Door:
Judith van de Kamp

8 oktober 2013

OLYMPUS DIGITAL CAMERAJudith van de Kamp woont voor twee jaar in Kameroen waar ze promotie-onderzoek doet in een ziekenhuis. Na een paar maanden denkt ze het reilen en zeilen redelijk te kennen. Ze leert echter ‘de andere kant’ van het ziekenhuis kennen als haar dochtertje ziek wordt; het patiëntenperspectief biedt nieuwe inzichten. Ik loop nu al een tijdje als onderzoeker in ‘mijn’ Kameroenese ziekenhuis rond. Ik krijg een steeds beter beeld van hoe het ziekenhuis ‘reilt en zeilt’. Ik spreek en interview zowel het lokale personeel als de regelmatig bezoekende westerse gezondheidswerkers en studenten, en ik observeer hun werk van operatiekamer tot poli. Kortom; mijn veldwerk loopt lekker. Echter, mijn kijk op het ziekenhuis vanuit de onderzoekersrol is slechts één kant van de ziekenhuiservaring. Er is nog een andere kant. Patiëntenperspectief Sjaak van der Geest, professor medische antropologie aan de Universiteit van Amsterdam, schreef in 2001 dat Plato in zijn Politeia opmerkte dat een arts pas goed arts kan zijn als hij alle ziekten die hij behandelt, ook zelf gehad heeft. Vervolgens schrijft hij met enige ironie: ‘Ook voor een medisch antropoloog is er geen groter geluk dan goed ziek te worden’. Zo maak je immers kennis met het ‘back stage’ van het ziekenhuis. Van der Geest beschrijft de tegenstellingen tussen de medische regels en de sanitaire werkelijkheid, om vervolgens de angstaanjagende toestand van de toiletten te beschrijven waar de gezondheidswerkers ook liever hun ogen voor sluiten. Je bekijkt het ziekenhuis vanuit het patiëntenperspectief. Er is nog een andere aanleiding die je vanuit patiëntenperspectief naar het ziekenhuis laat kijken: je kind wordt ziek. De eerste keer dat mijn eenjarige dochter Enna hier koorts kreeg, dacht onze hulp meteen aan de plaatselijke griep: malaria. Met als oplossing het medicijn Quinine er in, maar twee weken later bleek het blaasontsteking te zijn. Inmiddels zijn Enna en ik precies tien keer in het ziekenhuis geweest; voor consultatie, onderzoek, medicijnen en evaluatie en zijn wij een paar foute en een aantal goede diagnoses en drie antibioticakuren verder. Even op het huisartsenspreekuur binnenwippen is er hier in Kameroen niet bij. Een ziekenhuisbezoek is een dagactiviteit van minstens 6 uur, waarbij je tussen het registreren, wegen, temperatuur meten, de anamnese, de rekening laten opmaken, betalen en medicijnen in ontvangst nemen aan het wachten bent. Wachten, wachten, wachten. Enorme verschillen Het is juist die wachttijd waarin ik het ziekenhuis anders leerde kennen. Ik had gedacht me één te voelen met de andere patiënten. We waren immers gelijk, waren allemaal in een afhankelijkheidspositie, en we kwamen voor hetzelfde doel: de arts. Maar tijdens het gewacht werden juist enorme verschillen zichtbaar. Aleereerst de kleding. Wat me opviel is dat iedereen in zondagse outfit voor het artsenbezoek verschijnt. Bij het eerste bezoek was ik vergeten Enna en mezelf in mooie kleren te hijsen. Het was dan ook lichtelijk gênant toen ik – onvoorbereid op het lange wachten –  een nat en naar-urine-stinkend kind in haar pyamaatje aan de arts overhandigde. Het tweede dat opviel is dat mensen hier heel gelaten wachten. Volwassenen én kinderen zitten op een stoel en ze wachten. Enna en ik daarentegen, lopen duizend keer heen en weer, we oefenen dierengeluiden uit het Jip-en-Janneke-boekje en we zingen “Op je boze bolletje”.  We drinken water en eten smakkend tomaat. Stil zitten op een stoel met een eenjarige; ik heb geen flauw idee hoe je dat doet! Het derde verschil is dat patiënten pas naar het ziekenhuis komen als ze echt écht nergens anders heen kunnen. Ze zijn vaak ernstig ziek. Dit is één van hun laatste kansen op hulp. Voor Enna is dat niet zo; we hebben nog diverse hulplijnen en kunnen als het écht te heet onder onze voeten wordt, het land uit. Bij ons laatste bezoek zat er een mevrouw naast Enna met een gigantisch tumor in haar nek. Het zou me niet verbazen als het haar eerste ziekenhuisbezoek was. Tot slot kan het gros van de patiënten kan zijn of haar rekening niet betalen. Illustratief hierbij is de manier waarop iemand me het verschil tussen twee ziekenhuizen uitlegde: ‘Als je beter bent, mag je bij het ene ziekenhuis in je bed blijven liggen tot je je rekening hebt betaald, bij het andere ziekenhuis slaap je tot die tijd op de grond’. Het verklaart het constante oponthoud bij het betaalhokje. Ook verklaart het waarom bepaalde ‘basismedicijnen’ hier niet te krijgen zijn: te duur voor de plattelanders. Natuurlijk heb ik veel liever een gezonde Enna en vind ik het helemaal niet fijn om als moeder van mijn zieke meisje in het ziekenhuis rond te lopen. En ja, vanuit het patiëntenbankje kan ik veel over het ziekenhuis en over de keuzes van de lokale bevolking leren. Toch denk ik dat ik liever ‘on stage’ blijf. En als het voor mijn ondezoek écht nodig is, denk ik dat ik de methode van Samuel Sarkodie kies; hij liet zich eind jaren ’90 drie dagen opnemen in een Ghanees ziekenhuis als ‘fake patient’.

5 jaar strategische partnerschappen: zonder wrijving geen glans

Door Siri Lijfering | 25 mei 2020

Komende vrijdag horen ontwikkelingsorganisaties of hun aanvraag voor het nieuwe subsidieprogramma Power of Voices is gehonoreerd. Nog een paar spannende dagen dus. In dit essay maakt Siri Lijfering de balans op van de voorganger Samenspraak en Tegenspraak. Wat kunnen we leren van vijf jaar strategische partnerschappen tussen de Nederlandse overheid en de ontwikkelingssector?

Lees artikel

Inclusief besluitvormingsproces essentieel bij effectieve aanpak COVID-19

Door Vice Versa | 20 mei 2020

Een glashelder en sterk pleidooi rondom de noodzaak van internationale solidariteit. Dat is de reactie van 12 mensen uit het maatschappelijk middenveld, bedrijfsleven en wetenschap op het spoedadvies van de Adviesraad Internationale Vraagstukken over de Nederlandse bijdrage aan de mondiale strijd tegen het coronavirus. Maar, voegen ze daar aan toe: het is van groot belang dat lokale actoren een beslissende rol krijgen in de praktische uitvoering. Voorkom dat alleen gekozen wordt voor bestaande partners die grootschalige bedragen weg kunnen zetten. Hieronder de volledige reactie en de namen van de ondertekenaars.

Lees artikel

Armoede bestrijden met een grotere caviamarkt?

Door Ellen Mangnus | 18 mei 2020

In deze nieuwe rubriek Omdenken met Ellen kijkt Ellen Mangnus waar de westerse manier van denken over ontwikkeling botst met lokale kennis en waarden. In de eerste aflevering: de cavia als gewild dier in de wereldberoemde Peruaanse keuken. Een weg uit de armoede voor de een, vernietiging van een wereld voor de ander

Lees artikel