Door:
Vice Versa

4 juli 2012

Categorieën

In het kader van het 35-jarige bestaan van IOB bracht Vice Versa een special uit over evalueren. Vice Versa nam een kijkje achter de schermen van IOB en ging op zoek naar het hoe en waarom van het evalueren. Over de effecten van hun rapportages maken IOB-medewerkers zich niet al te veel illusies. ‘Toen ik hier begon dacht ik: ik kan met mijn onderzoek het verschil maken. Dat heb ik afgeleerd. Ik denk dat wij nog de meeste invloed hebben tijdens het proces zelf, door de gesprekken die wij voeren, waardoor de ogen geopend worden’, zegt Ted Kliest, de langszittende inspecteur. Ruerd Ruben, directeur IOB, vertelt: ‘Rapporten die leiden tot beleidsveranderingen zijn er niet zoveel. Ons mandaat is de feiten boven tafel halen en toegankelijk maken. Onze boekwerken vertegenwoordigen het geheugen van dit ministerie wat betreft buitenland beleid.’ Ook de positie van IOB zelf komt ter sprake. Plaatsvervangend directeur Henri Jorritsma stelt vast dat iedere bewindspersoon zich in zijn of haar houding ten opzichte van IOB altijd weer op dezelfde wijze ontwikkelt. ‘De eerste anderhalf jaar zijn ze altijd erg blij met ons, want al onze evaluaties gaan nog over de voorganger. Daarna komen ze zelf aan de beurt, en neemt het enthousiasme af.’ En wat doen politici met de IOB-rapporten? Eric Smaling, Eerste-Kamerlid van de SP, vindt het belangrijk om evaluatierapporten te lezen. ‘Ze dragen bij aan de grondigheid van het debat.’ PvdA-Kamerlid Angelien Eijsink: ‘Evaluaties zijn geen momentopnames, je leest er altijd de ontwikkelingen in van een paar jaar tijd. Ik put nog steeds uit rapporten die ik ooit heb gelezen.’ Te strak korset In een Ronde Tafel Gesprek met Annelies Zoomers, wetenschapper aan de Universiteit Utrecht en Elisabeth van der Steenhoven, directeur van WO=MEN, wordt IOB-directeur Ruben geconfronteerd met kritische vragen. Dit leidt tot een heuse clash tussen Van der Steenhoven en Ruben over de MFS-2 evaluaties.  ‘Heel veel ontwikkelingsorganisaties worden gedwongen activiteiten te proppen in een korset dat nauwelijks past’, vindt Van der Steenhoven. Ruben herkent dit beeld niet. ‘Er wordt geen korset opgelegd, er wordt de organisaties voor het eerst gevraagd om iets te laten zien: resultaten.’ Wel kunnen de drie elkaar vinden in het doel van evaluaties: evalueren doe je om te leren. En mislukken mag. ‘Als je de doelen niet hebt bereikt hoeft dat helemaal niet fataal te zijn, maar je moet dan wel weten waaróm ze niet zijn bereikt’, aldus Ruben. Verder worden in dit nummer verschillende meetmethodes uitgelicht en heeft evaluatie-goeroe Michael Quinn Patton een aantal evaluatie-tips heeft voor ontwikkelingsorganisaties. Marjolein van Asselt van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) en Gerrit de Jong van de Rekenkamer komen aan het woord over de lessen die zij trekken uit de overheidsevaluaties. Deze Vice Versa werd meegestuurd met Vice Versa 3. Meer lezen? Word nu abonnee van Vice Versa en ontvang de bijlage over evalueren en daarbij het zomernummer van Vice Versa. Kies ook een gratis boek uit onze boekenactie!

De erfenis van vier bevlogen vrouwelijke ministers

Door Paul Hoebink | 07 juli 2020

Vier vrouwelijke ministers van Ontwikkelingssamenwerking sloegen eind vorige eeuw de handen ineen met de ‘Utstein-4’. De Nederlandse Eveline Herfkens was een van hen. Wat hebben zij samen bereikt? Herfkens’ long time partner in life and work poogt in zijn nieuwste boek de balans op te maken, maar raakt verstrikt in de feiten.

Lees artikel

‘Opgeven is erger dan verliezen’

Door Marc Broere | 29 juni 2020

Carolyne Ndalilah, directeur van de spraakmakende Keniaanse jongerenorganisatie TYSA, helpt jongeren zichzelf én de uitdagingen van hun gemeenschap te leren kennen. ‘Wat onze samenleving nodig heeft, zijn jongeren die voorbij de dag van morgen denken; die het als een uitdaging zien het onmogelijke uit te proberen.’

Lees artikel

In coronatijd schiet de noodhulpsector terug in oude reflexen

Door Sarah Haaij | 18 juni 2020

Noodhulp moet effectiever en meer lokaal worden georganiseerd, sprak de internationale gemeenschap in 2016 af. Voortaan zou een kwart van het hulpgeld zo direct mogelijk naar lokale partners gaan. De kloof met de praktijk is ‘schokkend’: o,1 procent van het corona-noodhulpgeld gaat rechtstreeks naar lokale ngo’s, voor wie inspraak en toegang tot fondsen tijdens de pandemie nog moeilijker lijkt te worden.

Lees artikel