Afgelopen week kreeg Vice Versa ICCO’s visiedocument ‘Het sociale kapitaal van het maatschappelijk middenveld’ te lezen. Met dit stuk levert de organisatie een bijdrage aan de discussie over de ‘waarde en effectiviteit van particuliere ontwikkelingsorganisaties.’ ICCO is van plan de banden met de achterban aan te halen en in de nabije toekomst een internationaal coöperatief netwerk te worden. De kracht van het maatschappelijk middenveld ligt volgens ICCO in het mobiliseren van ‘door burgers gezochte en bevorderde sociale verandering.’ De organisatie ziet het maatschappelijk middenveld als een belangrijke tegenkracht voor de macht van de staat en markt.  ‘Om hun bestaansrecht te legitimeren moeten maatschappelijke organisaties relaties hebben met burgers door wie ze zijn opgericht,’ vindt ICCO. Dit geldt ook voor de eigen organisatie. ‘Een belangrijk doel voor ICCO is dan ook om de komende jaren de banden met de samenleving en de burgers opnieuw aan te halen, weer te wortelen in de Nederlandse omgeving waarin ICCO ontstaan is en onafhankelijk te gaan bewegen van de politiek.’ In het document beschrijft de organisatie dat de nationale en de internationale context waarin ICCO werkt de laatste jaren sterk veranderd is. Als voorbeelden worden genoemd: het doorbreken van traditionele Noord-Zuid relaties; de veranderende internationale machtsrelaties door de economische opkomst van Brazilië, Rusland, Zuid-Afrika, India en China; de groeiende macht van transnationale ondernemingen; en de veranderende demografie van armoede. ‘Deze ontwikkelingen dwingen maatschappelijke organisaties om hun strategieën te herzien en bieden tegelijkertijd grote kansen om de burgers en hun ideeën ruimte te geven,’ aldus ICCO. Hoe dit concreet vorm kan krijgen beschrijft het visiedocument niet, maar gaat vervolgens in op de verschillende rollen van de spelers in het speelveld  waarin ICCO zich beweegt. Maatschappelijke organisaties in Zuid en Noord Maatschappelijke organisaties in ontwikkelingslanden hebben een belangrijke ‘waakhondfunctie’ ten aanzien van hun eigen overheden en de markt, benadrukt ICCO. Daarnaast leveren zij publieke diensten waar hun overheid faalt en moeten ze in eigen land overheid, burgers en bedrijven mobiliseren voor sociale verandering. ICCO geeft aan dat zuidelijke organisaties ‘zeer goed in staat [zijn] om hun eigen rol en prioriteiten te bepalen. Zij weten wat nodig is voor de ontwikkeling van hun omgeving en van henzelf.’ Hieruit wordt de conclusie getrokken dat noordelijke ontwikkelingsorganisaties minder nodig zullen zijn als financier, ‘maar meer als gelijkwaardige partner met een eigen doelstelling in Nederland en Europa.’ Samen met zuidelijke organisaties moet er gestreden worden voor het ‘eerlijk delen van de mondiale publieke goederen, het slechten van de barrières voor ontwikkeling en het opkomen voor mensenrechten.’ Alleen door een verandering van ‘het consumptie- en productiepatroon van de welvarende wereldburgers’ en een ‘samenhangend buitenlands beleid’ kan armoede effectief bestreden worden, aldus ICCO. Daarom vindt de organisatie dat ook noordelijke ontwikkelingsorganisaties moeten functioneren als ‘waakhond’ ten opzichte van overheden, bedrijven en anderen die invloed hebben op ontwikkelingsprocessen. Daarnaast dienen maatschappelijke organisaties mondiaal burgerschap te bevorderen door het betrekken van geïnspireerde burgers en bedrijven bij internationale kwesties als klimaatverandering, mensenrechten en duurzame, eerlijke handel. Relaties met overheid en markt ICCO geeft aan dat ‘meer en meer organisaties als een soort onderaannemers overheidsbeleid gaan uitvoeren.’ Het visiedocument geeft hiervoor als reden dat de overheid in haar rol als financier steeds meer volgzaamheid eist. Bovendien vindt ICCO dat de evaluatie- en regeldruk zijn doorgeslagen en dat gaat ten koste van de eigen doelstellingen. De organisatie pleit daarom voor een ‘meer op maat gesneden overheidsbeleid’ en een herijking van het huidige medefinancieringsstelsel. Een nieuw stelsel zou ook inspraak moeten bieden aan zuidelijke maatschappelijke organisaties en moet ‘zo min mogelijk bureaucratie geven.’ ICCO ziet weinig in een directe financiering van zuidelijke organisaties door de Nederlandse overheid: ‘Rond gevoelige onderwerpen als democratisering, conflicttransformatie en mensenrechten, waar vaak blijkt dat lokale organisaties door hun eigen overheid in hun handelingsruimte worden beperkt, ligt samenwerking met ambassades van buitenlandse mogendheden lastig.’ ICCO geeft toe dat haar eigen band met de overheid te innig is geworden en het overheidsbeleid te overheersend. Samenwerking tussen overheid en maatschappelijk middenveld blijft wenselijk, maar niet altijd vanzelfsprekend, aldus ICCO. ‘De Nederlandse overheid kan het Nederlandse maatschappelijk middenveld financieren, zolang er geen sprake is van onderaannemerschap. De organisaties maken de strategische afweging wanneer samenwerking gepast is en wanneer niet, en accepteren dat financiering niet vanzelf spreekt.’ Naast de relatie met de overheid, neemt het visiedocument ook de relatie van het maatschappelijk middenveld met de markt onder de loep. Beschreven wordt dat ICCO de overtuiging heeft dat ‘ontwikkelingssamenwerking niet een in zichzelf gekeerde sector moet zijn, maar juist de verbanden naar andere sectoren moet leggen.’ De organisatie ziet dan ook een meerwaarde in het samenwerken met bedrijven om maatschappelijke en sociale waarde te produceren. ICCO’s toekomstvisie Om in te spelen op de veranderingen in de sector, vernieuwt ICCO haar aanpak. De organisatie blijft programma’s financieren die sociale verandering teweegbrengen, maar gaat de nadruk leggen op innoveren, verbinden en het versterken van de capaciteit van partnerorganisaties. Eén van de gevolgen hiervan is het plan om de organisatiestructuur van ICCO in de nabije toekomst te veranderen in die van een internationaal coöperatief netwerk. Naast een nieuwe organisatievorm, ziet ICCO dit als een manier om maatschappelijke organisaties, bedrijven en kennisinstellingen te verbinden. De stap om verantwoordelijkheid te delen en werkelijk partnerschap aan te gaan is al gezet, aldus ICCO. ‘Het is nu zaak om de banden met de eigen omgeving stevig aan te halen om ook daar de legitimiteit te herbevestigen. Het gezamenlijk investeren in ontwikkelingsinitiatieven, met bedrijven, overheden en burgers wereldwijd, is daarbij het te beproeven middel.’ ICCO erkent hiermee dat ‘mensen wereldwijd onontkoombaar op elkaar aangewezen zijn en dat de mondiale problemen een mondiale aanpak vergen die de deelbelangen van landen, bedrijven, burgers en maatschappelijke organisaties overstijgt.’ Het visiedocument sluit af met de woorden: ‘Het sociale kapitaal is van ons allemaal.’ Discussieer mee over de toekomst van de rol van het maatschappelijk middenveld op de nieuwsblog ‘De N van NGO’, en lees hier het volledige visiedocument van ICCO.

