Door:
Selma Zijlstra

3 juli 2012

Categorieën

Kortgeleden sloot de milieutop Rio+20. Eco Matser, klimaatspecialist bij Hivos, was aanwezig en gaf per e-mail zijn indruk van de conferentie en vertelde daarnaast over het Sumba project. Met dit project wil Hivos het Indonesische eiland Sumba van 100 % duurzame energie wil voorzien. Een neokolonalistisch experiment of de best mogelijke oplossing voor de energietoevoer van dit afgelegen eiland? Wat bracht u naar Rio+20? ‘Ik ben naar Rio gegaan om verder werken aan toegang tot energie. Op dit moment hebben 1,3 miljard mensen geen beschikking tot electriteit. Dat betekent ’s avonds in het donker zitten maar ook weinig kansen voor ontwikkeling. Daarnaast kookt bijna 40% van de wereldbevolking nog op houtvuur wat niet alleen leidt tot ontbossing maar ook zeer slecht is voor de gezondheid van met name vrouwen. Daarom is toegang tot energie speerpunt voor Hivos, zowel in concrete projecten als in lobby. Toegang tot energie was een prominent onderwerp op Rio+20.’ Wat is uw indruk van de top? ‘Over het algemeen miste ik  een echte urgentie. Het gevoel dat er in Rio geschiedenis geschreven kon en moest worden ontbrak. In de voorbereidende  onderhandelingen ging het er hard aan toe, maar korte termijn strategieën en verdediging van eigen (lands) belangen lijken belangrijker dan het komen tot echte oplossingen voor de armoede en mileu crisis. Wel ontmoette ik veel gedreven mensen, mensen die allerlei ideeën en plannen hebben. En daarmee verder proberen te komen. Ook in de sessies naast de onderhandelingen werden goede discussies gevoerd en zinvolle initiatieven genomen. Jammer dat dit toch los zand blijft als de algemene verklaring niet leidt tot een gezamenlijk actie plan met doelen, maatregelen en deadlines. Heel af en toe kwamen er geluiden van de People’s Forum door, ver weg in het echte centrum van Rio. Daar vonden discussies plaats met vertegenwoordigers van non gourvermentele organisaties, vakbonden, inheemse volken etc. De begeestering van deze sociale bewegingen wordt node gemist in de conferentie zalen.’ Wat vond u het meest opvallend aan deze top? ‘Er waren verschillende interessante bijeenkomsten over toegang tot (duurzame) energie. Bijvoorbeeld op het Fair Ideas festival georganiseerd door het IIED uit London. Meer aandacht en geld is nodig voor toegang tot energie in afgelegen gebieden. Bijvoorbeeld door te investeren in lokale energiebedrijven die in handen zijn van lokale gemeenschappen. Te vaak wordt het ontwikkelingsgeld nog besteed aan grootschalige energie projecten die slechts ten goede komt aan de stedelijke middenklasse en de industrie. Geen grote kolencentrales dus, maar kleinschalige waterkrachtcentrales, biogas projecten, zonnepanelen etc. Technieken die niet alleen beter zijn voor het klimaat maar die vooral goed toepasbaar zijn voor mensen die ver weg wonen en tot nu toe verstoken zijn van energie en ontwikkeling. Brazilië leidde als gastand de onderhandelingen over de slotverklaring. Voordat de regeringsleiders aankwamen zorgde Brazilië voor een afgeronde tekst. Uitgesloten moest worden dat de top in chaos zou eindigen. Veel is al geschreven over het effect hiervan: de scherpe kantjes zijn er van af en veel zal de verklaring niet veranderen. Maar wat des te opvallender is aan deze top, is dat de verhoudingen internationaal gewijzigd zijn. Europa heeft flink aan macht ingeboet. Europa wilde onder andere hogere ambities op diverse milieuthema’s en pleitte voor een groene economie. Opkomende en arme landen voelden er niets voor om deze Europese agenda te volgen. Zeker niet gezien Europa geen toezeggingen wilden doen voor extra financiële steun of over overdracht van (schone) technologie. Bij de tussentijdse presentatie van het onderhandelingsresultaat werd dan ook voelbaar duidelijk dat Brazilië de dienst uit maakt en niet Europa.’ Wat stemde u hoopvol op deze top en wat juist niet? ‘Wat mij hoopvol heeft gestemd is dat er toch veel initiatieven werden genomen. Zo was er veel aandacht voor toegang tot duurzame energie en waren er ook veel landen die extra toezeggingen deden voor financiering van energie toegang. Wat mij minder hoopvol stemt is de bloedeloze eind verklaring. Ik mis de ambitie en de urgentie om de huidige milieu en armoede crisis op te lossen. Helaas blijken voor de BRIC landen strategische en eigen belangen belangrijker dan het concreet afspraken maken. Veel zaken worden vooruit geschoven en discussies gaan meer over procedures dan om oplossingen en concrete plannen en deadlines. Er zouden bijvoorbeeld afspraken gemaakt moeten worden over toegang tot energie en over de overstap naar duurzame energie in de nieuwe Sustainable Development Goals (SDG’s). Helaas is de top niet toegekomen aan de inhoud van de SDG’s. Er is alleen een proces afgesproken, een proces dat nog vele vergaderingen zal vergen om te komen tot concrete actie….’ Zelf bent u betrokken bij het Sumba project. Wat houdt dat in? ‘Hivos heeft het initiatief genomen om samen met bewoners van Sumba dit Indonesische eiland van 100% duurzame energie te voorzien. Op dit arme eiland heeft 70% van de mensen geen aansluiting op electriciteit. We betrekken bewoners, overheden en bedrijven bij het project. Zowel de lokale als nationale overheid heeft enthousiast gereageerd. Inmiddels heeft het Indonesische ministerie voor Energie de verantwoordelijkheid genomen voor het opstellen van een roadmap voor 100% duurzame energie. Het bedrijfsleven sluit ook aan en internationale financiers zoals de Asian Development Bank (ADB) doen ook mee omdat zij Sumba zien als een voorbeeld voor andere gebieden en eilanden. Inmiddels zijn er ook al concreet vorderingen gemaakt, er is gestart met biogas installaties en afgelegen dorpen krijgen stroom uit kleinschalige waterkracht centrales.’ Wat is het nut van het Sumba project en wat zijn de geleerde lessen uit jullie project? ‘Sumba is een goed voorbeeld van de mogelijkheden van duurzame energie voor ontwikkeling. Voor mensen die ver weg wonen, op een afgelegen eiland, maar ook op een afgelegen plaats op dat eiland is het verkrijgen van energie een groot probleem. Petroleum is soms wel drie keer zo duur. Toegang tot energie is nodig voor ontwikkeling en voor de gezondheid van met name vrouwen die anders in de rook moeten koken. Duurzame energie bronnen zijn echter lokaal beschikbaar. Op Sumba kan met waterkracht, zonne- en wind energie, met biogas en met lokaal gebruik van bio-energie veel bereikt worden. De focus op afgelegen eilanden is van groot belang om te voorkomen dat investeringen alleen in het veel rijkere en sterkere Java en Jakarta plaatsvindt. Een situatie die we helaas nog steeds veel aantreffen. Ondanks dat de mensen op Sumba erg arm zijn, moeten energie voorzieningen niet gratis weggegeven worden. Voor zonnepanelen  moet bijvoorbeeld – al is het maar weinig – wel betaald worden. Anders zal onderhoud en reparatie ook niet plaatsvinden. Bij de introductie van (nieuwe) bio-energie gewassen moet erg goed onderzoek worden gedaan. De introductie van Jatropha zo’n vijf jaar geleden is op Sumba een grote flop geworden. De prijzen die de boeren kunnen krijgen zijn te laag. Hivos werkt daarom met lokale organisaties aan het opzetten van handelsketens voor het gebruik van biomassa op het eiland zelf. Of daar een commercieel aantrekkelijk uitkomst is moet nog worden afgewacht.’ Is dat Sumba project niet een beetje neokolonialistisch? Jullie komen met allerlei plannen voor het eiland, maar wat vindt de lokale bevolking ervan? ‘Neen, bij eerste gesprekken op dit eiland bleek al dat duurzame energie voor bestuurders op Sumba een zeer bekende oplossing is. Een van de grootste problemen van hun bevolking is toegang tot energie. Ook zij zien duurzame energie als de beste (en goedkoopste ) oplossing. Begrip van belang duurzame energie voor een afgelegen eiland is bij hen bekender dan bij ons en is voor hen een duidelijke oplossing voor hun problemen. Het idee dat zij dit niet zouden beseffen is juist neokolonialistisch.’  

