Door:
Vera Hendriks

20 september 2011

Vice Versa-redacteur Vera Hendriks was zaterdag aanwezig bij de derde bijeenkomst van A Call 2 Action, het initiatief waarvoor jongere OS-ers plannen maken om ontwikkelingssamenwerking een nieuwe vorm te geven. Tot zover ziet het er goed uit: de zes actiegroepen lijken behoorlijk op weg hun plannen uit te voeren. Maar waar Vera zich zorgen over maakt, is dat jongeren binnen hun organisaties niet de kans krijgen die ideeën echt te laten gelden. Een persoonlijk verslag. Nog even op een rijtje: A Call 2 Action is een initiatief van JongOS, dat jongeren vraagt in 2011 acties op te zetten die bijdragen aan het transformeren van klassieke ontwikkelingshulp naar internationale samenwerking in een mondiale samenleving. Na een kick-off bijeenkomst in januari en een doordenkdag in mei was het afgelopen weekend tijd voor het uitstippelen van concrete actie. Niet blijven praten Uit alle plannen zijn in de loop van het jaar een stel actiegroepen ontstaan, die elk werken aan hun eigen idee. Zo zijn er ID-Leaks (positieve berichtgeving over OS), Open for Change (open data), Partners 4 Change (netwerkevenement met jongeren uit de OS en het bedrijfsleven), The Good Stuff (forum waar consumenten vragen kunnen stellen over duurzaamheid), Peace for Afghanistan (publicatie van een open brief voor vrede), Rural Web (een internetportaal voor boeren in ontwikkelingslanden) en een groep die een online platform wil oprichten om grotere ontwikkelingsprojecten te laten ‘crowdfunden’. De groepen hebben elkaar door het jaar al een aantal keren gesproken, maar het blijkt lastig om een plan concreet te maken en te houden. Er wordt veel gepraat over de praktische uitvoering: moeten we nu een website opzetten of het bij een Facebookpagina houden? Gaan we tien of vijf case studies verzinnen? Hoe betrekken we onze doelgroep bij wat we willen organiseren? De stuurgroep van A Call 2 Action spoort de praters aan toch vooral te doen, niet alleen maar te denken. Het A Call 2 Action- programma duurt één jaar, dus veel tijd om oeverloos te overleggen is er niet. Aan het eind van de dag moeten ze met duidelijke resultaten op het podium komen. Verbinden en faciliteren Volgens mij kunnen alle plannen samengevat worden in drie woorden: internet, netwerk en breed. Centraal staat het verbinden van onderwerpen, van mensen en van ‘de sector’ met de rest van de maatschappij. Ontwikkelingssamenwerking moet niet langer een aparte sector zijn, maar breed door de samenleving gedragen worden. Het gaat om een duurzame manier van kijken naar de wereld, die door iedereen beoefend kan worden. Internet en andere netwerken maken het mogelijk om verbindingen te leggen en mensen voor onderwerpen te interesseren, omdat ze er zelf bij betrokken zijn geraakt. Wereldverbeteraars anno nu zijn facilitatoren, die vooral anderen willen laten praten en ontdekken. Een mooi startpunt voor actie. A Call 2 Action geeft jongeren bij uitstek de kans om iets van hun ideeën en kwaliteiten te laten zien. Toch lijkt het door een beperkte opkomst en het kleinschalige karakter van de actieplannen alsof het ultieme doel van vernieuwing van ontwikkelingssamenwerking nog een brug te ver is. Hoewel de deelnemende jongeren erg enthousiast zijn, geven ze stuk voor stuk toe dat actievoeren er regelmatig bij inschiet door hun drukke baan. Binnen de organisaties en bedrijven waar ze werken is er nauwelijks tijd en ruimte om zich met vernieuwing en kennisontwikkeling bezig te houden. Sterker nog, ze mogen blij zijn dat ze überhaupt werk hebben. En daar wringt natuurlijk de schoen. Reageren of ageren? Even een uitstapje maken naar afgelopen woensdag. Met een klein groepje jongerenvertegenwoordigers, onder andere van JongOS, was ik in Utrecht om te praten over de positie van jongeren in de sector. Die is op het moment niet al te best te noemen, daar zijn we het over eens. Jongeren zijn de dupe van bezuinigingen bij alle ngo’s; hun tijdelijke contracten worden als eerste opgezegd, en voor een vast contract moet je op zijn minst 5 jaar werkervaring hebben. Er worden ook geen trainees meer aangenomen en stages blijven onbetaald. Junior programmamedewerkers kunnen geen aanspraak maken op het trainingsaanbod dat wel voor senior medewerkers geldt. En er is geen verloop in functies, zodat jongeren niet de mogelijkheid hebben om door te groeien naar een meer verantwoordelijke baan. Op organisatieniveau wordt er door jongeren en degenen die hen sympathiek zijn gelobbyd bij directies om een jongerenbeleid op te zetten, waarin duidelijk wordt aangegeven welke rechten en kansen jongeren binnen de organisatie hebben. Dat is niet alleen aardig bedoeld, maar ook cruciaal voor het voortbestaan van de organisaties, zo menen mijn tafelgenoten. ‘Kijk naar het bedrijfsleven en consultancybureaus: die hebben opleidingstrajecten waarbij jongeren zorgvuldig worden geselecteerd, een betaalde baan krijgen aangeboden en worden klaargestoomd om competente arbeidskrachten binnen het bedrijf te worden. Waarom gebeurt dat bij ngo’s niet?’ vraagt één van ons zich af. ‘Er is geen geld,’ meen ik. ‘Dat is onzin,’ is het antwoord. ‘Het draait om keuzes en cultuur. Ngo’s kijken niet naar de lange termijn, zoals bedrijven dat doen. Bij ngo’s telt de anciënniteit bij het bepalen wie er mag blijven en wie vertrekt, niet wat iemand kan inbrengen.’ Het jongerenbeleid dat wordt opgezet blijkt in dat geval een losse flodder, want uiteindelijk blijven de beleidsbepalers op hun positie zitten terwijl de jongeren alsnog hun baan moeten opgeven. ‘Daar mag je niks over zeggen,’ zo wordt er gemopperd. ‘Daarom moeten we nu actie ondernemen, niet langer blijven zitten en wachten tot er iets gebeurt. Ageren, niet reageren.’ Competenties Ik probeer kritisch te blijven. Verdedigen we niet gewoon onze eigen baan, net als de mensen die we bekritiseren? Wat zijn dan die competenties van jongeren, die missen bij de vorige generaties en die ontwikkelingssamenwerking zo hard nodig heeft? ‘Jongeren zijn flexibel,’ hoor ik uit de ene hoek. ‘Jongeren kunnen beter marktdenken,’ uit de andere. ‘Sociale media inzetten voor je doel.’ ‘Mensen met elkaar verbinden’. ‘Ze zijn nog vormbaar, je kunt ze inzetten op terreinen waar nu een tekort is zoals lobby, donor relations en sociale kennismensen.’ Point taken. Oké, actie dus. Niet alleen om de ontwikkelingssamenwerking te vernieuwen, maar ook om voor onszelf op te komen. Hoe dat gaat gebeuren? Op 10 december zullen de actiegroepen hun resultaten presenteren bij het grote A Call 2 Action eindevenement waarbij staatssecretaris Ben Knapen en veel belangrijke OS’ers acte de presence zullen geven. Die dag kunnen we de kwaliteiten en positie van jongeren nog eens goed onder de aandacht brengen door te laten zien wat we in huis hebben. Actiegroepen, zet hem op! Wil je reageren op de jongeren in OS-discussie en voorstellen voor 10 december doen, dan kun je bijdragen in de daarvoor aangemaakte groep op JongOS.

