De internationale hulpgemeenschap is er in geslaagd een wereldwijd partnerschap voor ontwikkeling te creëren. Alhoewel niet alle deelnemers het uiterste uit het document hebben kunnen halen, overheerst opluchting dat China in ieder geval meedoet. Het spande er nog tot woensdagnacht om of China wel of niet de slotverklaring van de conferentie in Busan zou ondertekenen. Westerse donoren en ook gastland Zuid-Korea deden er alles aan om China aan boord te houden. En dat is gelukt. Tot op de laatste dag bleef het spannend. Maandag werd bekend dat China uit de onderhandelingen was gestapt. Met diplomatieke kunsten van de Britten en Zuid-Korea kwam China toch weer aan de onderhandelingstafel. Gisterochtend werd bekend dat het land de slotverklaring had getekend. Vrijwillig committeren Deelnemende landen zijn ver gegaan om China tevreden te stellen. Terwijl ze het liefst willen dat China op de lange termijn zich ook zal committeren aan de gedetailleerde afspraken zoals die tijdens eerdere conferenties in Parijs en Accra zijn gemaakt, staat nu in de slotverklaring dat opkomende landen zich vrijwillig committeren aan gemeenschappelijke principes als verantwoording, transparantie en samenwerking. Passages over mensenrechten zijn miniem. Ook specifieke commitments op de Parijs en Accra punten zijn niet echt scherp geformuleerd, zoals op het gebied van transparantie en gebonden hulp. Want ook al werd specifiek gemaakt dat de Parijs en Accra niet voor de opkomende donoren zou gelden, China kon onmogelijk haar naam zetten onder een document waar al te verregaande commitments in stonden. Maar donoren en partnerlanden hebben zich ook comfortabel achter China verscholen. Niet alle donorlanden willen hun hulp volledig transparant maken, en de Verenigde Staten komt er openlijk voor uit haar hulp niet compleet ongebonden te kunnen geven. En ook zullen sommige partnerlanden er waarschijnlijk niet heel erg mee zitten dat er niet al te sterke taal over mensenrechten in het document is gekomen, een wens die vooral vanuit het maatschappelijk middenveld, de Verenigde Staten en de Nordic+ landen (Zweden, Nederland, Groot Brittannië, Noorwegen en Denemarken) kwam. Sfeer van optimisme en hoop Uit de slotceremonie, sprak een sfeer van optimisme en hoop. Met ‘land of hope and glory’ dramatisch aangezet, werd een sfeer gecreëerd dat er iets historisch was bereikt. Een hard tromgeroffel en traditionele Koreaanse dansers beklonk het wereldwijde partnerschap. In de speeches van president Meles Zenawi van Ethiopië, die ook president is van de Afrikaanse Unie, de president van Korea, Emele Duituturaga van het Open Forum en Angel Gurria van de OECD, weerklonk het gevoel dat Busan echt iets heeft bereikt. ‘Busan is een major turning point en een reflectie van onze betrokkenheid. We zijn op weg naar een nieuw en inclusief partnerschap voor effectieve ontwikkelingssamenwerking.’, aldus Zenawi. En ook bij de overige conferentiegangers overheerste de tevredenheid. Alhoewel breed werd gedeeld dat het document niet al te specifiek is, is men toch tevreden met de uitkomst. ‘Natuurlijk hadden we het hier en daar wat scherper willen zien, maar anderen willen het weer scherper de andere kant op. We hebben goed onderhandeld’, zegt Ton Lanskink, hoofd Directie Effectiviteit en Coherentie in Nederland. De Verenigde Staten is ook blij: ‘Busan is een succes. We hebben een inclusief partnerschap kunnen bereiken’, aldus de onderhandelaar van de Verenigde Staten. Ook al heeft de VS concessies moeten doen op het gebied van mensenrechten, belangrijker is dat er consensus is bereikt. Een vertegenwoordiger van Plan International, noemde het een ‘historisch moment’. Het gaat er echter om wat er nu zal gaan gebeuren. De Rwandese minister van financiën, John Rwangombwa zegt: ‘Natuurlijk zijn er specifieke punten waar ik niet helemaal blij mee ben, maar ik ben over het algemeen tevreden. Maar wat belangrijker is, is wat hierna gebeurt.’ De secretaris generaal van de African Carabic Pacific (ACP) group, Dr. Mohamed Ibn Chambas, benadrukt ook de constructieve sfeer. ‘Er is een verlangen van beide kanten, zowel donor- als partnerlanden, om een stap verder te zetten in de discussie over hulpeffectiviteit.’ Maar ook hij vindt implementatie nu het belangrijkst. ‘Je moet niet van conferentie naar conferentie gaan en steeds weer dezelfde punten bespreken. Wat we straks moeten doen, is kijken hoe ver we zijn gekomen.’ Een belangrijke eerste stap Staatssecretaris Ben Knapen tot slot noemde Busan een belangrijke eerste stap. ‘Het spande erom of China en India binnenboord zouden blijven, maar het is gelukt om een gezamenlijke visie te formuleren. De verklaring van Busan is niet bindend, evenmin als de eerdere verklaring, maar er gaat wel een belangrijk signaal van uit. Opkomende landen, inclusief China, hebben zich voor het eerst aangesloten. De symbolische en strategische betekenis hiervan kan niet genoeg worden benadrukt.’ In Busan is bovendien een nieuwe strategie gepresenteerd voor fragiele staten en landen die uit een conflict komen. Nederland speelde een belangrijke rol bij de ontwikkeling van die strategie waar zich inmiddels meer dan 40 landen en organisaties achter hebben geschaard. Knapen opende in Busan tevens de discussie over een nieuwe hulparchitectuur. Op een zogenoemd side event, waar ook China, Rusland, Brazilië, Liberia en de Gates Foundation aan deelnamen, besprak hij de noodzaak voor een nieuwe architectuur voor ontwikkelingssamenwerking. In de toekomst moet ontwikkelingssamenwerking meer de rol van makelaar spelen om meer privaat kapitaal los te maken. Knapen: ‘Toen officiële ontwikkelingshulp -ODA – in 1969 van start ging, bedroeg het ODA-aandeel van alle middelen die naar ontwikkelingslanden gingen 70 procent. Nu is dat slechts 13 procent. De rest bestaat uit investeringen en particuliere transfers. De tijd dat ontwikkelingssamenwerking een zaak was van louter overheden is een ver gepasseerd station, we moeten echt verder om samen niet alleen lokale zelfredzaamheid te stimuleren, maar ook de grensoverschrijdende problemen als veiligheid en voedselzekerheid aan te pakken. We zijn er nog lang niet met Busan, maar we zitten nu tenminste met de juiste spelers aan tafel.’ Selma Zijlstra reisde naar de hulptop in Busan om voor Vice Versa verslag te doen. Deze reis werd mogelijk gemaakt door het Fonds Pascal Decroos voor Bijzondere Journalistiek.

