Door:
Marusja Aangeenbrug

7 december 2012

Categorieën

In Vice Versa Leert over de kracht van vrouwen in conflictgebieden schrijft Marusja Aangeenbrug over de belangrijke rol van vrouwen in vredesmissies. ‘Een vredes- of politiemissie heeft meer succes als er voldoende vrouwen aan boord zijn. Die kunnen namelijk in contact komen met andere vrouwen in het conflictgebied, die voor mannen onbenaderbaar zijn maar telkens weer een belangrijke spil blijken in het vredesproces.’ Nee, het heeft niets te maken met feniminisme of vrouwenrechten dat er voldoende vrouwen in politie- en vredesmissies moeten zitten, wordt alom benadrukt. Vrouwen worden niet ingezet als excuus-Truzen om aan te tonen dat zij dezelfde kansen krijgen als hun mannelijke collega’s. Een goede mix in een missie is simpelweg noodzakelijk, omdat de lokale bevolking nu eenmaal bestaat uit mannen en vrouwen. En als je daar in je activiteiten geen rekening mee houdt, is de kans op slagen kleiner. Onmisbaar In 2008 zat er voor het eerst een Provinciaal Reconstructie Team (PRT) in Afghanistan dat werk maakte van VN-resolutie 1325. Op een totaal van 55 mensen, waaronder ook niet-militairen, gingen er 8 vrouwen mee met deze speciale militaire eenheid die moest helpen bij de wederopbouw. (Ter vergelijking: in de PRT’s daarvoor zaten vaak maar een of twee vrouwen). Juist in een land als Afghanistan, waar de vrouw weinig vrijheden heeft, bleek de inzet van deze vrouwelijke teamleden onmisbaar. Luitenant-kolonel Michel Hubregtse, nu landenofficier Frankrijk en Afrika bij de Defensiestaf, leidde het team destijds. Hij merkte al snel dat er dankzij zijn vrouwelijke collega’s veel beter contact gelegd kon worden met Afghaanse vrouwen. ‘In het gebied waar wij zaten, lopen vrouwen niet zomaar op straat. Maar het was voor ons van belang om ook met hen te praten. Zij zijn veel thuis en hebben vaak weer andere informatie dan mannen: ze weten wat er in de wijk gebeurt. Als we tegen de man zeiden dat we een vrouwelijke medewerker bij ons hadden die graag met zijn vrouw wilde praten, bleek dat bijna nooit een probleem. In vorige missies ging het vaak zo dat de vrouwen vanuit een andere kamer meeluisterden, omdat ze niet rechtstreeks mochten praten met mannelijke militairen. Bovendien lieten ze tegenover mannen minder los.’ Ook in de gevechtsfuncties bleek de aanwezigheid van vrouwen onontbeerlijk. Naast alle taken die hun mannelijke collega’s ook hadden, werden zij bijvoorbeeld ingezet bij huiszoekingen in huizen waar vrouwen aanwezig waren. Ook waren zij de aangewezen personen om Afghaanse vrouwen te fouilleren bij controleposten. Die controle laten schieten omdat er alleen mannelijke militairen beschikbaar zijn, betekent een veiligheidsrisico, want je weet nooit wat er schuilgaat onder een boerka. Kapitein ‘Ik had als vrouw toegang tot vrouwen én mannen. Daardoor kon ik beter zicht krijgen op de behoeftes van de bevolking’, zegt kapitein Steffie Groothedde. Zij zat in 2008 in het PRT van Hubregtse en werkt nu bij een kenniscentrum op het gebied van civiel-militaire samenwerking (CCOE). In 2011 was ze een half jaar lang genderadviseur voor het ISAF Joint Command in Kaboel, het operationele hoofdkwartier van de NAVO-missie. Als genderadviseur dacht ze van tevoren mee over alle geplande activiteiten. Wordt er bij de militaire operaties voldoende rekening mee gehouden dat deze op andere manieren impact kunnen hebben op mannen, vrouwen en kinderen? En zijn er voldoende vrouwelijke militairen bij betrokken? Ze stelde richtlijnen op waar alle regionale commando’s mee moesten werken. ‘Alleen de hoofdlijnen’, zegt ze hierover. ‘De regionale commando’s hebben namelijk ook een eigen genderadviseur, omdat de situatie per regio nogal verschilt. Zij kunnen dus hun eigen invulling geven aan de richtlijnen.’ Groothedde gaf bovendien trainingen aan de leidinggevenden op het hoofdkwartier, aan die van de regionale commando’s én aan alle nieuwkomers. ‘Dan legde ik uit waar Resolutie 1325 over gaat en waarom je bij alle militaire operaties goed op de hoogte moet zijn van de verdeling van de sociale rollen tussen mannen, vrouwen en kinderen. Als militair moet je elke situatie goed kunnen inschatten, dat is in ieders belang. En gender speelt nu eenmaal op heel veel terreinen mee.’ Een goed voorbeeld is een civiel-militair project waar een ander PRT bij betrokken was. Er moest een waterput gebouwd worden. ‘Wij vroegen aan de lokale bevolking waar die put moest komen. “Bij de moskee,” zeiden de mannen, “want daar wassen we altijd onze handen en voeten.” Na een paar weken was de put kapot. Vernield door de vrouwen. Zij waren boos omdat hun vrijheid was ingeperkt. Water halen is voor hen het enige moment dat ze het huis uit kunnen. Voorheen stond de put buiten het dorp en kwamen ze daar voor hun sociale contacten. Nu moesten ze van hun mannen meteen weer naar huis na het water halen.’ Agente in de keuken Joke Florax, project-coordinator diversiteit bij de politie Amsterdam-Amstelland, werkte van febuari 2011 tot en met februari dit jaar als adviseur mensenrechten en gender bij de EUPOL-missie in Afghanistan. Deze Europese missie, een samenwerking tussen politie en marechaussee, is bedoeld om de Afghaanse politie te trainen en te versterken. Florax werkte voor de Kabul City Police. ‘Van de 13.000 politiemensen bleken er 380 vrouw. Sommigen mochten auto’s controleren en vrouwen in boerka’s fouilleren, sommigen werkten voor Family Response Units, waar mensen terecht kunnen in geval van familieproblemen, huiselijk geweld en echtscheiding. Nog vaker werden de vrouwelijke politiemedewerkers echter ingezet om in de keuken te werken.’ Als er meer vrouwen bij de Afghaanse politie zouden werken, zou de drempel voor Afghaanse vrouwen lager zijn om melding te doen van bijvoorbeeld huiselijk geweld. Ook zouden ze relevante informatie – bijvoorbeeld waar zich een zelfmoordterrorist verstopt heeft – makkelijker delen. Meer weten? Kom 11 december 2012 naar het interactieve evenement in het Paard van Troje ‘Vrouwen, Vrede, Veiligheid’ over vrouwen in conflictgebieden. Ook Joke Florax zal hierbij aanwezig zijn. Kijk op www.nap1325.nl voor meer informatie over het programma en aanmelding. Meer lezen? De rest van dit artikel verscheen in de laatste Vice Versa special over Vrouwen in Conflictgebieden. Neem nu een abonnement op het vakblad en u ontvangt de laatste Vice Versa special alsnog in de bus.  

