Door:
Wiet Janssen

26 maart 2012

Categorieën

Je kunt wel degelijk bezuinigen op ontwikkelingssamenwerking en toch meer resultaat bereiken. Dat betoogt wetenschapper Wiet Janssen. Hij loopt de begroting van Ontwikkelingssamenwerking puntsgewijs door en legt ze langs de meetlat van effectiviteit. 

‘Hulp is een recept voor permanente armoede. De enige manier om uit de vicieuze cirkel van de armoede te komen is door handel en exportgeïnitieerde groei!’  Het is een uitspraak van president Museveni van Oeganda in de  Wall Street Journal van  6 november 2003.

Ik ben het grotendeels eens met deze uitspraak van Museveni. Maar ik denk dat hulp die zich richt op economische ontwikkeling en praktisch, marktgericht onderwijs, heel goed kan bijdragen aan handel, export en het verminderen van de armoede. De helft van de Nederlandse hulp gaat nu naar Afrika[1], maar het zou nog wel meer mogen zijn, want daar is de armoede het meest verbreid en hardnekkig.

Het is tegenwoordig mode om te beweren dat Afrika een periode van fantastische groei doormaakt, maar dat is niet zo. Het inkomen per inwoner in lopende dollars stijgt inderdaad enorm, maar dat komt vooral door de inflatie van de dollar, en door veranderingen in de wisselkoersen van de lokale munten tegen de dollar. Met welvaart heeft dat niets te maken. In koopkracht per persoon is de groei in Afrika de laatste jaren 2,8% per jaar, dus het gaat wel beter, maar niet spectaculair. En de grote groep armen merkt er nog nauwelijks iets van.

Sommige soorten hulp leiden tot vermindering van de armoede, maar het grootste deel is gericht op sociale en verzorgende activiteiten.[2] Wat voorbeelden: al jarenlang gaat er veel geld naar overheden in ontwikkelingslanden voor goed bestuur, voor gezondheidszorg; en voor schoon drinkwater (180 mln). Maar het resultaat valt soms tegen, de corruptie is in Afrika tussen 2005 en 2011 flink toegenomen[3]; het percentage van hun leven dat mensen ziek zijn blijft hetzelfde[4]; en waterpompen kunnen we blijven installeren want die gaan maar een paar jaar mee.[5]

Volgens de Toelichting op de Begroting van Buitenlandse Zaken voor 2012 geeft Nederland nu hulp aan meer dan 20 thema’s en elk thema krijgt wat: het ‘Giesskannenprinzip’ noemen de Duitsers dat. Maar de hulp zal waarschijnlijk meer effect hebben als we die concentreren op één of enkele thema’s die er het meeste toe doen. ‘The biggest bang for the buck’, heet dat in de VS. Voor de verschillende thema’s in de Begroting voor 2012 wordt daarom hier nagegaan welk soort hulp het meeste effect heeft. Er kan dan méér worden bereikt, ook al wordt er bezuinigd.

V    Ministerie van Buitenlandse Zaken, budget voor 2012

  1. 1.        Rechtsorde, mensenrechten (39 mln)

Het betreft zeker een belangrijk doel. Maar het rechtssysteem is onderdeel van de sociale cultuur, en die kan alleen door de bevolking zelf vorm worden gegeven. Buitenlandse Zaken kan zich het beste beperken tot het ondersteunen van kansrijke initiatieven.

  1. 2.        Goed bestuur (385 mln); humanitaire hulp (217 mln)

Het bestuur in arme ontwikkelingslanden is gestructureerd volgens het clientelism model. Minder invloedrijke mensen die een probleem hebben zoeken steun bij iemand met veel invloed, de ‘patroon’, maar in ruil voor die steun worden diensten en loyaliteit verwacht. Maar in de periode dat in een land het gemiddeld inkomen per persoon in koopkracht groeit van ca. 5000 naar 10.000 $ ontwikkelt zich meestal ‘spontaan’ een democratisch systeem. De Arabische Lente kwam precies op schema. Maar hulp kan daar niet zo heel veel bij helpen.[6]

Humanitaire hulp is zeker zinvol in geval van grote nood, maar dit soort hulp draagt natuurlijk niet bij aan duurzame armoedevermindering.

  1. 3.        Effectief optreden van de Europese Unie (173 mln)

Er zijn vaste afspraken over de omvang van de Nederlandse bijdrage. De hulp via de EU heeft een grote gelijkenis met die van Nederland. Er wordt daarom hier niet verder op ingegaan.

