Door:
Tony van der Meulen

30 mei 2012

Categorieën

Tags

Migranten maken vele miljarden over naar hun landen van herkomst. Toch draait de relatie tussen migratie en ontwikkelingssamenwerking niet alleen om geld. Maar ook om vragen als: doe je er als migrant beter aan om terug te gaan, of om hier te blijven? Tony van der Meulen gaat te rade bij een Nederlandse onderzoekster en twee hoogopgeleide migranten. Het is een getal dat zelfs Geert Wilders in zijn bizarre fantasie niet zou kunnen bedenken: meer dan tweehonderd miljoen (!) mensen hebben inmiddels hun eigen land verlaten om elders aan de kost te komen. Zij maakten, volgens de OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling), in 2011 alleen al naar hun familie in ontwikkelingslanden 260 miljard euro over. Dat is ongeveer drie keer zoveel als de totale mondiale ontwikkelingshulp. Een enorme impuls voor de zelfredzaamheid in Het Zuiden. Of cynischer geformuleerd: dit kan de doodsteek of genadeklap worden voor de mondiale armoede-industrie. Het gigantische bedrag van 260 miljard euro onttrekt zich aan corrupte overheden en aan de overhead van bemoeizuchtige bureaucraten, het gaat rechtstreeks naar de mensen in de steden en dorpen zelf. Om die reden is die geldstroom – ik had dat zelf in alle eerlijkheid niet kunnen bedenken – ook alweer een reden tot fronsende zorg. Aan het slot van het persbericht van de OESO blijkt bijvoorbeeld dat iemand als Elaine Zuckerman, directeur van Gender Action, er duidelijk de pest over in heeft dat zij geen greep kan krijgen op al die miljarden. ‘Omdat het geld rechtstreeks naar de families gaat, is er geen garantie dat het geld terechtkomt bij projecten van publiek belang’, sombert zij. Mijn eerste reactie was: waar bemoeit zij zich mee! Het is het eigen geld van die mensen, en nog zuur verdiend ook. De lijnbus van Amsterdam naar De Rijp doet er bijna een uur over, dus heb ik alle tijd om hier, omringd door winters polderlandschap, nog wat langer over na te denken. Over de curieuze ergernis van grote organisaties dat er zomaar forse geldstromen op gang komen, waar zij niets over te vertellen hebben. Geld dat bij arme mensen terechtkomt, zonder dat er eerst dikke rapporten over zijn geschreven of conferenties zijn belegd in bosrijke oorden.  Het zou niet mogen! In De Rijp past de antropoloog Daniëlle de Winter (27), zelfstandig onderzoeker van migratie en ontwikkeling,tijdelijk op het huis van kennissen. Een prachtige oude winkel, van binnen geheel met hout beschoten, waar het winterlicht door de oude ruiten sfeervol wordt gefilterd.  Tussen de balken hangt een eeuwige rust, die ons moeiteloos afsluit van alle aardse troebelen. Niet bij uitstek een locatie om ons te buigen over de acute noden van deze wereld. Daarom roep ik, als de pot rooibosthee geruststellend op het komfoortje staat, nog maar eens: ‘Waar bemoeien ze zich mee!’ Daniëlle de Winter kijkt geamuseerd op en beaamt het: ‘Ja, daar moeten wij het uitgebreid over hebben!’ In opdracht van Oxfam Novib doet ze momenteel samen met de diaspora-organisatie Basug uitgebreid onderzoek naar migrantenorganisaties uit Bangladesh. Deze zoeken zelf niet alleen particuliere maar ook maatschappelijke bestemmingen voor de zogeheten remittances, de grote sommen geld die migranten terugsturen naar hun geboorteland. In Bangladesh gaat dat om zo’n elf procent van het nationaal inkomen. Daniëlle: ‘Ik heb me sinds ik ermee bezig ben verbaasd dat er zo veel aandacht is voor die geldstromen, want het is gewoon privaat geld. Maar allerlei overheden en internationale organisaties hebben veel interesse in die particuliere overschrijvingen. Ik denk dus ook wel eens: waar bemoeien ze zich allemaal mee? Toch is het daarnaast interessant je af te vragen: mag je al dat geld vergelijken met het veel lagere bedrag dat er in de wereld is voor ontwikkelingssamenwerking? Hoe dragen al die private overschrijvingen bij aan de ontwikkeling van een land? Wat is het effect voor de gemeenschap? Draagt al het geld dat wordt overgemaakt naar huishoudens ook bij aan gezondheidszorg, aan onderwijs?’

En zo zit jij je er ook alweer mee te bemoeien?

Ondanks mijn strenge toon krijg ik van Daniëlle toch nog een kopje thee. ‘Nee, wij bedenken geen nieuwe projecten, we gaan in Bangladesh niet aan mensen vertellen hoe ze dit geld volgens ons moeten besteden. Wij brengen in kaart wat ze met het geld doen, hoe zoiets gaat. En vooral ook welke projecten migranten zelf opzetten in hun eigen dorpen. Probleem daarbij is dat er nauwelijks betrouwbare cijfers beschikbaar zijn. Maar de schatting is dat zestig tot tachtig procent van al het geld dat terugkomt wordt besteed aan huishoudelijke zaken, en twintig tot veertig procent wordt gespaard of geïnvesteerd.’

