Door:
Daniëlle Hirsch

25 juni 2012

Categorieën

Vorige week zaterdag kreeg de VVD alle ruimte om de reeds vele malen herkauwde argumenten voor een heftige korting op ontwikkelingssamenwerking op tafel te leggen, schrijft Danielle Hirsch, directeur van Both ENDS. De VVD laat hiermee volgens haar zien te beschikken over een totaal gebrek aan visie wat betreft het buitenlandbeleid. Laten we het debat voeren over Nederland als de zestiende economische macht ter wereld en de invloed die we daardoor hebben. Dus niet die eenzijdige focus op de 0,7 en veel meer aandacht voor de 99,3% van ons BNP, stelt Hirsch Ja, hervorming van ontwikkelingssamenwerking is nodig. De manier waarop de 0,7 nu wordt uitgegeven, biedt zeker ruimte voor verbetering. Instituties die in de twintigste eeuw goed werk verrichtten, zijn niet opgewassen tegen de problemen van de eenentwintigste eeuw. Maar de VVD staart zich –bewust of onbewust- blind op de 0,7. Ze spreekt zich nergens uit over de manier waarop Nederland die andere 99,3% inzet voor internationale ontwikkeling. Dit getuigt van het gebrek aan visie van deze partij, die zo prat lijkt te gaan op haar open blik op de wereld. De VVD kan toch niet ontkennen dat Nederland als handelsnatie via haar eigen economische keuzes veel invloed uitoefent op de manier waarop het geld en de rijkdom in de wereld wordt verdeeld. Pas als we ons handelsbeleid en onze investeringen door de bril van rechtvaardigheid bekijken en daar ook echt naar handelen, kunnen we praten over het afschaffen van de 0,7. Dubbele standaard Een voorbeeld: Nederland hanteert een dubbele standaard richting haar eigen bedrijfsleven. Daar waar deze bedrijven in ons eigen land aan strenge standaarden moeten voldoen, dragen Nederlandse bedrijven elders bij aan armoede door vervuiling van het milieu en schending van mensenrechten. Nederlandse bedrijven betalen minimaal belasting in veel ontwikkelingslanden. Daardoor ondermijnen ze de mogelijkheden van die landen om via eigen fiscaal beleid hun onderwijs, gezondheidszorg of infrastructuur te verbeteren. Als bedrijven het reguliere belastingtarief zouden betalen aan de landen waarin ze ondernemen, wordt een deel van de huidige bilaterale hulp overbodig. Ander voorbeeld: Nederland is een van de landen die bij discussies over handelstarieven dwars ligt. We stemmen tegen de invoering van tarieven die de export van ruw materiaal minder aantrekkelijk maken en ontwikkeling van een eigen industrie stimuleren. De belangrijkste motivatie is puur eigenbelang. Als landen zelf ruwe materialen bewerken, krijgt onze verwerkende industrie met meer concurrentie te maken. Ondertussen ontnemen we veel landen de mogelijkheid zich economisch te ontwikkelen. Belastingparadijzen Nog een laatste voorbeeld: Nederland is een van de grootste belastingparadijzen in Europa. Onze gunstige regelgeving, in combinatie met een heel pakket aan belasting- investeringsverdragen en andere voor het publiek onzichtbare instrumenten, maken ons land aantrekkelijk voor buitenlandse bedrijven. Onze financiële sector vaart daar wel bij, maar we zorgen er zo wel voor dat ontwikkelingslanden een gigantisch bedrag aan belastingen mislopen. De schatting van het Tax Justice Netwerk is dat jaarlijks ongeveer een bedrag van 20 keer ons BNP dankzij de faciliterende rol van Nederland onbelast blijft. Als de VVD bereid zou zijn die realiteit openlijk ter discussie te stellen, is dat een eerste stap richting een situatie waarin die 0,7 wellicht overbodig is. Maar dan moeten we nu eerst onder ogen zien dat Nederlands economisch en fiscaal beleid grote negatieve gevolgen heeft voor mensen over de hele wereld. Als we de moed niet hebben daar verandering in te brengen, blijft die minimale 0,7% meer dan nodig om de bestaande mogelijkheden voor duurzame en rechtvaardige ontwikkeling uit te voeren die het conservatieve economisch beleid –eufemistisch tot liberaal bestempeld- nu laat liggen. Danielle Hirsch is Directeur van milieu- en ontwikkelingsorganisatie Both ENDS. Zij schreef dit opiniestuk samen met  Hans Berkhuizen (Milieudefensie), Fiona Dove (TNI), Ronald Gijsbertsen( SOMO), , Ruud van den Hurk (ActionAid) en Ineke Zeldenrust (Schone Klerencampagne).  

‘Wie ik tegenkom, wil ik in beweging brengen’

Door Lizan Nijkrake | 09 december 2019

Houda Loukili was Nederlands jeugdkampioen kickboksen en baande zich, als meisje met Marokkaanse achtergrond, een weg door een traditioneel mannelijke wereld. Nu geeft ze sporttraining aan kinderen en vrouwen buiten de boksring. ‘Ik wil doen wat mijn coach voor míj heeft gedaan.’

Lees artikel

Vechten voor het recht op liefde

Door Siri Lijfering | 05 december 2019

De antihomowet die in Nigeria is ingevoerd, maakt de lhbt-gemeenschap nòg kwetsbaarder. Zo is opkomen voor lesbische vrouwen zowel broodnodig als gevaarlijk; een kat-en-muisspel met hoge inzet. Hoe gaat het strategisch partnerschap Count Me In! ermee om?

Lees artikel

Venezolaanse vluchtelingen op Curaçao vallen tussen wal en schip

Door Bob van Dillen | 05 december 2019

Nu er een humanitaire crisis is in onze eigen regio, geeft de Nederlandse overheid niet thuis. Dat schrijft Bob van Dillen van Cordaid, die de situatie nauwgezet volgt, in deze opiniebijdrage. Ondertussen wordt de situatie steeds nijpender en krijgen vluchtelingen op Curaçao geen menswaardige behandeling.

Lees artikel