Door:
Anne Manschot

19 januari 2012

Tags

Vandaag promoveert PhD student Willem Elbers op zijn proefschrift ‘The Partnership Paradox: Principles and Practice in North-South Relations’. Aan de vooravond van zijn promotie interviewde Vice Versa hem en sprak over de reactie van René Grotenhuis op zijn opiniestuk, de rol van de overheid in de ontwikkelingssector en het managementdenken. ‘Kwantificeren is het probleem niet. Het middel mag alleen geen doel worden.’ ‘Natuurlijk ben ik zenuwachtig’, glimlacht Willem Elbers, zittend achter zijn bureau aan de Radboud Universiteit, waar hij Vice Versa ontvangt. ‘Ik ben goed voorbereid, maar toch, je wilt het er goed vanaf brengen.’ Zijn proefschrift, waar hij een kleine vijf jaar aan gewerkt heeft, moet hij donderdag 19 januari verdedigen. Willem Elbers werkte eerder als docent en onderzoeker aan de Radboud universiteit bij Culturele Antropologie en Ontwikkelingsstudies (CAOS). Zijn promotieonderzoek The Partnership Paradox is uitgevoerd in opdracht van CAOS en het ministerie van Buitenlandse Zaken. Hij schreef al eerder voor Vice Versa over zijn bevindingen het artikel: ‘Managementdenken botst met principes ontwikkelingsorganisaties’. René Grotenhuis, directeur van Cordaid, reageerde op uw betoog in het artikel ‘Waardegedreven is niet tegengesteld aan efficiency en effectiviteit’. Wat is uw mening over zijn stuk? Willem Elbers: ‘De reactie van René Grotenhuis verbaasde me enerzijds – omdat ik dacht dat juist hij mijn punt wel zou begrijpen – maar aan de andere kant ook weer niet, omdat ik die kritiek al langer kende. Er is me al vaker verteld dat er geen tegenstelling kan zijn tussen de waardegedreven ‘sociale transformatielogica’ en de ‘managementlogica’, omdat ‘je altijd management nodig hebt’. Dat raakt wat mij betreft precies de kern van het probleem. Managementdenken is namelijk niet hetzelfde als management, maar een specifieke ideologische vorm van management. Ik beweer dus ook niet dat waardegedreven handelen onverenigbaar is met effectiviteit en efficiëntie. Natuurlijk is dat niet het geval. Wat ik wel zeg, is dat het managementdenken, als specifieke vorm van management, niet neutraal is, en botst met de wezenlijke idealen uit de sector. Dit betekent overigens niet dat de tools van het managementdenken per definitie onbruikbaar zijn voor ontwikkelingsorganisaties.’ Hoe zit het dan met die ‘botsende’ ideologie van het managementdenken, als waardegedreven handelen en het gebruik van management tools wel samengaan? ‘Het managementdenken heeft een ideologische component. Die gaat uit van drie belangrijke aannames. De eerste is: ontwikkeling is per definitie beheersbaar, kwantificeerbaar en planbaar. De tweede luidt dat mensen zijn gedreven door eigenbelang, wat strenge controle en regels vereist. De derde aanname is dat alleen datgene wat nuttig en kwantificeerbaar is waarde heeft. Dat zijn sterke aannames. Je kunt de bijbehorende management tools alleen los gebruiken, als je doelbewust die onderliggende aannames en waarden ervan scheidt. Veel organisaties doen dat niet, ze gebruiken die tools zonder bewust te zijn van de achterliggende ideologie. Dat kan vervolgens botsen met hun visie op ontwikkeling en het belang dat ze hechten aan autonomie en partnerschap.’ Hoe kunnen organisaties dat voorkomen? ’Ik denk dat ngo’s hun kernwaarden en aannames opnieuw moeten bekijken, en dat ze op basis daarvan dan de managementinstrumenten  moeten kiezen die bij hen passen. Het probleem met het managementdenken is echter dat het dwingende eisen stelt aan het gebruik van de instrumenten. De problemen ontstaan als het voldoen aan deze eisen een doel op zichzelf wordt. Als dit gebeurt ga je als organisatie namelijk voorbij aan je eigen aannames en waarden. Zij moeten dus goed kijken waar dit eventueel het geval is.’ Zijn die aannames en waarden stevig verankerd binnen de ontwikkelingssector? ‘Jazeker, al denk ik dat sommige aannames hun beste tijd hebben gehad. Impliciet zit in het model van de meeste ngo’s toch dat het Noorden rijk is en het Zuiden arm, en dat het rijke, ontwikkelde Noorden het arme Zuiden moet helpen. Noordelijke ngo’s nemen ook impliciet aan dat civil society in het Zuiden zwak is, en dat capacity building een belangrijk doel moet zijn. In veel landen is dat niet meer het geval. Bovendien klopt de tegenstelling Noord en Zuid voor een groot deel niet meer, omdat veel problemen in de wereld mondiaal zijn geworden. De aannames zijn dus niet per definitie heilig en ngo’s die zichzelf opnieuw willen uitvinden moeten ze daarom kritisch tegen het licht te houden.’ Als u psychiater was en schizofrene ngo’s zou moeten behandelen, wat voor recept zou u dan uitschrijven? ‘Wat ngo’s allereerst moeten doen is helder krijgen waar de mogelijke spagaat zich bevindt. Hebben ze misschien een bepaalde vorm van management omarmd die botst met hun eigen waarden? Het begint met dat besef. Je kunt er als ngo voor kiezen om helemaal in het managementdenken op te gaan, maar ik denk dat dit voor heel veel organisaties onbevredigend is, omdat het op fundamenteel niveau botst met de principes waar ze voor willen staan. Ngo’s moeten kijken welke van hun principes anno 2012 nog relevant zijn, welke vorm van management bij hen past en welke hen het beste in staat stelt om effectief en efficiënt te werken. Eventueel kunnen zij daarbij tot de conclusie komen dat bepaalde elementen van het managementdenken heel nuttig zijn. Wat ze ook besluiten te doen, ontwikkelingsorganisaties zullen sowieso antwoord moeten geven aan de groeiende roep uit de samenleving om met resultaten te komen.’ En hoe zit het met de rol van de overheid binnen de sector? Is die ook aan verandering toe? ‘De overheid heeft met het tweede medefinancieringsstelsel (MFS-2) een fout gemaakt. MFS-2 is een one size fits all systeem met een grote nadruk op het managementdenken. Voor bepaalde typen ontwikkeling, bijvoorbeeld democratisering, werkt dit zeer problematisch – de one size fits all vorm van MFS schiet dan tekort. Voor alle duidelijkheid: ik ben niet per definitie tegen kwantificeren. Ik vind het alleen problematisch als bij kwantificering het middel tot doel wordt verheven. Bovendien: als je er wat van kan leren, is het heel goed om te meten. Maar ik heb sterk de indruk dat het bij het medefinancieringsstelsel meer gaat om verantwoorden dan om leren.’ Tot slot: wat is uw advies aan het ministerie van Buitenlandse Zaken? ‘Ik denk dat het belangrijk is dat ook de overheid keuzes gaat maken. Die spagaat die ik beschrijf in mijn opinieartikel geldt namelijk ook voor de overheid. Wat wil de overheid nou eigenlijk betekenen en wat is nu haar onderliggende visie? Het MFS valt qua aanpak enerzijds onder het managementdenken, maar tegelijkertijd hecht het ook waarde aan ownership en partnerschap. Net als dat ngo’s intern in een spagaat zitten, heeft de overheid dus ook een inconsistente visie gebaseerd op tegenovergestelde aannames en waarden.’ Discussieer mee over de toekomst van het maatschappelijk middenveld op de nieuwsblog ’N van NGO’.

