Door:
Frank van der Linde

17 september 2012

Categorieën

‘Oud-minister Bert Koenders wilde de Nederlandse ontwikkelingssector grondig hervormen. Dat is mislukt. De enige mogelijkheid om beweging in de Nederlandse OS-sector te krijgen is het dichtdraaien van de geldkraan door donoren, met name door BuZa. En wel per direct, zodat we eindelijk met OS 2.0 kunnen beginnen.’ Schrijft Frank van der Linde, oud-bestuurslid van brancheorganisatie Partos. De oude grammofoonplaat draait nog steeds rondjes in de laatste groef. En in de laatste groef is vastgelegd: ‘Blijf af van de 0,7%-norm’. Ik kan deze opmerking niet meer horen. De 0,7%-norm is een achterhaalde norm die niet meer past bij deze tijd. Beleidscoherentie Krampachtig blijft de Nederlandse OS-sector vasthouden aan de 0,7%-norm, welke voorschrijft dat 0,7% van het bruto nationaal inkomen van ontwikkelde landen besteed moet worden aan ontwikkelingshulp. Het nog steeds opdelen van de wereld in ontwikkelde en ontwikkelingslanden is niet meer van deze tijd. Om een duurzame, rechtvaardige en vredige wereld te bewerkstelligen, moet elk land een integraal beleid voeren. Vanuit het 0,7% perspectief is Nederland een van de beste jongetjes van de klas, maar als het gehele spectrum in ogenschouw wordt genomen, valt dat vies tegen. Denk daarbij aan ons belastingklimaat dat gericht is op het vasthouden van (virtuele) internationale hoofdkantoren van bedrijven. Daarnaast hebben andere factoren dan ontwikkelingshulp veel meer invloed op de ontwikkeling in landen als Ghana, Peru of Myanmar, zoals bijvoorbeeld buitenlandse investeringen. Te veel hulp kan zelfs averechts werken doordat het bijvoorbeeld de interactie tussen de bevolking en haar leiders verstoort. De 0,7%-norm moet daarom per direct worden afgeschaft. (Mocht er behoefte zijn om de ‘performance’ van landen te vergelijken, dan zou de OS-sector een voorstel kunnen doen tot een nieuw vergelijkingsmechanisme waarbij alle aspecten die belangrijk zijn voor een duurzame, rechtvaardige en vredige wereld worden meegewogen) In stand houden eigen organisatie Waar komt die obsessie van Nederlandse OS-organisaties voor de 0,7%-norm dan vandaan? Voor een gedeelte om de eigen organisatie in stand te houden. Natuurlijk willen de meeste ontwikkelingswerkers oprecht armoede bestrijden, direct of indirect. Maar door het bijna heilige geloven dat de eigen organisatie dat het beste kan, wordt het als een gruwel gezien als de eigen organisatie moet inkrimpen of op zou houden te bestaan. Koenders zag dat heel duidelijk en wilde daarom de hulpindustrie openbreken. Dat is mislukt. Het voorop stellen van de eigen organisatie is vreemd, want het streven van elke Nederlandse OS-organisatie zou juist moeten zijn: ophouden te bestaan. Tenslotte is het centrale doel van de Nederlandse ontwikkelingsorganisaties het versterken van lokale organisaties. Derhalve is de oppositie van Nederlandse OS-organisatie tegen het openstellen van subsidielijnen voor buitenlandse OS-organisaties opmerkelijk. Het argument dat OS-organisaties in de doellanden nog niet professioneel genoeg zijn om rechtstreeks subsidie te ontvangen, snijdt geen hout. Immers, dat zou dan prima naar boven komen als de buitenlandse aanvragen worden beoordeeld. Deze worden dan massaal afgewezen. Door bij voorbaat al te stellen dat lokale OS-organisaties niet professioneel genoeg zijn, laadt de Nederlandse OS-sector op z’n zachts gezegd de verdenking op zich dat ze haar eigen organisaties zoveel mogelijk in stand wil houden. Indien Nederlandse OS-organisaties de focus massaal zouden verleggen naar beïnvloeding van de Nederlandse overheid (wat mijns inziens een goede move zou zijn), dan is dat juist een extra argument om de 0,7%-norm los te laten, want dit soort uitgaven vallen niet onder de norm. Heruitvinden In plaats van te mokken over bezuinigingen, had de Nederlandse ontwikkelingssector zichzelf opnieuw moeten uitvinden. Daarbij had de sector geen enkel heilig huisje moeten sparen. Bij zo’n herbezinningsfase had de nieuwe werkelijkheid (andere machtsverhoudingen, de sterke groei van voormalige ontwikkelingslanden, het belastingklimaat in het Westen etc.) centraal moeten staan en niet de huidige interventiestrategieën, afdelingen, medewerkers en/of het budget. De hoogte van het budget komt voort uit de keuzes die gemaakt worden en niet andersom. In het beste geval komt de organisatie tot de conclusie dat de missie is volbracht. Dat kan omdat het hele onderwerp wereldwijd minder aandacht behoeft of omdat de partners sterk genoeg zijn om de taak over te nemen. Vaker echter zal de organisatie tot de conclusie komen dat de interventiestrategie stevig moet worden aangepast. Aangezien de wereld momenteel razendsnel verandert, zal het zelden voorkomen dat je morgen nog hetzelfde moet doen als gisteren. Reorganisatie De kans dat de organisatie dus grondig op de schop moet is groot. Een andere wereld, vergt andere interventie strategieën en daardoor andere competenties. Natuurlijk ga je eerst kijken of de huidige medewerkers bij- of omgeschoold kunnen worden. Maar aangezien OS-organisaties werken voor de meest kwetsbare mensen op deze planeet, is het mijns inziens vanuit een moreel perspectief niet verdedigbaar om hier een lang proces van te maken. Hoe vervelend het voor een medewerker ook is, het ‘lijden’ van een Nederlandse ontwikkelingswerker door omscholing of ontslag staat in geen verhouding t.o.v. het lijden van de mensen waarvoor we het allemaal doen. Mijns inziens heeft het management van Nederlandse OS-organisaties de morele plicht om zo snel mogelijk de organisatie om te vormen. Tweede Kamerverkiezingen De verkiezingscampagne speelde zich af rondom binnenlandse vraagstukken. Het is op zich al een gotspe dat onze politieke leiders bijvoorbeeld de burgeroorlog in Syrië nauwelijks in het verkiezingsdebat hebben gebracht. En de oplopende spanning tussen o.a. Israël en Iran hebben nu de olieprijs al 25% laten stijgen ten opzichte van juni, dus al gaat het alleen nog maar om ons Nederlanders, dan nog is het Midden-Oosten een belangrijk onderwerp. Echte leiders hebben het lef en de capaciteiten deze onderwerpen in het verkiezingsdebat te brengen. Maar helaas is dat niet gebeurd, hetgeen echter daardoor een ultieme kans was voor Partos – als vertegenwoordiger van de OS sector – en haar leden om deze onderwerpen wél in het verkiezingsdebat te brengen. Een perfect moment voor de aftrap van OS 2.0. Met een soortgelijk budget als voor de ‘genoeg = genoeg’ campagne (destijds vrij vlotjes bij elkaar gebracht want de subsidie stond toen onder druk), had de sector veel kunnen bereiken. Destijds is daartoe ook besloten, maar omdat de huidige subsidie (tot 2015) niet onder druk meer staat, suft de sector lekker verder. Sterker nog, je moet de politici niet te hard aanpakken is het adagium, want straks gaan we weer bij hen bedelen om geld voor na 2015. De kraan dicht Toen ik 11 jaar geleden de sector binnen stapte, schoof ik enthousiast aan bij de brainstorms over een nieuw paradigma (geen idee wat dat woord inhield). De meest recente brainstorm sessies over het nieuwe paradigma verschillen nauwelijks van die van toen. Het wordt tijd om dat proces af te ronden en daadwerkelijk met OS 2.0 te beginnen. Maar de huidige managers die dat toch zullen moeten initiëren zie ik daartoe niet in staat. Ik zie nog maar één manier om beweging in de sector te krijgen en dat is als donoren ophouden met het financieren van de Nederlandse OS-sector (ik hoop dat dit artikel daaraan bijdraagt). Aangezien het ministerie van Buitenlandse Zaken de grootste financierder van de sector is, moet zij het voortouw nemen en de subsidiekraan per direct dichtdraaien net zolang totdat de sector met een echte nieuwe en complete visie op OS komt en de Nederlandse OS-organisaties hun organisaties daadkrachtig omvormen. Partos zou inmiddels professioneel genoeg moeten zijn en heeft in ieder geval voldoende budget en menskracht om die kar samen met haar leden te trekken. En na 11 jaar brainstormen, moet er toch iets vernieuwends op papier te zetten zijn. Maar dan moet de sector natuurlijk wel wíllen veranderen.