  1. 4.        Meer welvaart, door verbetering van de voedselzekerheid (219 mln); armoedebeleid (303 mln); en private sector beleid (333 mln)  

Voedselzekerheid is van groot belang. In sub-Sahara Afrika is 42% van de kinderen onder de vijf structureel ondervoed [7] (criterium: te kort voor lengte), en dat percentage neemt maar heel langzaam iets af. Van de totale bevolking is ongeveer een kwart ondervoed. Die 219 mln gaat vooral naar grote internationale organisaties op het gebied van landbouwontwikkeling, zoals de IFAD en CGIAR. Er zijn echter hele goede mogelijkheden om de voedselzekerheid te verbeteren, dus het is te overwegen het bedrag daarvoor te verhogen.[8]

In 2003 heeft de FAO een omvangrijk plan geformuleerd om met alle donorlanden samen de honger in Afrika uit te bannen.[9] Omgerekend naar de situatie van 2012 zou Nederland een bijdrage van ca. € 750 mln per jaar moeten leveren, dat is slechts 17% van onze begroting. Deze hulp is duurzaam, want de mensen kunnen het tenslotte zelf. Het is te overwegen om in Afrika, als het landbouwprogramma eenmaal goed op gang is, ook een industrieprogramma op te zetten. Als er door de stijgende productiviteit van de landbouw een overschot aan werkkrachten ontstaat kan de industrie die absorberen.

Bij Armoedebeleid zou men verwachten dat het gaat om praktische activiteiten om de armoede te verminderen, maar dat blijkt niet zo te zijn. De maatregelen betreffen het zenden van geld naar overheden van ontwikkelingslanden, ontwikkelingsbanken en VN organisaties. Ook worden geneesmiddelen gefinancierd, water en sanitatie, seksuele en reproductieve gezondheid en rechten, HIV-AIDS, etc. Maar veel van deze hulp is niet duurzaam, want als de hulp stopt raken de geneesmiddelen op, de waterpompen gaan stuk, etc.

Private sector beleid is in principe zeer zinvol omdat het kan bijdragen aan productieve activiteiten waarmee mensen een inkomen kunnen verdienen. Maar het grootste deel van de fondsen gaat op een subsidies aan Nederlandse bedrijven die in ontwikkelingslanden wegen, bruggen etc. bouwen. Deze hulp is echter niet duurzaam, want door gebrekkig onderhoud moet de infrastructuur steeds opnieuw gerenoveerd c.q. nieuw aangelegd worden.

  1. 5.        Sociale ontwikkeling: Beroepsonderwijs (236 mln); Maatschappelijk middenveld etc. (474 mln); Gelijke kansen voor vrouwen (39 mln); Seksuele en reproductieve gezondheid en rechten en HIV (335 mln) 

Beroepsonderwijs is in principe zinvol: het stelt jonge mensen in staat een inkomen te verdienen. Maar kinderen van arme families komen nooit op een beroepsopleiding. Vanaf een jaar of tien moeten ze werken om het gezinsinkomen bij elkaar te schrapen. Ook kunnen de ouders het schoolgeld en de kost en inwoning in de stad niet betalen. Maar het zou goed zijn om de kinderen al praktisch onderwijs te geven op de lagere school, dus tussen hun zesde en hun tiende levensjaar, zodat ze meer kans hebben later een inkomen te kunnen verdienen.

Versterking van het maatschappelijk middenveld

Dit betreft subsidie aan allerlei Nederlandse maatschappelijke organisaties, die zich met

allerlei soorten hulp bezig houden. Er is slechts één evaluatierapport[10], gebaseerd op informatie van de organisaties zelf. Ook daarin wordt echter niet duidelijk welke resultaten er zijn bereikt. Er is geen enkele informatie over de bereikte resultaten…

Gelijke rechten voor vrouwen

Ontwikkelingshulp kan daaraan bijdragen door vrouwen nadrukkelijk te betrekken in hulpprojecten en ze kennis en vaardigheden bij te brengen zodat ze een inkomen kunnen genereren. Daardoor worden ze ook zelfstandiger en mondiger. Pogingen om de rechtspositie van de vrouw te verbeteren hebben meestal niet veel effect. De rol van de vrouw is onderdeel van de sociale cultuur, en die is van buitenaf vrijwel niet te veranderen. Indien landen economisch ontwikkelen verandert de sociale cultuur overigens vanzelf.

