Door:
Karlijn de Wolff

23 juli 2013

KeesOver het Budget Internationale Veiligheid (BIV) is de laatste tijd een hoop te doen. De meningen zijn aardig verdeeld zoals uit eerdere opiniestukken is gebleken. ViceVersa vond het tijd voor wat meer verdieping en vroeg een analyse van Kees Homan. Is de definitie ‘ontwikkelingsrelevant’ haalbaar en in hoeverre dienen defensie en ontwikkeling aan elkaar verbonden te worden? Homan is Generaal-Majoor der mariniers buiten dienst en is als senior onderzoeker verbonden aan Instituut Clingendael. Hij is een expert op gebied van internationale veiligheid en defensiebeleid. Instituut Clingendael is een onderzoeksinstituut, een denktank en een academie, gericht op de internationale betrekkingen. Het instituut bracht begin dit jaar een rapport uit over de krijgsmacht van de toekomst. Homan is de aangewezen persoon om de discussie rond het BIV is een breder perspectief te plaatsen. In hoeverre is het Budget Internationale Veiligheid nu echt een vernieuwende constructie? In het regeerakkoord van het vorige kabinet wilde men de 3D-benadering, defense, diplomacy, development, al meer inhoud gaan geven en dat komt tevens terug in dit regeerakkoord, dit is dus niet iets nieuws. Het idee dat veiligheid en ontwikkeling aan elkaar verbonden zijn is min of meer ontstaan ten tijde van minister Van Ardenne, kabinet Balkenende II en III. Deze twee zaken zijn nauw aan elkaar verbonden; voor ontwikkeling heb je veiligheid nodig en voor veiligheid heb je ontwikkeling nodig, dat is ook de typische 3D-benadering. Wat wel veranderd is, is het locatie van het budget. Voorheen was er 190 miljoen beschikbaar voor vredesmissies. Dit budget is nu weggehaald bij Defensie en voor een belangrijk deel ondergebracht bij het Budget Internationale Veiligheid. De eindverantwoordelijkheid ligt nu bij de minister Ploumen van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, maar de besteding van het budget moet in overeenstemming met de minister van Defensie en de minister van Buitenlandse Zaken. Wat dit naar mijn idee betekent is dat er altijd consensus zou moeten zijn over de plannen tussen de verschillende ministers, maar dat wanneer er verantwoording moet worden afgelegd dat het dan primair de taak is van minister Ploumen. Nieuw is overigens ook dat de Nederlandse economische belangen worden meegenomen in de besteding van het budget. Wat vindt u van deze constructie? Dat er één minister verantwoordelijk wordt gemaakt vind ik juist, er moet iemand zijn die verantwoording aflegt. Wat betreft de 3D-benadering stel ik mijzelf wel een aantal vragen. In de brief wordt al aangegeven dat dit soort zaken, zoals militaire vredesmissies, veelal langdurig van aard zijn. Ik vraag mij persoonlijk af of Nederland bereid is, gezien de ervaring in Uruzgan, om langdurig militairen in een bepaald operatiegebied te plaatsen. Als we ons voor een substantiële tijd ergens op vastleggen, kunnen we weinig andere dingen doen met onze krijgsmacht. Wat dat betreft moeten er dus keuzes worden gemaakt. Met name in post-conflict situaties is langdurige verbintenis veelal wel nodig, omdat het een lange tijd vergt eer er over een stabiele maatschappij gesproken kan worden. Hier is dan ook het spanningsveld zichtbaar tussen militairen, die er met name zijn voor de quick-fix approach, en de ngo’s, die een lange-termijnperspectief hebben. Als militair wil je je veelal zo snel mogelijk overbodig maken en je terugtrekken, terwijl ngo’s over het algemeen veel langer in een gebied aanwezig zijn. Binnen de 3D-benadering moet dit toch met elkaar in overeenstemming worden gebracht, zowel de korte termijndoelstellingen als de lange termijndoelstellingen. Dat is ook vaak het commentaar van ngo’s, dat het gevaarlijk is defensie en ontwikkelingssamenwerking zo expliciet met elkaar te verbinden. Deelt u die mening? Inderdaad. Een goed voorbeeld is Uruzgan, waar ngo’s in beginsel wel willen samenwerken met militairen maar niet daadwerkelijk gezien willen worden met militairen. De reden hiervoor is dat militairen over het algemeen al snel als partijdig worden gezien. Als je je als ngo zichtbaar met militairen inlaat, krijg jij eveneens de stempel partijdig te zijn en dat brengt gevaar met zich mee. Dat maakt je als ngo, of als medewerker van een ngo, kwetsbaar. In de brief wordt gesteld dat de militaire missies ontwikkelingsrelevant moeten zijn, maar er wordt niet gespecificeerd wat dit precies inhoudt. Hoe kijkt u hier naar? De vraag is inderdaad hoe ‘ontwikkelingsrelevantie’ precies te definiëren valt. In de Kamerbrief wordt bijvoorbeeld de herstructurering van de veiligheidssector genoemd als ontwikkelingsrelevant. Dit zou betekenen dat je militairen zou moeten opleiden en onder civiele controle zou moeten brengen. Er zou een politieapparaat moeten worden opgericht, maar er zou bijvoorbeeld ook een openbaar ministerie, rechtbanken en gevangenissen moeten komen. ‘De veiligheidssector’ is dus nogal een breed begrip en over de ontwikkelingsrelevantie kun je daarom eindeloos van mening verschillen. Daarbij moet gezegd worden dat wat er in Uruzgan is gebeurd, hoe je het ook wendt of keert, natuurlijk ontwikkelingsrelevant was. Er zijn allerlei landbouwprojecten uitgevoerd, er zijn scholen opgericht en ziekenhuizen. Dat alles is in het kader geweest van de ontwikkeling van het land richting een levensvatbare samenleving. Er zijn duidelijke ontwikkelingsdoelstellingen gesteld in de brief en daar moet natuurlijk zoveel mogelijk inhoud aan worden gegeven, zowel met financiële middelen als met andere instrumenten. Maar dat gaat niet gemakkelijk zijn want het concept van ontwikkelingsrelevantie is denk ik een begrip waar de VVD en de PvdA een heel verschillende interpretatie aan kunnen geven. Het is toch een soort containerbegrip geworden. Het is een begrip zonder scherp afgebakende betekenis, waardoor de invulling wat vrij is en er veel onder geschaard kan worden. Wat vindt u van de invulling van dit budget, voor welke doeleinden zou het gebruikt moeten worden? De inzet van het BIV voor Patriot raketten, daar kun je natuurlijk je twijfels over hebben. Maar wat betreft een militaire interventie in Mali en de anti-piraterijmissies moet er wel één ding duidelijk zijn: hier gaat het tegenwoordig om de comprehensive approach, de 3D-benadering De anti-piraterijmissie, waar wij binnen de Europese Unie (EU) deel aan nemen, bestaat uit de inzet van allerlei verschillende middelen. Er worden via de EU ook vele civiele instrumenten ingezet, bijvoorbeeld ter ondersteuning van de vredesmissies in Somalië wordt de kustwachtcapaciteiten van het land opgebouwd. Het is dus een geïntegreerde benadering van de Europese Unie waarbij zowel civiele, als militaire instrumenten worden ingezet, de anti-piraterijmissie op zee is hier slechts één element van en bestrijdt enkel het symptoom. Op het land is de EU met allerlei projecten bezig om te proberen de oorzaken van piraterij weg te nemen. Het is van groot belang dat er zowel civiele als militaire middelen worden ingezet, de 3D-benadering tracht dit te bewerkstelligen en als we dit op een goede manier kunnen inzetten kan het zeker iets positiefs zijn.