‘Niets dan verwoesting van ons land’

Door Siri Lijfering | 10 december 2019

De olie-industrie levert de Nigeriaanse staat miljarden op, maar de bevolking van de Nigerdelta ziet haast niets ervan terug en lijdt zeer onder de vervuiling. De lokale koning daagt Shell voor de rechter en twee strategische partnerschappen gaan de problemen te lijf. Vandaag: deel één.

Lees artikel

‘Wie ik tegenkom, wil ik in beweging brengen’

Door Lizan Nijkrake | 09 december 2019

Houda Loukili was Nederlands jeugdkampioen kickboksen en baande zich, als meisje met Marokkaanse achtergrond, een weg door een traditioneel mannelijke wereld. Nu geeft ze sporttraining aan kinderen en vrouwen buiten de boksring. ‘Ik wil doen wat mijn coach voor míj heeft gedaan.’

Lees artikel

Vechten voor het recht op liefde

Door Siri Lijfering | 05 december 2019

De antihomowet die in Nigeria is ingevoerd, maakt de lhbt-gemeenschap nòg kwetsbaarder. Zo is opkomen voor lesbische vrouwen zowel broodnodig als gevaarlijk; een kat-en-muisspel met hoge inzet. Hoe gaat het strategisch partnerschap Count Me In! ermee om?

Lees artikel