Door:
Sanne van Grafhorst

23 november 2012

Categorieën

Tags

Het online Smart Aid-debat sloot donderdagavond af met een  live debat in de Koninklijke Schouwburg in Den Haag. Mensen uit allerlei hoeken van de OS-sector hadden zich in de afgeladen zaal verzameld om het debat interactief af te sluiten. Pittige meningen werden geuit en afwijkende standpunten werden niet geschuwd. De avond stond garant voor een levendige discussie over vernieuwing van de sector. Met als eerste uitgangspunt: laten we het voor de verandering nu eens niet over geld hebben. Sjef van der Lans van Cordaid opent het debat met een korte blik op de politieke ontwikkelingen rondom internationale samenwerking. Niet vanuit het perspectief van het halflege glas, maar het halfvolle glas. ‘De ontwikkelingssector moet kijken naar haar eigen rol. Als jij je rol pakt, is een constante verdediging niet nodig. Dan zeg je: “U wilt een miljard bezuinigen? Dan moet die aid wel heel smart zijn. Dus moet u bij ons zijn!” Dat punt moeten we in de sector zien te bereiken.’ New World Campus Het eerste onderwerp van het debat gaat over het creëren van een New World Campus, een fysieke locatie waar allerlei ontwikkelingsorganisaties, kennisinstituten en universiteiten met elkaar in gesprek gaan en samenwerkingsverbanden aangaan. Jack van Ham, voorzitter van de Raad van Toezicht van het Liliane Fonds, geeft aan erg positief te zijn over het idee dat is afgeleid van de High Tech Campus in Eindhoven: ‘De middelen en modellen in de huidige ontwikkelingssamenwerking beginnen te dateren. Innovatie en samenwerking is geboden. Het idee van een campus vind ik een erg leuk ding, met levendige organisaties die een gezamenlijke drive hebben om ontwikkelingssamenwerking beter, makkelijker en duurzamer te maken.’ PhD-kandidate Sara Kinsbergen van het Centre for International Development Issues Nijmegen (CIDIN) voelt zich als ‘excuusbelg’ lichtelijk misplaatst om Jack van Ham het vuur aan de schenen te leggen en advocaat van de duivel te spelen. Toch geeft ze aan dat ze wat zorgen heeft omtrent het idee van de OS-campus: ‘Al die OS-organisaties vragen nogal wat van zichzelf. Ze moeten integreren in opkomende economieën, letten op het belang van public goods, zoeken naar nieuwe financieringsmogelijkheden en de achterban betrekken. Mijn advies is dat smart aid ook modest aid is.’ VVD-Kamerlid Ingrid de Caluwé beaamt dat standpunt. Bovendien geeft ze aan dat ze de doelgroep mist in het hele plan voor de campus. ‘Waar zijn de mensen uit Afrika? Dat zijn immers de mensen waar het écht om gaat in OS. Laten we dus ook vooral hen betrekken om te zien wat ze echt nodig hebben.’ De reacties uit de zaal over de OS-campus zijn wisselend. Sommigen vragen zich af waarom samenwerking tot de beste OS zou leiden. Innovatie komt toch ook juist door concurrentie? Een andere aanwezige stelt bovendien dat een campus overbodig zou zijn: ‘Er is al zoveel kennis en informatie beschikbaar. Ideeën worden al lang uitgewisseld. Het is veel belangrijker om ons te focussen op de dialoog met en kennisoverdracht naar ontwikkelingslanden.’ Worteling in de samenleving Vera Peerdeman van fondsenwervingsbureau Nassau bijt de spits af voor het tweede onderwerp van het debat: de worteling in de Nederlandse samenleving. Vanuit haar werk is zij gewend om alles vanuit de donateur te bekijken, wat ze dus ook met deze stelling doet. ‘De donateur wil uit de kast komen en zijn gezicht laten zien. De tijd van het klakkeloos geld geven aan een ontwikkelingsorganisatie, is voorbij.’ Tevens benadrukt ze het belang voor ontwikkelingsorganisaties om de maatschappelijke impact van de giften te laten zien en op die manier kritische burgers te inspireren. ‘Het is tijd om de dialoog met de burger aan te gaan en friends te raisen in plaats van geld.’ De trend om vriendschapsrelaties aan te gaan met je achterban is ‘interessant’, volgens onderzoeker en journalist Ralf Bodelier. Hij wijst echter op het gevaar dat het intensief betrekken van burgers afbreuk kan doen aan de professionaliteit van de sector. ‘Laten we eens in het veld kijken. Een boer met een zak geld wil met steun van OS-organisaties een kippenboerderij starten in Kenia. Vervolgens gaan die kippen daar natuurlijk allemaal dood. Als organisatie kun je toch niet iedere burger op die manier gaan steunen?’ Misschien moeten we niet zulke hoge verwachtingen creëren bij het volk, vindt PvdA-Kamerlid Marit Maij. ‘Je moet je boodschap heel duidelijk, simpel en bondig uit kunnen leggen. De beste hoogleraren zijn degenen die de complexe theorieën zo begrijpelijk mogelijk kunnen uitleggen. Vertel gewoon helder dat het geld van de burger gestoken wordt in een project voor water of voedsel, en laat het daar bij.’ ‘Ik ben helemaal voor een simpele boodschap’, geeft een toeschouwer uit het publiek Maij gelijk. ‘Maar ik ben bang voor die slimme burger die bijvoorbeeld geen geld wil geven aan een project dat blindheid in Afrika wil voorkomen. Hij heeft namelijk uitgerekend dat er inmiddels al genoeg geld is ingezameld om alle Afrikaanse kinderen van vitamine A pillen te voorzien, wat de kans op blindheid aanzienlijk verminderd zou moeten hebben.’ Een simpele boodschap kan dus juist averechts werken, betoogt ze. Waarom focussen we ons überhaupt zoveel op donateurs, vraagt Vanessa Nigten van het NCDO zich af. ‘Ik praat liever over mondiaal burgerschap. Dat gaat verder dan alleen draagvlak creëren bij donateurs, dat gaat iedereen aan. We moeten daarom mensen stimuleren om zich op allerlei manieren te betrekken bij internationale samenwerking.’ Veranderde internationale speelveld Voor het laatste onderwerp, over de veranderingen in het internationale speelveld en hoe de sector daarop inspeelt, richt directeur Stefan Verwer van lokaalmondiaal zich op de opkomst van de BRIC-landen. ‘Er liggen ongelooflijke kansen voor OS om op een gelijkwaardige basis een samenwerkingsverband aan te gaan met maatschappelijke organisaties in de opkomende economieën.’ Mondiaal burgerschap? Prima idee, vindt Verwer. Maar dan niet alleen gericht op de Nederlandse samenleving, maar juist door te kijken over de landsgrenzen. Zoveel is er eigenlijk helemaal niet veranderd, gaat directeur René Grotenhuis van Cordaid, er tegenin. In ieder geval niet voor de armste mensen aan de onderkant van de samenleving. Hij pleit daarnaast voor een deconstructie van het begrip ontwikkelingssamenwerking. ‘We moeten af van het keurslijf waarin we ons geperst hebben. “Ontwikkeling”, een begrip van beleidsmakers, bestaat niet. “Water” bestaat. “Gezondheid” bestaat.  Maar “ontwikkelingssamenwerking” is niet een concept wat je over de hele wereld kunt uitrollen.’ De sector moet niet meer verzanden in beleidsvorming, benadrukt hij. Het idee van een campus vindt hij daarom een ‘recipe voor disaster’. ‘Een platform van ontwikkelingsinstanties bij elkaar staat garant voor eindeloze discussies. De wereld wacht niet op beleid, maar op acties.’ Die acties liggen volgens Marit Maij wel grotendeels in samenwerking met BRIC-landen. Ze stipt twee punten aan: ‘Ontwikkelingssamenwerking met en van BRIC-landen. Het eerste is een samenwerking met het maatschappelijke middenveld in opkomende economieën om het herverdelingsvraagstuk in hun landen op te lossen. Het tweede punt is inmiddels ook realiteit geworden: BRIC’s zijn onze nieuwe partners in Afrika. Daar moeten we mee leren samenwerken.’ Twee petten opzetten Hoewel het niet de insteek is, ontkomen we er niet aan om even te praten over de elephant in the room, zoals de Engelsen dat uitdrukken. Want hoe gaat het OS-landschap eruitzien met één miljard minder te besteden en een minister die haar aandacht moet verdelen tussen ontwikkelingssamenwerking en internationale handel? Marit Maij ziet juist de kansen die er liggen. ‘Dit is een uitdaging voor coherentie van handel en ontwikkelingssamenwerking. Mevrouw Ploumen kan bij handelsbesprekingen haar twee petten opzetten, wat heel gunstig is.’ Ingrid de Caluwé is het met haar eens: ‘Dit biedt een kans om het buitenlandbeleid op een andere manier in te richten. De minister kan kijken wat de doelen zijn, hoe we dat willen bereiken en hoe we veel beter kunnen samenwerken in de sector.’ ‘Mooi politiek correct gezegd’, bekritiseert René Grotenhuis. Hij vervolgt: ‘Ik was echt geschokt door de bezuinigingen. Deze mooie woorden doen er niets aan af dat ngo’s hier ontzettend door zullen lijden. Maar,’ belicht hij de andere kant, ‘we zijn een verschrikkelijk tobberige sector geworden. Daar moeten we mee ophouden. Nederland wordt nog steeds in de hele wereld gewaardeerd om ons werk op internationaal gebied.’ Laten we dus positief blijven en niet bij de pakken neerzitten, is zijn visie. De woorden ’coherentie’ en ‘kansen’ krijgen echter pas echt uiting als minister Ploumen bij een volgende handelsmissie inderdaad haar twee petten tegelijkertijd opzet, gaat Grotenhuis verder. ‘Laat haar dan niet alleen mensen uit het MKB meenemen, maar ook ons soort mensen. Dat is pas echt innovatief.’ Waf zeggen ‘Samenwerking’ is het ultieme kernwoord van de avond, concludeert Lau Schulpen, die samen met Brigitte Mugiraneza de presentatie van de avond op zich neemt. Hoe gaat samenwerking dan tussen ngo’s en de overheid, vraagt hij zich af. Hij citeert een opmerking van Pieter Winsemius, lid van de Wetenschappelijke Raad van het Regeringsbeleid, die recent door Vice Versa geïnterviewd werd voor het Smart Aid debat. ‘OS-organisaties moeten van de overheid op de poef zitten en als ze worden toegesproken moeten ze waf zeggen.’ ‘Natuurlijk hoef je geen waf te zeggen’, reageert Ingrid de Caluwé. Maar afhankelijkheid van de regering komt volgens haar met rechten en plichten: ‘Als je het niet eens bent met de visie van de overheid, wees dan als ngo’s minder afhankelijk van diezelfde overheid.’ Die andere visie is het probleem echter niet, is Stefan Verwer van mening. ‘Wat mij echter zorgen baart en wat Winsemius ook benadrukt, is dat vergeten wordt dat het heel normaal is om de tegenkracht te financieren. Dat hoort bij een democratie. Dat moet de overheid dus juist waarderen.’ Two to tango Met of zonder de overheid, met of zonder een miljard extra, en met of zonder een OS-campus – iedereen leek het erover eens dat de OS-sector gebaat is bij een nieuwe visie. Samenwerken, vooruit kijken en daarin alle, ook de nieuwe spelers in het veld, betrekken. Dat zijn de conclusies waarmee de ruim zestig aanwezige ontwikkelingsorganisaties aan de slag kunnen. ‘Focus je als organisatie op dat ene aspect waar je goed in bent en werk samen waar je samen kunt werken’, geeft De Caluwé als haar conclusie mee. Wat hoofdredacteur Marc Broere van Vice Versa betreft, is dit niet de eerste en laatste keer dat het Smart Aid-debat georganiseerd werd. Innovatie is een dynamisch proces en komt juist door continue de dialoog aan te gaan en actie te ondernemen. Vergeet daarin ook niet de jonge professionals, gaf hij mee als smart tip. Nieuwe aanwas en een frisse blik voorkomt een statische ontwikkelingssector waar het woord ‘ontwikkeling’ geen inhoud meer heeft. Tot slot rest er voor Amma Asante, zelfstandig adviseur op de thema’s ontwikkeling en migratie, nog een ding: het uitreiken van de Smart Aid Award voor het beste Smart Idea. De winnaar, Frank van Berkum, sluit volgens Asante het beste aan bij een idee voor een innovatieve OS-sector waarin alle partijen een rol krijgen. Het idee van Van Berkum luidt als volgt: ‘Time to change. Prikkels van buiten de IS-sector. Ze jeuken en bijten soms, maar het zijn impulsen waar de sector sterker van wordt. En dus beter. Welkom in de wereld waar naast Noord-Zuid, ook Zuid-Zuid en Zuid-Noord bestaat. Waarin mensen en hun toegevoegde waarde zelf hun weg naar behoeften zoeken over de wereld, en omgekeerd. Bestaande structuren zijn ingeruild voor gelegenheidscoalities. Waarin in Mozambique bussen uit China rijden, rijst uit India ligt en Nederland de watersector helpt ontwikkelen. Waarin wij Tanzania helpen en Tanzania wellicht ons met een verdienmodel voor natuurbeheer. Et cetera. It’s vice versa now, met two to tango.’

