Skip to content

 

Door:
Sophie van der Meer

23 september 2013

Tags

PloumenAfgelopen donderdag kwam de commissie Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking samen voor een AO over MVO en de arbeidsomstandigheden in Bangladesh. Hoewel verschillende initiatieven van minister Ploumen positief werden ontvangen, bestaan er bij veel partijen nog vragen over de stevigheid van haar beleid. Gaat Ploumen ver genoeg om positieve impact te hebben buiten de Nederlandse grenzen? GroenLinks kamerlid Bram Van Ojik formuleerde deze vraag het stelligst: ‘Heeft dit beleid genoeg body om de uitwassen van het jungle-kapitalisme tegen te gaan?’ De enorme hoeveelheid richtlijnen over dit onderwerp vormen een oerwoud, gebaseerd op vrijwilligheid. Zou het niet beter zijn om een compacte set met duidelijke en bindende regels voor iedereen te stellen? Het was geen verassing dat Van Ojik op dit punt een felle tegenstander in zijn collega Leegte van de VVD vond: ‘We willen geen nieuwe verplichtingen bovenop de OESO-richtlijnen. Bovendien wordt echte impact vooral gemaakt door de overheid in landen als Bangladesh zelf en Nederland moet deze verantwoordelijkheid niet overnemen.’ Dit debat over verantwoordelijkheid zette de toon voor de rest van het overleg. Op Van Ojik’s voorstel voor een internationale, overzichtelijke en bindende set regels, reageerde minister Lilianne Ploumen van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking dat regelgeving meestal niet zozeer het probleem is, maar dat de handhaving hiervan in veel landen zwak is. Ze wil handhaving bevorderen door het pad van samenwerking tussen bedrijven en overheden te bewandelen en noemt het Better Work programme van de International Labour Organization (ILO) als een succesvol voorbeeld hiervan. Het is toch vooral aan overheden om hun eigen wetgeving te handhaven en daarnaast moeten er afspraken gemaakt worden in de sector en in de productieketens. Nederland zal hierin een stimulerende en bindende rol spelen door enerzijds in bilaterale relaties nationale wetgeving- en handhaving te adresseren en anderzijds eisen te stellen in handelsverdragen. MVO en missies Teleurgesteld constateerde minister Ploumen dat er verwarring heerst in de kamer over hoe serieus de Nederlandse overheid het Ruggie Framework en de OESO-richtlijnen neemt. Natuurlijk gelden deze richtlijnen voor bedrijven die steun ontvangen uit het Dutch Good Growth Fund (DGGF) en ook bedrijven die meegaan op Nederlandse handelsmissies moeten aan deze richtlijnen voldoen, verzekerde zij. Wanneer dat niet het geval is, gaat de overheid het gesprek aan met deze bedrijven. Op de enigszins sceptische reacties van verschillende partijen, reageerde Ploumen dat zo’n gesprek niet onderschat moet worden: ‘wanneer bedrijven op het matje geroepen worden, staan zij immers toch maar mooi te kijk.’ Bovendien schrijven overheid en het betreffende bedrijf vervolgens gezamenlijke een verbeterplan en wanneer het bedrijf de voorgenomen maatregelen niet treft, mag het niet meer mee met zulke missies. Meer informatie hierover zegde zij de Kamerleden toe in een volgende brief. Transparantie Alle aanwezige partijen en de minister waren het erover eens dat transparantie in de productieketens een sleutelrol speelt. Ploumen wil dan ook sector voor sector bekijken hoe dit aangepakt kan worden. De – door de Kamerleden positief ontvangen – sector risico analyses zullen de basis vormen van convenanten waarin (keten)transparantie een belangrijke factor zal vormen. Op de vraag wanneer deze convenanten tot stand zullen worden gekomen, antwoordde Ploumen dat dit spoedig maar toch vooral grondig moest gebeuren. Daarnaast probeert de overheid transparantie te bevorderen door voorlichting over MVO te geven aan bedrijven. ‘De consument moet op basis van meer transparantie in staat worden gesteld een geïnformeerde keuze te maken’, voerde D66 kamerlid Sjoerdsma aan. Ploumen was het hiermee eens en streeft naar een etiket dat meteen informatie verschaft over het product, maar is tegen proliferatie van allerlei keurmerken. Minister Kamp wees erop dat met de Consuwijzer 50 keurmerken zijn verzameld die zich laten controleren en waarvan de bekendheid zich moet vergroten. Toezicht Met het oog op het naleven van de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen, gingen veel partijen in op klachtenmechanismen en specifiek op de rol van het Nationaal Contact Punt (NCP). Voordewind van de CU dichtte het NCP een cruciale rol toe met betrekking tot de convenanten. Nu heeft het NCP geen eigen onafhankelijk onderzoeksmandaat en dat zou wel moeten naar de smaak van de CU. Ook Roelof van Laar van de PvdA verwelkomde klachtenmechanismen en moedigde zelfstandige onderzoeksmogelijkheden en een uitbreiding van het NCP toe. Ploumen bevestigde het belang van klachtenmechanismen, waarbij zij ook particuliere initiatieven aanmoedigt met als voorbeeld het klachtenmechanisme van FMO. De minister zei bij voorkeur het NCP niet institutioneel te veranderen, maar er wordt wel onderzoek gedaan naar de inhoudelijke invulling van het mechanisme. Het CU keek uit naar spoedige actie, want ‘in Groot-Brittannië blijkt al dat een NCP met eigen onderzoeksmandaat beter werkt, dus waarom zouden we in Nederland hiermee wachten?’ Ploumen stelde de Kamerleden gerust en beloofde hierover een brief te sturen voor het kerstreces. Bangladesh De beleidsvoornemens voor de verbetering van de arbeidsomstandigheden in de textielsector in Bangladesh kwamen uitgebreid aan bod. ‘Moet er nu echt eerst een ramp gebeuren, voordat spelers hun verantwoordelijkheid nemen en er actie wordt ondernomen’ vroeg Sjoerdsma zich af. Bangladesh heeft wel degelijk wetten op dit gebied, maar deze worden niet nageleefd. Ploumen benadrukte dat het de taak is van de nationale overheid om hiermee aan de slag te gaan en verzekerde dat dit ook echt gebeurt. Echter, hiervoor heeft de Bengaalse overheid de hulp nodig van bedrijven en ngo’s. Kortom, de textielsector moet haar verantwoordelijkheid nemen. Ploumen prees dan ook het actieplan van Nederlandse textielbedrijven. Net als veel van de aanwezige partijen, betreurde ze dat er nog altijd bedrijven zijn die dit akkoord niet willen tekenen. Deze bedrijven zal ze daarom met klem verzoeken te tekenen en – belangrijker nog – erop toezien dat die handtekening ook daadwerkelijk iets betekent. De PvdA wilde weten wat de minister gaat doen met bedrijven die dit soort initiatieven niet willen ondertekenen. Doordat zij openbaar genoemd worden, wordt voor de consument duidelijk welke bedrijven wel of niet tekenen. Ploumen hoopte dan ook dat door peer pressure en consumentendruk, bedrijven zullen worden aangezet tot tekenen. Bedrijven die dit hebben gedaan, moeten vervolgens wel de kans krijgen om het actie plan uit te voeren. Ploumen garandeerde dat de voortgang wordt gemonitord en ze zegde de Kamerleden toe hierover te rapporteren. Naast nationale wetgeving, zijn ook globale standaarden belangrijk en in dit kader zag Ploumen een cruciale rol voor de ILO. De minister lichtte toe dat er een voortdurende dialoog plaatsvindt tussen de ILO, Verenigde Staten, Europese Unie en de overheid van Bangladesh. Bovendien worden er inspecteurs getraind, zodat arbeiders in de toekomst hun twijfels over de veiligheid van hun gebouwen kunnen aangeven bij onafhankelijke inspecteurs. Zodoende hoeft er hopelijk niet meer eerst een ramp te gebeuren, voordat er actie wordt ondernomen om de veiligheid van arbeiders te verbeteren.