Opinie: ‘Brief minister Kaag over maatschappelijk middenveld: analytisch zwak en weinig ambitieus’

Door Fons van der Velden | 09 juli 2019

Het is een groot goed dat de Nederlandse overheid zoveel fondsen ter beschikking stelt voor de versterking van maatschappelijke organisaties en maatschappelijk middenveld, schrijft Fons van der Velden in deze opiniebijdrage naar aanleiding van de kamerbrief van minister Kaag. Maar hij vindt de brief analytisch zwak en van weinig ambitie getuigen. Wat had beter gekund?

Lees artikel

Tip 3 aan Kaag: ‘Lever in op je privilege en geef zuidelijke organisaties meer inspraak bij het bepalen van prioriteiten’

Door Lizan Nijkrake | 08 juli 2019

Minister Kaag werkt hard aan een nieuw subsidiekader voor het maatschappelijk middenveld. Ze wil meer eigenaarschap geven aan zuidelijke ngo’s om hen meer legitimiteit te geven, en ziet daarbij een andere rol voor Nederlandse organisaties. Vice Versa vroeg vier zuidelijke organisaties hoe zij dit zien. Wat is hun gouden tip voor onze minister? Met vandaag Carla López Cabrera, directeur van Fondo Centroamericano de Mujeres (FCAM) in Nicaragua, een feministisch fonds dat lokale vrouwenrechtenbewegingen in Centraal Amerika steunt.

Lees artikel

Shifting fundamental power issues in funding relationships

Door Evelijne Bruning Ruerd Ruben en Lau Schulpen | 02 juli 2019

This article claims that the current aid architecture favours clientilism, dependency and short-term projects. The authors Evelijne Bruning (The Hunger Project) Ruerd Ruben (Wageningen University & Research) and Lau Schulpen (Radboud University Nijmegen) are suggesting four possible ways to overcome this in order to shift power closer to the ground.

Lees artikel