Door:
Wiet Janssen

24 februari 2012

Categorieën

Vorige week dinsdag bekritiseerde consultant Bert Meertens op deze site hoogleraar Paul Hoebink. Die was volgens hem onvoldoende op de hoogte van de ‘EU trukendoos.’ Maar collega-wetenschapper Wiet Janssen neemt het voor Paul Hoebink op. De EU doet het volgens hem best netjes met de landbouw. Door Wiet Janssen Volgens Bert Meertens is de EU systematisch bezig om de ontwikkelingslanden af te knijpen, en dan vooral de landbouw daar. Vroeger ging dat door middel van landbouwsubsidies en nu krijgen de boeren een vast bedrag per jaar, afhankelijk van de veestapel en/of het stuk land dat de boer heeft. Volgens Meertens is dat een truuk uit de trukendoos van de EU. Ook wordt er door de EU importtax geheven en die is volgens Meertens ook veel te hoog. Weer zo’n gemene truuk, schandalig! Maar zo zit het helemaal niet. Die landbouwsubsidie heeft een goede reden Om te beginnen: de landbouwsubsidie. De EU bestaat uit arme en rijkere landen, en sinds de val van de muur zijn er een heel stel arme bijgekomen. Als je daar één markt van maakt en je laat de concurrentie zijn werk doen, dan wordt een boer met drie koeien in Moldavië binnen no time weggeconcurreerd door een boer in Groningen met 150 stuks. Vooral de oudere boeren in die arme landen kunnen niet eventjes vlug omschakelen naar een andere job, dus het probleem lost zich ook niet snel vanzelf op. Daarom kwam er een subsidie, en wel naar rato van de productie, en ook nog een prijsgarantie. Maar dat leidde tot de bekende boterbergen en melkplassen. Nu krijgt de boer een vast bedrag, afhankelijk van de grootte van zijn stuk grond en/of het aantal dieren. Het voordeel daarvan is dat er een redelijk ‘level playing field’ is ontstaan zonder dat er grote groepen brodeloos zijn geworden. Het percentage boeren in de EU neemt nu gestaag af en de gemiddelde productiviteit stijgt. Uiteindelijk zal er geen subsidie meer nodig zijn. Overigens is de subsidie voor Nederlandse boeren maar zo’n 4% van de omzet, dus het is niet zo dat Nederlandse producten daardoor dramatisch goedkoper zijn geworden. EU importtarieven omlaag om boeren in Afrika een kans te geven Nadeel van de subsidie was dat de prijzen van landbouwproducten wereldwijd nogal laag bleven, en de boeren in de ontwikkelingslanden konden daardoor maar moeilijk concurreren. Daarom werden de tarieven voor import naar de EU voor onbewerkte landbouwproducten vrijwel geheel afgeschaft. Voor de armste landen, b.v. in sub-Sahara Afrika, gingen ook voor veel van de overige producten de importtarieven omlaag. Volgens de Wereld Bank waren de invoertarieven voor de EU in de jaren 2007-2010 zo’n 2,8%, voor onbewerkt producten iets minder: 2,5%, en voor bewerkte producten wat meer: 3,0% (World Development Indicators 2011, p 350). Dat is dus niet wat je noemt trukendoos-achtig hoog. Door verdragen met de ontwikkelingslanden gingen daar de gemiddelde importtarieven ook omlaag: in sub-Sahara Afrika waren die cijfers 7,5%; 5,9% en 8,1%. Die zijn dus wel een stuk hoger dan de importtarieven van de EU, maar ook weer niet echt verschrikkelijk hoog. Vastgelopen onderhandelingen en nieuwe handelsakkoorden Omdat de onderhandelingen via de World Trade Organization zijn vastgelopen dreigde het scenario dat na 2007 veel arme landen geen handelsverdrag meer zouden hebben met de EU, en dan zou de importtax van de EU automatisch flink omhoog gaan. Daarom probeerde de EU met allerlei landen bilaterale akkoorden te sluiten. De EU was bereid om de importtax wederzijds vrijwel geheel af te schaffen. Maar wat bleek: daar zaten ontwikkelingslanden helemaal niet op te wachten! Karingi (UNDP) concludeerde dat: “The broad finding was that if all EU imports came in free of duty, on the basis of trade statistics for 2000, governments in the COMESA region would lose about a quarter (25 percent) of their trade taxes and about six percent of their total tax revenue“.1 Vandaar dat in onderling overleg is besloten om importtax overeenkomsten af te sluiten waarbij op een klein gedeelte van de producten wél importtax wordt geheven, maar het betreft minder dan 20% van de productcodes. Ik heb zo’n akkoord opgegoogled, en wel voor Ghana.2 De productcodelijsten van de EU omvatten enkele honderden pagina’s, echt ieder denkbaar product staat erin. In de periode 2012 – 2022 zal verreweg het grootste deel van de EU imporrttarieven naar nul procent gaan, en de rest gaat naar 5, 10 of 20%. Ik heb het gemiddelde tarief in 2022 proberen te schatten en ik kom op zo’n 3,5%. Dat is toch niet echt schandalig hoog. De importtarieven van Ghana zouden ongeveer overeenkomstig omlaag moeten. Adders Dat lijkt redelijk, maar er zitten wel forse adders onder het gras. Boeren en landarbeiders die onbewerkte landbouwproducten telen waarvoor vraag is in de EU varen er wel bij. Mr. George Kporye, President van de African Pineapples and Bananas Association is erg positief: “Without the interim EPA we have no market and the banana business (export) will die. EPA allows us quota and tariff free access to the EU market“.3 Maar Patel is een stuk somberder: “Eliminating tariffs will expose domestic producers to direct competition with EU firms. Many of Ghana’s producers will no longer remain profitable as their ability to compete with EU imports is highly limited by severe supply-side constraints“.4 Lage productiviteit Het punt is dat de gemiddelde productiviteit in Ghana veel lager is dan in de EU. De hoeveelheid product per gewerkt uur, en ook de complexiteit van de producten is in de EU veel hoger. De oorzaak is vooral in het opleidingsniveau. Om toch te kunnen concurreren is het uurloon in Ghana vele malen lager dan in de EU. Ghana spendeert nu ongeveer een miljard doller per jaar aan voedselimporten: graan, rijst, vlees, suiker, etc. Het exporteerde tot nu toe vooral goud en cacao.5 Veel boeren kunnen niet op tegen het goedkope geïmporteerde graan en produceren alleen nog voor hun eigen gezin. Stijgend prijsniveau veel dramatischer dan die paar procent importtax Maar het is niet alleen de lage productiviteit, er is nog iets anders aan de hand. In de eerste helft van 2000 was het prijsniveau in Ghana nog ca. 30% van dat in de VS. Dan kun je ook als arme boer nog wel concurreren met importen. Maar sindsdien is het opgelopen tot0,75 inde jaren 2008-2010, dat is bijna 2½ maal zo hoog. De productiekosten van de boer zijn dus ten opzichte van de VS in een paar jaar tijd 2½ zo hoog geworden, en dus ook de prijs van zijn producten! Dat is heel wat anders dan een paar procent importtax. De boeren kunnen het dan alleen maar bolwerken als zij ook 2½ maal zo efficiënt gaan produceren, en de meeste zal dat niet lukken. Het wordt waarschijnlijk nog erger, want voor de kust van Ghana is een behoorlijke hoeveelheid olie gevonden, en de inkomsten in dollars die dat de staat oplevert zorgen voor een verdere druk op het prijsniveau. Dat heet ‘Dutch disease’, Nederlandse ziekte, omdat het verschijnsel voor het eerst is bestudeerd toen in Nederland gas werd gevonden en geëxporteerd. Door de inkomsten in vreemde valuta ging het prijsniveau in Nederland toen wat omhoog ten opzichte van de ons omringende landen. De boer is de klos, maar niet door de importtax De meeste landen in Afrika hebben een relatief hoog prijsniveau. Sub-Sahara Afrika produceert maar twee-derde van dat van India maar toch is het prijsniveau er anderhalf maal hoger dan India, dus het kan nooit tegen India concurreren. Logisch dat India harder groeit: gerekend in koopkracht per inwoner was de groei in Sub-Sahara Afrika de afgelopen 10 jaar zo’n 2,5%, en in India was het ca. de 6%. Bovendien is de groei in Sub-Sahara Afrika vooral een gevolg van de stijgende prijzen van grondstoffen, en die inkomsten komen niet bij de armen terecht. In India groeit het aantal banen in eenvoudige industrie en daardoor verbetert langzaam maar zeker ook de situatie van de armen. In Afrika is nog vrijwel geen industrie, o.a. door het hogere prijsniveau. De arme Afrikaanse boer is dus de klos. Maar dat komt niet door de trukendoos van de EU. Het zit hem in de lage productiviteit en het hoge prijsniveau in Sub-Sahara Afrika. Die paar procent importtax doet er niet zoveel toe, en de regeringen willen daar ook niet vanaf, want dat scheelt ze welkome inkomsten. Misschien heb ik iets gemist, maar ik zie echt geen trukendooscomplot van de EU.  

