Door:
Vice Versa

14 november 2011

Categorieën

In het kader van ‘De Knaak van Knapen’ spreekt Vice Versa met de woordvoerders ontwikkelingssamenwerking van de verschillende politieke partijen. Deze week SP-Kamerlid Ewout Irggang aan het woord: ‘Knapen stelt ideologie boven effectiviteit’. Met rode stropdas om komt Ewout Irrgang de aankomsthal van het gebouw van de Tweede Kamer binnensnellen. Zijn persoonlijk medewerker is ziek en zijn agenda is vol. Als portefeuillehouder financiën is hij voortdurend in de weer. Het SP-Kamerlid moet veel lezen en lang vergaderen. Tijd voor de ontwikkelingsagenda is er nog net. Wat vindt u van de Miljoenennota? ‘Hoe je het ook went of keert, Nederland stelt 900 miljoen euro minder beschikbaar voor het bestrijden van extreme armoede en ongelijkheid in de wereld. De allerarmste mensen worden dus het slachtoffer van de financiële crisis die door de allerrijksten is veroorzaakt. De SP vindt dat er meer geld beschikbaar moet zijn voor internationale solidariteit. We zijn daarom tegen de bezuiniging van 0,8 naar 0,7 procent van het bnp. In onze Andere Begroting draaien we de bezuinigingen voor 2012 helemaal terug door de nieuwe bezuiniging van 500 miljoen ongedaan te maken. Ik denk dat we het ontwikkelingsbudget niet moeten verminderen, maar de besteding ervan moeten verbeteren. Wat mij erg heeft verbaasd, is dat de PvdA, die ook veel commentaar heeft op de bezuinigingen, in de tegenbegroting uiteindelijk niets terugdraait.’ Wat is de reden dat u bepleit dat de armste landen het slachtoffer zijn van Knapens ontwikkelingsbeleid? ‘Bij het afvallen van partnerlanden ligt er wel  een grotere nadruk op de allerarmste landen maar er vallen wel landen af die tot de allerarmste landen behoren. Burkina Faso is daar een voorbeeld van. Het is een straatarm land waar Nederland een belangrijke rol heeft vervuld. Nu gaan wij daar dus weg. Dat vind ik een verkeerde keuze, want Nederland moet haar ontwikkelingsbeleid juist meer concentreren op de allerarmsten in de wereld.’ ‘Het ligt het voor de hand om te kijken waar je het verschil kunt maken. Waarom is een land zoals Indonesië eigenlijk een partnerland? Onze hulp is daar heel nuttig geweest, maar het is nu een middeninkomenland. Het heeft, net zoals Zuid-Afrika, de potentie om haar armoede zelf aan te pakken, zonder onze hulp. We kunnen meer het verschil maken in de allerarmste landen, want die gaan het echt niet redden zonder hulp van buitenaf.’ Waarom kiest Knapen dan toch voor landen zoals Indonesië? ‘Dat heeft niet zoveel te maken met waar ontwikkelingshulp de grootste rol kan spelen in armoedebestrijding. Het gaat in zulke landen om culturele banden en economische belangen. En vooral om politiek belang. We geven daar ontwikkelingshulp om aan tafel te schuiven, zodat we over van alles kunnen meepraten. Ik vind dat onzuiver.’ Wat zegt dit over de internationale solidariteit van het kabinet? ‘In de eerste plaats wil dit kabinet politiek de vinger in de pap hebben door landen ontwikkelingshulp te geven. Dat wordt ook vrij openlijk gezegd. Ten tweede stelt dit kabinet haar ideologie soms boven de effectiviteit van ontwikkelingshulp. Dit zie je aan de prioriteit die de rol van het bedrijfsleven nu krijgt. Dit terwijl er weinig tot geen bewijs is dat het ontwikkelingsbudget via bedrijven het beste wordt besteed. Integendeel zelfs. Het kan leiden tot meer gebonden hulp. Formeel zijn partnerlanden niet gebonden om van Nederlandse bedrijven gebruik te maken. Maar in de praktijk  wel. Het kabinet vindt dat Nederlandse bedrijven unieke kennis hebben en er worden zogenaamde publiekprivate partnerships opgesteld. Hier is Koenders (oud-minister  OS PvdA red.) mee begonnen in 2007, in de vorm van Schokland-akkoorden: het bedrijfsleven mag leuke dingen doen en het ontwikkelingsbudget betaalt daar voor.’ Is er een rol voor het bedrijfsleven weggelegd binnen ontwikkelingssamenwerking? ‘Het kan zeker een rol spelen. Uiteindelijk is economische groei een belangrijke motor van ontwikkeling. Maar je moet niet doen alsof het effectief is om economische ontwikkeling te stimuleren door geld te geven aan Nederlandse bedrijven om naar een bepaalt land te gaan. Dat komt neer op een vorm van subsidiering van het Nederlandse bedrijfsleven. ‘Een goede manier om het bedrijfsleven in ontwikkelingslanden te stimuleren, is via de arme boeren in de landbouwsector. Zij zijn onderdeel van de private sector omdat ze bijna altijd privéboeren zijn. Verder is het plattenland meestal het armste deel van een land. Ook is er nog veel ruimte voor de verbetering van de voedselproductie, wat nodig is om honger te bestrijden. Kortom, je slaat meerdere vliegen in één klap.’ Dus u bent tevreden met het prioritaire thema voedselzekerheid? ‘Ik vind het goed om de landbouw te stimuleren. Maar ik ben ook heel argwanend. Voortdurend wordt geprobeerd om vanuit onder andere EL&I (Min. economie, landbouw en innovatie red.) de Nederlandse landbouwsector erbij te betrekken. We gebruiken nu het ontwikkelingsbudget om onze eigen boeren gesubsidieerd expertise te geven aan Afrikaanse boeren. Ik betwijfel of dat de beste manier is om een boerenbedrijf daar te stimuleren. Misschien hebben Afrikaanse boeren wel een lening voor mest nodig of hebben ze meer baat bij een goede weg of een graanschuur.’ Hebben Nederlandse bedrijven op dit terrein unieke kennis en ervaring? ‘Ik vind dat een heel arrogante gedachte. Ik wil het Nederlandse bedrijfsleven niet diskwalificeren, maar hoezo Nederlandse expertise? Waarom niet de Duitse of de Franse expertise? Ik ben geen landbouwexpert, maar er zijn zeker verschillende manieren om economische ontwikkeling te stimuleren. Ik verzet me tegen de gedachte dat het per definitie via de Nederlandse expertise moet lopen.’ Maakt het voor u uit of de ontwikkelingshulp via de multilaterale of bilaterale kanalen loopt? ‘Dat is een non-discussie die te veel in de Tweede Kamer wordt gevoerd. Wat het beste is hangt af van wat het is en om welke context het gaat. Multilateralen zijn grootschalig, wat soms een voordeel is. Maar ze zijn ook bureaucratisch. Zoals de Europese Commissie. Via dat kanaal worden de uitgaven slecht besteed. De Commissie heeft de wens om alles zelf te doen en er gaat veel begrotingssteun naar dubieuze landen. Je kan niet vertrouwen dat het goed terechtkomt. Ontwikkelingshulp is dan een politiek speeltje in plaats van een instrument voor internationale solidariteit. De Commissie wil aan ieder Afrikaans land geld geven, zodat ze een relevante speler zijn in hun eigen bureaucratische geopolitieke wereld. Ik ben er voorstander van om de uitgaven van Europese Commissie te verminderen, maar het probleem is dat ze in een  financieël meerjarenplan zijn vastgelegd. Gelukkig zijn de ontwikkelingsuitgaven van lidstaten vaak efficiënter dan vanuit Brussel omdat er meer publieke controle is.’ Hoe staan de Nederlandse ngo’s er eigenlijk voor? ‘Ngo’s staan er niet heel rooskleurig voor. Ze zijn een beetje verwend geraakt door ruimhartige subsidiering. Bovendien is onder het mom van professionalisering de bevlogenheid verdwenen. Wat vroeger activistische internationale solidariteitsbewegingen waren, zijn nu professionele organisaties geworden. Ze zijn naar de achtergrond verdwenen en gedepolitiseerd. Je hoort hen heel weinig. Waar was de verontwaardiging over deze bezuinigingen? Veel Nederlanders geven geld aan die organisaties, waarom hebben ze deze mensen niet georganiseerd om in actie te komen tegen de bezuinigingen?’ Vorig  jaar had je de ‘genoeg is genoeg actie, was dat een helder geluid? ‘Sorry, maar genoeg is genoeg? Die titel zegt toch al genoeg. Het suggereert dat een beetje wel goed is. Het was een weinig overtuigende actie op het allerlaatste moment. Het was al vijf over twaalf, te laat om nog iets te wijzigen.’ Is er een bezuiniging waar u achter staat? ‘De bezuiniging op draagvlakversterking  is een heel goede bezuiniging. Het is een illusie dat je met 30 miljoen een groter draagvlak kan creëren. Je wekt alleen maar irritatie op met het beschikbaar stellen van tientallen miljoenen voor een instituut als het NCDO, dat feestjes en debatjes voor de incrowd organiseert. Die mensen zijn toch al van A tot Z voor ontwikkelingssamenwerking. Bovendien luisteren de criticasters niet naar het NCDO en gaat het uiteindelijk ten koste van het ontwikkelingsbudget voor armoedebestrijding.’ Waar halen we het draagvlak dan vandaan? ‘Draagvlak creëer je niet met een budget, maar met een publieke discussie. Je moet discussie voeren waarom iets wel of niet kan. Je moet uitleggen waarom er een groter budget voor ontwikkelingsbeleid nodig is.’ Is dat een taak van Knapen of van de ngo’s? ‘Ik denk van allebei. Knapen heeft als staatssecretaris van Buitenlandse Zaken de taak om in de publieke discussie te verdedigen dat zijn vier miljard euro goed terecht komt. Hij doet zijn best en hij is zeker niet de kwaadste van het kabinet. Maar hij heeft intern behoorlijk wat strijd te voeren. De ngo’s moeten natuurlijk hetzelfde doen.  Ze kunnen bijvoorbeeld de mensen die ontwikkelingssamenwerking een warm hart toedragen organiseren. Die groep is denk ik groter dan de luidruchtige PVV’ers die roepen dat ontwikkelingssamenwerking subsidies geven is aan Afrikaanse dictators. Er is altijd een kritische groep geweest, maar die hoorde je nooit. Nu hoor je die alleen maar.’ Tot slot, hoe kijkt u naar het aankomende wetgevingsoverleg? ‘Het is een discussie over de verdeling van de ellende doordat een meerderheid de bezuinigingen steunt. Je gaat op zoek naar geld dat minder goed wordt besteed, zoals de financiële steun aan NCDO. Of je kijkt of het elders beter kan. Maar het is natuurlijk niet echt een vrolijke bezigheid. Als woordvoerder van de oppositie ben ik verplicht om te kijken of ik binnen deze zeer kleine speelruimte het minder slecht kan maken. Vorig jaar hebben we de bezuinigingen op hiv/aids weten te beperken. Toch bleef het een bezuiniging, dus om nou te zeggen dat hebben we goed gedaan? Ja, we hebben het minder erg gemaakt. De komende periode ga ik vooral kijken waar meerderheden zijn te behalen. Hoe dat precies zit, daar heb ik nog geen zicht op. Het gaat heel moeilijk worden.’