Opinie: ‘Brief minister Kaag over maatschappelijk middenveld: analytisch zwak en weinig ambitieus’

Door Fons van der Velden | 09 juli 2019

Het is een groot goed dat de Nederlandse overheid zoveel fondsen ter beschikking stelt voor de versterking van maatschappelijke organisaties en maatschappelijk middenveld, schrijft Fons van der Velden in deze opiniebijdrage naar aanleiding van de kamerbrief van minister Kaag. Maar hij vindt de brief analytisch zwak en van weinig ambitie getuigen. Wat had beter gekund?

Lees artikel

Tip 3 aan Kaag: ‘Lever in op je privilege en geef zuidelijke organisaties meer inspraak bij het bepalen van prioriteiten’

Door Lizan Nijkrake | 08 juli 2019

Minister Kaag werkt hard aan een nieuw subsidiekader voor het maatschappelijk middenveld. Ze wil meer eigenaarschap geven aan zuidelijke ngo’s om hen meer legitimiteit te geven, en ziet daarbij een andere rol voor Nederlandse organisaties. Vice Versa vroeg vier zuidelijke organisaties hoe zij dit zien. Wat is hun gouden tip voor onze minister? Met vandaag Carla López Cabrera, directeur van Fondo Centroamericano de Mujeres (FCAM) in Nicaragua, een feministisch fonds dat lokale vrouwenrechtenbewegingen in Centraal Amerika steunt.

Lees artikel

Shifting fundamental power issues in funding relationships

Door Evelijne Bruning Ruerd Ruben en Lau Schulpen | 02 juli 2019

This article claims that the current aid architecture favours clientilism, dependency and short-term projects. The authors Evelijne Bruning (The Hunger Project) Ruerd Ruben (Wageningen University & Research) and Lau Schulpen (Radboud University Nijmegen) are suggesting four possible ways to overcome this in order to shift power closer to the ground.

Lees artikel