5 jaar strategische partnerschappen: zonder wrijving geen glans

Door Siri Lijfering | 25 mei 2020

Komende vrijdag horen ontwikkelingsorganisaties of hun aanvraag voor het nieuwe subsidieprogramma Power of Voices is gehonoreerd. Nog een paar spannende dagen dus. In dit essay maakt Siri Lijfering de balans op van de voorganger Samenspraak en Tegenspraak. Wat kunnen we leren van vijf jaar strategische partnerschappen tussen de Nederlandse overheid en de ontwikkelingssector?

Lees artikel

Inclusief besluitvormingsproces essentieel bij effectieve aanpak COVID-19

Door Vice Versa | 20 mei 2020

Een glashelder en sterk pleidooi rondom de noodzaak van internationale solidariteit. Dat is de reactie van 12 mensen uit het maatschappelijk middenveld, bedrijfsleven en wetenschap op het spoedadvies van de Adviesraad Internationale Vraagstukken over de Nederlandse bijdrage aan de mondiale strijd tegen het coronavirus. Maar, voegen ze daar aan toe: het is van groot belang dat lokale actoren een beslissende rol krijgen in de praktische uitvoering. Voorkom dat alleen gekozen wordt voor bestaande partners die grootschalige bedragen weg kunnen zetten. Hieronder de volledige reactie en de namen van de ondertekenaars.

Lees artikel

Armoede bestrijden met een grotere caviamarkt?

Door Ellen Mangnus | 18 mei 2020

In deze nieuwe rubriek Omdenken met Ellen kijkt Ellen Mangnus waar de westerse manier van denken over ontwikkeling botst met lokale kennis en waarden. In de eerste aflevering: de cavia als gewild dier in de wereldberoemde Peruaanse keuken. Een weg uit de armoede voor de een, vernietiging van een wereld voor de ander

Lees artikel