Door:
Manon Stravens

25 juli 2013

Categorieën


Tags

Manon2Aanstaande zondag is het zover: de eerste verkiezingen in Mali sinds de staatsgreep van maart 2012 en de Franse interventie begin dit jaar. Zijn de lessen geleerd en is Mali er klaar voor of blijft alles bij het oude? Manon Stravens, die vier jaar voor ICCO in Mali werkzaam was, blikt vooruit.  “De mensen halen hun verkiezingspas op. Niet om te stemmen, maar uit nieuwsgierigheid, omdat het op een bankpas lijkt en de meesten hebben dat niet.” De gebruikelijke spot van goede vriend Mo slaat digitaal ook nog altijd aan. De biometrische verkiezingspas NINA (nationaal identificatienummer), is geproduceerd door het – uiteraard – Franse bedrijf Morpho en is een primeur voor Mali. Gemaakt voor zo’n zeven miljoen Malinezen die dit weekend naar de stembus moeten gaan. Mooi pasje met een mooie naam. En vooral minder fraudegevoelig. Of het ding erin gaat slagen de gebruikelijke < 30% opkomst op te krikken en een legitieme, maar vooral veranderingsgezinde regering op het pluche te krijgen, is natuurlijk de grote vraag. Naweeën Mali staat in het teken van de snel naderende verkiezingen op 28 juli. Een eventuele tweede ronde is gepland op 11 augustus. De verkiezingen moeten de constitutionele orde herstellen na de uit de hand gelopen staatsgreep van maart 2012. Nog middenin de naweeën van de oprukkende rebellen en de Franse interventie van begin dit jaar, of ze staat alweer voor de volgende vuurproef. De nationale noodtoestand is er speciaal even voor opgeheven. Niet omdat er geen noden meer zijn, maar omdat het campagnecircus toch ooit van start moest kunnen gaan. De kandidaten hebben een schamele twintig dagen om een half onherbergzaam land, dertig keer zo groot als Nederland, door te toeren. Ondertussen moeten alle stemgerechtigden over het hele land, inclusief de diaspora en het half miljoen vluchtelingen in binnen- en buitenland, worden geregistreerd en van een Nina voorzien. Dat is een immense klus. De rebellen zijn wellicht de woestijn in gedreven, maar de overheid, inclusief verkiezingscomité, is daar nog zeker niet in alle ‘cercles’ op zijn plaats. De stad Kidal is nog altijd onrustig. Recentelijk zijn er nog een aantal Malinese officials ontvoerd (en weer vrijgelaten) tijdens het distribueren van verkiezingskaarten. Daarbij is het Ramadan en zitten we middenin het zaaiseizoen. Allemaal niet de beste kwaliteit ingrediënten voor een goede soep. Maar met de verkiezingskoorts wordt hij niettemin heet opgediend. ‘Slechte verkiezingen is beter dan geen verkiezing. We willen een legitieme president’ zegt een collega. Niet klaar voor Critici in binnen- en buitenland denken dat de voorwaarden voor eerlijke verkiezingen nooit voor de 28e vervuld zullen worden. Ze hekelen de druk en bemoeienis van de internationale gemeenschap. Zonder een democratisch gekozen regering geeft de VS geen hulp en Frankrijk heeft een legitieme regering nodig om te kunnen zeggen dat het militaire avontuur van de afgelopen maanden is geslaagd. Eén van de 28 kandidaten heeft zich al teruggetrokken. Tiebilé Dramé, voormalig onderhandelaar van de Ouagadougou akkoorden tussen Toearegs en Bamako, noemde de Franse Minister van Buitenlandse Zaken Laurent Fabius de ‘Directeur van de Malinese verkiezingen’. Ook de president van de CENI, de onafhankelijke verkiezingscommissie, twijfelde eind juni aan de haalbaarheid. Ze zegt nu wel klaar te zijn. We moeten het nog zien. Iedereen erkent de imperfecties. Niet iedereen zal kunnen stemmen en de resultaten zullen ongetwijfeld betwist gaan worden. De echte cynici achten een nog grotere chaos, aanslagen of zelfs een derde staatsgreep mogelijk. Alle scenario’s passeren de revue. Niettemin lijkt de 28e vast te staan. Ik denk ook dat Mali er niet klaar voor is. Iets meer lucht zou goed zijn voor de logistiek en de geloofwaardigheid. De vraag is echter of met een paar maanden uitstel heel veel verschil wordt gemaakt. Laten we eerlijk zijn, onder normale omstandigheden haalt het land al geen 30% verkiezingsopkomst en de uitslagen worden toch wel betwist. Zoals altijd en bijna overal in de wereld tijdens presidentsverkiezingen. Onrust kunnen we zeker ook verwachten, maar ik voorzie geen grootschalig verkiezingsgeweld. Dat is gewoon niet zo Malinees. Mocht het wel zo zijn, dan staat er een halve VN Vredesmacht paraat om in te grijpen. Bert Koenders, het hoofd van de missie, heeft nog een paar dagen om de andere helft en materieel in place te krijgen. Maar het glas is al half vol. Kortom, mijn zorgen zitten hem niet zo zeer in de dagen rondom 28 juli. Ze zitten meer in het daarna. We weten inmiddels dat de Malinese democratie meer façade dan inhoud was. Vergelijkbaar met een prachtige historische voorgevel op een paar wankele houten palen. Zorgvuldig gefinancierd en in stand gehouden door de internationale gemeenschap in de rol van Monumentenzorg. Vorig jaar helaas toch compleet ineen gestort. Welke lessen trekken we daaruit? Van een crisis kan je leren, wordt toch altijd gezegd, maar trekken we er überhaupt wat uit? Niet als ik het hele verkiezingsproces zo van een afstandje bekijk. Dat riekt wat mij betreft naar een oude ongewassen voet. Oude façade We hebben 27 kandidaten. Ruim tweederde is van de oude politieke klasse of er sterk aan gelieerd. En die zijn grotendeels verantwoordelijk voor wat er vorig jaar is gebeurd. Ze hebben allemaal dezelfde verkiezingsthema’s vrede, veiligheid, onderwijs, werk en de strijd tegen corruptie. Met nauwelijks concrete uitwerkingen van het hoe. ‘De kandidaten verschillen niet zo zeer in hun verkiezingsprogramma, maar des te meer in de grootte van hun campagnebudget’, mailt Ibrahim, een goede vriend. Met een sneer naar de grote mannen: ‘Het is een schandalige etalage. Hun campagne financieren ze met door corruptie bij elkaar gesprokkeld publiek geld.’ En daar waar de verkiezingskoorts in het zuiden is losgebarsten, gaan de kandidaten nog niet en masse naar het noorden, het hart van de Toearegrebellie. Te spannend. Als dát al het geval is met campagne voeren, wat moet dat dan worden met de uitvoer van al die verkiezingsbeloftes? En ten slotte de internationale gemeenschap. Het feit dat Frankrijk, de VS, VN, EU én het West-Afrikaanse ECOWAS zo’n grote druk op Mali leggen “de geplande datum te respecteren”, bevestigt voor mij dat we de oude façade gewoon weer met zijn allen staan op te trekken. Organiseer dat nou even, dan kunnen we weer verder. Op de oude voet. Ons aller zo geliefde Mali Ba (groot Mali) heeft al zoveel beroering doorstaan gedurende de afgelopen anderhalf jaar. Er is hoop dat de verkiezingen een sortie de crise teweeg gaan brengen en er is een geloof dat er lessen zijn geleerd. Ik ben nog niet zo overtuigd, maar voor het land dat ik in mijn hart gesloten heb, hoop ik van harte mee.

