thorbeckezaal Gisteren vond de hoorzitting over de beleidsnota ‘Wat de wereld verdient’ plaats. Tijdens het eerste deel, waarin vertegenwoordigers uit de ontwikkelingssector werden gehoord, was weinig enthousiasme te bespeuren voor de plannen van minister Ploumen. Het begrip ‘inclusieve groei’ riep veel verwarring op en ook de discussie over sociale versus productieve sectoren bloeide weer op. De hoorzitting, die door Sjoerd Sjoerdsma (D66) was aangevraagd, gaf gisteren de ruimte aan deskundigen en betrokkenen om een toelichting te geven op de nota die minister Ploumen op 5 april j.l presenteerde. Tijdens de eerste deelsessie over ontwikkelingssamenwerking en armoedebestrijding was het aan vertegenwoordigers van de sector ontwikkelingssamenwerking, die zowel kennisinstellingen als organisaties vertegenwoordigden, om hun reacties te uiten. In een goed gevulde Thorbecke zaal konden toehoorders tijdens de ruim een uur durende hoorzitting de vijf uitgenodigde deskundigen kritische kanttekeningen bij de beleidsnota horen plaatsen. De aanwezige Kamerleden konden de sprekers hierop vragen ter verduidelijking stellen. Deze informatie dient als basis voor het uitgebreide Kamerdebat  dat op 23 mei a.s. plaatsvindt waarin de nota door minister Ploumen van verdere toelichting wordt voorzien. Inclusieve ontwikkeling Ton Dietz, hoogleraar en directeur van het Afrika Studiecentrum betreurde allereerst de woordkeus van de minister in de nota waar zij ‘inclusieve groei’ bepleit. ‘Dit suggereert een enge agenda,’ volgens Dietz ‘met verstrekkende gevolgen voor ontwikkelingssamenwerking.’ Hij legt uit: ‘Als je teveel inzet op economische groei heb je grote kans dat de sociale kant van ontwikkeling, zoals gezondheid en welzijn, onderbelicht blijft. In de jaren ’60 en ’70 propageerde de Wereldbank deze economische groei agenda, maar daar zijn ze op terug gekomen. Als we deze benadering hanteren zetten we de klok twintig jaar terug in de tijd. Dat kan toch zeker niet van deze minister de bedoeling zijn?’ vraagt Dietz retorisch. Evert-Jan Brouwer, politiek adviseur van stichting Woord en Daad, gaat nog verder en vindt dat er sprake is van een strategische omissie bij de verbinding tussen sociale en economische ontwikkeling. Deze keuze is volgens Brouwer zeer onverstandig, want ‘ontwikkelingsdoelstellingen kunnen niet behaald worden zonder investering in onder andere goed onderwijs.’ Ook volgens Rolph van der Hoeven, hoogleraar International Institute for Social Studies is de benadering van ontwikkelingssamenwerking zoals in de nota gepresenteerd niet van deze tijd. ‘Ontwikkelingssamenwerking wordt gezien als technisch proces, maar ontwikkeling is niet lineair. Het is een uitkomst van tegengestelde bewegingen waarbij hulp een katalyserende rol heeft en de zwakken bij staat in het proces.’ Daarnaast is het volgens Dietz onduidelijk wat die inclusiviteit precies behelst, ‘want om wie gaat het nu?’ vraagt hij zich af. ‘Zijn het de gemarginaliseerde groepen in de samenleving; vrouwen, jongeren, mensen met een beperking of hebben we het over iedereen?’ In dit kader pleit Dietz voor het gebruik van de terminologie inclusieve ontwikkeling. Hierbij gaat het niet alleen om economische groei, maar ook om een eerlijkere verdeling van de welvaart. Kritisch maatschappelijk middenveld Op dit punt krijgt Dietz bijval van de andere sprekers, die ook het aanpakken van de groeiende ongelijkheid als een belangrijk onderdeel van ontwikkelingssamenwerking zien. ‘De vraag is: wie profiteert van deze benadering’ stelt Oxfam Novib directeur Farah Karimi. ‘Gemiddelden zeggen niets in ontwikkelingssamenwerking, we moeten investeren in gelijkheid en een kritische middenklasse.’ Alexander Kohnstamm, directeur van brancheorganisatie Partos vult aan: ‘We moeten investeren in mondige, zelfredzame burgers. Je hebt een kritisch maatschappelijk middenveld nodig voor een stabiele staat. Dat is daar echt niet anders dan hier.’ Dit is volgens hem niet alleen bevorderlijk voor de democratie zoals hij socioloog en CDA prominent Anton Zijderveld citeert, maar ook voor het bedrijfsleven is deze investering en de focus op goed bestuur op de lange termijn noodzakelijk. ‘Goedkoop is duurkoop’, concludeert Kohnstamm. Dutch Good Growth Fund Hiermee refereert Kohnstamm aan het Dutch Good Growth Fund dat ook van de andere sprekers op kritiek kan rekenen. Ten eerste wordt er door sommigen getwijfeld aan de toegevoegde waarde van dit revolverend fonds. ‘ We hebben het FMO toch al?’ vraagt iedereen zich af. Bij de onderbouwing van dit argument put Karimi uit haar eigen ervaring als Tweede Kamerlid waar ze veel met de Nederlandse ontwikkelingsbank te maken kreeg. ‘Bij het FMO hebben we kunnen zien dat investeringen met een hoog risicoprofiel vaak leiden tot verliezen. De overheid heeft hier moet bijspringen en daarna heeft FMO het risicoprofiel verlaagd’, herinnert Karimi zich. ‘Voor deze lessen hebben we flink wat betaald, waarom moeten we daar nu opnieuw mee beginnen? De overheid bezit nog steeds 51% van de aandelen van FMO. Als ze een andere koers willen dan kunnen ze het ook zo veranderen.’ Ook Kohnstamm uit zijn verwarring wanneer hij vraagt voor welk probleem deze pot geld eigenlijk een oplossing is. ‘We moeten Nederlandse bedrijven niet subsidiëren om naar een land te gaan waar ze in eerste instantie niet willen ondernemen en we moeten ook bedrijven niet subsidiëren om naar landen te gaan waar ze sowieso al heen zouden gaan.’ Van der Hoeven brengt de zaal aan het lachen wanneer hij het probleem relateert aan de recente uitspraken van Christine Lagarde, directeur van het International Monetary Fund (IMF): ‘De nota komt misschien tegemoet aan de aanbevelingen van mevrouw Lagarde, die stelde dat Nederland meer moet groeien. Maar’ voegt hij er in alle ernst aan toe, ‘we praten hier wel over ontwikkelingssamenwerking.’ Lokaal In dit kader pleit Brouwer er dan ook voor om de focus van het revolverend fonds volledig op het lokale midden- en klein bedrijf (mkb) te richten. Dit moet volgens hem gepaard gaan met goed flankerend beleid waar capaciteitsopbouw, training en kapitaalverstrekking belangrijke uitgangspunten van zijn. ‘Wij zijn daarmee dus ook tegen exportfinanciering’ voegt Brouwer er aan toe. Hier is Karimi het roerend mee eens en ze noemt exportfinanciering ‘de ergste besteding van ontwikkelingsgeld. Bovendien’, vervolgt ze ‘ kan het helpen van het Nederlands bedrijfsleven worden gezien als staatssteun en dat is tegen de regels van de Europese Commissie. ‘Het is toch niet de bedoeling dat er concurrentievervalsing komt?’ vraagt Karimi terwijl ze kijkt naar coalitiepartners Marit Maij (PvdA) en Ingrid de Caluwé (VVD) en voegt daar spottend aan toe: ‘Dat zouden we als goede liberalen toch niet willen?’ Andere visie  Alle sprekers zijn het er over eens dat als er ontwikkelingsgeld naar het bedrijfsleven toe gaat er in ieder geval streng op moet worden toegezien dat deze investeringen ook ontwikkelingsrelevant worden ingezet. Om deze bewering kracht bij te zetten citeert Kohnstamm VNO-NCW voorman Bernard Wientjes, die erkent: ‘ondernemers hebben tegenwicht nodig omdat ze niet alleen tegen die grens aan zitten, maar er ook overheen gaan.’ Ten slotte vat Kohnstamm vanuit zijn eigen visie het sentiment van de sprekers in deze eerste deelsessie van de hoorzitting goed samen: ‘We zijn niet anti bedrijfsleven of tegen economische ontwikkeling, maar we hebben wel een andere visie.’ Meer lezen? Bekijk hier deel 2, deel 3, deel 4 uit de serie over hoorzitting Tot deze week kunnen de Kamerleden vragen indienen ter verduidelijking van de beleidsnota van minister Ploumen. Deze vragen zullen behandeld worden in het Kamerdebat op 23 mei.       

