Door:
IPS Nieuws

22 maart 2012

Categorieën

IPS — Groeilanden als India, Brazilië en China en veel ontwikkelingslanden verzetten zich tegen pogingen van de VS, de Europese Unie en veertien andere rijke landen om onder elkaar een akkoord te sluiten over de liberalisering van de dienstensector. Volgens de tegenstanders ontwricht dat initiatief de Wereldhandelsorganisatie, de instelling die de wereldwijde onderhandelingen over de internationale handel in goede banen moet leiden. In de zogenaamde Doharonde proberen 153 leden van de Wereldhandelsorganisatie al sinds 2001 een nieuw akkoord over de verdere vrijmaking van de wereldhandel uit te werken. Bij de aanvang spraken ze af bijzondere aandacht te besteden aan de noden van de ontwikkelingslanden. Maar grote tegenstellingen tussen rijke landen en ontwikkelingslanden – onder meer over de vrijmaking van de dienstensector – deden de discussies verzanden. Veel ontwikkelingslanden denken dat ze veel te verliezen hebben bij vrije handel in diensten. Tegen fundamentele principes Zestien landen die zichzelf de Real Good Friends (RGF – Echt Goede Vrienden) van de liberalisering van de handel in diensten noemen, proberen al sinds enige tijd buiten de Wereldhandelsorganisatie om tot een akkoord te komen. De VS, de EU, Japan, een aantal kleinere industrielanden en enkele ontwikkelingslanden en groeilanden als Singapore, Zuid-Korea, Taiwan, Pakistan, Mexico, Colombia en Chili houden op 21 maart hun derde brainstorming over dat plan. Volgens de handelsgezanten van India, Brazilië en Zuid-Afrika, drie landen die zwaar wegen in internationale onderhandelingen, gaat het initiatief in tegen fundamentele principes. “We denken niet dat plurilaterale initiatieven in overeenstemming zijn met de eisen van transparantie en het betrekken van zoveel mogelijk landen, het fundament van elk multilateraal proces”, zegt Roberto Azevedo, de Braziliaanse ambassadeur bij de Wereldhandelsorganisatie. Verstoord evenwicht “Brazilië gelooft niet dat dit een bouwsteen kan zijn voor de hervatting van multilaterale onderhandelingen”, zegt Azevedo. Het kan de zaak eerder nog bemoeilijken.” Volgens Azevedo blijft Brazilië bereid om over markttoegang in de dienstensector te onderhandelen, “zolang anderen willen onderhandelen over markttoegang in de landbouwsector. Dat behoort tot de kern van de Doharonde.” Een overeenkomst over de handel in diensten tussen een beperkt aantal landen zal het “evenwicht” in de onderhandelingen in de Doharonde verstoren, oordeelt Jayant Dasgupta, de Indiase handelsgezant bij de Wereldhandelsorganisatie. Zijn Zuid-Afrikaanse collega Faizel Ismail waarschuwt dat een akkoord tussen de Goede Vrienden het “ontwikkelingsresultaat” van de Doharonde kan ondermijnen. Zelfs de EU, die actief deel uitmaakt van het Goede Vrienden-initiatief, zit enigszins verveeld met de situatie. “Ons standpunt is dat we geen initiatieven mogen nemen die de Wereldhandelsorganisatie ondermijnen. De Wereldhandelsorganisatie is erg belangrijk voor de handel”, verklaarde de Europese handelscommissaris Karel de Gucht op 12 maart. Grootste gemene deler Het GATS-akkoord van de Wereldhandelsorganisatie dat nu de internationale handel in diensten regelt, bepaalt dat groepen van landen verregaande afspraken over de dienstensector kunnen maken. Sinds de oprichting van de WTO in 1995 bleven dergelijke initiatieven echter uit. Maar nu de multilaterale onderhandelingen van de Doharonde al jarenlang muurvast zitten, lijkt het “plurinationale” alternatief voor sommige landen steeds aantrekkelijker. Plurinationale onderhandelingen bieden de mogelijkheid onderhandelingspartners te selecteren; ze kunnen ook veel meer achter gesloten deuren plaatsvinden en de grootste landen kunnen hun macht makkelijker doen gelden. De Wereldhandelsorganisatie beslist bij consensus; “153 leden moeten alles goedkeuren en in de praktijk komt dat vaak op de kleinste gemene deler neer”, vertelde Michael Punke, de Amerikaanse ambassadeur bij de Wereldhandelsorganisatie, recent op een seminar in Brussel. “Het plurilaterale initiatief is een fundamenteel andere manier om een akkoord te benaderen.” Volgens Punke kan de aanpak leiden tot een akkoord dat gebaseerd is op de “grootste gemene deler”, omdat er vooral landen onderhandelen die hun dienstensector al sterk aan het liberaliseren zijn. Veel ontwikkelingslanden kanten zich tegen de aanpak. “Naarmate je met meer partijen onderhandelt, is het moeilijker tot overeenstemming te komen, maar een dergelijk akkoord levert wel meer op”, oordeelt Azevedo.

Opinie: ‘Brief minister Kaag over maatschappelijk middenveld: analytisch zwak en weinig ambitieus’

Door Fons van der Velden | 09 juli 2019

Het is een groot goed dat de Nederlandse overheid zoveel fondsen ter beschikking stelt voor de versterking van maatschappelijke organisaties en maatschappelijk middenveld, schrijft Fons van der Velden in deze opiniebijdrage naar aanleiding van de kamerbrief van minister Kaag. Maar hij vindt de brief analytisch zwak en van weinig ambitie getuigen. Wat had beter gekund?

Lees artikel

Tip 3 aan Kaag: ‘Lever in op je privilege en geef zuidelijke organisaties meer inspraak bij het bepalen van prioriteiten’

Door Lizan Nijkrake | 08 juli 2019

Minister Kaag werkt hard aan een nieuw subsidiekader voor het maatschappelijk middenveld. Ze wil meer eigenaarschap geven aan zuidelijke ngo’s om hen meer legitimiteit te geven, en ziet daarbij een andere rol voor Nederlandse organisaties. Vice Versa vroeg vier zuidelijke organisaties hoe zij dit zien. Wat is hun gouden tip voor onze minister? Met vandaag Carla López Cabrera, directeur van Fondo Centroamericano de Mujeres (FCAM) in Nicaragua, een feministisch fonds dat lokale vrouwenrechtenbewegingen in Centraal Amerika steunt.

Lees artikel

Shifting fundamental power issues in funding relationships

Door Evelijne Bruning Ruerd Ruben en Lau Schulpen | 02 juli 2019

This article claims that the current aid architecture favours clientilism, dependency and short-term projects. The authors Evelijne Bruning (The Hunger Project) Ruerd Ruben (Wageningen University & Research) and Lau Schulpen (Radboud University Nijmegen) are suggesting four possible ways to overcome this in order to shift power closer to the ground.

Lees artikel