Door:
Mieke Olde Engberink

21 december 2011

Het maatschappelijk middenveld verliest steeds meer vitaliteit en legitimiteit, waardoor de mogelijkheid om nog veranderingen te kunnen bewerkstelligen – in Nederland en daarbuiten –  aanzienlijk vermindert. Dat is een urgent vraagstuk, analyseert IKV Pax Christi directeur Jan Gruiters in zijn paper ‘Waardevol maatschappelijk middenveld’. Vice Versa vat zijn visiedocument kort samen. Gruiters: ‘Het is zowel voor de politiek als voor het maatschappelijk middenveld van belang zich te bezinnen op de rol van het maatschappelijk middenveld.’ Waarom verliest het maatschappelijk middenveld steeds meer vitaliteit en legitimiteit? Gruiters constateert in zijn paper de vrees dat de negatieve effecten van globalisering zullen leiden tot een sociale achteruitgang. We hebben geen idee of de toekomstige generatie het nog zo goed zal hebben als wij, en dat leidt tot een gevoel van onbehagen. Dit gevoel van onbehagen zorgt ervoor dat mensen hun uitvlucht zoeken in provincialisme en populisme, waar zowel de politiek als maatschappelijke organisaties nog geen passend antwoord op hebben gevonden, zo betoogt Gruiters. ‘Tegen deze achtergrond is het niet verwonderlijk dat juist maatschappelijke organisaties werkzaam op het gebied van internationale samenwerking onder vuur liggen. Voor deze organisaties geldt immers dat hun werk geassocieerd wordt met globalisering, die juist een bron van onzekerheid en rancune is.’ Op zoek naar de eigenheid Hoe moeten deze organisaties dan wel een passend antwoord vinden? Daarmee weet Gruiters wel raad, alhoewel hij wel zegt dat deze antwoorden niet eenvoudig zijn. ‘Een verleidelijk eenvoudig antwoord is het terugdringen van de financiële afhankelijkheid van de overheid. Maar dat is het punt niet. Minder overheidsfinanciering leidt niet tot het terugdringen van de gulzige overheidsregelgeving en drijft het maatschappelijk middenveld enkel de markt op.’ Volgens de directeur van IKV Pax Christi moet het maatschappelijk middenveld ‘zijn kracht zoeken in zijn eigenheid en kan op basis daarvan waar dat nuttig is samenwerking zoeken met overheden en ondernemingen.’ Op zoek naar de meerwaarde van de maatschappelijke organisaties dus. Erkenning Deze meerwaarde is er zeker, zo is te lezen in het paper van Gruiters. Hij haalt meerdere instanties aan die dit erkennen. Het Wetenschappelijk Instituut van het CDA bijvoorbeeld: ‘Maatschappelijk middenveldorganisaties ontlenen hun meerwaarde aan hun bijdrage aan gemeenschapsontwikkeling, hun expressie van eigen waarden en normen, hun betere dienstverlening, hun grotere innovatieve vermogen en hun sociale veranderkracht.’ Ook de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) vindt de toegevoegde waarde in onder meer de samenwerking met maatschappelijke organisaties in het Zuiden, het faciliteren van wereldwijde sociale bewegingen en het versterken van internationale solidariteit. De WRR noemt de waakhondfunctie van het maatschappelijk middenveld. Gruiters voegt daaraan toe: ‘Maatschappelijke organisaties kunnen een grote meerwaarde realiseren door vanuit eigen overtuiging, onafhankelijk van de overheid een bijdrage te leveren aan internationale samenwerking.’ Volgens de directeur is het van belang dat de overheid dit ook erkent, net als de waakhondfunctie, en dat de overheid de ‘publieke functie van een pluriform en onafhankelijk middenveld herbevestigt’. Financiering Gruiters benadrukt dat het debat niet in de eerste plaats over de financiering van het maatschappelijk middenveld moet gaan, omdat dat een afgeleid probleem is. Desondanks komt hij in zijn paper met de contouren van een alternatief medefinancieringsstelsel, die volgens hem bij moet dragen aan de ‘noodzakelijke modernisering van internationale samenwerking’ en aan de ‘vitalisering van het maatschappelijk middenveld.’ In dit alternatief stelt Gruiters drie loketten voor, bedoeld voor drie verschillende vormen van internationale samenwerking, met elk hun eigen verantwoordingsmechanismen en financieringseisen. Het eerste loket is voor de dienstverleners, oftewel public service contractors. ‘Dit loket moet de landenspecifieke bijdrage van het maatschappelijk middenveld aan de klassieke Millenniumdoelstellingen faciliteren’, waarbij Gruiters tendering een passende financieringsvorm vindt. Het tweede loket zijn de political change agents, oftewel de veranderaars, waarbij de vorming van een mondiale civiele samenleving centraal staat. De IKV directeur acht ‘gerichte institutionele financiering op basis van strategische meerjarenplannen’ hiervoor het meest geschikt. Het laatste loket is die van de noodhulp, de humanitarian aid workers, die moet bijdragen aan het voorbereid zijn op rampen en rehabilitatie na rampen. ‘Financiering zal hier meer een projectgebonden karakter krijgen’, aldus Gruiters. Maatschappelijke legitimiteit ‘Het komt er nu vooral op aan de maatschappelijke legitimiteit van maatschappelijke organisaties in de sector internationale samenwerking te vergroten’, zo besluit Jan Gruiters zijn paper. Een belangrijke vraag is volgens de directeur hoe de kracht van de civiele samenleving zo goed mogelijk tot ontplooiing te brengen. Maatschappelijke organisaties moeten zich daarnaast meer als een middel gaan zien dan een doel op zich. ‘Het is zowel voor de politiek als voor het maatschappelijk middenveld van belang zich te bezinnen op de rol van het maatschappelijk middenveld.’, aldus Gruiters. Daarnaast zegt hij: ‘Het is hoog tijd voor een debat over het maatschappelijk middenveld, binnen en tussen organisaties en ook in de politiek en met de overheid. Dat debat kan de kracht van het maatschappelijk middenveld vergroten indien de maatschappelijke organisaties zelf het initiatief nemen en zelf de agenda bepalen voor het versterken van hun vitaliteit en legitimiteit (…).’ Dit debat is gestart! Lever een bijdrage aan de nieuwsblog ‘De N van NGO’ en discussieer mee over de toekomst van de rol van het maatschappelijk middenveld. Lees hier het volledige document van Jan Gruiters.

