Wat zeggen de meest belangrijke boekwerken in de OS sector over de rol van ngo’s? In het verlengde van de discussie ‘de N van NGO’ over de toekomst van het maatschappelijk middenveld, komt Vice Versa met een reeks artikelen waarin verschillende vooraanstaande rapporten, boeken en artikelen over ontwikkelingssamenwerking worden doorgespit op dit onderwerp. Deze week: voormalig econoom van de Wereldbank, William Easterly, met het boek The White Man’s Burden:Het doel zou moeten zijn: de leefomstandigheden van mensen verbeteren, niet: regeringen of samenlevingen transformeren De ondertitel van The White Man’s Burden (2006) ‘Why the West’s Efforts to Aid the Rest Have Done So Much Ill and So Little Good’ beschrijft in grote lijnen de strekking van het boek. Easterly, die dankzij zijn kritiek op de gang van zaken in de OS-sector zijn voormalige werkgever (de Wereldbank) moest verlaten, beschrijft in The White Man’s Burden de redenen dat ‘zestig jaar en 2,3 biljoen dollar ontwikkelingshulp geen zoden aan de dijk heeft gezet’. Volgens de auteur ligt dat onder andere aan de focus binnen OS op Planners in plaats van Searchers, het feit dat de sector op zoek is naar een ‘Groot Plan’, en een chronisch gebrek aan verantwoording. Grote plannen Ondanks alle goede bedoelingen en investeringen de afgelopen decennia leven er nog steeds miljoenen mensen in armoede. Volgens Easterly wordt dit veroorzaakt door de aanpak die ontwikkelingsorganisaties en westerse regeringen er op na houden: men is op zoek naar een Groot Plan, een oplossing voor grote ontwikkelingsvraagstukken. De Grote Plannen om armoede en honger te bestrijden en sterftecijfers tegen te gaan hebben in de afgelopen decennia niet tot een oplossing van de problemen geleid. Dat komt, zegt de auteur van The White Man’s Burden, juist doordat de focus ligt op het oplossen van Grote Problemen door met Grote Plannen te komen. Van die utopische denkwijze moeten we af, schrijft Easterly: ‘The right plan is to have no plan.’ Zijn ideeën staan dan ook lijnrecht tegenover die van Jeffrey Sachs, wiens boek The End of Poverty een aantal weken geleden bij Vice Versa aan bod kwam. Sachs stelt weer een Groot Plan voor: om de allerarmsten te helpen uit de ‘armoedefuik’ te komen is er een eenmalige grote kapitaalinjectie nodig. Volgens William Easterly heeft de geschiedenis ons geleerd dat een dergelijke kapitaalinjectie weinig oplevert, aangezien het al vaker is uitgevoerd. Met de ‘armoedefuik’ die Sachs beschrijft maakt Easterly ook korte metten: na onderzoek gedaan te hebben komt Easterly met statistieken die aantonen dat Sachs’ bevindingen niet kloppen. Arme landen – met of zonder ontwikkelingsgeld – hadden een gemiddelde inkomensgroei per hoofd van de bevolking, hetgeen ingaat tegen Sachs’ theorie dat ‘s werelds armsten gevangen zitten in hun armoede en er zonder financiële steun uit het westen niet uit kunnen komen. Sterker nog: London School of Economics econoom Peter Boone ontdekte dat ontwikkelingsgeld geen invloed heeft op economische groei of investeringen: ‘Aid finances consumption rather than investment.’ Economische en sociale successen in arme landen worden niet bevorderd door steun van het westen maar komen juist van binnenuit, betoogt Easterly, door de inzet van wat hij ‘Searchers’ noemt. Zoekt en gij zult vinden In The White Man’s Burden wordt ontwikkelingswerk in twee groepen ingedeeld: aan de ene kant de voorstanders van de traditionele aanpak van hulp die geloven in Grote Plannen, de ‘Planners’ genoemd, en aan de andere kant degenen die een andere, pragmatische aanpak volgen: de ‘Searchers’. Easterly betoogt dat de toekomst bij de Searchers ligt, omdat zij, anders dan Planners, op specifieke taken focussen in plaats van op grote beloftes zoals ‘het einde van de armoede’. Searchers zijn vaak de armen zelf, die al dan niet met hulp van ngo’s op kleine schaal problemen oplossen: niet het einde van de armoede, maar in een gemeenschap zorgen voor een verbetering van de voedselproductie bijvoorbeeld. Easterly levert harde kritiek op westerse overheden en ontwikkelingsorganisaties die de politiek of marktwerking van een land proberen te veranderen. ‘Het doel zou moeten zijn: de leefomstandigheden van mensen verbeteren, niet: regeringen of samenlevingen transformeren’, aldus The White Man’s Burden. Neem je verantwoordelijkheden Het grote probleem met Grote Plannen en een breed scala aan Planners is dat organisaties en overheden onvoldoende verantwoordelijk worden gehouden voor mislukkingen en valse beloftes. Als voorbeeld noemt Easterly de Millennium Development Goals (MDG’s). Het is niet te controleren hoe, door wie en óf de Grote Plannen die hierin beschreven worden daadwerkelijk worden uitgevoerd, ‘en dus kan er niemand verantwoordelijk worden gehouden als de MDG’s niet bereikt worden’. Het nemen van verantwoordelijkheden geldt ook voor de projecten die er door ngo’s worden uitgevoerd. Zo beschrijft William Easterly de voorkeur van ontwikkelingsorganisaties om zich op zichtbare resultaten te richten, zoals het bouwen van wegen of scholen. Het onderhouden ervan wordt vervolgens aan de overheid van het betreffende ontwikkelingsland overgelaten, vanuit het idee dat het project dan ‘duurzamer’ is. De schrijver van The White Man’s Burden noemt deze aanpak ideologisch en onhaalbaar. Onderhoud en in stand houden van projecten zou juist topprioriteit moeten zijn binnen de ontwikkelingssector, betoogt hij. Incompetente en corrupte overheden nemen het onderhoud niet op zich, wat het positieve effect dat de aanleg van infrastructuur met zich meebrengt teniet doet. Easterly: ‘Er wordt gewerkt naar het onwerkbare doel van ‘duurzaamheid’ (wat betekent dat men nieuwe projecten wil neerzetten én het gedrag van de regering wil aanpassen zodat zij de projecten over kunnen nemen), waardoor de donoren de simpele taken van het behouden van bruikbare wegen, kinderen met studieboeken en klinieken met medicijnen niet uitvoeren.’ De toekomst Searchers staan dichter bij de ontvangers van hulp dan Planners, en worden door hen dan ook tot verantwoording geroepen voor hun acties. Volgens Easterly moet er meer verantwoording komen voor wat er gebeurt in de ontwikkelingssector, en mede daarom zou de ‘macht’ in de sector moeten verschuiven van Planners naar Searchers. De auteur schrijft: ‘Om veranderingen te kunnen bewerkstelligen moeten we hulporganisaties ervan overtuigen hun utopische [‘Big Plan’, red] plannen op te geven en zich te richten op kleine projectmatige interventie’.   Discussieer mee over de toekomst van het maatschappelijk middenveld op de nieuwsblog ‘de N van NGO’.

