Door:
Vera Hendriks

13 februari 2012

Tags

In de ‘N van ngo’ discussie wordt veel gepraat over politieke keuzes en aanhaken bij het bedrijfsleven, maar wat hebben ngo’s nu zelf in te brengen? Wat is er zo uniek of eigen aan ngo’s, dat hen ook de komende jaren nog steeds bestaansrecht geeft? Zoals ik eerder al eens schreef zijn er verschrikkelijk veel ngo’s op het gebied van ontwikkelingssamenwerking in Nederland, en hebben al die ngo’s een eigen agenda die ze liever niet te veel met anderen delen – hoewel ze wel veel dezelfde doelen nastreven. Het aantal onderwerpen waar ngo’s zich mee bezig houden is sterk gegroeid, evenals de competitie om potjes geld. De snelle veranderingen en de gevoelsmatige dreiging van buitenaf hebben veel organisaties nu in een defensiemodus gezet. Nog meer dan anders bezwijken ze onder de druk aan te tonen dat ze wel degelijk meetbare resultaten hebben behaald, en dat ze daarom mee mogen doen. Steeds vaker vullen we cijfertjes in, in plaats van met mensen bezig te zijn. Ondertussen raken we kwijt wat we eigenlijk doen, voor wie, en wat het toevoegt. Wat kunnen ngo’s bijdragen? In de huidige discussie wordt bijvoorbeeld veel nadruk gelegd op de toegenomen rol van bedrijven, en wat de toegevoegde waarde van ngo’s daarin is. Ngo’s zijn ervan overtuigd dat ze iets te bieden hebben, maar komen vooralsnog niet uit hun woorden wat dat precies is. ‘Kennis’ en ‘ervaring’ worden veel genoemd als kwaliteiten van ngo’s. ‘Weten hoe de lijntjes lopen’ is er nog zo één. Maar wat moeten bedrijven of ambassades daarmee doen? Hoe kun je die kennis en ervaring het beste inzetten? Zonder helder plan kom je er niet. Aan tafel zitten is niet genoeg; je moet iets unieks te bieden hebben dat ze nergens anders kunnen halen. Het loont ook om naar het verleden te kijken. Concepten als duurzame handel en maatschappelijk verantwoord ondernemen zijn juist door ngo’s op de agenda van bedrijven gezet. Daarvoor hebben ze actief gelobbyd, partijen bij elkaar gebracht, nieuwe methoden verzonnen, monitoring & evaluatiesystemen opgezet en argumenten bedacht die bedrijven konden overtuigen dat er werkelijk geld mee te verdienen viel. Innovatie Dat zouden die bedrijven uit zichzelf nooit gedaan hebben. Innovatie, en het vóór de troepen uitlopen, is dus juist iets waar ngo’s een duidelijke rol in vervullen. Daarnaast hebben bedrijven ngo’s ook nodig om bepaalde soorten voorwerk te doen. Bijvoorbeeld: een groot bedrijf wil graag zoveel mogelijk van haar grondstoffen inkopen bij lokale boerencoöperaties (local sourcing), want dat bespaart importkosten. Maar zonder het lokale netwerk, de trainingscapaciteit en inzicht in wat lokale boerenondernemers nodig hebben, komen ze er niet. Ngo’s kunnen zo’n bedrijf assisteren; en daar zit dus een prima kans voor samenwerking. Innovatie heeft te maken met vullen van gaten; het vinden van creatieve oplossingen voor bestaande problemen; met het verzinnen van nieuwe routines; en met het aanbieden van prikkels die door je partners worden opgenomen en voortgezet in acties. De verantwoordelijkheid voor die acties ligt altijd bij de uitvoerders zelf; je sphere of influence zijn de mensen die jij direct kunt beïnvloeden. Ngo’s moeten niet alles zelf willen doen, maar zich richten op het scheppen van mogelijkheden en kansen. Kritische functie Uiteraard betekent samenwerking en facilitatie niet dat ngo’s onderaannemer van het bedrijfsleven moeten worden. De innovatieve rol van ngo’s is gebaat bij een kritische, ruimdenkende opstelling. Precies die houding die veel ngo-medewerkers met de paplepel hebben ingegoten gekregen. Ngo’s hebben ook een rol in het campagne voeren, bewust maken, onderzoeken, politiek tot besluiten bewegen, en het op de voorgrond stellen van groepen mensen die in sociaal en economisch opzicht buiten de boot vallen. Dat is ook bij uitstek waar hun donateurs en partners zich in kunnen vinden. Als ngo’s ertoe bereid zijn te kiezen voor datgene waar ze goed in zijn, denk ik dat ze niet overbodig zullen worden gemaakt door nieuwe ontwikkelingen. Dan zullen overheden en bedrijven hen weten te vinden als sparringpartner, en ook bereid zijn geld te investeren in nieuwe partnerschappen en ontwikkelingen die hun eigen bedrijfsvoering de eenentwintigste eeuw in katapulteren. Met als stiekem bijeffect dat een hele hoop mensen er beter van worden.

Sporten voor een betere buurt

Door Bram Posthumus | 27 januari 2020

Iedere avond verzamelen twee zussen uit Bamako de kinderen uit hun wijk op een sportveld. Intussen geven ze door de sport boodschappen over het leven mee: en de buurt verbroedert. ‘Nu komt iedereen me halen als ik om zeven uur niet op het veld ben.’

Lees artikel

‘Controle over je portemonnee is controle over je keuzes’

Door Eva Huson | 23 januari 2020

In Nepal bindt een dappere vrouwenbeweging de strijd aan met hulpafhankelijkheid en weigert ze principieel fondsen van grote, buitenlandse geldschieters. Een interview in de shift the power-reeks over hoe je als kleine hulporganisatie prima het heft in eigen hand kunt nemen.

Lees artikel

Het Malinese huis van democratie is aan verbouwing toe

Door Ayaan Abukar | 22 januari 2020

Vóór de crisis in 2012 was Mali op het oog een modeldemocratie, maar door migratie en geweld in het noorden is het land nu van geopolitieke betekenis. En het ligt in een van de drie focusregio’s van het Nederlandse ontwikkelingsbeleid. Een tweeluik over het Malinese partnerschap: om te beginnen de politieke achtergrond, ter plekke geschetst.

Lees artikel