‘Empathie gaat armoede niet oplossen’

Door Lys-Anne Sirks | 18 oktober 2018

Tien jaar lang werkte de Oegandees Sean Patrick binnen de ontwikkelingssector. Maar omdat hij daar naar eigen zeggen geen duurzame verandering kon bewerkstelligen, begon hij als ‘pastarebel’ zijn eigen bedrijf, de Green Banana Food Company. Hoe kijkt hij aan tegen de beleidsnota ‘Investeren in perspectief’ van minister Kaag?

Deel 1 van een serie waarin zuidelijke experts hun visie op de beleidsnota geven.

Lees artikel

Internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen staat nog in de kinderschoenen

Door Lennaert Rooijakkers | 15 oktober 2018

Iedereen heeft de mond vol over internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen (IMVO). En inmiddels zijn er al vijf convenanten die dat moeten bevorderen van kracht en zitten er nog vier in de pijplijn. Maar is het daarmee ook al integraal onderdeel van het zaken doen in het buitenland geworden?Vice Versa duikt aan begin van week twee van het dossier hulp en handel in de wondere wereld van IMVO.

Lees artikel

‘Beleid hulp en handel alleen succesvol als Nederlandse bedrijven meer lokaal inkopen’

Door Joris Tielens | 12 oktober 2018

De Nederlandse overheid moet Nederlandse bedrijven in Afrika aansporen om lokaal grondstoffen in te kopen, werk te bieden aan Afrikanen en te investeren in Afrikaanse bedrijven. Alleen dan kan het beleid van minister Kaag een succes worden, denkt prof. Chibuike Uche, hoogleraar bij het Afrika Studie Centrum.

Lees artikel