Door:
Frank van der Linde

3 oktober 2012

Categorieën

Met het nieuwe kabinet in aantocht, heeft de sector een laatste kans om met elkaar de fundamentele discussie te voeren, stelt Frank van der Linde, strategisch adviseur en voormalig bestuurslid van branchevereniging Partos. Zodra de nieuwe minister of staatssecretaris voor internationale samenwerking aantreedt, zal hij of zij snel moeten beslissen over MFS3 en dan ligt het beleid op hoofdlijnen vast tot 2019 of 2020. Daarom dient Partos met haar leden een solide visie op Mondiaal Burgerschap en Internationale Samenwerking op te stellen, én de rol van Nederlandse ontwikkelingsorganisaties daarbinnen, en wel voor het einde van het jaar. De reacties op mijn artikel van 17 september waren overweldigend. Kennelijk heb ik een gevoelige snaar geraakt. En ondanks dat er een groot aantal publiekelijke reacties waren, waren de meeste reacties rechtstreeks aan mij gericht en onderling. De meeste reacties die mij rechtstreeks hebben bereikt, waren over het algemeen positief. De indirecte reacties een stuk minder. Kennelijk vinden we het moeilijk om elkaar de waarheid te zeggen binnen ‘de sector’. De sector van 1 miljard Wat is nou ‘de sector’? Daar is geen eenduidige definitie voor. Hoort Buza daarbij? En andere donoren? Ook organisaties die niet bij branchevereniging Partos zijn aangesloten? Milieu en vredesorganisaties? Hoe dan ook, door de oprichting van Partos en het feit dat Partos door derden steeds meer wordt gezien als vertegenwoordiger van een groep organisaties, is Partos met haar leden in ieder geval wel een cluster van organisaties geworden van belang en met belangen. Een groep van 120 organisaties met in totaal 4000 medewerkers en een totaal jaarbudget van tegen de 1 miljard euro. Belangenbehartiging Natuurlijk heeft deze groep belangen. Over sommige onderwerpen is Partos samen met haar leden het eens, zoals bijvoorbeeld de veel te hoge regeldruk. Partos kan daarvoor dan ook gemakkelijk lobbyen en eventueel campagne voeren. Moeilijker wordt het voor onderwerpen waar de sector (ik bedoel dus in dit geval Partos en haar leden) verdeeld over is. Zoals bijvoorbeeld het openstellen van MFS-3 voor buitenlandse ngo’s  of de gedragscode (inclusief het royeren van leden bij wangedrag). Ook over de visie op de wereld en de rol van Nederlandse ontwikkelingsorganisaties, zijn de meningen verdeeld. Daardoor, zoals al opgemerkt door een van de mensen die reageerde op mijn vorige artikel, is het huidige visiedocument van Partos een rijtje statements met voor een ieder wat wils. Daarmee schiet Partos in haar eigen voet. Naar buiten kan je met zo’n visie niets en de discussie komt dan elke keer weer naar boven als er iets moet gebeuren (een campagne voeren, een lid royeren, etc.). Zo’n wazig visiedocument schuift de discussie naar voren en geeft geen houvast bij toekomstige te nemen beslissingen. Hierdoor verlamt de organisatie. Een helder visiedocument (uitgewerkt in een strategisch plan, hetgeen natuurlijk ook wazig is als het visiedocument wazig is) zorgt ervoor dat een organisatie voortvarend aan de slag kan. Fundamentele discussie Voordat er een gedegen, helder en sturend visiedocument opgesteld kan worden, moet eerst de fundamentele discussie worden gevoerd. Aangezien het beleid bij Buza binnenkort voor de periode 2016 – 2019/2020 op hoofdlijnen vastgelegd wordt, heeft Partos met haar leden voorlopig een laatste kans om de fundamentele discussie te voeren en met een krachtige visie op de wereld en de rol van Nederlandse ontwikkelingsorganisaties te komen. Er is al veel gebrainstormd de afgelopen jaren. Maar te weinig fundamenteel en ook te weinig samen met de partners. Dat moet nu wel en daarom moet zo’n discussie uiteraard ook in het Engels. Betrek alleen Buza als je als sector in staat bent de discussie samen met hen te voeren zonder hen te zien als financier. Het allerbelangrijkste is dat Partos en haar leden beslissingen nemen en keuzes maken. Prima als een aantal leden vervolgens hun lidmaatschap opzegt. Dat is een goede indicator dat je echte keuzes hebt durven nemen en dus het proces goed hebt afgerond. Als deze leden vervolgens een alternatieve branchevereniging oprichten, dan is daar niets mis mee. In een bepaalde fase kan dat best positief zijn. Alles beter dan wazigheid in gesprekken met de media, Buza, andere donoren en politici. Het openstellen van het MFS3 subsidiekader rechtstreeks voor partners en het opstellen van een dwingende gedragscode, zijn potentiële splijtzwammen. De onderwerpen Ik denk dat Nederlandse ontwikkelingsorganisaties nog steeds een hele belangrijke rol kunnen spelen, mits zij in staat zijn zichzelf opnieuw uit te vinden. Primair ligt er wat mij betreft voor Nederlandse ontwikkelingsorganisaties een belangrijke rol om Nederlandse burgers te stimuleren om verantwoordelijke mondiale burgers te worden. Een betere wereld begint tenslotte bij jezelf. Zet fors in op eerlijk consumeren, milieubewust gedrag etc. Daarnaast moeten Nederlandse ontwikkelingsorganisaties de Nederlandse overheid en bedrijven krachtig aanspreken op hun gedrag. Belastingvermijding, corruptie, het ondersteunen van dictatoriale regimes. Nederland en Nederlandse bedrijven zijn geen heilig boontjes. Integendeel. Daarnaast zijn er de internationale vraagstukken zoals hervorming van de Veiligheidsraad en  allerlei belangrijke verdragen waar zwaar voor gelobbyd moet worden. En natuurlijk kunnen Nederlandse ontwikkelingsorganisaties partners helpen en financieren, mits echt vanuit een vraag. De drie onderwerpen staan bewust in deze volgorde. Want zoals al gezegd, een betere wereld begint bij jezelf wat mij betreft. En dat geldt in toenemende mate voor het Westen. Want ondanks dat het Westen nu de Arabische lente heeft omarmd, heeft het Westen de dictatoriale regimes in Egypte en Tunesië veel te lang ondersteund. En doen we dat nog steeds met Saudi Arabië en Bahrain. Want dat komt ons vooralsnog beter uit. Daar is ‘de sector’ uiteraard tegen, maar als deze oppositie niet voldoende omgezet wordt in acties en campagnes tegen onze eigen overheden en bedrijven, is een constructief gesprek met ‘onze’ partners over democratie, corruptie etc. een stuk moeilijker. Zo werd ik dan ook tijdens mijn allereerste dienstreis naar een Fairtrade partner in Indonesië keihard uitgelachen… De parlementaire enquête naar de bouwfraude was toen net begonnen hetgeen de Indonesiërs geenszins was ontgaan.

