In zijn oude stoffige boekenkast vond Vice Versa hoofdredacteur Marc Broere een vergeeld boekje dat in het licht van de discussie over de N van NGO heel actueel blijkt te zijn. Meer dan 25 jaar geleden hield Prins Claus een toespraak waarin hij de rol van ngo’s in ontwikkelingssamenwerking al ter discussie stelde. Wat waren zijn gedachten? En hoe relevant zijn zijn opmerkingen nog anno 2012? Lees hier een samenvatting van zijn rede “NGO’s: schakel tussen Noord en Zuid.” Op 13 december 1986 hield Prins Claus ter gelegenheid van het dertigjarig bestaan van Novib een toespraak die goed past binnen de discussie over de toekomst van het maatschappelijk middenveld. In zijn rede stelt de Prins ontwikkelingssamenwerking en de rol van ngo’s hierin ter discussie. Is ontwikkelingssamenwerking wel de moeite waard? Prins Claus blikt terug op een eerste generatie van ngo’s die zich met ontwikkelingssamenwerking hebben beziggehouden, sinds dit thema in de jaren ’60 een ‘vast onderdeel van de betrekkingen tussen de landen van Noord en Zuid’ werd. Hij constateert dat de vorderingen op het gebied van ontwikkeling beperkt zijn gebleven en stelt zichzelf de vraag of het nog wel de moeite waard is om aan ontwikkelingssamenwerking te blijven doen. Hij gaat nog een stap verder door te vragen of ngo’s en andere hulpverleners deel uitmaken van het probleem en misschien zelfs bijdragen aan ‘de instandhouding van corrupte regimes en regeringen aanmoedigt moeilijke beleidskeuzen te vermijden.’ In reactie op zijn eigen bedenkingen verklaart de Prins dat we niet ontmoedigd moeten raken en ons niet mogen afwenden van de mensen in het Zuiden bij tegenvallende resultaten. Hij vindt ontwikkelingssamenwerking dus wel de moeite waard, en zelfs noodzakelijk. Het moet simpelweg met ‘grote zorgvuldigheid’ gebeuren. Deze zorgvuldigheid houdt volgens Prins Claus in dat noordelijke overheden en ngo’s plaatselijke inspanningen dienen te steunen en moeten proberen ‘het ontbrekende element te verschaffen dat de bevolking in staat stelt een beter gebruik te maken van de ter plaatse aanwezige middelen, ervaring en kennis.’ Ngo’s horen een ondersteunende en opbouwende rol te hebben en dienen de ontvanger van die hulp zelfstandiger te maken en zeker niet afhankelijker, aldus de Prins. Ngo’s als schakel tussen Noord en Zuid De bijzondere rol van ngo’s in ontwikkelingssamenwerking wordt volgens de Prins bepaald door hun flexibiliteit in de aanpassing aan plaatselijke omstandigheden. Hierdoor kunnen ngo’s de beperkte hulpbronnen doeltreffender inzetten. De ngo’s moeten dan wel ‘typisch bureaucratische fouten’ vermijden.  Prins Claus noemt zelfingenomenheid als een van de grootste valkuilen: ‘De arrogantie van een deskundige die denkt dat hij beter weet wat de mensen nodig hebben, dan de mensen zelf, en die meent dat de ‘onontwikkelde’ boer geen ter zake doende kennis bezit, leidt tot projecten die op de verkeerde plaats zijn opgezet, tot voorzieningen waarvan te weinig gebruik wordt gemaakt, en tot mislukkingen die hadden kunnen worden vermeden, als men rekening had gehouden met plaatselijke kennis van de natuurlijke omstandigheden, economische beperkingen en prioriteiten van de plaatselijke bevolking zelf.’ De Prins stelt dat alleen door samen te werken met lokale organisaties aan plaatselijk opgezette activiteiten en door te luisteren en willen leren deze neigingen tot een minimum beperkt  kunnen worden. Dilemma’s Hoewel de ngo een ‘bijzondere en potentieel nuttige functie’ te vervullen heeft, heeft ook zij uiteraard te kampen met de dilemma’s die de ontwikkelingssamenwerking met zich mee brengt. Prins Claus: ‘Ontwikkelingssamenwerking betekent noodzakelijkerwijs inmenging in de zaken van een ander land.’ Hij vraagt zich af in hoeverre ‘wij’ het recht of zelfs de verantwoordelijkheid hebben onze betrokkenheid te vertalen in activiteiten over de nationale grenzen heen. Aan de ene kant, stelt hij, houdt onze betrokkenheid bij de ontwikkelingssamenwerking een erkenning in van fundamentele rechten en verantwoordelijkheden die over nationale grenzen heen reiken. Aan de andere kant is het volgens de Prins maar de vraag of de landen van het zuidelijk halfrond onze politieke ideeën en ontwikkelingshulp willen overnemen. Streven naar evenwicht Prins Claus vindt dat ‘wij’ bewust moeten streven naar het vinden van het juiste evenwicht. ‘Wij moeten er niet voor terugschrikken ons betrokken te voelen bij de fundamentele rechten van de mens, maar wij moeten ons ook bewust zijn van de gevaren van activisme. Het moet onze taak zijn bij te dragen tot de vergroting van de keuzemogelijkheden voor de mensen in de Derde Wereld, zonder daarbij onze opvattingen over de keuzen die moeten worden gedaan, aan hen op te dringen.’ Kortom, als ngo’s een schakel tussen Noord en Zuid willen zijn, dienen zij niet over mensen in ontwikkelingslanden te praten, maar met hen in discussie te treden, aldus de Prins. Hij benadrukt dat de kracht van de ngo ligt in haar flexibiliteit en mogelijkheid tot aanpassing aan de plaatselijke omstandigheden. Om ontwikkelingssamenwerking succesvol te laten zijn is het volgens Prins Claus dan ook noodzakelijk dat noordelijke ngo’s solidariteit tonen en samenwerken met lokale organisaties. Wat betekenen de woorden van Prins Claus in het licht van de huidige discussie over de relaties van noordelijke ngo’s met het Zuiden? Discussieer hierover mee op nieuwsblog de N van NGO.

Samenspraak en Tegenspraak was vrij revolutionair

Door Joris Tielens | 19 november 2019

Deze maand komt minister Kaag met nieuw beleid voor steun aan ngo’s, als vervolg op het programma Samenspraak en Tegenspraak, dat volgend jaar afloopt. Vice Versa kijkt in een lange reeks artikelen terug op de strategische partnerschappen. Vandaag: de introductie.

Lees artikel

‘Sport is een levensles’

Door Marc Broere | 18 november 2019

Voor Mariam Twahir is sport het beste gereedschap voor vredesopbouw. Ze is coach in een sloppenwijk in Nairobi, met meer meisjes dan jongens onder haar hoede. ‘Op het veld is er geen conflict en vergeten ze waar ze vandaan komen.’

Lees artikel

Curaçao op een tweesprong

Door Ayaan Abukar | 15 november 2019

De vlucht uit Venezuela gaat soms per bootje, naar het dichtbije Curaçao. Daar leidt het tot vertwijfeling: de weerslag is xenofobie èn solidariteit, een tekort aan kennis, vrees bij de Venezolanen – en stilte vanuit Den Haag. ‘Zonder politiek leiderschap gaan verhalen een eigen leven leiden.’ Ayaan Abukar vloog erheen en ging in gesprek.

Lees artikel