Skip to content

 

Door:
Michel Groenenstijn

9 december 2011

Categorieën

Tags

Iedere vrijdagmiddag bericht Vice Versa over ontwikkelingen in de sector. Vandaag geven we de vloer aan Michel Groenenstijn. De tijd van discussiëren en actievoeren is voorbij, stelt hij. Daar komt immers zelden iets uit dat de verloren energie compenseert. In plaats van te vechten gaat het om bouwen. Maar gevestigde ontwikkelingsorganisaties lijken nieuwe initiatieven vooral als een bedreiging gezien en reageren krampachtig. In een eerdere bijdrage schreef ik over open zijn, in tegenstelling tot het gebruikelijke transparant zijn. De afgelopen tijd ontdek ik – en velen met mij – een andere trend die in datzelfde kader interessant is. Het is een brede maatschappelijke trend die voor alles dat gevestigd is – van overheid tot bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties – een grote bedreiging en een geweldige kans vormt. Een groeiend aantal mensen heeft haar vertrouwen verloren in wat vroeger  zekerheden waren. Zij rekenen niet meer vanzelfsprekend op een overheid om zaken voor elkaar te krijgen. Ze hebben nog maar weinig vertrouwen in gevestigde organisaties en voelen nauwelijks nog binding met bedrijven of een merk. Tegelijk heeft deze groep ook de wil verloren om wat zij als misstand beschouwt te veranderen. De tijd van protesten, petities, opiniestukken en discussie is voor deze groep zo langzamerhand voorbij. Niet alleen is het vertrouwen in de bestaande orde weg, de verwachting haar te veranderen is ook verdwenen. Deze groep gelooft niet dat de overheid of de politiek de beste weg is om grote uitdagingen aan te pakken. Net zo min is er vertrouwen dat financiële instellingen de crisis gaan oplossen. En het oplossen (of verminderen) van armoede wordt niet meer per definitie aan ontwikkelingsorganisaties toevertrouwd. Energie kosten Met het verdwijnen van dat geloof is ook de wil om te ‘strijden tegen’ of te ‘discussiëren met’ verdwenen. Hoe dit komt? Volgens mij omdat deze twee activiteiten energie kosten, terwijl er zelden iets uitkomt dat de verloren energie compenseert. Het netto resultaat voor jezelf, als individu, is negatief – telkens weer. En daar heb je op den duur geen zin meer in. Deze groep is op zoek gegaan naar een positief netto resultaat en vindt dit in eigen, nieuwe initiatieven: niet om iets bestaands omver te werpen, maar om aan de slag te gaan naast wat er al is. In plaats van te vechten zijn we gaan bouwen, in plaats van te discussiëren zijn we ergens anders in gesprek gegaan. Om ons heen vinden we duurzame mensen (een term van Nils Roemen): mensen die ons meer energie opleveren dan ze kosten. Samen nemen we het heft in eigen hand, niet gehinderd door of afhankelijk van regels, bureaucratie en gevestigde orde. Flexibele netwerken Zulke initiatieven ontstaan naast zo’n beetje alles dat gevestigd is. Grote bedrijven worden vergezeld door flexibele netwerken en ZP’ers, kranten vinden twitter naast zich, banken de crowdfunders en makelaars het internet. En de OS-organisaties vinden naast zich ineens particuliere initiatieven en sociaal ondernemers. Die geenszins van plan zijn wat er is omver te werpen. Ze hebben er eenvoudigweg geen vertrouwen in en zijn over een andere boeg aan hetzelfde doel gaan werken. In hun kramp reageert wat gevestigd is vaak met discussie. PI’s voegen weinig toe met hun kleinschalig gedoe; ondernemers hebben geen verstand van het complexe werkgebied. ZP’ers hebben nooit de slagkracht van een miljoenenonderneming, een netwerk is niet betrouwbaar. Dovemansoren Maar het is gericht aan dovemansoren. Strijden met iemand die niet terugslaat lukt niet. Discussiëren met iemand die in een heel ander gesprek is verwikkeld gaat niet. Het vertrekpunt en het pad van de ander zijn te verschillend om elkaar tegen te komen. Tegelijk groeit het aantal alternatieven als kool. In veel gevallen is ze zo groot geworden dat het nog nauwelijks mogelijk is haar te negeren. De burger met het heft in eigen hand ‘duwt het oude systeem gewoon uit de weg’, zoals de Trendrede mooi beschrijft. Het is een trend die voor deze sector meer dan relevant is. Ook – en misschien wel juist – hier is het vertrouwen steeds verder aan het afnemen en ontstaat steeds meer eigen initiatief. Een mooie kans dus voor nieuwe samenwerkingen en kruisbestuiving in de zoektocht naar een nieuwe vorm van OS. Naast elkaar, niet tegenover elkaar.  

Wat doet de corona-pandemie met de ontwikkelingssector?

Door Sarah Haaij | 31 maart 2020

Investeren in internettoegang, cursussen online aanbieden en digitaal collecteren – flexibiliteit en aanpassingsvermogen zitten in het DNA van de sector. Maar de angst voor een massale uitbraak in landen met een zwakke gezondheidszorg is groot. Vier ngo-directeuren vertellen over de impact van de crisis op hun werk.

Lees artikel

Corona in Afrika: ‘Als de lockdowns aanhouden, komen er hongersnoden’

Door Frank van Lierde | 30 maart 2020

Het Afrikaanse continent zet zich schrap voor corona. Veel landen kiezen meteen voor het zwaarste scenario: de lockdown. Wat moet er gebeuren om een ramp af te wenden? Wat kunnen ontwikkelingsorganisaties doen? Gesprek met Jos Dusseljee, de gezondheidsexpert van Cordaid. ‘Virussen die de wereld voor lange tijd kunnen bedreigen, moet je als wereldgemeenschap bestrijden, in elk land waar ze bestaan of uitbreken.’

Lees artikel

‘Er wordt hier met grote verbazing naar Nederland gekeken’

Door Marc Broere | 27 maart 2020

Voor Kees Blokland, directeur van Agriterra, heeft de coronacrisis grote impact. Hij is er op meerdere lagen bij betrokken: via zijn zoon die op de spoedeisende hulp van het Rijnstate ziekenhuis in Arnhem werkt, via zijn Spaanse echtgenote met wie hij momenteel in Valencia verblijft en via de gevolgen voor de projecten van Agriterra, dat samenwerkt met  boerencoöperaties in Afrika, Azië en Latijns-Amerika. Een persoonlijk relaas vanuit Spanje waar in sommige media de aanpak in Nederland in één adem genoemd wordt met ‘corona-ontkenners’ als Donald Trump en de Braziliaanse en Mexicaanse  presidenten Bolsonaro en López Obrador. En waar het de marsen op Internationale Vrouwendag (8 maart) waren die voor een explosie en verspreiding van het virus zorgden.

Lees artikel
Scroll To Top