Door:
Manon Stravens

7 oktober 2013

Categorieën

19-09-2012, utrecht, icco, manon stravensfoto en copyright leonard faustleTerug uit Mali is Manon Stravens weer op zoek naar werk. In een tijd van crisis blijkt dat nog een hele klus, aanschrijven, netwerken en vooral aan “ordinaire zelfpromotie doen”. Ze realiseert zich dat een betere wereld tegenwoordig begint met eerst jezelf weer op de kaart te krijgen.      Het is oktober. Ik ben alweer ruim vier maanden terug uit Mali en het terugkeercircus zit er gelukkig zo goed als op. Hoewel een vriendin zich laatst verontschuldigde, dat ik “nog niet zo in haar systeem zit”, ben ik als de Grote Gulliver weer van top tot teen vastgeketend in ons kikkerland. En het voelt best goed. Terug uit de tropen hield ik rekening met anderhalf jaar verdriet en zware aanpassingsproblemen, maar tot nu toe fiets ik fluitend door het land van kaas, knooppunten, bostheater en polderpolitiek. Nederland is óók leuk. Niet dat ik Mali niet mis. Zomaar ineens, op een zonnige zaterdagmiddag in april, reed ik uit dat leven weg. Dat blijft bruut en onbevattelijk. Mali’s muziek ontroert en het hart maakt sprongetjes als ik haar aan de lijn of op mijn beeldscherm heb. Het fysiek gestel snakt naar de zonnige warmte. En hoeveel agendageneuzel zou het schelen, als al mijn vrienden hier ook altijd op de hoek van bijvoorbeeld het Buikslotermeerplein zouden zitten. Als ik nog een jaar had getekend, was ik misschien nooit meer weggegaan. Velen gingen mij voor en zitten er nog steeds. Maar ik vertrok. Dat heb je met de generatie die na vier jaar ‘weer eens wat anders’ wil. Het was tijd om terug te komen. Modelburger “En wat zijn jouw plannen nu?” en “Wat doe je zo de hele dag?” zijn de telkens terugkerende maar goed bedoelde vragen van – zonder uitzondering – iedereen. Alsof je altijd een plan moet hebben en de hele dag wat moet doen. Als je hersens en twee handen hebt, is ‘niks doen’ niet te verantwoorden. Een wereldverbeteraar zou dat niet eens mógen willen, met al dat schrijnend onrecht om zich heen. Wij zijn de primus inter pares modelburgers van de participatiemaatschappij, betrokken en bevlogen als wij zijn. Dat heb ik hoog te houden. En ik wil niets liever dan ‘iets doen’. De dagen worden kouder, heel Holland is weer aan het werk en het eind van het sociaal plan komt in zicht. En ik moet óók brood op mijn plank. Maar maak eens een overtuigend toekomstplan in deze tijd. De werkloosheidscijfers en portretten van het in de bijstand gevallen volk vliegen me om de oren. De krant heeft de crisis pontificaal tussen mijn oren geparkeerd. En mijn vakgebied ontwikkelingssamenwerking is het vijfde wiel aan de wagen. Ik ben zoekend naar datgene waar het hart op hol van slaat. Genoeg te doen in Nederland. Aan de lange rij voor de voedselbank om de hoek, voor de uitgezette Vluchtkerk bewoners, de anderhalf miljoen echt eenzame Nederlanders, de plofkip en aan al dat afval. Of aan armoedige geesten met terloopse opmerkingen als “’t Is wel zwart hier, he, in jouw straat”. Dat doet allemaal steigeren, maar kennelijk niet genoeg. Het wereldverbeteringsvak zit te diep in de vezels en het onrecht overzee blijft nou eenmaal het grootst. Niet zelden blijkt een deel van de verantwoordelijkheid voor dat onrecht ook gewoon om de hoek te liggen. Bij onze kledingbedrijven, energieleveranciers, banken, verzekeraars, landbouw- of wapenexporteurs. Sterker nog, ik draag het, betaal ervoor en eet het op. Kortom, we gaan het anders doen. Van Mali naar het digitale Malieveld, pende ik ooit eens profetisch in een column. Ik ben lang genoeg – met alle respect – een duurzame rechtvaardige economische projectboerin geweest. Na vier jaar steentjes bijdragen aan de markttoegang, boerenorganisatie en microfinanciering voor duurzame land- en bosbouw in West Afrika, wil ik nu weer tomaten gooien. Duurzame tomaten wel te verstaan. Met mijn pen, goed onderbouwd en heel gericht. In de etalage Een journalistieke toekomst betekent misschien zelfstandig gaan. Veel schrijven, aanschrijven, netwerken en vooral, aan ordinaire zelfpromotie doen. Mezelf voor het voetlicht en in de etalage krijgen. Terug uit de tropen, met een rugzak vol veldervaring, een irrelevant netwerk en gewend aan een voltijdbaan met een heldere missie, is dat nog een hele klus. En het is dringen op de markt. Maar we gaan ervoor. Mijn pen is een goede vriend geworden en er is een overdaad aan onrecht dat we al schrijvend uit de donkere krochten van deze aardkloot moeten trekken. Het is nogal een overgang allemaal. Stond ik begin dit jaar nog tussen de heethoofden van West Afrika, sinds half mei zit ik achter een beeldscherm en een bakje tuinkers op één hoog. Heb mijn boek Bamako Bonjour! de wereld in geworpen, met mijn nieuwe website www.manonstravens.nl erachteraan. En met alle verslavingsrisico’s voor lief, heb ik me nu ook maar de sociale media in gekatapulteerd. Op advies, want “hoe meer volgers, hoe relevanter je bent!” Een betere wereld begint dus nog altijd bij mezelf. Mezelf weer op de kaart krijgen om precies te zijn. Nu maar hopen dat die wereld daarop zit te wachten.

‘Empathie gaat armoede niet oplossen’

Door Lys-Anne Sirks | 18 oktober 2018

Tien jaar lang werkte de Oegandees Sean Patrick binnen de ontwikkelingssector. Maar omdat hij daar naar eigen zeggen geen duurzame verandering kon bewerkstelligen, begon hij als ‘pastarebel’ zijn eigen bedrijf, de Green Banana Food Company. Hoe kijkt hij aan tegen de beleidsnota ‘Investeren in perspectief’ van minister Kaag?

Deel 1 van een serie waarin zuidelijke experts hun visie op de beleidsnota geven.

Lees artikel

Internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen staat nog in de kinderschoenen

Door Lennaert Rooijakkers | 15 oktober 2018

Iedereen heeft de mond vol over internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen (IMVO). En inmiddels zijn er al vijf convenanten die dat moeten bevorderen van kracht en zitten er nog vier in de pijplijn. Maar is het daarmee ook al integraal onderdeel van het zaken doen in het buitenland geworden?Vice Versa duikt aan begin van week twee van het dossier hulp en handel in de wondere wereld van IMVO.

Lees artikel

‘Beleid hulp en handel alleen succesvol als Nederlandse bedrijven meer lokaal inkopen’

Door Joris Tielens | 12 oktober 2018

De Nederlandse overheid moet Nederlandse bedrijven in Afrika aansporen om lokaal grondstoffen in te kopen, werk te bieden aan Afrikanen en te investeren in Afrikaanse bedrijven. Alleen dan kan het beleid van minister Kaag een succes worden, denkt prof. Chibuike Uche, hoogleraar bij het Afrika Studie Centrum.

Lees artikel