Door:
Rob Zadel

27 maart 2012

Categorieën

Tags

Illustratie: Esther van Ameijde

Ontwikkelingsorganisaties lijken er genoegen aan te beleven om zich de maat te laten nemen door instanties van buiten. Niet doen, zegt columnist Rob Zadel. Elkaar de maat nemen mag zich in Nederland verheugen op een toenemende belangstelling. Het is echt een groeimarkt. Vooral een ander de maat nemen is populair en veel meer in trek dan de maat genomen worden. Vele instanties worden hiervoor opgericht en bestaande instanties proberen een deel van die markt te veroveren. Dat geldt ook voor de markt van ontwikkelingssamenwerking. Maar gek genoeg zijn het hier de hulporganisaties die zich graag de maat willen laten nemen. Is het onzekerheid over eigen kunne of misschien een verslaving aan bevestiging van eigen kunne? Gedragscodes in velerlei gradaties, keurmerken, Buza meetinstrumentaria, de Algemene Rekenkamer, het instituut voor briljante mislukkingen en de transparantieprijs zijn een greep uit zaken en instanties die de markt van de maatneming bepalen. Met zoveel stuurlui aan wal vraag ik mij af of het bestuur of de raad van toezicht van een organisatie nog wel wat te doen heeft. Zo op het oog blijft er verrekt weinig over. Nu de oplevering van de jaarrekening en het jaarverslag 2011 van de organisaties weer in volle gang is, dient de vraag zich aan om mee te dingen naar de transparantieprijs 2012. Ik zou zeggen, niet doen, want het is net een trekharmonica. In de 8 jaar van haar bestaan, zijn de jaarverslagen ongetwijfeld beter en transparanter geworden, maar ook dikker.  De leesbaarheid heeft er dan weer onder geleden. Dus nu zijn de toverwoorden compactheid en online. Zo blijf je aan de gang en het instituut ook. Het doel van de transparantieprijs om de jaarverslagen transparant en beter te maken is bereikt. Dat het compacter moet en online om drukkosten te besparen is een logica die zelf wel kan worden bedacht. Dus bedankt en nu weg met de transparantieprijs. Zo zou je van tijd tot tijd al die maatnemingsinstanties eens moeten evalueren op hun nog geldende waarde. Neem bijvoorbeeld het instituut voor briljante mislukkingen. Sinds dit instituut al weer een paar jaar de grootste kluns in het zonnetje heeft gezet, is die schroom ook weggevallen. Het is een voorrecht geworden om je mislukkingen breed uit te meten en aan ieder kenbaar te maken. Dat krijgt dan ook een mooi plaatsje in het jaarverslag. Dus doel bereikt en weg met het instituut voor briljante mislukkingen. Dat ruimt op. Eens kijken hoeveel maatnemingsinstituten er in 2012 bijkomen. Zolang de directe ontwikkelingshulp, de core business, maar niet de dupe wordt van die ongein, want dan wordt het schieten in je eigen voet.      

‘De allerarmsten worden niet geholpen. En dat kan wél.’

Door Marc van Dijk | 05 augustus 2020

Te vaak lanceren hulporganisaties projecten zonder eerst te praten met degenen om wie het gaat. Onderzoeker Anika Altaf sprak met de allerarmsten in Ethiopië, Benin en Bangladesh. Om hen te bereiken moet het roer om.

Lees artikel

Richt je niet alleen op laaghangend fruit

Door Marc Broere | 30 juli 2020

In zijn hoofdredactioneel commentaar in de nieuwe Vice Versa doet Marc Broere een oproep aan ontwikkelingsorganisaties om een extra mijl te lopen om ook de meest gemarginaliseerden in te sluiten in hun projecten. Onderzoeker Anika Altaf laat zien dat het kan.

Lees artikel

Column Eva Nakato: Van nadeel tot voordeel

Door Eva Nakato | 27 juli 2020

Wat vroeger in je leven als ‘ongepast’ werd gezien door je omgeving, blijkt vaak de sleutel tot succes in je latere leven te zijn. Ook voor onze columniste Eva Nakato. Vroeger werd ze soms gepest om haar zware stem, nu wordt ze juist hiervoor uitgekozen voor het spreken in het openbaar en het inspreken van teksten.

Lees artikel