Door:
Marc Broere

27 maart 2012

Afgelopen woensdag vond er in Mali een staatsgreep plaats. Vice Versa sprak met Piet van Ommeren, tot vorige week interim-directeur van het regiokantoor van ICCO over wat er precies aan de hand is en wat de gevolgen zijn voor ontwikkelingswerk aan het West-Afrikaanse land. ‘Alle aandacht is direct gericht op de veiligheid van de staf.’ Wat is er precies gebeurd? ‘Een groep “‘lage’ militairen” (2 officieren, de rest lager) hebben woensdagmiddag het nationale radio/tv-station bezet, hebben de president uit zijn paleis weten te krijgen en hebben donderdagochtend heel vroeg op de Malinese televisie verklaard de regering te ontbinden en de macht overgenomen te hebben. Overheidskantoren en alle grenzen werden gesloten. Donderdag was een gespannen dag. Er waren weinig militairen op straat -men had gewoon nog niet veel militairen in Bamako- en er is toch behoorlijk geplunderd, met name in bedrijven en overheidsgebouwen. Dat gebeurde door soldaten, maar zeker ook door burgers. Bij het ICCO kantoor is niet ingebroken en ook de staf is dit soort dingen tot nu toe bespaard gebleven. De onduidelijkheid was het lastigste: niemand wist wie de coupplegers waren, niemand wist wie er achter zaten, iemand wist of het zou standhouden en of er gewelddadige reacties, bijvoorbeeld van andere legeronderdelen, zouden komen. Al snel werd er van een “onheilspellende stilte” gesproken. De reden voor de coup is het feit dat het leger niet in staat gesteld wordt om de strijd tegen de rebellen in de Sahel woestijn, het overgrote noordelijke deel van Mali, naar behoren te voeren. Deze regering voerde geen beleid gericht op het zo snel mogelijk verslaan van de rebellen, naar verluidt omdat een aantal mensen in de regering er zelf baat bij hadden om de rebellen hun handel in drugs en wapens te laten voeren, omdat ze er zelf beter van werden. Daardoor ontbeerde het leger voedsel en goed materieel en lijdt het zware verliezen. Deze situatie bestaat al maanden, en is geëscaleerd nadat er veel rebellen met zware wapens uit Libië terugkeerden nadat Khadaffi verslagen was. Legeronderdelen protesteerden al langer, vrouwen van omgekomen soldaten hielden een mars naar het presidentieel paleis, maar er veranderde niets. Dat, zo stellen de coupplegers, was de aanleiding. Op straat zegt iedereen: er ging iets gebeuren, dat was niet meer te voorkomen, maar men wist niet wat en wanneer.’ Hoe is de situatie op dit moment? In Bamako is de rust voorlopig weergekeerd. Er wordt niet meer (in de lucht) geschoten en het roven schijnt ook min of meer opgehouden te zijn. Sinds donderdag zijn alle overheidsdiensten gesloten en ook de grotere winkels zijn nog steeds dicht, uit angst voor berovingen. De militairen hebben de ministeries opdracht gegeven dinsdag weer te functioneren (maandag is een publieke feestdag) en roept sinds vrijdag iedereen op om weer aan het werk te gaan. De drukte op de wegen is snel toegenomen, maar nog niet op het oude niveau. Er is een avondklok van 6 tot 6 maar daar wordt slecht gevolg aan gegeven en blijkbaar zonder dat dat reacties bij de coupplegers oproept. “Typisch Mali” denk ik wel eens, alhoewel gemakkelijk gaan denken dat het allemaal wel meevalt en de coupplegers prutsers zijn, heel gevaarlijk is. De militaire situatie is nog immer verward. De grootste verwarring bestaat over het wel en wee van de president “ATT.” Zonder een echt zware strijd verdween hij in een paar uur met loyale militairen uit zijn paleis. Alle mogelijkheden komen in de geruchtenmachine langs: in de US ambassade (formeel ontkend), het land uit, toch opgepakt door de coupplegers en in een safe place, of hij heeft zich verschanst op een hem loyale legerbasis met de hem loyale rode baretten. De couppleger stellen steeds dat ATT “veilig is en in goede gezondheid”. Vandaag verscheen er op internet een quote van een naaste medewerker van de coupleiding dat “ATT met ons samenwerkt”. Het is opvallend hoe weinig mensen er in de publiciteit nog om aandacht voor ATT persoonlijk vragen; zij die zich durven uitspreken laten ATT links liggen, hij was niet meer geliefd. Er sluiten zich wel steeds meer legeronderdelen aan bij deze groep, iets wat zichtbaar is tijdens de speeches van de leider, waarbij zich steevast een bonte verzameling militairen achter hem  verzamelt, om te tonen welke onderdelen er inmiddels meedoen. De politiek verdeelt zich. Ten faveure van de coup is vandaag MP22 opgericht, de “mouvement populaire 22” (van 22 maart, de dag van de coup). De woordvoerder is een oppositie politicus en het is de bedoeling dat partijen, maatschappelijke organisaties en bewegingen die de coup steunen zich bij MP22 aansluiten. Het is mooi om te zien welke exotische groeperingen ineens een politiek standpunt hebben. Daarnaast hebben 38 politieke partijen en organisaties gezamenlijk de coup veroordeeld en opgeroepen tot een onmiddellijke terugkeer naar de constitutionele democratie. Ik kan me zo voorstellen dat op dit moment de coupplegers daar niet zo van wakker liggen. Het volk ziet alleen maar de oude graaiers verdwijnen en nieuwe zich naar voren bewegen, niemand in mijn omgeving raakt ook maar een moment opgewonden over deze ontwikkelingen. De internationale politiek is traditioneel verontwaardigd en veroordeelt de coup in de hardste bewoordingen; Mali is al uit de West Afrikaanse Economische Commissie en uit de Afrikaans Unie geschopt. De VN, EU, Frankrijk, de Verenigde Staten: iedereen veroordeelt verontwaardigd. Een internationaal isolement dreigt. Wat betekent dit voor het werk van westerse ngo’s en de officiële bilaterale hulp aan het land? ‘Alle internationale organisaties en westerse overheden heb de hulp meteen gestaakt, ook Nederland. Dat merkt het land niet direct, maar gaat op korte termijn pijn doen. De Westerse ngo’s zijn over het algemeen niet direct afhankelijk van de overheid en hebben geen reden om hun hulpbeleid in negatieve zin te wijzigen, lijkt me. Op termijn kan een eventueel veranderende politieke en economische situatie wel leiden tot noodgedwongen aanpassing van het beleid, maar tot nu toe zijn het met name de veiligheidsrisico’s die van invloed zijn op het functioneren van westers ngo’s.’ Tegen wat voor soort concrete vragen en dilemma’s loop jij nu als tijdelijk ‘chef de mission’ van het regiokantoor van ICCO aan? Alle aandacht is direct gericht op de veiligheid van de staf. Op woensdagmiddag werd ik ingelicht door een Noorse collega, die me meldde dat het radiostation bezet was. Er is direct een stafvergadering belegd (bijna iedereen wist er al van, maar had het blijkbaar nog niet nodig gevonden ons -ik en mijn net begonnen opvolger- al in te lichten), waarin we de situatie hebben geanalyseerd. De staf is zo snel mogelijk naar huis gegaan nadat we een communicatie structuur en communicatieafspraken gemaakt hadden. In een situatie als deze komt er een heel ‘security circus’ op gang. Ingo’s hebben allerlei coördinatiestructuren en -afspraken, ook met VN onderdelen. De contacten met ambassades en zusterorganisaties worden aangehaald. Bestaande veiligheids- en evacuatieplannen worden geactualiseerd en op de huidige ontwikkelingen aangepast; evacuatie- en relocatie-plannen zullen de komende dagen op scherp worden gezet, zonder dat er nu al tot evacuatie is of wordt besloten. De centrale vraag zal deze dagen steeds zijn: hoe reageren we veilig op de ontwikkelingen, zonder meteen ons werk stil te leggen en ieder te evacueren als dat niet strikt nodig is. Ineens zijn we crisis managers geworden en met totaal andere zaken bezig. Staf zal in een situatie als deze niet gedwongen worden te werken, maar iedereen wil zo snel mogelijk ook in ons werk de “normale” situatie afdwingen bijna. Hopelijk kunnen we dinsdag weer aan het werk. Dan zullen we proberen de draad weer op te pakken en zullen we ons verder voorbereiden op mogelijke nog komende acute ingrijpende  veiligheidsrisico’s, en onze reactie daarop uitwerken en in gang zetten. Zodra we weer aan het werk zijn zullen we ook de reactie van partners vernemen (onze partners werken niet of nauwelijks in Bamako zelf) en met hen de situatie bespreken en bezien hoe we ons werk zo snel mogelijk, aangepast of niet, kunnen hervatten. Piet van Ommeren was gedurende 9 maanden interim manager van het ICCO Regiokantoor voor West Afrika in Bamako, Mali. Begin vorige week droeg hij de verantwoordelijkheid over aan zijn opvolger, Leo Spaans, die hij op dit moment aan het inwerken is. Piet van Ommeren is consultant bij  Fair & Sustainable Advisory Services.

