Door:
Anne Manschot

18 januari 2012

Tags

Wat zeggen de meest belangrijke boekwerken in de OS sector over de rol van ngo’s? In het verlengde van de discussie ‘de N van NGO’ over de toekomst van het maatschappelijk middenveld, komt Vice Versa met een reeks artikelen waarin verschillende vooraanstaande rapporten, boeken en artikelen over ontwikkelingssamenwerking worden doorgespit op dit onderwerp. In het derde deel: ‘De Crisis Karavaan’ van Linda Polman. ‘Het debat draait in cirkels.’ ‘De Crisis Karavaan’ deed veel stof opwaaien toen het in 2008 werd uitgebracht. Tijdens een interview in het programma Pauw en Witteman in oktober dat jaar legde Linda Polman uit wat in haar ogen kan worden verstaan onder de ‘humanitaire logica’; mensen die aan de touwtjes trekken in conflictgebieden, zijn zich terdege ervan bewust dat ze op hulp kunnen rekenen als ze het conflict maar zo gruwelijk mogelijk laten verlopen. Hoe meer media-aandacht, hoe meer geld de organisaties krijgen, en dus ook hoe meer er het conflictgebied binnenstroomt – geld en goederen die niet altijd ten goede komen aan de slachtoffers. Vice Versa presenteert haar ontnuchterende boek in een notendop en zoekt naar de rol die Polman aan ngo’s toebedeelt. Wantoestanden in de hulp industrie Linda Polmans boek levert felle kritiek op de gang van zaken in de ontwikkelingssector, en dan met name de ‘hulpindustrie’, het leveren van noodhulp in conflict- of postconflict gebieden. Polman haalt internationale hulpschandalen aan, zoals het weer op gang helpen van de Rwandese Hutu génocidaires in Goma, en legt uit hoe hulpgoederen door het ontvangende land (of rebellengroep) vaak voor eigen militaire doeleinden gebruikt worden. Een voorbeeld: terwijl de hongersnood in Ethiopië in de jaren ’80 in het Westen voornamelijk als een speling der natuur werd gezien, maakten in het land zelf de machthebbers gebruik van honger als wapen in een aanhoudende burgeroorlog. In de kampen van de hulporganisaties bepaalde de Ethiopische kampleiding hoe het voedsel werd verdeeld. Polman schrijft: ‘In kampen waar de deportaties op weerstand stuitten, gooiden regeringsmilitairen de voedseldistributiecentra van de INGO’s [internationale ngo’s, red.] dicht, zodat mensen weer honger kregen en van gedachten veranderden. In een aantal kampen werd het INGO’s verboden om de hongerende kinderen van tegenstribbelende ouders te voeden.’ Door het grote aantal hulporganisaties is het volgens ‘De Crisis Karavaan’ onmogelijk geworden één lijn te trekken tegen misbruik door ontvangende landen of groeperingen. Als de ene organisatie protesteert tegen de gang van zaken en dit probeert te bespreken met de rebellenleider of staatshoofd ter plaatse, staat de volgende ngo al paraat om tóch het spel mee te spelen – en een contract in de wacht te slepen. De contractkoorts wint het vaak van de ethiek, schrijft Polman, en de onderlinge verdeeldheid van internationale ngo’s werkt in verschillende gevallen in het voordeel van extremisten of rebellenleiders. Bovendien worden door de financiële afhankelijkheid van donoren diefstal van goederen en andere wantoestanden niet aan de grote klok gehangen – slecht nieuws kunnen ze niet gebruiken. Daarentegen, zegt Linda Polman, werken de ngo’s in conflictgebieden zo goed en zo kwaad als het gaat om de burgerbevolking te helpen, de vraag of ze hiermee de ellende feitelijk verlengen of zelfs verergeren naast zich neer leggend. Verantwoordelijkheid ‘Nu wilt u vast weten hoe het dan wél moet’, stelt Linda Polman in het laatste hoofdstuk van haar boek. Ze beantwoordt haar eigen vraag met de redenatie dat het niet de rol van een journalist is oplossingen aan te dragen, maar problemen te benoemen – hetgeen ze in haar boek ook heeft gedaan. Dé oplossing is er niet, zegt Polman, en de oplossing zal ook van geval tot geval verschillen. ‘De discussie is vaak onzuiver, want emotioneel. Op kritiek is de reactie al te vaak: ‘Oh! Moeten we dan maar helemaal niks meer doen?’ Die mogelijkheid om niks te doen moet er zijn, als dat beter is, maar ‘helemaal niks meer doen’ is mijn pleidooi niet’, schrijft Linda Polman. Waar zij wél voor pleit, aldus het boek, is dat het systeem niet langer wordt gevrijwaard van kritiek – men moet erkennen dat een goed doel ook iets verkeerd kan aanpakken. ‘Het lijkt of de humanitairen het zelf wel goed vinden zo’, schrijft ze verder in haar concluderende hoofdstuk. ‘Zij dragen de zuiverheid van hun Rode Kruis beginselen – van neutraliteit, onafhankelijkheid en onpartijdigheid – als een schild voor zich uit en vinden het vanzelfsprekend dat de beginselen belangrijker zijn dan de consequenties ervan.’ Linda Polman: ‘Het lijkt alsof het debat binnen het ‘wereldje’ reuze levendig en kritisch is. Na iedere internationale hulpactie beloven hulporganisaties ‘lessen te trekken’ en ‘verbeteringen’ door te voeren en ze signaleren ‘een zekere vooruitgang’. Maar het debat draait in cirkels.’ Uit rapporten van het Active Learning Network for Accountability and Performance in Humanitarian Action (ALNAP), een organisatie die in 1997 is opgericht door internationale ngo’s, blijkt herhaaldelijk dat de humanitaire gemeenschap ‘nog steeds geen systeem heeft om de eigen algehele prestaties te beoordelen’. Er is geen systeem om prestaties bij te houden en te analyseren, schrijft Polman. Daarnaast zou volgens het ALNAP ‘het humanitaire systeem beter werken als organisaties zouden samenwerken en de ‘ik eerst-mentaliteit’ [het idee dat elke ngo zijn eigen projecten het belangrijkst vindt en niet samen probeert te werken, red.] niet zou overheersen’, aldus de schrijfster van De Crisis Karavaan. Een groot probleem, signaleert Polman, blijft dat er geen regels of afspraken over de ethische grenzen van het handelen van ngo’s zijn, en dat elke hulporganisatie van zichzelf vindt dat zij het ‘anders’ doen. ‘Ze wijzen naar de ‘internationale gemeenschap’ die faalt, en naar het ‘gebrek aan politieke wil’ om honger en oorlog op te lossen’, schrijft Polman. ‘Maar ze hebben zelf ook verantwoordelijkheid. Hulporganisaties maken deel uit van een grote internationale hulpindustrie en ze werken nu eenmaal in een wereld waarin de politieke wil om crises af te wenden er niet is. Welke conclusies trekken ngo’s dan over hun rol? Waar trekken ze hun strepen?’ Discussieer mee over de rol van het maatschappelijk middenveld op de nieuwsblog ’N van NGO’.