Opinie: ‘Brief minister Kaag over maatschappelijk middenveld: analytisch zwak en weinig ambitieus’

Door Fons van der Velden | 09 juli 2019

Het is een groot goed dat de Nederlandse overheid zoveel fondsen ter beschikking stelt voor de versterking van maatschappelijke organisaties en maatschappelijk middenveld, schrijft Fons van der Velden in deze opiniebijdrage naar aanleiding van de kamerbrief van minister Kaag. Maar hij vindt de brief analytisch zwak en van weinig ambitie getuigen. Wat had beter gekund?

Lees artikel

Tip 3 aan Kaag: ‘Lever in op je privilege en geef zuidelijke organisaties meer inspraak bij het bepalen van prioriteiten’

Door Lizan Nijkrake | 08 juli 2019

Minister Kaag werkt hard aan een nieuw subsidiekader voor het maatschappelijk middenveld. Ze wil meer eigenaarschap geven aan zuidelijke ngo’s om hen meer legitimiteit te geven, en ziet daarbij een andere rol voor Nederlandse organisaties. Vice Versa vroeg vier zuidelijke organisaties hoe zij dit zien. Wat is hun gouden tip voor onze minister? Met vandaag Carla López Cabrera, directeur van Fondo Centroamericano de Mujeres (FCAM) in Nicaragua, een feministisch fonds dat lokale vrouwenrechtenbewegingen in Centraal Amerika steunt.

Lees artikel

Shifting fundamental power issues in funding relationships

Door Evelijne Bruning Ruerd Ruben en Lau Schulpen | 02 juli 2019

This article claims that the current aid architecture favours clientilism, dependency and short-term projects. The authors Evelijne Bruning (The Hunger Project) Ruerd Ruben (Wageningen University & Research) and Lau Schulpen (Radboud University Nijmegen) are suggesting four possible ways to overcome this in order to shift power closer to the ground.

Lees artikel