Door:
Joris Tielens

19 december 2012

Categorieën

Tags

Voedselzekerheid blijft een van de vier speerpunten in het ontwikkelingsbeleid van de overheid. Wageningse wetenschappers hebben daar veel kennis over, maar zouden veel meer kunnen bijdragen aan de oplossing van het probleem als ze zich meer verbinden met de samenleving, vindt scheidend directeur van het Wageningse Centre for Development Innovation Jim Woodhill. Onderzoekers worden te veel afgerekend op publicaties, en te weinig op het oplossen van problemen.  Jim Woodhill, directeur van het Wageningse Centre for Development Innovation (CDI), vertrekt na twaalf jaar naar zijn thuisland Australië waar hij bij het Australische ministerie voor Ontwikkelingssamenwerking gaat werken aan voedselzekerheid. Onder leiding van Woodhill groeide het CDI uit van een cursuscentrum tot een kenniscentrum dat ook onderzoek en consultancy doet op het gebied van ontwikkelingssamenwerking en voedselzekerheid. Woodhill: ‘Wageningen heeft de potentie om internationaal een leidende speler te worden op gebied van voedselzekerheid. Maar daarvoor moeten onderzoekers zich wel meer verbinden met de samenleving.’ Wat bedoelt u met verbinding? ‘Wageningen heeft een grote reputatie in topwetenschap gekoppeld aan toegepast onderzoek. Maar om echt het probleem van voedselzekerheid aan te kunnen, is een nieuwe vorm van engagement nodig. Het maakt niet uit hoe goed ons onderzoek is naar toekomstscenario’s en oplossingen, als de mensen out there het niet begrijpen, zal er niets veranderen. Kennisinstituten als Wageningen moeten makelaar en facilitator van innovatie en verandering zijn, en niet alleen producent van kennis. Dit heeft grote implicaties voor hoe je wetenschap ziet, welke capaciteiten onderzoekers moeten hebben en welke prikkels academici moeten krijgen. We moeten naar innovatie 3.0.’ Innovatie 3.0? ‘De klassieke manier van kennisoverdracht noem ik innovatie 1.0. Wetenschappers vertellen in eenrichtingsverkeer wat de technische oplossing van een probleem is. Innovatie 2.0 kwam daarna, en gaat meer uit van interactie, participatie en samenwerking tussen verschillende wetenschappelijke disciplines. Maar de aanname is nog steeds dat we de werkelijkheid kunnen begrijpen en dat die voorspelbaar is, als we maar genoeg onderzoek doen. Het nieuwe van innovatie 3.0 is dat je uitgaat van complexiteit, continue verandering en onvoorspelbaarheid. Innovatie 3.0 erkent meer dan vroeger dat ethische dilemma’s, macht en politiek een rol spelen. Onderzoekers zijn daar ook onderdeel van. Beter begrip van creativiteit en emotie kan organisaties en gemeenschappen sneller doen leren en weerbaarder maken tegen grote verandering en onvoorspelbaarheid.’ Wat betekent dat in de praktijk? ‘We moeten meer investeren in de interactie tussen wetenschap en samenleving. Onderzoekers worden nu te veel beoordeeld op het aantal publicaties dat ze maken, en te weinig op het oplossen van problemen in de samenleving. Dat betekent niet dat onderzoekers consultant moeten worden. Maar wel dat kennisinstituten centraler moeten staan in het maatschappelijke leerproces naar een duurzaam en eerlijk voedselsysteem voor iedereen.’ ‘Ook de Nederlandse overheid moet iets veranderen. In het topsectorbeleid financieren bedrijven deels het onderzoek. Dat is op zich goed. Maar voor mondiale publieke goederen, bijvoorbeeld voedselzekerheid of klimaatverandering, moet de overheid extra geld uittrekken, want bedrijven zullen dat niet in voldoende mate willen financieren. Er is heel veel kennis in Wageningen op dit gebied, en er is een enorm potentieel om meer bij te dragen aan voedselzekerheid in de wereld.’ Waarom moet er iets veranderen? De uitdagingen zijn immens. Er zijn 1,2 miljard mensen die op dit moment honger hebben. En in de toekomst moeten we er negen miljard voeden, terwijl klimaatverandering steeds meer gevolgen gaat hebben. Er is veel meer innovatie in de landbouw nodig. Tegelijkertijd zijn  juist de landbouw en de landbouwwetenschap nog te veel gericht op technologie en te weinig op verbinding met mensen. Er is heel veel kennis in Wageningen op dit gebied, en er is een enorm potentieel om meer bij te dragen aan voedselzekerheid in de wereld. Wageningen kan veel meer betekenen dan het nu doet.’ Meer weten over Woodhills visie op voedselzekerheid? Lees het in de Vice Versa-special over voedselzekerheid die binnenkort op de deurmat valt bij Vice Versa-abonnees!

‘Empathie gaat armoede niet oplossen’

Door Lys-Anne Sirks | 18 oktober 2018

Tien jaar lang werkte de Oegandees Sean Patrick binnen de ontwikkelingssector. Maar omdat hij daar naar eigen zeggen geen duurzame verandering kon bewerkstelligen, begon hij als ‘pastarebel’ zijn eigen bedrijf, de Green Banana Food Company. Hoe kijkt hij aan tegen de beleidsnota ‘Investeren in perspectief’ van minister Kaag?

Deel 1 van een serie waarin zuidelijke experts hun visie op de beleidsnota geven.

Lees artikel

Internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen staat nog in de kinderschoenen

Door Lennaert Rooijakkers | 15 oktober 2018

Iedereen heeft de mond vol over internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen (IMVO). En inmiddels zijn er al vijf convenanten die dat moeten bevorderen van kracht en zitten er nog vier in de pijplijn. Maar is het daarmee ook al integraal onderdeel van het zaken doen in het buitenland geworden?Vice Versa duikt aan begin van week twee van het dossier hulp en handel in de wondere wereld van IMVO.

Lees artikel

‘Beleid hulp en handel alleen succesvol als Nederlandse bedrijven meer lokaal inkopen’

Door Joris Tielens | 12 oktober 2018

De Nederlandse overheid moet Nederlandse bedrijven in Afrika aansporen om lokaal grondstoffen in te kopen, werk te bieden aan Afrikanen en te investeren in Afrikaanse bedrijven. Alleen dan kan het beleid van minister Kaag een succes worden, denkt prof. Chibuike Uche, hoogleraar bij het Afrika Studie Centrum.

Lees artikel