Door:
Jack van Ham

15 november 2012

Tags

‘De illusie is doorgeprikt dat een verzameling goedwillende organisaties met te weinig invloed en middelen, het diep gewortelde onrecht in de dagelijks chaotischer wordende wereld kan oplossen’, begint Jack van Ham, oud-directeur van ICCO en van het Rode Kruis, stevig. Maar volgens Van Ham hoeven we dit niet te accepteren en pleit hij voor een andere benadering bij ontwikkelingssamenwerking. ‘We moeten geleerd hebben dat de verwachtingen die we mogen hebben niet te hoog gespannen moeten zijn.’ Het interview met Pieter Winsemius over de worteling in de samenleving is een mooie bijdrage. Er komt geleidelijk een einde aan de inmiddels weken durende soort evaluatie en soms zelfkwelling van een op zijn einde lopende werksoort, armoedebestrijding. Niet omdat de armoede uit de wereld verdwenen is, maar omdat de illusie is doorgeprikt dat een verzameling goedwillende organisaties met te weinig invloed en middelen, het diep gewortelde onrecht in de dagelijks chaotischer wordende wereld kan oplossen. Een illusie die we allemaal graag hebben gekoesterd. Immers, het verloste ons voor een belangrijk deel van het schuldgevoel dat onze globale samenleving er al eeuwen een is van oneerlijke verdeling en ongelijke kansen. Natuurlijk zijn we er diep van doordrongen dat geen burgerschap of maandelijkse bijdrage, geen 0,5 of 0,7% van ons bruto nationaal product en zelfs de 135 miljard dollar aan totale internationale hulp deze problemen kunnen oplossen. Dat kunnen we accepteren, zoals de 10% superrijken in deze wereld doen die met elkaar 80% van alle opbrengsten verdelen. We kunnen er ook wat aan doen en accepteren dat alle beetjes helpen, stapjes voorwaarts zijn en bijdragen aan een beetje betere wereld. Corruptie en andere ongein daargelaten helpen die vele beetjes die de afgelopen decennia zijn bijgedragen en het zal nog vele beetjes en decennia duren voordat de wereld weer een beetje rechtvaardiger is, of niet. Illusie ‘Hoe complexer een samenleving wordt, hoe dringender de behoefte van overheden deze voorspelbaar te maken en te beheersen.’ Juist de illusie dat het zou kunnen, maakt de teleurstelling dat het mislukt of maar ten dele lukt, groter. Een situatie die zich ook binnen ontwikkelingssamenwerking zoals wij die kennen, heeft voorgedaan. Lange tijd heeft ontwikkelingshulp zich welhaast onuitgesproken kunnen beroepen op de steun van de bevolking en de politieke partijen. Het schuldgevoel over het koloniale verleden was diepgeworteld. Het werk werd groot en omvangrijk in een tijd van mededogen, optimisme en werelds denken. Het kwam onder druk in een tijd van xenofobie en maakbaarheidsdenken en gaat ten onder in een tijd van egoïsme, populisme, bureaucratie en georganiseerd wantrouwen. Niet anders kan Zoals vele zaken een levensloop hebben, is aan de wijze waarop wij armoede en onrecht percipieerden een einde gekomen. Dat maakt de wijze waarop we het hebben gedaan er niet minder op. Sterker nog, vele vormen zullen overleven omdat het gewoon niet anders kan. Mensen zullen zich het lot van anderen aantrekken en op basis van nieuwe hulpmiddelen en organisatievormen opnieuw en blijven werken en streven naar vormen van rechtvaardigheid. Wat we uit het verleden kunnen en moeten leren, is dat wij geen ultieme vorm zullen bedenken die het iedereen naar zijn zin zal maken. We moeten geleerd hebben dat de verwachtingen die we mogen hebben niet te hoog gespannen moeten zijn. Dat voorkomt grote teleurstelling en het over en weer schuiven van wiens “schuld” het nu eigenlijk is dat we de armoede nu nog niet hebben opgelost. Het voorkomt teleurstelling en pijn zoals van Amma Asante, ontwikkelingsadviseur, die werkelijk lijkt te menen dat hoge salarissen en beeldvorming van ontwikkelingsorganisaties in Nederland haar familie in Ghana in de kou zetten. Op zoek zijn De huidige tijd biedt ons zeer veel nieuwe technologische mogelijkheden om aan duurzaamheid, scholing en zorg te werken. Het biedt betere kansen voor de bestrijding van corruptie en vooral zeer moderne mogelijkheden te mobiliseren en samen te werken. Mensen die kunnen duiden waar dat fout ging of fout zal gaan, zijn er genoeg. Naar overheden, organisaties, bedrijfsleven en individuen die creativiteit, lef en energie hebben, die bereid zijn in de spiegel te kijken en zichzelf de vraag stellen, ‘wat ben ik bereid te doen en op te geven voor dat kleine beetje rechtvaardigere samenleving’, naar diegenen moeten we steeds op zoek zijn. Werkvormen gaan en komen, alles heeft een levenscyclus. Maak gebruik van de energie en kansen en schep niet te veel verwachtingen, just do it.

De erfenis van vier bevlogen vrouwelijke ministers

Door Paul Hoebink | 07 juli 2020

Vier vrouwelijke ministers van Ontwikkelingssamenwerking sloegen eind vorige eeuw de handen ineen met de ‘Utstein-4’. De Nederlandse Eveline Herfkens was een van hen. Wat hebben zij samen bereikt? Herfkens’ long time partner in life and work poogt in zijn nieuwste boek de balans op te maken, maar raakt verstrikt in de feiten.

Lees artikel

‘Opgeven is erger dan verliezen’

Door Marc Broere | 29 juni 2020

Carolyne Ndalilah, directeur van de spraakmakende Keniaanse jongerenorganisatie TYSA, helpt jongeren zichzelf én de uitdagingen van hun gemeenschap te leren kennen. ‘Wat onze samenleving nodig heeft, zijn jongeren die voorbij de dag van morgen denken; die het als een uitdaging zien het onmogelijke uit te proberen.’

Lees artikel

In coronatijd schiet de noodhulpsector terug in oude reflexen

Door Sarah Haaij | 18 juni 2020

Noodhulp moet effectiever en meer lokaal worden georganiseerd, sprak de internationale gemeenschap in 2016 af. Voortaan zou een kwart van het hulpgeld zo direct mogelijk naar lokale partners gaan. De kloof met de praktijk is ‘schokkend’: o,1 procent van het corona-noodhulpgeld gaat rechtstreeks naar lokale ngo’s, voor wie inspraak en toegang tot fondsen tijdens de pandemie nog moeilijker lijkt te worden.

Lees artikel