 

Het Raadsel van de ander

Door Vice Versa | 08 oktober 2019

In de nieuwe Vice Versa die komend weekend verschijnt staat ‘de ander’ centraal en zoeken we naar een nieuw, progressief narratief. Angst voor de ander kun je alleen bestrijden met menselijke verhalen, schrijven Ayaan Abukar en Marc Broere.

Lees artikel

Bouwstenen voor een nieuw Latijns-Amerika beleid

Door Vice Versa | 01 oktober 2019

Hoewel Latijns-Amerika al een tijd verdwenen is uit de spotlichten van de Nederlandse politiek, hebben we meer met elkaar te maken dan we denken. Is het niet tijd voor een nieuw en actief Latijns-Amerika beleid? Op maandagmiddag 14 oktober gaan we hierover in Den Haag tijdens de bijeenkomst ‘Het Koninkrijk en zijn buren’ in gesprek met experts en politici.

Lees artikel

Amsterdam ontmoet Mogadishu

Door Lizan Nijkrake | 28 september 2019

Daily Paper, het Amsterdamse straatmodemerk, maakte een collectie T-shirts met tekeningen van voormalige kindsoldaten in Somalië. Wat begon als een klein project voor het Elman Peace Center, leidde dankzij sociale media tot iets groters: fotografen en filmmakers, muzikanten en klanten bieden hun hulp aan. ‘Jonge mensen zijn vaak zó idealistisch, ze willen betrokken blijven.’ Een profiel.

Lees artikel