Seksuele en reproductieve gezondheid en rechten en HIV

Ook het van buitenaf verbeteren van seksuele en reproductieve rechten botst vaak met de sociale cultuur, en dergelijke initiatieven hebben meestal weinig effect[11]. HIV is voor de meeste ontwikkelingslanden geen prioriteit, en ook de WHO heeft het niet in haar basispakket (‘Minimal health care package’). De kosten van HIV behandeling zijn erg hoog, en met hetzelfde geld kunnen veel meer mensen genezen worden van andere levensbedreigende ziekten.[12] Ook leidt gezondheidszorg meestal niet tot een gezondere bevolking, want die zorgt er ook voor dat mensen langer in leven blijven met hun ziekte (WHO, zie voetnoot 3).

  1. 6.        Duurzaam milieugebruik (248 mln); Watergebruik en sanitatie (181 mln) 

Duurzaam milieugebruik   

Dit betreft het tegengaan van ontbossing, en de reductie van de CO2 uitstoot, b.v. door zonne-energie in Afrika. Het is onbekend om hoeveel ha. bos of m3 CO2 het gaat. Door het installeren van zonnepanelen b.v. in Spanje kan waarschijnlijk eenzelfde hoeveelheid CO2-beparing goedkoper worden gerealiseerd. Het tegengaan van de ontbossing met als doel het in stand houden van de planeet aarde is minstens zozeer een belang van Nederland als van het ontwikkelingsland. De ontwikkelingsrelevantie van de maatregelen valt dus te betwijfelen.

Watergebruik en sanitatie

Tussen 2004 en 2010 heeft Nederland voor 20 mln mensen sanitatie gefinancierd en voor 10 mln schoon water. Maar als de vrouwen minder ver met de zware waterblikken hoeven te sjouwen zijn ze fitter en krijgen ze meer kinderen, en door de betere hygiëne blijven er ook meer kinderen in leven. En als dan het voedsel schaars is neemt de kinderondervoeding toe.[13] Verder is de gemiddelde levensduur van sanitaire voorzieningen ca. 10 jaar en van handpompen hoogstens 5. Als Nederland de voorzieningen blijft financieren zullen er spoedig evenveel jaarlijks buiten werking raken als er worden bijgeplaatst. Ook dit soort hulp is dus niet duurzaam.

VIII    Ministerie van Onderwijs

HBO (3,5 mln), WO (58,5 mln)

Buitenlandse studenten die na hun studie in Nederland  terugkeren naar hun geboorteland kunnen daar van waarde zijn voor de ontwikkeling. Maar vaak zijn er maar weinig functies van voldoende niveau. Ook heeft de overheid van hun land in veel gevallen een deel van de studiekosten betaald en moeten ze daarom bij terugkomst een aantal jaren in overheidsdienst werken, en vaak in laag gekwalificeerde banen. Het effect op de ontwikkeling is onbekend.

IX       Ontwikkelingsbanken

Ontwikkelingsbanken financieren overheidsinvesteringen, b.v. in infrastructuur. Participeren in die banken is ook een Nederlands belang omdat Nederlandse bedrijven dan opdrachten via die banken kunnen krijgen. Nederland heeft echter een relatief geringe invloed in de banken, en een analyse van het functioneren ervan blijft hier daarom achterwege.

Ontbreken van doelen in deze Toelichting op de Begroting

Het valt op dat er in de Toelichting bij de Begroting geen doelen zijn gesteld. Alleen de thema’s, de hulpbedragen, en veelal ook de ontvangers zijn genoemd. Het is dus onduidelijk welk effect er van de hulpmaatregelen verwacht kan worden, en het is ook niet goed mogelijk om het resultaat te evalueren. Het resultaat van de hulpmaatregelen blijft dus zeer onzeker.

