Door:
Wiet Janssen

29 maart 2012

Categorieën

Tags

Vandaag het vervolg van de discussie tussen Wiet Janssen en Bert Meertens over het EU-landbouwbeleid. Volgens Janssen hebben Afrikaanse landen er geen belang bij dat ze importtarieven mogen heffen, want de bevolking van de steden heeft een groot voordeel van dat goedkope graan en die rijst. En het laatste wat regeringen in Afrika willen is voedselrellen in hun hoofdstad. De ‘Arabische lente’ is daarmee begonnen.  

Even een woord vooraf: de problematiek van de importtarieven van de EU gaat Bert Meertens duidelijk aan het hart, zijn betoog wordt er tamelijk emotioneel van. Maar misschien is het goed om even op te merken dat ik zijn vijand niet ben, en ik ambieer die rol ook niet. Ik zie een discussie als een manier om dichter bij de waarheid te komen. Ik vind het prima als iemand tegen me zegt dat ik het volkomen fout heb, en dan met goede argumenten komt. Maar laten we vermijden elkaar af te katten.

Meertens is zonder twijfel goed op de hoogte van het onderwerp, en hij kent de cijfers. Ook refereert hij aan bronnen, en dat vind ik altijd erg prettig. En ik heb me wat meer in de materie verdiept, en ik heb mijn mening enigszins genuanceerd.

Dat de Afrikaanse boeren niet op kunnen tegen die in de EU klopt niet helemaal

Het grootste deel van zijn reactie op mijn bijdrage betreft de geschiedenis van de afgelopen veertig jaar landbouw in Afrika bezuiden de Sahara (SSA), en de rol van de EU, de Wereld bank etc. daarin. De politiek van de EU en de internationale organisaties leidde ertoe dat de landen in SSA hun importtarieven moesten laten zaken en hun markten open moesten stellen voor importen. Daarvoor in ruil kregen ze toegang tot de EU markt. En dat was blijkbaar de nekslag voor de Afrikaanse landbouw. Dat is ook de strekking in ‘Globalising Hunger: Food Security and the EU’s Common Agricultural Policy’3. Sindsdien worden er grote hoeveelheden voedsel naar SSA geëxporteerd. De Afrikaanse landen zouden daar niet tegenop kunnen. Maar dat klopt maar ten dele.

De SSA landen zijn best concurrerend: de voedselexport doet het niet slecht

De ‘USITC Executive Briefings on Trade’ van Augustus 20091 laten echter zien dat de SSA-landen de concurrentie best aankunnen. De cijfers in de nieuwsbrief ‘Sub-Sahara Africa exports dominated by the United states and the European Union’ tonen dat aan. De totale export vanuit SSA naar de EU bedroeg in 2008 $ 101 mld. $ 48 mld. daarvan betrof olieproducten, en $ 22 mld. mineralen en metalen. Van de rest, ca. 30 mld., was $ 14 mld. voedselproducten, 1/7 van de totale export. Uit data van de Wereld Bank (World development indicators, tabel 4.4, zie onder) valt bovendien op te maken dat de voedselexport van de SSA landen is gestegen.

Weliswaar is het percentage voedselproducten in de totale export vanuit SSA tussen 1995 en 2009 met meer dan één-vijfde gedaald, maar in absolute zin is die waarde (in lopende dollars) met een factor 2,5 gestegen. Rekening houdend met de inflatie van de dollar (factor 1,37) en de bevolkingstoename (factor 1,4) was er dus een reële toename van de voedselexport per inwoner van 40%. Dus met betrekking tot voedselproducten doen de landen in Afrika het helemaal niet slecht.

De pijn zit bij de arme boeren

De tabel toont echter ook stagnatie in de export van onbewerkte landbouwproducten. Die was in 1995 nog 7%, en is gezakt naar 3%. Omgerekend als boven blijkt de export per inwoner sinds 1995 met ca. 45% te zijn gedaald. Ook in andere werelddelen is de omvang van export van onbewerkte landbouwproducten relatief afgenomen. Maar de invoer van granen is in Afrika is de laatste decennia gestaag toegenomen. En het zijn juist de arme boeren die leven van de productie en de verkoop van onbewerkte landbouwproducten. Die leggen het af.

Waar zit het probleem?

De vraag is dan: is de arme boer het slachtoffer van de politiek van de EU en het IMF? Ligt het in de eerste plaats aan de verlaging van de invoertarieven van de SSA-landen, afgedwongen door de EU? Of zijn er (ook) andere oorzaken? De importtarieven van de EU zijn het probleem in ieder geval niet, daar heeft Meertens gelijk in, die variëren tussen de 2,4 en de 0,6%, en voor veel landen zijn ze al helemaal nihil. De groei van de economie in SSA is ook het probleem niet, de groei in koopkracht per inwoner was in de periode 2005-2010 gemiddeld 2,8%. Dat heeft de Eurozone in geen jaren meer bereikt,  ook niet vóór de crisis.

SSA heeft ook geen handelstekort. Volgends de Wereld Bank was de totale export van SSA in 2009 $ 243 mld. en de import 253 mld., maar de SSA landen kregen tezamen ook nog 40 mld. ontwikkelingshulp, dus andere geldstromen niet meegerekend zijn er geen tekorten. De import van voedsel is dus geen probleem voor de economie. Het aandeel van de EU lijkt daarbij overigens geen dominerende rol te spelen, volgens de WTO2 bedroeg die $ 59 mld. in 2009, minder dan een kwart van het totaal. De import uit de VS is nog veel minder: $ 16 mld.

