Door:
Wiet Janssen

26 september 2011

Categorieën

Tags

Wiet Janssen loofde een etentje ter waarde van 200 euro uit voor degene die een gat kon schieten in zijn betoog dat ontwikkelingshulp weinig effectief is. Er kwamen verschillende uitgebreide en goed onderbouwde reacties, maar volgens de wetenschapper is er nog steeds geen gat geschoten in zijn stelling. ‘Dus het etentje gaat nog even niet door.’ Graag ga ik in op de reacties op mijn vorige bijdrage. Ik ben blij met alle reacties. Ik kan me voorstellen dat sommigen zich hebben gestoord aan mijn wat provocerende stijl. Maar ik vind het onderwerp werkelijk van belang. Als een flink deel van de hulp inderdaad geen effect heeft, of soms zelf een negatief effect, dan lijkt het me toch de moeite waard om daar een stevige discussie over op te zetten. Rode oortjes Erik Visser stelt het moeilijk is om alle onderzoeken die ik noem na te pluizen. Dat is natuurlijk zo. Maar in het geval van het effect van schoon drinkwater is het artikel van Gibson en Mace de bron waar bijna alles wel in staat, en je vindt het onmiddellijk op internet. Het is niet erg lang en je leest het met rode oortjes. Het klopt dat in arme gebieden een groot aantal kinderen een garantie is voor een verzorgde oude dag. Geboortebeperking is om sociaal-culturele redenen vaak geen optie. Maar op den duur zal dat waarschijnlijk wel veranderen. Dus in die zin is het inderdaad een tijdelijk verschijnsel. Maar ik zou niet kunnen voorspellen hoe lang het duurt voordat die verandering plaats gaat vinden. Overigens pleit ik er niet voor om dan maar geen waterputten te slaan, maar om te beginnen met een landbouwproject waardoor de voedselvoorziening veilig wordt gesteld, en daarna het waterproject te doen. Erik geeft ook aan dat we op moeten passen met het importeren van een westers, mondiaal, concurrerend model. Ik denk dat het er van afhangt wat je daar precies mee bedoelt. Aan de ene kant denk ik dat geld verdienen de beste remedie is tegen armoede. En vaak is de overdracht van wat praktische kennis al genoeg om een bescheiden inkomen mogelijk te maken. Leven van 3 dollar per dag in plaats van 50 cent maakt een gigantisch verschil. Aan de andere kant ben ik ook geen voorstander van een keiharde concurrerende maatschappij. Maar of je de wereld buiten kunt sluiten betwijfel ik. Met steeds meer Chinezen in Afrika die daar de boel opkopen ben ik er niet gerust op. Waar we misschien iets aan kunnen doen is de Afrikaanse regeringen helpen om het prijsniveau niet te hoog te laten worden. Door de grote hoeveelheden dollars en euro’s die het land inkomen staat de lokale munt vaak te hoog. Geïmporteerd voedsel is dan vaak goedkoper dan waar een lokale boer het voor produceren kan. Die kan dus niet concurreren, en is de klos. Definities van hulp Grant Rhodes gaat in op de definitie van ontwikkelingssamenwerking (of ontwikkelingshulp) die ik hanteer, namelijk (activiteiten met als doel) ‘duurzame armoedevermindering’. Natuurlijk heeft hij gelijk dat, indien je een andere definitie hanteert, tot andere conclusies komt ten aanzien van de eisen die je moet stellen aan de hulp. Hij noemt b.v. als alternatief “Kapitaalverschaffing tegen minder dan commerciële voorwaarden, voor de aanschaf van kapitaalgoederen, voedselhulp, technische kennisoverdracht, etc.” Maar het lijkt me dat er goede redenen zijn om ‘duurzame armoedevermindering’ als doel te hanteren. De meeste Nederlanders zijn best bereid om een deel van hun inkomen af te staan aan ontwikkelingshulp, maar dan moet het wel tot ontwikkeling en armoedevermindering leiden. En die armoedevermindering moet als het even kan ook blijvend zijn, zodat we niet eindeloos, jaar in jaar uit, dezelfde hulp aan dezelfde mensen hoeven te sturen. Het gaat bij de hulp best om forse bedragen per Nederlands huishouden: 5 miljard per jaar met 17 miljoen mensen, dat is ongeveer 300 euro per persoon, 1200 voor een gezin met twee kinderen. Daar kunnen Henk en Ingrid leuk een week van op vakantie. Eindeloos herhalen Een heleboel hulp voldoet echter niet aan mijn definitie. Nederland en alle andere donorlanden geven jaarlijks vele miljoenen uit aan medicijnen. Die raken steeds opnieuw op, en dan sturen we het volgend jaar weer nieuwe. We geven ook ieder jaar vele miljoenen uit aan heel slecht lager onderwijs in Afrikaanse landen, waar kinderen vrijwel niets leren. Slechts een klein deel van de kinderen die de school afmaken (en dat is maar ongeveer de helft) leert redelijk lezen en schrijven. De donoren financieren wel meer schooltjes maar niet de leraren, en de regeringen kunnen geen goede leraren meer betalen. We financieren ook al jaren watervoorziening, in steden en op het platteland, en al die installaties gaan na een paar jaar stuk, en dan worden ze met donorgeld weer gerepareerd of, meestal, helemaal vernieuwd. De meest