‘Beloon koplopers en reken af met freeriders’

Door Lennaert Rooijakkers | 02 juni 2020

Minister Kaag van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking wil na de zomer een nieuw beleid rond Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen vormgeven. Wat is er de afgelopen jaren bereikt, hoe staat Nederland ervoor, en wat zijn de uitdagingen? Vandaag deel een van een tweeluik: met vrijblijvende convenanten hebben Nederlandse bedrijven nog een flinke slag te maken.

Lees artikel

Wacht nou eens op de hulpvraag!

Door Anika Altaf | 29 mei 2020

Bij deze COVID-19 crisis initiëren ontwikkelingsorganisaties allerlei acties in tientallen landen in Azië en Afrika. Maar sluiten die wel aan op waar mensen behoefte aan hebben en zijn deze wel kosteneffectief? Anika Altaf en Betteke de Gaay Fortman pleiten ervoor om niet in oude reflexen terug te vallen, maar nauwgezet uit te zoeken wat de hulpvraag is en goed te luisteren naar de mensen om wie het gaat.

Lees artikel

Corona steun via particuliere initiatieven

Door Marc Broere | 28 mei 2020

Niet alleen grote organisaties zijn actief met het geven van noodhulp tijdens de coronacrisis. Wilde Ganzen is een speciaal corona fonds gestart voor Nederlandse particuliere initiatieven en hun lokale partners. Zij zitten vaak in haarvaten van de samenleving en kunnen de meest gemarginaliseerde groepen bereiken.

Lees artikel