joris tielensHet verplicht bijmengen van biobrandstof bij benzine, nog steeds beleid van de Europese Unie, moet afgeschaft worden, vinden wetenschappers op een conferentie in Noordwijkerhout over voedselzekerheid. Joris Tielens was erbij en doet verslag. Deze week kwamen 600 wetenschappers uit 70 landen bij elkaar in Noordwijkerhout op een conferentie over voedselzekerheid. Ze presenteerden drie dagen lang onderzoek over hoe we de 842 miljoen mensen die met honger naar bed gaan kunnen voeden, en hoe we in 2050 negen miljard mensen te eten kunnen geven. Landbouwkundigen, economen, voedingskundigen en sociale wetenschappers, presenteerden oplossingen zoals het verbeteren van de huidige landbouwproductie, maar ook het kweken van algen, landbouw op zee, kweekvlees of meer insecten eten. Of bijvoorbeeld minder voedsel weggooien, maar het afval voeren aan insecten om daarna de insecten op te eten. Minder technisch was de aanbeveling om landbouw en gezond voedsel op te nemen in de nieuwe ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties in de post-2015 agenda. Verder concludeerden de wetenschappers dat er een mondiaal orgaan ontbreekt dat de resultaten van wetenschappers op dit gebied onder de aandacht van de wereldpolitiek brengt. Zoals er voor het klimaat het Intercontinental Panel on Climate Change (IPCC) is, zo zou er ook voor het wereldvoedselprobleem een orgaan moeten zijn. Maar er werd ook de vraag gesteld of de wetenschappers zelf niet beter hun best zouden moeten doen om van zich te laten horen. Op de conferentie waren vooral wetenschappers, en weinig vertegenwoordigers van ngo’s, overheid of bedrijven. Van de 600 deelnemers waren er drie boer, terwijl het de boeren zijn die het voedsel uiteindelijk moeten verbouwen. Voorstanders van voedselsoevereiniteit – een meer politieke oplossing van het wereldvoedselprobleem – hebben mogelijk de conferentie gemeden omdat die gesponsord werd door voedselmultinationals Unilever en Monsanto, waar voorstanders voor boerenlandbouw veel kritiek op hebben. Overigens werd tijdens de conferentie de rol van Monsanto en het sponsorschap uitgebreid besproken in een workshop. Biobrandstof Een van de veelbesproken thema’s op de conferentie is de teelt van gewassen om er brandstof van te maken voor auto’s. ‘Er is brede consensus onder wetenschappers dat het huidige beleid van de Europese Unie (EU), dat het bijmengen van biobrandstof bij transportbrandstof verplicht stelt, geen goed idee is’, zei professor Martin van Ittersum, hoogleraar in Wageningen en organisator van de conferentie. Onlangs besloot het Europees parlement om de verplichte bijmenging te verlagen, in 2020 mag maximaal zes procent van de Europese transportbrandstoffen afkomstig zijn van voedselgewassen, in plaats van de tien procent nu. ‘Maar dat is niet genoeg, op termijn moet het naar nul procent’, stelt Van Ittersum. ‘Productie van gewassen voor biobrandstof concurreert met de verbouw van voedsel en veevoer en legt beslag op schaarse hulpbronnen zoals land en water. Van de geproduceerde suikerriet en maïs gaan nu al tientallen percentages de tank in’, zei Van Ittersum. Daarbij komt dat de winst voor het klimaat maar zeer de vraag is. Er zijn zelfs gewassen waarbij meer CO2 uitgestoten wordt dan bespaard wanneer ze als biobrandstof gebruikt worden. Wetenschappers in een workshop concludeerden dat ‘er geen enkele wetenschappelijke basis is voor het EU beleid’. Marktverstorend ‘Het grootste probleem’, zegt econoom Thom Achterbosch,’is dat de bijmenging door de verplichtstelling marktverstorend werkt. In een markt die normaal functioneert, zou er minder voedsel als brandstof gebruikt worden op het moment dat de voedselprijzen hoog zijn. Maar omdat bijmenging verplicht is, blijft de vraag constant. Dat drijft de voedselprijs op als die toch al hoog is. En die hoge voedselprijs maakt dat arme mensen minder eten kunnen betalen en dus meer honger hebben’, aldus Achterbosch. Of de teelt van energiegewassen in praktijk ook ten koste gaat van de voedselvoorziening van kleine boeren, hangt van de situatie af. Onderzoekster Madeleine Florin presenteerde voor Mozambique dat bioenergie voor hele kleine boeren alleen interessant is als het arbeidsplaatsen oplevert op een plantage, want deze boeren leven deels van het verhuren van hun arbeid. Grotere boeren kunnen het telen van bioenergiegewassen inpassen in hun bedrijfssysteem. Voor beide geldt dat het vooralsnog een riskante zaak is, want een plantage kan verdwijnen en marktprijzen van bioenergiegewassen zijn over het algemeen niet stabiel. Toch wil Achterbosch de deur open houden voor productie van gewassen voor biobrandstof in ontwikkelingslanden, want het kan ook goed uitpakken. Achterbosch deed onderzoek in opdracht van Agentschap Nl, dat een fonds heeft dat de productie van duurzame biobrandstof in ontwikkelingslanden financiert. Boeren kunnen bijvoorbeeld meer verdienen door gewassen te produceren voor biobrandstof, en het kan werk opleveren voor landarbeiders. ‘Of het wel of geen goed idee is, moet van geval tot geval bekeken worden’, zegt Achterbosch.

De erfenis van vier bevlogen vrouwelijke ministers

Door Paul Hoebink | 07 juli 2020

Vier vrouwelijke ministers van Ontwikkelingssamenwerking sloegen eind vorige eeuw de handen ineen met de ‘Utstein-4’. De Nederlandse Eveline Herfkens was een van hen. Wat hebben zij samen bereikt? Herfkens’ long time partner in life and work poogt in zijn nieuwste boek de balans op te maken, maar raakt verstrikt in de feiten.

Lees artikel

‘Opgeven is erger dan verliezen’

Door Marc Broere | 29 juni 2020

Carolyne Ndalilah, directeur van de spraakmakende Keniaanse jongerenorganisatie TYSA, helpt jongeren zichzelf én de uitdagingen van hun gemeenschap te leren kennen. ‘Wat onze samenleving nodig heeft, zijn jongeren die voorbij de dag van morgen denken; die het als een uitdaging zien het onmogelijke uit te proberen.’

Lees artikel

In coronatijd schiet de noodhulpsector terug in oude reflexen

Door Sarah Haaij | 18 juni 2020

Noodhulp moet effectiever en meer lokaal worden georganiseerd, sprak de internationale gemeenschap in 2016 af. Voortaan zou een kwart van het hulpgeld zo direct mogelijk naar lokale partners gaan. De kloof met de praktijk is ‘schokkend’: o,1 procent van het corona-noodhulpgeld gaat rechtstreeks naar lokale ngo’s, voor wie inspraak en toegang tot fondsen tijdens de pandemie nog moeilijker lijkt te worden.

Lees artikel