoog in de EU, waardoor ontwikkelingslanden onder druk kunnen komen te staan. Zo heeft Ghana heeft bijvoorbeeld moeite met de visbestanden, om te voldoen aan sanitaire standaarden voor de export vanwege onvoldoende functionerende controlesystemen Daarom wil de minister oneerlijke concurrentie verminderen op landbouwgebied in WTO verband door exportsteun en handelsverstorende interne steun af te schaffen en ook wil de minister de tot nul teruggebrachte exportsteun in EU regelgeving verankeren. Hiermee lijkt Ploumen daadwerkelijk haar nek uit te steken, omdat tijdens de huidige WTO-onderhandelingen de EU zich juist tegen een dergelijke verankering verzet. Verder wil het ministerie protectionistische standaarden uitbannen, Aid for Trade investeringen versterken en coherent nationaal beleid ondersteunen alsmede investeren in partnerlanden op het gebied van landbouw en voedselzekerheid Klimaatverandering Beide landen hebben zelf weinig verantwoordelijkheid voor de klimaatverandering: de CO2-uitstoot is laag en ze hebben een relatief kleine ecologische voetafdruk, maar de gevolgen treffen wel beide landen. Bangladesh heeft veel last van overstromingen, verzilting en erosie, daar waar Ghana vooral te lijden heeft onder hogere temperaturen en verstoorde regenval. Natuurlijke hulpbronnen staan onder druk door onadequaat beheer en niet goed functionerende instituties maar gewezen wordt op een positief en coherente actie binnen het beleid: in het kader van het EU FLEGT-initiatief gericht op beter bosbeheer en handel in legaal gekapt hout is vooruitgang geboekt. Het ministerie wil daarom onder andere klimaatverandering meenemen in internationale samenwerking zodat hulp en klimaat elkaar versterken, de klimaatverplichtingen nakomen en duurzaam bosbeheer versterken. Mobiliteit en migratie Een belangrijk aspect van migratie zijn de overmakingen van migranten, met name voor Bangladesh is dit een groot aandeel. Dit loopt echter voor een groot deel via informele kanalen en geldovermakingskantoren, waardoor de cijfers moeilijk beschikbaar zijn. Overmakingen vormen een belangrijke bijdrage aan groei, consumptie en ontwikkeling in beide landen, bovendien levert het handel en kennisoverdracht op van de diaspora-netwerken. De EU heeft met Ghana bilaterale vergaande migratiesamenwerking aangeboden in ruil voor bestrijding van illegale migratie en terug- en overname waar Ghana niet op is ingegaan. Een bijkomend probleem voor Ghana is brain drain gaande van met name dokters en verpleegsters, dit heeft een negatief effect op gezondheidszorg en ethische wervingscodes hebben nog onvoldoende effect. Vanuit Nederland is de vraag echter beperkt. Het ministerie wil inzetten op het versterken van het internationale migratiemanagement door sturing te geven aan dialogen tussen bestemmings- herkomst en transitlanden en wil overmakingen bevorderen en de ontwikkelingsrelevantie daarvan vergroten, zonder het private karakter van de middelen aan te tasten.      

Wat doet de corona-pandemie met de ontwikkelingssector?

Door Sarah Haaij | 31 maart 2020

Investeren in internettoegang, cursussen online aanbieden en digitaal collecteren – flexibiliteit en aanpassingsvermogen zitten in het DNA van de sector. Maar de angst voor een massale uitbraak in landen met een zwakke gezondheidszorg is groot. Vier ngo-directeuren vertellen over de impact van de crisis op hun werk.

Lees artikel

Corona in Afrika: ‘Als de lockdowns aanhouden, komen er hongersnoden’

Door Frank van Lierde | 30 maart 2020

Het Afrikaanse continent zet zich schrap voor corona. Veel landen kiezen meteen voor het zwaarste scenario: de lockdown. Wat moet er gebeuren om een ramp af te wenden? Wat kunnen ontwikkelingsorganisaties doen? Gesprek met Jos Dusseljee, de gezondheidsexpert van Cordaid. ‘Virussen die de wereld voor lange tijd kunnen bedreigen, moet je als wereldgemeenschap bestrijden, in elk land waar ze bestaan of uitbreken.’

Lees artikel

‘Er wordt hier met grote verbazing naar Nederland gekeken’

Door Marc Broere | 27 maart 2020

Voor Kees Blokland, directeur van Agriterra, heeft de coronacrisis grote impact. Hij is er op meerdere lagen bij betrokken: via zijn zoon die op de spoedeisende hulp van het Rijnstate ziekenhuis in Arnhem werkt, via zijn Spaanse echtgenote met wie hij momenteel in Valencia verblijft en via de gevolgen voor de projecten van Agriterra, dat samenwerkt met  boerencoöperaties in Afrika, Azië en Latijns-Amerika. Een persoonlijk relaas vanuit Spanje waar in sommige media de aanpak in Nederland in één adem genoemd wordt met ‘corona-ontkenners’ als Donald Trump en de Braziliaanse en Mexicaanse  presidenten Bolsonaro en López Obrador. En waar het de marsen op Internationale Vrouwendag (8 maart) waren die voor een explosie en verspreiding van het virus zorgden.

Lees artikel
Scroll To Top