Door:
Lau Schulpen

1 februari 2013

Categorieën

Tags

hulpvoorbijOntwikkelingssamenwerking is toe aan een nieuwe koers. De vraag is echter welke kant ze op moet. Twaalf auteurs geven hierop antwoord in het boek ‘De hulp voorbij? Op zoek naar Internationale Samenwerking’ onder redactie van Rob Visser, Lau Schulpen en Willem Elbers. Maar weinigen in het wereldje van de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking zullen tegenspreken dat OS aan een fundamentele herbezinning toe is. Discussies onder zulke titels als Smart Aid van Vice Versa en Future Calling van the Broker getuigen dan ook van een breed gevoelde noodzaak van verandering. Ook het ministerie mengt zich in het debat. De drie trends die demissionair staatssecretaris Knapen tijdens zijn EVS-lezing benoemde – namelijk de opkomst van nieuwe spelers, mondiale publieke goederen, en veranderingen in het armoedepatroon – zullen velen waarschijnlijk bekend in de oren klinken. Aan deze trends kunnen bovendien met gemak nog vele andere worden toegevoegd. De vraag hoe het dan anders moet, is echter een stuk lastiger. Knapen stelde daarover terecht dat hij ‘niet alle antwoorden heeft’. Hét antwoord op die trends en uitdagingen bestaat ook simpelweg niet. We moeten dan ook oppassen in die zoektocht naar de toekomstige vormgeving van internationale samenwerking (IS) niet op zoek te gaan naar de zoveelste magic bullet. Black box De publicatie De hulp voorbij? Op zoek naar internationale samenwerking presenteert dan ook geen magic bullets. Anders gezegd: het levert geen eenduidig inhoudelijk advies over de inrichting, vormgeving of organisatie van een toekomstige IS. Wel geeft het boek nieuwe invalshoeken om de discussie over die toekomstige IS te kunnen voeren. Het is logisch dat we ons daarbij afvragen of de huidige manier van werken en de onderliggende beleidsdoelen en aannames nog wel kloppen in een wereld die de laatste decennia sterk is veranderd. Het boek kiest een benadering die momenteel in het debat grotendeels ontbreekt: het functioneren van de donor zelf. Feitelijk ligt hierbij de vraag ten grondslag in welke mate de donor zelf klaar is voor de toekomst. Ervaringen uit de praktijk laten zien dat dit geen vanzelfsprekende vraag is. Tot nu toe wijst de donorwereld in het gros van de discussies vooral naar buiten en is maar mondjesmaat in staat en bereid om haar eigen rol tot onderwerp van debat te maken. In deze publicatie zullen we deze black box trachten open te breken. Redenerend dat zachte heelmeesters stinkende wonden maken, gaat dat openbreken gepaard met kritische, maar constructieve, analyses. En die analyses worden nu eens niet door deskundigen van ‘buiten’ gemaakt maar door mensen die hun sporen binnen de praktijk van de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking hebben verdiend. Voor het overgrote deel zijn dit beleidsmakers en uitvoerders van zowel het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken als (Nederlandse) ngo’s. Deze ‘insiders’ zijn door hun jarenlange ervaring en vertrouwdheid met de praktijk bij uitstek in staat om lessen te trekken uit het verleden. Die reflectie op het functioneren van de donor levert een bijdrage aan het bewustzijn voor de noodzaak van verandering van OS in IS. Daarmee beoogt het boek een bijdrage te leveren aan de discussie over de hervorming van OS en de totstandkoming van een toekomstbestendige internationale samenwerking. Hoewel kritisch is het geenszins bedoeld als een eenzijdige aanval op ontwikkelingssamenwerking. We pleiten dan ook niet voor een eenvoudig afschaffen van OS maar voor herbezinning en transformatie. Sterker nog, wat ons betreft is de noodzaak van internationale samenwerking groter dan ooit te voren gezien de toenemende complexiteit en het grensoverschrijdende karakter van de vele vraagstukken van deze tijd. Beschavingsoffensief Het boek bestaat uit twee delen. Het eerste deel zet de toon door de noodzaak van verandering vanuit verschillende gezichtpunten te belichten. De bijdragen van Johan van de Gronden (Wereld Natuur Fonds), Peter Konijn (Knowing Emerging Powers), Laurent Umans (Ministerie van Buitenlandse Zaken) en Henk Molenaar (WOTRO) laten zien dat simpelweg op de oude manier doorgaan niet langer een optie is. De uitgangspunten ‘ik kom u helpen’ en ‘ik kom u moderniseren’ – hoewel die in sommige gevallen goed hebben uitgewerkt – achten zij niet langer van deze tijd. Een ‘nieuw beschavingsoffensief’ is nodig en daarbij hoort een ‘radicaal andere inrichting van internationale samenwerking’. Het tweede deel van het boek kijkt vanuit het verleden naar de toekomst. Hierbij staat de vraag centraal wat de huidige beleidspraktijk ons leert voor de toekomstige vormgeving van internationale samenwerking. Zo zoomt ambassadeur Karel van Kesteren in op samenwerking tussen donoren, terwijl ambassadeur Arie van der Wiel en Dorine van Norren (ministerie van Buitenlandse Zaken) zich buigen over de landenconcentratie. Oud-ambassadeur Bernard Berendsen analyseert de organisatie van ontwikkelingssamenwerking binnen het ministerie, en Margreet Moolhuijzen (ministerie van Buitenlandse Zaken) en hoogleraar bestuurskunde Paul Hendriks nemen het lerend vermogen van het ministerie onder de loep. Tot slot beschrijft oud-medewerker van Kerk in Actie Jaap Breetvelt hoe ‘zijn’ organisatie het contact met haar waarden en achterban kwijtraakte en gaat wetenschapper Willem Elbers (CIDIN) in op de vraag welke managementstijl vereist is voor de toekomst van internationale samenwerking. De auteurs raken aan een groot aantal thema’s. Dat geldt bijvoorbeeld voor samenwerken tussen donoren. De analyse laat zien dat die samenwerking verre van vlekkeloos verloopt en wellicht zelfs voor een belangrijk deel niet existent is. Dat maakt donoren slecht toegerust voor de toekomst, omdat daarin die samenwerking nog lastiger zal worden vanwege de grote toename van het aantal ‘ontwikkelingsactoren’ en de onoverzichtelijke complexiteit van de mondiale problemen. Of wat te denken van de fuik waar volgens Johan van de Gronden (zie ViceVersa #5) het ‘hele stelsel’ in is gelopen. De auteurs in het tweede deel beschrijven die fuik in groter detail en laten duidelijk de consequenties zien. Daarmee is overigens nog niet gezegd dat erin de toekomst geen plaats meer is voor beheersing en controle. De daarbij behorende managementstijl past soms wel, maar soms ook niet. Ook leren is een vaker terugkerend punt. Het moet daarbij niet langer alleen gaan om de vraag of we de dingen goed doen, maar ook (of juist) of we de goede dingen doen. Duidelijk is dat <i>searching, trial and error,<i> het accepteren van risico’s, en het genoegen nemen met vage compromissen in de toekomst meer zullen voor komen. Die laatste punten (met een nadruk op searching en trial and error) zullen in de zoektocht naar een toekomstbestendige IS centraal staan. Niet alleen omdat elke toekomst per definitie onzeker is, maar juist omdat het moet gaan om een paradigmawisseling. Het is geen kwestie van nieuw beleid in een oud jasje. Het jasje zelf is hoognodig aan vervanging toe. Wilt u dit boek GRATIS ontvangen? Neem dan een abonnement op Vice Versa en krijg dit boek cadeau! Bent u al abonnee? Ontvang dit boek dan MET KORTING! Stuur een email naar abonnementen[a]viceversaonline.nl