Opinie: ‘Brief minister Kaag over maatschappelijk middenveld: analytisch zwak en weinig ambitieus’

Door Fons van der Velden | 09 juli 2019

Het is een groot goed dat de Nederlandse overheid zoveel fondsen ter beschikking stelt voor de versterking van maatschappelijke organisaties en maatschappelijk middenveld, schrijft Fons van der Velden in deze opiniebijdrage naar aanleiding van de kamerbrief van minister Kaag. Maar hij vindt de brief analytisch zwak en van weinig ambitie getuigen. Wat had beter gekund?

Lees artikel

Tip 3 aan Kaag: ‘Lever in op je privilege en geef zuidelijke organisaties meer inspraak bij het bepalen van prioriteiten’

Door Lizan Nijkrake | 08 juli 2019

Minister Kaag werkt hard aan een nieuw subsidiekader voor het maatschappelijk middenveld. Ze wil meer eigenaarschap geven aan zuidelijke ngo’s om hen meer legitimiteit te geven, en ziet daarbij een andere rol voor Nederlandse organisaties. Vice Versa vroeg vier zuidelijke organisaties hoe zij dit zien. Wat is hun gouden tip voor onze minister? Met vandaag Carla López Cabrera, directeur van Fondo Centroamericano de Mujeres (FCAM) in Nicaragua, een feministisch fonds dat lokale vrouwenrechtenbewegingen in Centraal Amerika steunt.

Lees artikel

Shifting fundamental power issues in funding relationships

Door Evelijne Bruning Ruerd Ruben en Lau Schulpen | 02 juli 2019

This article claims that the current aid architecture favours clientilism, dependency and short-term projects. The authors Evelijne Bruning (The Hunger Project) Ruerd Ruben (Wageningen University & Research) and Lau Schulpen (Radboud University Nijmegen) are suggesting four possible ways to overcome this in order to shift power closer to the ground.

Lees artikel