Door:
IPS Nieuws

25 maart 2012

Categorieën

Tags

Washington (IPS) – Tot verrassing van veel financiële en ontwikkelingexperts, heeft de Amerikaanse president Barack Obama vrijdag Jim Yong Kim, een relatief onbekende maar zeer gewaardeerde internationale gezondheidsspecialist, genomineerd als nieuwe voorzitter van de Wereldbank. ‘Het is tijd om een ontwikkelingsprofessional de grootste ontwikkelingsorganisatie ter wereld te laten leiden’, zei Obama toen hij vrijdag de in Korea geboren Kim voorstelde. Kim is mede-oprichter van Partners in Health, een hulporganisatie die zich bezighoudt met gezondheidszorg in arme landen, en is momenteel voorzitter van Darthmouth College in New Hampshire. Daarvoor was hij onder meer hoofd van de afdeling Hiv/Aids van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). Kim emigreerde op zijn vijfde jaar met zijn ouders naar de Verenigde Staten. Als Kim daadwerkelijk benoemd wordt, zal hij Robert Zoellick opvolgen als hoofd van het grootste multilaterale ontwikkelingsinstituut in de wereld. Maar voor de eerste keer in de geschiedenis van de bank, lijkt het erop dat de Amerikaanse genomineerde twee sterke uitdagers heeft. De Nigeriaanse minister van Financiën, Ngozi Okonjo-Iweala, die al eerder bij de Wereldbank werkte, werd eerder deze week officieel genomineerd door Zuid-Afrika. José Antonio Ocampo, die eerder diende als VN-ondersecretaris-generaal voor Economische en Sociale Zaken en als minister van Financiën van Colombia, is ook genomineerd na een periode van veel speculatie. Jeffrey Sachs, voorzitter van het Earth Institute van de Columbia University, trok zich terug na de bekendmaking van de nominatie van Kim. ‘Ik feliciteer de regering met de nominatie van een ontwikkelingsleider van wereldklasse’, zei Sachs. ‘Ik sta voor 100 procent achter deze nominatie.’ Traditie Kim is, omdat hij door de VS genomineerd is, favoriet voor de post, ondanks zijn gebrek aan ervaring op het gebied van financiën en als manager van een grote organisatie zoals de Wereldbank. Tussen Europa en de Verenigde Staten bestaat een informele afspraak dat een Amerikaan de Wereldbank leidt, en een Europeaan het Internationaal Monetair Fonds (IMF). Die afspraak bestaat al sinds de oprichting van beide instituten tijdens de conferentie van Bretton Woods in 1944. Ondanks oppositie van veel niet-gouvernementele organisaties en enkele ontwikkelingslanden, werd die aan die afspraak vastgehouden toen de Franse minister van Financiën Christine Lagarde vorig jaar werd gekozen om IMF-directeur Dominique Strauss-Kahn op te volgen. Aan die verkiezing nam echter voor het eerst een kandidaat uit een ontwikkelingsland deel, het voormalige hoofd van de Mexicaanse Centrale Bank, Agustin Carstens. De opvolging van Zoellick bij de Wereldbank zal waarschijnlijk op een soortgelijke wijze plaatsvinden, in het bijzonder in het licht van de aanhoudende Europese invloed op het IMF. ‘Gezien de historische parallellen tussen het selectieproces bij de Wereldbank en het IMF, zal een besluit bij het ene instituut waarschijnlijk invloed hebben op een besluit bij het andere, en ook gevolgen hebben voor andere internationale financiële instituten’, constateerde de Ontwikkelingscommissie van de Bank vorig jaar. Transparantie Als er gestemd moet worden – en de bank heeft een voorkeur voor consensus bij een stemming – heeft Kim een groot getalsmatig voordeel: de Verenigde Staten, Europa, Canada, Japan-  en niet te vergeten Zuid-Korea – hebben een meerderheid van stemmen in het bestuur van de Wereldbank. Obama zal zich ook hard maken voor zijn kandidaat, al was het alleen maar om in de aanloop naar de verkiezingen niet te verliezen en Republikeinse beschuldigingen te voeden dat hij het Amerikaanse leiderschap in de wereld verkwanselt. Een Amerikaan aan de top van de bank maakt het bovendien veel gemakkelijker voor de bank, en de gelieerde International Development Association, om financiële steun te krijgen van het Amerikaanse Congres. Ontwikkelingslanden willen desondanks meer invloed. ‘De ontwikkelingslanden proberen samen te werken om geloofwaardige kandidaten naar voren te schuiven’, zegt Jo Marie Griesgraber, directeur van New Rules for Global Finance, een onafhankelijke groep die pleit voor sterkere invloed van ontwikkelingslanden en maatschappelijke organisaties bij de bank en het IMF. ‘Dat is een grote stap vooruit.’ Toen Zoellick in februari aankondigde in juni te vertrekken, riepen zowel de ontwikkelingslanden van de G-24 en een aantal maatschappelijke organisaties op tot een transparant verkiezingsproces waarbij ontwikkelingslanden een belangrijke invloed hebben bij de keuze van een opvolger. De post zou in ieder geval niet automatisch naar een Amerikaanse kandidaat moeten gaan. Innovatief Met de nominatie van Kim passeerde Obama verschillende, veel prominentere figuren. Minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton liet al snel weten geen kandidaat te zijn, maar de Amerikaanse VN-ambassadeur Susan Rice, de voorzitter van de Senaatscommissie voor Buitenlandse Zaken, senator John Kerry, en de voormalige minister van Financiën, Lawrence Summers, waren allemaal sterke kandidaten. Rice en Kerry zouden volgens kenners echter meer geïnteresseerd zijn om Clinton op te volgen als minister van Buitenlandse Zaken, mocht Obama herkozen worden. En Summers vervreemdde veel ontwikkelingsgroepen van zich toen hij in de jaren negentig als hoofdeconoom bij de bank werkte, en daarna als voorzitter van de Harvard University. Naast zijn werk bij Partners in Health en bij de WHO, was Kim, die ook arts is en antropoloog, voorzitter van het Department for Global Health and Social Medicine van de Harvard University. Hij kreeg een onderscheiding voor zijn innovatieve werk op het gebied van internationale gezondheidszorg. Niet alleen Sachs is enthousiast over de nominatie van Kim, ook oud-president Bill Clinton en Paul Farmer, de medeoprichter van Partners in Health, hebben hun steun uitgesproken voor Kim. Neoliberaal beleid Enkele critici van het neoliberale beleid van de bank zijn ook blij met de keuze. Zij wijzen erop dat Kims ervaring met mensen in het veld en zijn pragmatische aanpak van gezondheidskwesties en ontwikkeling, wellicht leiden tot een wenselijker beleid dan dat van Okonjo-Iweala. Zij staat bekend om meer orthodoxe opvattingen over het belang van vrije markten en het stimuleren van economische groei. ‘Met Okonjo-Iweala zou er weinig veranderen in de visie van de Wereldbank, hoewel het feit dat ze uit een ontwikkelingsland komt op zichzelf al een enorme vooruitgang zou zijn voor het instituut’, zegt John Cavanagh, voormalig voorzitter van het Institute for Policy Studies. Cavanagh zegt een voorkeur te hebben voor Ocampo, ‘omdat hij het neoliberale paradigma dat de bank al dertig jaar domineert, heeft uitgedaagd.’ – – – – – – – – Auteur: Jim Lobe