Maar waarom zou dat particuliere geld, dat naar eigen familieleden en vrienden wordt gestuurd, een algemeen nut moeten hebben?

  ‘Omdat de mensen er dan op de langere termijn ook iets aan kunnen hebben. Je zou kunnen overwegen dat het nut heeft dat niet alles meteen opgaat aan dagelijkse dingen. En dat er aandacht is voor de duurzaamheid van de geldstromen. Het stimuleren van een onafhankelijke financiële toekomst door een combinatie van particulier geld aan familie en vrienden en aan gemeenschapsdoelen.’ Is het niet een hovaardige gedachte dat wij dat weer eventjes gaan zitten bepalen? ‘Dat is natuurlijk een belangrijk punt. De migrantenorganisaties beginnen er zo langzamerhand ook genoeg van te krijgen. O, daar komt weer voor de zoveelste keer iemand onderzoeken wat wij aan het doen zijn. Geef ons dat geld dat voor je onderzoek bestemd is, wij gebruiken het zelf wel. Er wordt al twintig jaar onderzoek naar gedaan, als het niet langer is. En dan komt er weer eentje opgewekt langs en mogen ze weer hetzelfde mooie verhaal gaan vertellen. Dat is een punt, ja.’ Daniëlle vindt het nu zo langzamerhand wel tijd om heel concreet te worden. ‘Een Filippijnse organisatie in Nederland heeft, samen met het COS, het project Maria Goes To Town opgezet. Filippino’s die in Nederland werken en terugkwamen in hun land, zagen daar dat vrouwen grote moeite hadden hun landbouwproducten te verkopen. Ze gingen van deur naar deur, maar waren vooral ook veel geld en tijd kwijt aan het transport naar verre marktplaatsen, want er was een groot gebrek aan een goede infrastructuur. De migranten zijn toen gaan bedenken hoe ze dit konden oplossen en kwamen op het idee allerlei kleine lokale markten op te zetten. Er kwamen gebouwtjes, er kwamen vrouwenassociaties die de verantwoordelijkheid voor de markten op zich namen. Al gauw nam hun winst toe met tweehonderd procent, onder andere omdat ze niet meer lange afstanden hoefden af te leggen. Nu zijn er al in zes districten van die lokale markten, het loopt geweldig. En dan zie je dat migranten die terugkomen met hun ervaring kunnen bijdragen aan het opzetten van heel gerichte projecten.’ Maar waarom gingen deze migranten het belangrijk vinden niet alleen geld te geven aan de eigen familie maar ook aan het marktproject? ‘Bij onderzoekers zie je daarvoor de altruïstische en de egoïstische verklaring. De altruïstische interpretatiegaat uit van een grote en mooie verbondenheid met de familie in het thuisland. De meer egoïstische verklaring is: als de migranten terugkeren dan willen ze een betere gemeenschap aantreffen dan ze achterlieten, want daar hebben ze zelf ook baat bij. Migrantenorganisaties zuchten wel diep als de zoveelste onderzoeker langskomt, maar aan de andere kant stellen ze het ook op prijs als ontwikkelingsorganisaties hun eigen project gaan steunen.’

Je hebt een veilige omgeving nodig om te veranderen

Door Marc Broere | 23 juni 2019

Wat houdt dat nu precies in: meer zeggenschap van het Zuiden in de internationale ontwikkelingsagenda? Flexibel en vrij besteedbaar geld voor zuidelijke organisaties, maar vooral ook: aandacht voor machtsstructuren. ‘Dit gaat niet alleen over geld, maar vooral over mensen in staat stellen te doen wat voor hun op dat moment belangrijk is. Dat is eigenaarschap!’

Lees artikel

Tip 1 aan Kaag: ‘Laat noordelijke organisaties verplicht samenwerken met zuidelijke partners’

Door Lizan Nijkrake | 20 juni 2019

Minister Kaag werkt hard aan een nieuw subsidiekader voor het maatschappelijk middenveld. Ze wil meer eigenaarschap geven aan zuidelijke ngo’s om hen meer legitimiteit te geven, en ziet daarbij een andere rol voor Nederlandse organisaties. Vice Versa vroeg vier zuidelijke organisaties hoe zij dit zien. Wat is hun gouden tip voor onze minister? Met vandaag Hajer Sharief, medeoprichter van Together We Build It, een ngo die werkt aan jongeren-en vrouwenparticipatie in Libië’s vredesproces.

Lees artikel

‘Het gedrag van ontwikkelingsorganisaties lijkt op het orkest van de Titanic: doorspelen en doen alsof er niets aan de hand is’

Door Fons van der Velden | 18 juni 2019

De macht van het geld en van connecties spelen in particuliere ontwikkelingssamenwerking helaas nog steeds een doorslaggevende rol, betoogt Fons van der Velden. Dat belemmert een écht gelijkwaardige relatie met zuidelijke partners, terwijl juist daarin de sleutel tot legitimiteit en succes schuilt.

Lees artikel