Belangrijke parameter: Prijsniveau

Regio  

BNP/inw. lopende $ VS

BNP/inw. lopende $ VS KK

Prijs-niveau

Hoge inkomens

38171

37157

1,03

Latijns-Amerika

8798

11342

0,78

Oost-Azië & Pacific

7367

9648

0,76

Zuid-Azië

1322

3224

0,41

Sub-Sahara Afrika

1302

2258

0,58

Wil een ontwikkelingsland succesvol zijn in handel en export, dan dient het prijsniveau in het land niet al te hoog te zijn, anders prijst het zich uit de markt. Hiernaast het prijsniveau in een aantal wereldregio’s (Wereld Bank). BNP is Bruto Nationaal Product, KK is koopkracht. De tabel laat zien dat hoe rijker de landen, hoe hoger het prijsniveau. Alleen sub-Sahara Afrika heeft een hoger prijsniveau dan de anderhalf maal rijkere regio, Zuid-Azië. Het hoge prijsniveau komt onder andere tot stand door de grote hoeveelheden euro’s en dollars die Afrika verdient door de export van grondstoffen en door de ontwikkelingshulp. Dat geld wordt grotendeels omgewisseld in lokale munt, en door de grote vraag gaat die munt in waarde omhoog. Met name de ontwikkeling van de industrie wordt daardoor afgeremd.[14] Daardoor stagneert de economische groei en de werkgelegenheid.

Donorlanden die economische ontwikkeling nastreven kunnen dus het beste ontwikkelingslanden steunen die een laag prijsniveau hebben.

De methode

Uit de beschikbare evaluaties (o.a. van het IOB van Buitenlandse Zaken) blijkt dat de resultaten van de hulp vaak onduidelijk zijn en/of tegen vallen. De oorzaak is dat in veel gevallen de implementatie helemaal aan de ontvangende instanties wordt overgelaten. De hulp zou veel effectiever zijn als er Nederlandse (of andere) deskundigen bij betrokken werden. Die kunnen ervoor zorgen dat er geen dingen mis gaan, en ze kunnen kennis overbrengen waardoor de lokale organisaties en de betrokken burgers steeds meer zelf kunnen.

The biggest bang for the buck!

De ontwikkeling van de landbouw in Afrika levert het meeste op voor ons geld

Van de diverse thema’s is er één die eruit springt: de overdracht van kennis op het gebied van landbouw en eventueel industrie in Afrika. Mensen worden daardoor in staat gesteld een aanvaardbaar inkomen te verdienen. Het voordeel is dat hulp op dit gebied éénmalig is: als mensen eenmaal opgeleid zijn is hulp verder overbodig. Goed opgeleide mensen zijn ook zelf in staat hun samenleving in te richten, voor schoon drinkwater en sanitatie te zorgen, etc. Dan is dus ook de rest van de hulp uiteindelijk niet meer nodig.

Verhoging van de productiviteit

Thans leeft twee-derde van de bevolking in Afrika van de landbouw. De productie is laag, vaak nog niet eens één ton per hectare. Op basis van de bodemeigenschappen, regenval etc. dienen per gebied de meest geschikte gewassen te worden bepaald en het optimale gebruik van kunstmest en pesticiden etc., er dienen irrigatiesystemen te worden aangelegd, opslagplaatsen voor de oogst gebouwd, kredieten verstrekt etc. Waar veeteelt te prefereren is gaat het om de meest geschikte dieren en de optimale verzorging. En er is vooral veel overdracht van kennis en kunde nodig.

Kosten en tijdhorizon

Baserend op het oorspronkelijke plan van de FAO (voetnoot 7) en rekening houdend met de bevolkingsgroei en de inflatie van de euro en de dollar, zou er een hulpbedrag van ca. $ 22 miljard ($ van 2012) per jaar nodig zijn over een periode van ongeveer 15 jaar om de honger in Afrika grotendeels uit te bannen. Dat komt neer op zo’n 17% van het totale hulpbudget van de donorlanden. Nederland zou een bedrag van € 750 mln/jaar bij moeten dragen.

Kinderen en vrouwen

De overdracht van kennis en kunde dient zich nadrukkelijk ook op de vrouwen te richten, zodat ze ook zelfstandig werkzaam kunnen zijn in de landbouw. Indien nodig en mogelijk dient de wetgeving te worden aangepast zodat vrouwen in staat zijn zelfstandig grond en geld te bezitten, contracten af te sluiten, leningen aan te gaan, etc. Het grootste deel van de kinderen die op het platteland wonen gaan al werken als ze een jaar of tien zijn. De kennisoverdracht op het gebied van landbouw zou daarom zou al vroeg op de lagere school moeten beginnen.

Prijsniveau

Voorwaarde voor een voorspoedige ontwikkeling van de landbouw is dat het prijsniveau in de landen in kwestie niet te hoog is. Het zou in ieder geval lager moeten zijn dan in India. Donoren zouden alleen die landen moeten steunen waar het prijsniveau voldoende laag is.