Hoe de ziel uit de ngo-sector verdwijnt

Door Marc Broere | 13 november 2019

Ze behoren tot de pioniers en innovators van de milieubeweging en ontwikkelingssamenwerking in Nederland en vormden decennialang een spraakmakend duo. Hoewel ze volop genieten van hun pensioen, luiden Ron van Huizen en Hans Guijt de noodklok over een ontwikkeling die hen zorgen baart: raden van toezicht die ontwikkelingsorganisaties willen laten besturen alsof het bedrijven zijn. ‘Stop met de idiote doelstelling dat je altijd moet groeien.’

Lees artikel

Deugen de meeste mensen nu wel of niet?

Door Hans Beerends | 31 oktober 2019

Historicus Rutger Bregman stelt in zijn nieuwe boek dat de meeste mensen deugen, verwijzend naar de prehistorie. Daar staat volgens Hans Beerends tegenover dat veel deugende mensen zich ook gemakkelijk laten misleiden.

Lees artikel

Het Raadsel van de ander

Door Vice Versa | 08 oktober 2019

In de nieuwe Vice Versa die komend weekend verschijnt staat ‘de ander’ centraal en zoeken we naar een nieuw, progressief narratief. Angst voor de ander kun je alleen bestrijden met menselijke verhalen, schrijven Ayaan Abukar en Marc Broere.

Lees artikel