Het boek ‘De hulp voorbij? Op zoek naar internationale samenwerking’ is tot stand gekomen onder redactie van Rob Visser, Lau Schulpen en Willem Elbers en uitgegeven door KIT Publishers.

   

5 jaar strategische partnerschappen: zonder wrijving geen glans

Door Siri Lijfering | 25 mei 2020

Komende vrijdag horen ontwikkelingsorganisaties of hun aanvraag voor het nieuwe subsidieprogramma Power of Voices is gehonoreerd. Nog een paar spannende dagen dus. In dit essay maakt Siri Lijfering de balans op van de voorganger Samenspraak en Tegenspraak. Wat kunnen we leren van vijf jaar strategische partnerschappen tussen de Nederlandse overheid en de ontwikkelingssector?

Lees artikel

Inclusief besluitvormingsproces essentieel bij effectieve aanpak COVID-19

Door Vice Versa | 20 mei 2020

Een glashelder en sterk pleidooi rondom de noodzaak van internationale solidariteit. Dat is de reactie van 12 mensen uit het maatschappelijk middenveld, bedrijfsleven en wetenschap op het spoedadvies van de Adviesraad Internationale Vraagstukken over de Nederlandse bijdrage aan de mondiale strijd tegen het coronavirus. Maar, voegen ze daar aan toe: het is van groot belang dat lokale actoren een beslissende rol krijgen in de praktische uitvoering. Voorkom dat alleen gekozen wordt voor bestaande partners die grootschalige bedragen weg kunnen zetten. Hieronder de volledige reactie en de namen van de ondertekenaars.

Lees artikel

Armoede bestrijden met een grotere caviamarkt?

Door Ellen Mangnus | 18 mei 2020

In deze nieuwe rubriek Omdenken met Ellen kijkt Ellen Mangnus waar de westerse manier van denken over ontwikkeling botst met lokale kennis en waarden. In de eerste aflevering: de cavia als gewild dier in de wereldberoemde Peruaanse keuken. Een weg uit de armoede voor de een, vernietiging van een wereld voor de ander

Lees artikel