‘Een vrouw hoort niet in de schijnwerpers te staan’

Door Siri Lijfering | 12 december 2019

Hoewel vrouwen het meest lijden onder de vervuiling van de Nigerdelta, vraagt men hen zelden naar de oplossing. Het partnerschap Global Alliance for Green and Gender Action wil dat veranderen: ‘Te lang hebben mannen hier de beslissingen genomen en daaruit is niet veel goeds voortgekomen’, zegt Martha Agbani. Op pad door de Delta.

Lees artikel

‘Niets dan verwoesting van ons land’

Door Siri Lijfering | 10 december 2019

De olie-industrie levert de Nigeriaanse staat miljarden op, maar de bevolking van de Nigerdelta ziet haast niets ervan terug en lijdt zeer onder de vervuiling. De lokale koning daagt Shell voor de rechter en twee strategische partnerschappen gaan de problemen te lijf. Vandaag: deel één.

Lees artikel

‘Wie ik tegenkom, wil ik in beweging brengen’

Door Lizan Nijkrake | 09 december 2019

Houda Loukili was Nederlands jeugdkampioen kickboksen en baande zich, als meisje met Marokkaanse achtergrond, een weg door een traditioneel mannelijke wereld. Nu geeft ze sporttraining aan kinderen en vrouwen buiten de boksring. ‘Ik wil doen wat mijn coach voor míj heeft gedaan.’

Lees artikel