Corona in Afrika: ‘Als de lockdowns aanhouden, komen er hongersnoden’

Door Frank van Lierde | 30 maart 2020

Het Afrikaanse continent zet zich schrap voor corona. Veel landen kiezen meteen voor het zwaarste scenario: de lockdown. Wat moet er gebeuren om een ramp af te wenden? Wat kunnen ontwikkelingsorganisaties doen? Gesprek met Jos Dusseljee, de gezondheidsexpert van Cordaid. ‘Virussen die de wereld voor lange tijd kunnen bedreigen, moet je als wereldgemeenschap bestrijden, in elk land waar ze bestaan of uitbreken.’

Lees artikel

‘Er wordt hier met grote verbazing naar Nederland gekeken’

Door Marc Broere | 27 maart 2020

Voor Kees Blokland, directeur van Agriterra, heeft de coronacrisis grote impact. Hij is er op meerdere lagen bij betrokken: via zijn zoon die op de spoedeisende hulp van het Rijnstate ziekenhuis in Arnhem werkt, via zijn Spaanse echtgenote met wie hij momenteel in Valencia verblijft en via de gevolgen voor de projecten van Agriterra, dat samenwerkt met  boerencoöperaties in Afrika, Azië en Latijns-Amerika. Een persoonlijk relaas vanuit Spanje waar in sommige media de aanpak in Nederland in één adem genoemd wordt met ‘corona-ontkenners’ als Donald Trump en de Braziliaanse en Mexicaanse  presidenten Bolsonaro en López Obrador. En waar het de marsen op Internationale Vrouwendag (8 maart) waren die voor een explosie en verspreiding van het virus zorgden.

Lees artikel

Het veldkantoor in verandering

Door Manon Stravens | 11 maart 2020

Ontwikkelingsorganisaties reppen aldoor over lokaal eigenaarschap, maar waarom maken Europeanen dan nog steeds de dienst uit in veel veldkantoren? ‘Wij zouden zelf ook vreemd opkijken als er in Nederland een Zimbabwaan wordt ingevlogen om met de vakbond of een ngo te werken.’ Een rondgang langs ICCO, Hivos en de Leprastichting.

Lees artikel
Scroll To Top