‘Opgeven is erger dan verliezen’

Door Marc Broere | 29 juni 2020

Carolyne Ndalilah, directeur van de spraakmakende Keniaanse jongerenorganisatie TYSA, helpt jongeren zichzelf én de uitdagingen van hun gemeenschap te leren kennen. ‘Wat onze samenleving nodig heeft, zijn jongeren die voorbij de dag van morgen denken; die het als een uitdaging zien het onmogelijke uit te proberen.’

Lees artikel

In coronatijd schiet de noodhulpsector terug in oude reflexen

Door Sarah Haaij | 18 juni 2020

Noodhulp moet effectiever en meer lokaal worden georganiseerd, sprak de internationale gemeenschap in 2016 af. Voortaan zou een kwart van het hulpgeld zo direct mogelijk naar lokale partners gaan. De kloof met de praktijk is ‘schokkend’: o,1 procent van het corona-noodhulpgeld gaat rechtstreeks naar lokale ngo’s, voor wie inspraak en toegang tot fondsen tijdens de pandemie nog moeilijker lijkt te worden.

Lees artikel

Vluchtelingen en migranten in de klem van corona en falend beleid

Door Frank van Lierde | 16 juni 2020

Wereldwijd raakt de coronacrisis migranten, ontheemden en vluchtelingen misschien nog wel het hardste. Ook in Nederland. Asielprocedures staan stil, opvangcentra zitten vol, en wie al wat verdiende verdient bijna niets meer. Migratie-expert Bob van Dillen geeft uitleg en komt met oplossingen en aanbevelingen.

Lees artikel