De erfenis van vier bevlogen vrouwelijke ministers

Door Paul Hoebink | 07 juli 2020

Vier vrouwelijke ministers van Ontwikkelingssamenwerking sloegen eind vorige eeuw de handen ineen met de ‘Utstein-4’. De Nederlandse Eveline Herfkens was een van hen. Wat hebben zij samen bereikt? Herfkens’ long time partner in life and work poogt in zijn nieuwste boek de balans op te maken, maar raakt verstrikt in de feiten.

Lees artikel

‘Opgeven is erger dan verliezen’

Door Marc Broere | 29 juni 2020

Carolyne Ndalilah, directeur van de spraakmakende Keniaanse jongerenorganisatie TYSA, helpt jongeren zichzelf én de uitdagingen van hun gemeenschap te leren kennen. ‘Wat onze samenleving nodig heeft, zijn jongeren die voorbij de dag van morgen denken; die het als een uitdaging zien het onmogelijke uit te proberen.’

Lees artikel

In coronatijd schiet de noodhulpsector terug in oude reflexen

Door Sarah Haaij | 18 juni 2020

Noodhulp moet effectiever en meer lokaal worden georganiseerd, sprak de internationale gemeenschap in 2016 af. Voortaan zou een kwart van het hulpgeld zo direct mogelijk naar lokale partners gaan. De kloof met de praktijk is ‘schokkend’: o,1 procent van het corona-noodhulpgeld gaat rechtstreeks naar lokale ngo’s, voor wie inspraak en toegang tot fondsen tijdens de pandemie nog moeilijker lijkt te worden.

Lees artikel