Curaçao op een tweesprong

Door Ayaan Abukar | 15 november 2019

De vlucht uit Venezuela gaat soms per bootje, naar het dichtbije Curaçao. Daar leidt het tot vertwijfeling: de weerslag is xenofobie èn solidariteit, een tekort aan kennis, vrees bij de Venezolanen – en stilte vanuit Den Haag. ‘Zonder politiek leiderschap gaan verhalen een eigen leven leiden.’ Ayaan Abukar vloog erheen en ging in gesprek.

Lees artikel

Hoe de ziel uit de ngo-sector verdwijnt

Door Marc Broere | 13 november 2019

Ze behoren tot de pioniers en innovators van de milieubeweging en ontwikkelingssamenwerking in Nederland en vormden decennialang een spraakmakend duo. Hoewel ze volop genieten van hun pensioen, luiden Ron van Huizen en Hans Guijt de noodklok over een ontwikkeling die hen zorgen baart: raden van toezicht die ontwikkelingsorganisaties willen laten besturen alsof het bedrijven zijn. ‘Stop met de idiote doelstelling dat je altijd moet groeien.’

Lees artikel

Deugen de meeste mensen nu wel of niet?

Door Hans Beerends | 31 oktober 2019

Historicus Rutger Bregman stelt in zijn nieuwe boek dat de meeste mensen deugen, verwijzend naar de prehistorie. Daar staat volgens Hans Beerends tegenover dat veel deugende mensen zich ook gemakkelijk laten misleiden.

Lees artikel