Experts

Nederlandse (of andere) experts dienen te worden ingezet om de projecten te managen, de juiste gewassen te kiezen per gebied, te zorgen voor de overdracht van kennis en kunde, en om bij te sturen als er zaken mis gaan.

Aanvullende activiteiten

Waar nodig kunnen b.v. wegen worden aangelegd zodat de producten in goede staat de markt bereiken. Als de landbouwproductiviteit zodanig gestegen is dat er een overschot is aan werkkrachten heeft het zin de ontwikkeling van de industrie op gang te brengen. En als de welvaart toeneemt en de mensen over meer geld beschikken heeft het ook zin de gezondheidszorg en de openbare voorzieningen te verbeteren.

Conclusie

Het lijkt het meest effectief te zijn om de hulp grotendeels te concentreren op de landbouw in sub-Sahara Afrika, in plaats van die te verdelen over 20 thema’s waarvan de ontwikkelingsrelevantie bovendien vaak onduidelijk is. Door overdracht van kennis en kunde kunnen de mensen meer voedsel verbouwen, creëren ze overschotten en krijgen ze een inkomen. Ze kunnen dan zelf de medicijnen betalen, de waterpomp laten repareren, hun eigen samenleving inrichten etc. Als alle donorlanden voor deze aanpak kiezen is er over 15 jaar geen honger meer in Afrika, en waarschijnlijk helemaal geen ontwikkelingshulp meer nodig, ook als er vanaf nu fors wordt bezuinigd op de hulp. 


[1]    Met Afrika wordt hier het gebied ten Zuiden van de Sahara bedoeld.
[2]    DAC ODA statistics 2011, data van 2009
[3]    Transparency International, CPI 2005 en 2011
[4]    WHO health statistics 2010
[5]    Eigen observaties in verschillende landen
[6]    Zie b.v. IOB: ‘Het Nederlandse Afrikabeleid 1998-2006’, hoofdstuk 13
[7]    World dataBank 2012
[8]    Zie Rabbinge c.s.: ‘Realizing the Promise and Potential of African Agriculture’, InterAcademy Council 2004

[9]    FAO: Anti-hunger programme: A twin-track approach to hunger reduction: priorities for national and international action, Rome 2003

[10]   ‘Maatgesneden monitoring: het verhaal achter de cijfers’, Maatgesneden beleidsdoorlichting Medefinancieringsstelsel 2007-2010
[11]   Oronje R.: Why realizing sexual and reproductive rights in Africa remains a dream,  APHRC
[12]   Ssengooba F.: Uganda’s minimum health care package: rationing within the minimum?Institute ofPublic Health,Makerere University Medical School,Uganda
[13]   Gibson M.A., R. Mace, 2006: An energy-saving development initiative increases birth rate and childhood malnutrition in rural Ethiopia, PLoS Medicine, 2006 Vol. 3, No. 4, e87, Cambridge UK, p 0476 – 0484

[14]   Rajan G., A. Subramanian (2006): Aid, Dutch disease, and manufacturing growth,CambridgeMA: NBER Working Paper

Curaçao op een tweesprong

Door Ayaan Abukar | 15 november 2019

De vlucht uit Venezuela gaat soms per bootje, naar het dichtbije Curaçao. Daar leidt het tot vertwijfeling: de weerslag is xenofobie èn solidariteit, een tekort aan kennis, vrees bij de Venezolanen – en stilte vanuit Den Haag. ‘Zonder politiek leiderschap gaan verhalen een eigen leven leiden.’ Ayaan Abukar vloog erheen en ging in gesprek.

Lees artikel

Hoe de ziel uit de ngo-sector verdwijnt

Door Marc Broere | 13 november 2019

Ze behoren tot de pioniers en innovators van de milieubeweging en ontwikkelingssamenwerking in Nederland en vormden decennialang een spraakmakend duo. Hoewel ze volop genieten van hun pensioen, luiden Ron van Huizen en Hans Guijt de noodklok over een ontwikkeling die hen zorgen baart: raden van toezicht die ontwikkelingsorganisaties willen laten besturen alsof het bedrijven zijn. ‘Stop met de idiote doelstelling dat je altijd moet groeien.’

Lees artikel

Deugen de meeste mensen nu wel of niet?

Door Hans Beerends | 31 oktober 2019

Historicus Rutger Bregman stelt in zijn nieuwe boek dat de meeste mensen deugen, verwijzend naar de prehistorie. Daar staat volgens Hans Beerends tegenover dat veel deugende mensen zich ook gemakkelijk laten misleiden.

Lees artikel