Door:
Evert-Jan Brouwer

12 september 2013

Categorieën

Tags

EJBVertellen cijfers eigenlijk wel het hele verhaal? Evert Jan Brouwer (Woord en Daad) nam de armoedecijfers die minister Ploumen in haar nota ‘Wat de wereld verdient’ gebruikt en die van het nieuwste rapport van het UN High Level Panel over de Post-2015 agenda eens kritisch onder de loep. En kwam tot verrassende conclusies… Wie een beetje statistiek heeft gehad, weet: met cijfers kun je stunten. Wie regelmatig een rapport onder zijn neus krijgt, heeft wel eens die ervaring: zie ik het nou goed? Of word hier met cijfers gegoocheld? Twee voorbeelden Ook op het terrein van ontwikkelingssamenwerking kun je ook die ervaring hebben. Laat ik twee recente publicaties noemen. Allereerst Minister Ploumens nota Wat de wereld verdient  en vervolgens het rapport van het UN High Level Panel over de Post-2015 agenda. Voorwaar niet de minste geschriften. We gaan er echt even voor zitten. Minister Ploumen schrijft in haar magnum opus: “Leefden in 1981 1,9 miljard mensen in extreme armoede, in 2010 waren dat er nog 900 miljoen. Waarschijnlijk daalt dat aantal nog verder tot 600 miljoen in 2015. Daarmee is Millenniumdoel 1 om extreme armoede te halveren in 2015 bereikt.”  Moedgevend voor al diegenen die zich uit roeping of bevlogen beroepskeuze met armoedebestrijding bezighouden…!? Het High Level Panel laat zich in vergelijkbare bewoordingen uit over de daling van armoede. “The 13 years since the millennium have seen the fastest reduction in poverty in human history: there are half a billion fewer people living below an international poverty line of $1.25 a day….. “ Overigens meldde de Wereldbank al in 2011 dat Millenniumdoel 1 gehaald was. Zowel de Minister als het Panel spreken over het aantal mensen dat dagelijks van $1,25 moet rondkomen. Nu ben ik geen econoom, maar met schroom plaats ik toch enkele kanttekeningen bij deze manier van omgaan met cijfers. Inflatie Konden arme mensen in 2000, in 2005 en in 2013 hetzelfde kopen voor $1,25 per dag? Wie op de Wereldbank website met armoedecijfers kijkt, constateert dat dit in niet één land het geval is. Als de inflatie in Nederland bijvoorbeeld tien jaar lang 2% per jaar is, kun je aan het eind daarvan voor €1,22 kopen wat je aan het begin daarvan voor €1 aanschaffen kon. De inflatie in veel ontwikkelingslanden ligt hoger dan in Nederland. Om een goed beeld te krijgen van de werkelijke armoededaling, schiet je dus niets op met een simpel statistiekje van hoeveel mensen $1,25 dollar per dag te besteden hebben. De eerste stap naar een eerlijk getalsmatig beeld van de werkelijkheid is dat inflatie meegenomen wordt in de cijfers. De Wereldbank hanteerde tot 2005 de grens van $1 per persoon per dag, en vanaf 2005 de grens van $1,25. Sinds 2005 is er al weer heel wat gepasseerd: economische en financiële crises, stijgende voedselprijzen etc. Is het misschien tijd voor een herijking van de $1,25 grens? Koopkracht Maar toch, ook met een herijking van die $1,25 ben je er niet. Want stel dat we er $1,50 van maken? Wat zegt dat? En kun je dan nog vergelijken met 1990 en 2005? Laten we dichterbij huis blijven. Binnenkort maakt het tandem-Rutte/Samsom bekend welke gevolgen €6 miljard extra bezuinigingen (ongeveer €1 per Nederlander per dag) hebben voor de koopkracht van de Nederlanders. Het woord ‘koopkrachtplaatje’ zal niet van de lucht zijn. Maar Rutte en Samsom gaan echt geen gemiddeld besteedbaar inkomen per persoon per dag noemen. Daar schiet niemand wat mee op. Ik vraag mij daarom af waarom Ploumen haar ambtenaren niet opdraagt om de koopkrachtplaatjes te achterhalen van bijvoorbeeld de Mozambikanen. Dat zou veel zinvoller zijn. Alleen een koopkrachtplaatje geeft antwoord op de vraag of, als een Mozambikaan in tien jaar 20% meer is gaan verdienen, hij met dat extra inkomen ook meer kopen kan. Stap één is dus: neem de inflatie mee. Stap twee is: bereken de koopkracht. Zijn we er nu? Dat is afhankelijk van je perspectief. Werk je op het Ministerie van Financiën in Mozambique en moet je de Rijksbegroting 2014 opstellen, dan kom je een heel eind als je de inkomensontwikkeling kunt afzetten tegen de inflatie en de doorwerking daarvan in de koopkracht van burgers. Big Mac Index Werk je echter op het Nederlandse Ministerie van Buitenlandse Zaken en moet je een analyse maken van de wereldwijde armoedeontwikkeling, dan is het niet genoeg. Dan moet je eigenlijk ook nog de koopkracht in land X vergelijken met die in land Y, om te weten of een Zambiaan eigenlijk niet veel meer betaalt voor een geit (en dus armer is) dan zijn Zimbabwaanse buurman over de grens. Dat heet dan deftig ‘koopkrachtpariteit’. Een aardig voorbeeld daarvan is de Big Mac Index, die vergelijkt wat mensen in verschillende landen eigenlijk voor een Big Mac betalen. Overigens is de zeggingskracht van de koopkrachtpariteit ook betwist en is de bekende ontwikkelingseconoom Andy Sumner bezig een nieuwe methode te testen om meer solide uitspraken te kunnen doen over wereldwijde armoede. Zie zijn recente paper met Peter Edwards. Tot zover klinkt het allemaal nog logisch. Maar in een lezenswaardig artikel laat Bill Gates zien dat wetenschappers ook met dezelfde data nog tot verschillende berekeningen komen: de een rekent voor dat Liberia het tweede armste land is, de ander zet het land nr. 7, en weer een ander op nr. 22. Wat kunnen we concluderen? 1. Ploumen en het Panel versimpelen de werkelijkheid. Je kunt eigenlijk weinig met hun rekensommen. Als onderbouwing voor beleid zijn ze te mager. Het is de vraag of hun optimistische beeld over armoedevermindering strookt met de werkelijkheid. Van bewust goochelen wil ik ze overigens niet beschuldigen. 2. Het nobele doel van de Post2015-mensen die in 2030 extreme armoede uitgebannen willen hebben (‘ getting to zero’), is gebaseerd op de $1,25 rekenmethode. Omdat die methode nietszeggend is, weten ze dus eigenlijk niet wat ze beloven. 3. Zelfs als we de koopkracht als uitgangspunt nemen, en die tussen landen vergelijken, blijft het een grote uitdaging om een scherp beeld te krijgen van wereldwijde armoede. Ook weten we dan alleen nog maar het inkomensaspect van armoede. We zullen bijvoorbeeld de Human Development Index of de Multidimensional Poverty Index ernaast moeten gebruiken om het beeld te completeren. Armoede is complex. Elk beeld dat we ervan hebben, heeft iets relatiefs. 4. Waar het High Level Panel in zijn rapport absoluut gelijk in heeft, is dat een datarevolutie nodig is om ons beeld over wereldwijde armoede te verbeteren. Zowel een revolutie in meetmethoden als een revolutie in dataverzameling. Overigens hoeft het ontbreken van een scherp getalsmatig beeld ons niet te verlammen of onzeker te maken. Armoede is de wereld niet uit. De zomervakantie ligt achter. Handen uit de mouwen! We laten ons tenslotte niet drijven door cijfers, maar door mensen! Evert-Jan Brouwer, politiek adviseur Woord en Daad