De erfenis van vier bevlogen vrouwelijke ministers

Door Paul Hoebink | 07 juli 2020

Vier vrouwelijke ministers van Ontwikkelingssamenwerking sloegen eind vorige eeuw de handen ineen met de ‘Utstein-4’. De Nederlandse Eveline Herfkens was een van hen. Wat hebben zij samen bereikt? Herfkens’ long time partner in life and work poogt in zijn nieuwste boek de balans op te maken, maar raakt verstrikt in de feiten.

Lees artikel

‘Opgeven is erger dan verliezen’

Door Marc Broere | 29 juni 2020

Carolyne Ndalilah, directeur van de spraakmakende Keniaanse jongerenorganisatie TYSA, helpt jongeren zichzelf én de uitdagingen van hun gemeenschap te leren kennen. ‘Wat onze samenleving nodig heeft, zijn jongeren die voorbij de dag van morgen denken; die het als een uitdaging zien het onmogelijke uit te proberen.’

Lees artikel

In coronatijd schiet de noodhulpsector terug in oude reflexen

Door Sarah Haaij | 18 juni 2020

Noodhulp moet effectiever en meer lokaal worden georganiseerd, sprak de internationale gemeenschap in 2016 af. Voortaan zou een kwart van het hulpgeld zo direct mogelijk naar lokale partners gaan. De kloof met de praktijk is ‘schokkend’: o,1 procent van het corona-noodhulpgeld gaat rechtstreeks naar lokale ngo’s, voor wie inspraak en toegang tot fondsen tijdens de pandemie nog moeilijker lijkt te worden.

Lees artikel