gebruikte handpomp, de ‘India Mark II’ houdt het in Afrika maar een paar jaar vol. En dan hebben we het nog niet gehad over de hulp voor infrastructuur, afvalwaterbehandeling, elektriciteitsvoorziening, kredieten en de hele financiële sector, door Nederlandse artsen uitgevoerde operaties die men lokaal niet kan uitvoeren, enz. Al die hulp blijft zich eindeloos herhalen. Niet duurzame hulp afbouwen Maar je kunt er natuurlijk niet van vandaag op morgen helemaal mee ophouden. Als er in een bepaalde streek altijd een gestage stroom medicijnen binnenkwam en die stopt ineens dan hebben de mensen een dik probleem. Aan de andere kant moeten we ons ook realiseren dat al die hulp lang niet genoeg is om alle voorzieningen voortdurend voor alle arme Afrikanen beschikbaar te stellen. Het totale hulpbudget voor Afrika van alle donoren samen is iets van 40 miljard dollar per jaar, er zijn ruim 800 miljoen mensen, dus het gaat om 50 dollar pp per jaar, ofwel 35 euro, dus 10 cent per dag. Dat is bij lange na niet genoeg om alle Afrikanen op al die gebieden hulp te geven, ik denk dat daar 5 à 10 maal dat bedrag voor nodig zou zijn. De meeste Afrikanen krijgen dus alleen hap snap, af en toe, enige hulp. Maar abrupt stoppen met al die voorzieningen is natuurlijk geen optie. Ik pleit ervoor al die niet-duurzame steun langzaam af te bouwen en tegelijkertijd meer hulp te geven die bestaat uit de overdracht van kennis waarmee de mensen een inkomen kunnen verdienen. Dan kunnen ze zelf al die voorzieningen betalen. En door de kennisoverdracht kunnen ze, na enige tijd, die goederen en diensten ook zelf leveren. Trainen van eigenaar Mark Westra merkte op dat het trainen van een eigenaar van een werkplaats in Peru in het bouwen van handpompen wellicht een voorbeeld was van hulp die helpt. Ja, ik geloof dat dat goed werkt. Hij maakt een product waar vraag naar is, en verdient daar geld mee. De mensen zijn ermee geholpen, zij krijgen schoon, veilig drinkwater. Er is daar meestal geen tekort aan voedsel, dus als het aantal kinderen per gezin door de betere hygiëne toeneemt hoeft dat niet tot meer honger te leiden. Die werkplaatseigenaar is ook in staat kapotte pompen te repareren, dus de dorpelingen hoeven niet bang te zijn dat de pomp er ineens definitief mee ophoudt. De pomp kost een paar honderd dollar, dus zelfs al wordt er helemaal geen hulp meer gegeven dan zullen de dorpelingen meestal toch in staat zijn samen een nieuwe te kopen als de oude versleten is. Dutch disease Duko Hopman stelt terecht dat we alleen zouden moeten stoppen met de hulp die niet werkt, en niet met alle hulp. Klopt, mee eens, dat bedoelde ik ook. Zijn eerdere vraag, waarom Dutch disease het prijspeil in de ontwikkelingslanden doet stijgen, had ik blijkbaar verkeerd begrepen. Als een land veel dollars (en euro’s) binnen krijgt, bijvoorbeeld via de ontwikkelingshulp (of als het grondstoffen verkoopt), dan wordt een groot deel van die gelden meestal omgewisseld in lokale valuta. De overheid moet immers zijn aannemers, ambtenaren etc. betalen in lokale munt. Door de grote vraag naar de lokale munt gaat die in waarde omhoog, kwestie van vraag en aanbod. Daardoor krijg je een hoog prijspeil. De overheid kan door meer te importeren inderdaad de waarde van de lokale munt weer naar beneden brengen. Zij kan die dollars van de hulp b.v. gebruiken om er kunstmest of betere zaden van te kopen zodat de productiviteit van de landbouw verbeterd, of textielmachines om kleding te produceren voor de export. Maar als de overheid de dollars bij de bank heeft omgewisseld voor lokaal geld (wat ze meestal doet als het om ontwikkelingshulp gaat) en ze heeft uitgegeven aan ambtenaren en mooie huizen, dan kan ze dat geld natuurlijk niet meer uitgeven voor importen. Prachtig resultaat Dan de bijdrage van Thomas de Hoop. Hij laat zien dat er wel degelijk een positief effect is van maatregelen op het gebied van gezondheidszorg, bijvoorbeeld dat hulp gericht op gezondheid bij kinderen bijdraagt aan betere leerprestaties en uiteindelijk ook aan hogere inkomens. Dat is natuurlijk een prachtig resultaat. De bronnen die hij aanhaalt kende ik nog niet, maar ik ga ze zodra ik tijd heb zeker lezen. Nu is het zo dat ik stel dat gezondheidszorg, in zijn algemeenheid, niet bijdraagt aan armoedevermindering. Ik beweer niet dat er absoluut geen enkele vorm van gezondheidszorg is die daaraan wél bijdraagt. Zorg die helpt dat zieken beter worden en naar school kunnen of weer aan het werk kunnen, dragen natuurlijk wel bij aan armoedevermindering. Maar het punt is dat alles bij elkaar gezondheidszorg niet leidt tot een meer gezonde bevolking. Het percentage van hun levensduur dat mensen ziek zijn is namelijk in alle Afrikaanse ontwikkelingslanden vrijwel gelijk, ongeveer 13%. Je zou verwachten dat in wat rijkere landen met een betere gezondheidszorg