Een klimaatlijst voor Kaag

Door Joris Tielens | 13 september 2019

Stoppen met subsidies en exportkredieten voor fossiele brandstoffen, het beprijzen van CO2 en het tegengaan van belastingontduiking door de fossiele industrie. Het zijn een aantal zaken waarvoor minister Kaag internationaal moet pleiten tijdens de klimaattop in New York op 23 september, volgens de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV).

Lees artikel

De vergeten klimaattafel

Door Joris Tielens | 04 september 2019

Het klimaatakkoord is veelbesproken, maar de helft van de ‘Nederlandse’ CO2-uitstoot blijft onderbelicht: die in het buitenland. Valt klimaatverandering te beperken door geen subsidies meer te geven aan de fossiele industrie, door meer klimaatdiplomatie? Heleen de Coninck en Marcel Beukeboom kijken voorbij de grenzen.

Lees artikel

Opinie: ‘Brief minister Kaag over maatschappelijk middenveld: analytisch zwak en weinig ambitieus’

Door Fons van der Velden | 09 juli 2019

Het is een groot goed dat de Nederlandse overheid zoveel fondsen ter beschikking stelt voor de versterking van maatschappelijke organisaties en maatschappelijk middenveld, schrijft Fons van der Velden in deze opiniebijdrage naar aanleiding van de kamerbrief van minister Kaag. Maar hij vindt de brief analytisch zwak en van weinig ambitie getuigen. Wat had beter gekund?

Lees artikel