Een klimaatlijst voor Kaag

Door Joris Tielens | 13 september 2019

Stoppen met subsidies en exportkredieten voor fossiele brandstoffen, het beprijzen van CO2 en het tegengaan van belastingontduiking door de fossiele industrie. Het zijn een aantal zaken waarvoor minister Kaag internationaal moet pleiten tijdens de klimaattop in New York op 23 september, volgens de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV).

Lees artikel

De vergeten klimaattafel

Door Joris Tielens | 04 september 2019

Het klimaatakkoord is veelbesproken, maar de helft van de ‘Nederlandse’ CO2-uitstoot blijft onderbelicht: die in het buitenland. Valt klimaatverandering te beperken door geen subsidies meer te geven aan de fossiele industrie, door meer klimaatdiplomatie? Heleen de Coninck en Marcel Beukeboom kijken voorbij de grenzen.

Lees artikel

Opinie: ‘Brief minister Kaag over maatschappelijk middenveld: analytisch zwak en weinig ambitieus’

Door Fons van der Velden | 09 juli 2019

Het is een groot goed dat de Nederlandse overheid zoveel fondsen ter beschikking stelt voor de versterking van maatschappelijke organisaties en maatschappelijk middenveld, schrijft Fons van der Velden in deze opiniebijdrage naar aanleiding van de kamerbrief van minister Kaag. Maar hij vindt de brief analytisch zwak en van weinig ambitie getuigen. Wat had beter gekund?

Lees artikel