dat percentage-ziek lager is dan in armere landen maar dat is niet zo, het is even hoog (zie mijn bronnen). De oorzaak is dat gezondheidszorg weliswaar mensen vaak beter maakt, maar er ook voor zorgt dat zieke mensen langer blijven leven met hun ziekte. Alles bij elkaar genomen zorgt gezondheidszorg daarom niet voor een gezondere bevolking. De bevolking wordt dus ook niet productiever, en er is dus ook geen bijdrage aan armoedevermindering. Verdubbeling bevolking De gezondheidszorg heeft ook als gevolg dat de kindersterfte fors is verminderd. Op zich is dat prachtig. Maar het heeft er ook toe geleid dat in Afrika de bevolkingsgroei nu zo’n 2,6% per jaar is. Dat betekent een verdubbeling van de bevolking in 27 jaar! In veel gevallen is er voor al die kinderen niet genoeg eten. De kinderondervoeding voor kinderen onder de vijf, gemeten volgens het criterium “te kort voor hun lengte”, is in Afrika 42%, en het is de laatste tien jaar eerder meer dan minder geworden. Zoals De Hoop al vermeldde leidt ondervoeding tot ernstige schade aan de ontwikkeling van de kinderen, ook van de hersenen, en dus ook op het vermogen om een inkomen te verdienen. En het gaat niet om een paar kinderen maar om 42%, dus om tientallen miljoenen. De gezondheidszorg heeft in dit geval dus weliswaar een duidelijk positief effect, namelijk dat er minder kinderen sterven, maar draagt tegelijkertijd bij aan het in stand houden van de armoede. Iets dergelijks geldt ook voor onderwijs. Kinderen in arme gezinnen op het platteland krijgen om te beginnen al heel slecht onderwijs (zie mijn bronnen en mijn antwoord aan Grant Rhodes), en bovendien moeten ze als ze tien zijn al meewerken om de grond te bewerken of vee te hoeden. Die kinderen hebben niets aan dat onderwijs. Kinderen die wél goed onderwijs krijgen en de kans krijgen om door te leren, die kunnen daar natuurlijk wel degelijk baat bij hebben. Maar in arme gezinnen op het platteland zullen dat er niet veel zijn. Het zijn vaak kinderen van wat rijkere ouders, en die hebben sowieso betere kansen. Het grootste deel van de hulp is gericht op de arme bevolking, en mijn uitspraken over het effect van gezondheidszorg en onderwijs gaan dus ook over die groep. En die groep schiet er niet of nauwelijks wat mee op. Niet relevante kennis Wat betreft mijn pleidooi voor kennisoverdracht, ook daar geldt dat natuurlijk niet iedere persoon, zonder uitzondering, in Afrika daar altijd baat bij heeft. En dat is niet alleen een kwestie van vertrouwen in de persoon die de kennis komt overbrengen, het kan ook zijn dat de kennis te moeilijk is, of niet relevant voor de situatie ter plaatste, of dat de kennis door gebrek aan middelen niet kan worden toegepast, etc. Maar dat wil niet zeggen dat kennis in zijn algemeenheid niet een belangrijke voorwaarde is om een inkomen te genereren. De voorbeelden die Thomas de Hoop zelf geeft, bevestigen dat. Dus, ja, De Hoop heeft gelijk als hij zegt dat er ook hulp is die wel bijdraagt aan armoedevermindering. Maar zijn kritiek komt er eigenlijk op neer dat hij mij verwijt dat ik algemene uitspraken doe. Als ik b.v. zou beweren dat het in Nederland veel meer regent dan in de Sahel zal hij me zeker gaan vertellen dat daar ook plekken zijn waar het juist harder regent, en dat ik dús ongelijk heb, en dat mijn betoog ongenuanceerd is. Mij lijkt dat geen juiste argumentatie. Als hij echter kan aantonen dat een aanzienlijk deel van de armen duidelijk voordeel heeft van hulp waarvan ik beweer dat die niet of nauwelijks effect heeft, ben ik onmiddellijk bereid mijn mening te herzien. Waarheidsvinding Bovendien zijn zijn uitspraken ook algemeen. Het is zeker niet zo dat elk kind dat na de lagere school door kan leren altijd een hoger salaris zal verdienen dan elk kind dat alleen maar lagere school heeft. Je kunt alleen vaststellen dat in het algemeen kinderen met meer opleiding later ook meer verdienen. Maar er zijn altijd groepen die buiten de boot vallen, b.v. etnische minderheden, of mensen die een zaak opzetten met geleend geld en failliet gaan en hun hele leven schulden houden, of die voor hun zieke moeder gaan zorgen. Dat wil niet zeggen dat daarom de uitspraak dat kinderen met een hogere opleiding meer verdienen dan met een lage opleiding ongenuanceerd is en dus onjuist. Zulke uitspraken zijn wel degelijk juist. Dat geldt voor de uitspaken van De Hoop net zo goed als voor die van mij. Tenslotte: het gaat me er niet om dat ik gelijk krijg, het gaat me om waarheidsvinding. En eerlijk gezegd krijg ik liever ongelijk. Maar het ziet er nog niet naar uit dat dat in deze discussie gebeurt. Mijn bewering dat het grootste deel van de hulp niet bijdraagt aan armoedevermindering wordt door de kritiek van De Hoop niet weerlegd, en ook de andere reacties tonen geen gaten aan in mijn betoog. Dus het etentje gaat nog even niet door.