‘De allerarmsten worden niet geholpen. En dat kan wél.’

Door Marc van Dijk | 05 augustus 2020

Te vaak lanceren hulporganisaties projecten zonder eerst te praten met degenen om wie het gaat. Onderzoeker Anika Altaf sprak met de allerarmsten in Ethiopië, Benin en Bangladesh. Om hen te bereiken moet het roer om.

Lees artikel

Richt je niet alleen op laaghangend fruit

Door Marc Broere | 30 juli 2020

In zijn hoofdredactioneel commentaar in de nieuwe Vice Versa doet Marc Broere een oproep aan ontwikkelingsorganisaties om een extra mijl te lopen om ook de meest gemarginaliseerden in te sluiten in hun projecten. Onderzoeker Anika Altaf laat zien dat het kan.

Lees artikel

Column Eva Nakato: Van nadeel tot voordeel

Door Eva Nakato | 27 juli 2020

Wat vroeger in je leven als ‘ongepast’ werd gezien door je omgeving, blijkt vaak de sleutel tot succes in je latere leven te zijn. Ook voor onze columniste Eva Nakato. Vroeger werd ze soms gepest om haar zware stem, nu wordt ze juist hiervoor uitgekozen voor het spreken in het openbaar en het inspreken van teksten.

Lees artikel