Samenspraak en Tegenspraak was vrij revolutionair

Door Joris Tielens | 19 november 2019

Deze maand komt minister Kaag met nieuw beleid voor steun aan ngo’s, als vervolg op het programma Samenspraak en Tegenspraak, dat volgend jaar afloopt. Vice Versa kijkt in een lange reeks artikelen terug op de strategische partnerschappen. Vandaag: de introductie.

Lees artikel

‘Sport is een levensles’

Door Marc Broere | 18 november 2019

Voor Mariam Twahir is sport het beste gereedschap voor vredesopbouw. Ze is coach in een sloppenwijk in Nairobi, met meer meisjes dan jongens onder haar hoede. ‘Op het veld is er geen conflict en vergeten ze waar ze vandaan komen.’

Lees artikel

Curaçao op een tweesprong

Door Ayaan Abukar | 15 november 2019

De vlucht uit Venezuela gaat soms per bootje, naar het dichtbije Curaçao. Daar leidt het tot vertwijfeling: de weerslag is xenofobie èn solidariteit, een tekort aan kennis, vrees bij de Venezolanen – en stilte vanuit Den Haag. ‘Zonder politiek leiderschap gaan verhalen een eigen leven leiden.’ Ayaan Abukar vloog erheen en ging in gesprek.

Lees artikel