Arme boeren kunnen niet concurreren, maar dat komt niet door de EU subsidie

Het punt is dat grote groepen arme boerengezinnen in SSA de concurrentie met het geïmporteerde voedsel niet aankunnen. De politici van de Wereld Bank die de laatste decennia geprobeerd hebben de economie in Afrika tot bloei te brengen, waren vast en zeker vol goede bedoelingen. Maar ze hebben gekeken naar landen als geheel, en de problematiek van de bevolking op het platteland niet onderkend. Ik heb daarover verschillende studies bekeken, o.a. ‘Impact of EU’s agricultural trade policy on smallholders in Africa’3, en ‘Food trade and food policy in sub-Saharan Africa: old myths and new challenges’4. De economen van de Wereld bank hadden het over van alles, maar niet over productiviteit. En daar zit het ‘m in, zie figuur. De gemiddelde maisopbrengst per hectare is ongeveer 1 ton, maar in een slecht jaar veel minder. N.B.: de productiviteit in de rijke landen ligt anderhalf à twee maal zo hoog als in Oost-Azië.

Een ongelijke strijd, maar tegenhouden van goedkoop voedsel niet haalbaar

Meertens heeft dus gelijk dat het een ongelijke strijd is. Hij beweert dat dat (o.a.) komt door de EU subsidies, daardoor zouden de boeren in de EU onder de kostprijs kunnen verkopen. Maar dat is natuurlijk niet zo. De boeren krijgen tegenwoordig immers een vast bedrag, onafhankelijk van de omvang van hun productie. Een boer die onder kostprijs verkoopt maakt dan verlies, dus dat doet hij echt niet. Maar of de subsidies nu verschil maken of niet, de EU zal ze echt nog niet willen afschaffen.

Maar de SSA landen zullen dat ook niet willen, want de bevolking van de steden heeft een groot voordeel van dat goedkope graan en die rijst. En het laatste wat regeringen in Afrika willen is voedselrellen in hun hoofdstad. De ‘Arabische lente’ is daarmee begonnen.

Een tweede reden waarom de SSA landen zullen instemmen met het verlagen van de import tax is dat hun economieën heel veel voordeel hebben van de vrije toegang op de EU markt. Het levert een belangrijke bijdrage aan verdere economische groei.

Hogere productiviteit en een lagere munt

Wat de SSA landen wél kunnen doen is: de donorlanden vragen om de ontwikkelingshulp voor een veel groter deel te richten op het verhogen van de productiviteit van de kleine boeren. In 2003 heeft de FAO daar al plan voor opgesteld. Gecorrigeerd voor de bevolkingsgroei en de inflatie sindsdien, zou het ongeveer 22 miljard kosten over een periode van 15 jaar om de honger grotendeels is uit te bannen. Daarbij gaat het vooral om het kiezen van de juiste landbouwmethode op iedere plek, en om heel veel kennisoverdracht. Ik heb een korte versie van dat plan al aan de redactie van Vice Versa aangeboden.

Een andere maatregel die de SSA landen kunnen nemen om concurrerender te worden is de waarde van hun munt te laten zakken, zodat het prijsniveau t.o.v. de rest van de wereld lager wordt. Om dat te bereiken moeten ze een groot deel van dollars en euro’s die ze verdienen met b.v. de export van olie en andere grondstoffen (en een beetje import tax??) niet omwisselen in lokale valuta en die in de eigen economie steken, maar er b.v. obligaties mee kopen in de VS, of er machines mee importeren. De landen in Oost-Azië het hen voorgedaan. India en Bangladesh zijn het nu net zo aan het doen. Hun groeicijfers zijn omhoog geschoten!

De import tax in de SSA landen zomaar opheffen, zonder aanvullende maatregelen, is eigenlijk geen optie, want dan zullen de kleine boeren nog decennia in bittere armoede moeten leven.

Lees ook:

Bert Meertens: ‘Ongelijke competitie EU ontgaat Janssen’

Wiet Janssen: ‘De trukendoos van Meertens kan ik niet ontdekken’

Bert Meertens: ‘Paul Hoebink zou zich moeten verdiepen in de EU-trukendoos’

Column Paul Hoebink: ‘EU landbouw’

Hoe de ziel uit de ngo-sector verdwijnt

Door Marc Broere | 13 november 2019

Ze behoren tot de pioniers en innovators van de milieubeweging en ontwikkelingssamenwerking in Nederland en vormden decennialang een spraakmakend duo. Hoewel ze volop genieten van hun pensioen, luiden Ron van Huizen en Hans Guijt de noodklok over een ontwikkeling die hen zorgen baart: raden van toezicht die ontwikkelingsorganisaties willen laten besturen alsof het bedrijven zijn. ‘Stop met de idiote doelstelling dat je altijd moet groeien.’

Lees artikel

Deugen de meeste mensen nu wel of niet?

Door Hans Beerends | 31 oktober 2019

Historicus Rutger Bregman stelt in zijn nieuwe boek dat de meeste mensen deugen, verwijzend naar de prehistorie. Daar staat volgens Hans Beerends tegenover dat veel deugende mensen zich ook gemakkelijk laten misleiden.

Lees artikel

Het Raadsel van de ander

Door Vice Versa | 08 oktober 2019

In de nieuwe Vice Versa die komend weekend verschijnt staat ‘de ander’ centraal en zoeken we naar een nieuw, progressief narratief. Angst voor de ander kun je alleen bestrijden met menselijke verhalen, schrijven Ayaan Abukar en Marc Broere.

Lees artikel