Tijd voor reflectie

Door Barbara van Paassen | 12 maart 2019

Barbara van Paassen zegde onlangs haar baan op bij ActionAid en vertrok naar Italië. Mede geïnspireerd door Duncan Green’s ‘How Change Happens’, die stelt dat elke activist ook reflectivist moet zijn en hiervoor veel te weinig ruimte is binnen de ontwikkelingssamenwerking, gaat zij op zoek naar wat dit betekent in de praktijk.

Lees artikel

Het dooit in Ethiopië

Door Niels Posthumus | 10 maart 2019

Sinds premier Abiy Ahmed vorig jaar in Ethiopië aan de macht kwam, voert hij vlug democratische veranderingen door. Maar de strijd tussen haviken en hervormers is nog niet gestreden. Verslag van een ommezwaai.

Lees artikel

‘Afrika wordt niet de fabriek van de wereld’

Door Joris Tielens | 06 maart 2019

Om de armoede uit Afrika te verbannen is er meer toerisme en verwerking van grondstoffen nodig, zegt IOB-onderzoeker Jan Bade. En meer hulp aan de armste overheden om zelf hun onderwijs, zorg en sociale bijstand te verbeteren. ‘Subsidie voor Nederlandse bedrijven in Afrika leidt niet zomaar tot inclusieve groei.’

Lees artikel