Hoe de ziel uit de ngo-sector verdwijnt

Door Marc Broere | 13 november 2019

Ze behoren tot de pioniers en innovators van de milieubeweging en ontwikkelingssamenwerking in Nederland en vormden decennialang een spraakmakend duo. Hoewel ze volop genieten van hun pensioen, luiden Ron van Huizen en Hans Guijt de noodklok over een ontwikkeling die hen zorgen baart: raden van toezicht die ontwikkelingsorganisaties willen laten besturen alsof het bedrijven zijn. ‘Stop met de idiote doelstelling dat je altijd moet groeien.’

Lees artikel

Deugen de meeste mensen nu wel of niet?

Door Hans Beerends | 31 oktober 2019

Historicus Rutger Bregman stelt in zijn nieuwe boek dat de meeste mensen deugen, verwijzend naar de prehistorie. Daar staat volgens Hans Beerends tegenover dat veel deugende mensen zich ook gemakkelijk laten misleiden.

Lees artikel

Het Raadsel van de ander

Door Vice Versa | 08 oktober 2019

In de nieuwe Vice Versa die komend weekend verschijnt staat ‘de ander’ centraal en zoeken we naar een nieuw, progressief narratief. Angst voor de ander kun je alleen bestrijden met menselijke verhalen, schrijven Ayaan Abukar en Marc Broere.

Lees artikel