Door:
Vice Versa

25 augustus 2011

Het hoofdkantoor van Fairfood International is gevestigd aan één van de drukste straten van het centrum van Amsterdam. Een geschilderde stalen deur in een steegje geeft toegang tot een eenvoudig maar gezellig kantoor. Directeur Anselm Iwundu: ‘We zijn op zoek naar nieuwe kantoorruimte. Iets met een wat minder rauwe en studentikoze uitstraling ‘. Op 1 augustus is Iwundu (Lagos, 1978) benoemd tot directeur van Fairfood International, na het vertrek van Frank van der Linde. Vice Versa praat met de nieuwe directeur over Fairfood’s ambities, jonge leiders en zijn eigen motivatie. De voedselindustrie wereldwijd aansporen om duurzamer te produceren. De missie van Fairfood lijkt de nieuwe directeur op het lijf geschreven. Iwundu, voorheen directeur van Fairfoods onderzoeksafdeling: ‘Ergens is er iets mis gegaan in onze samenleving. In plaats van ons bezig te houden met bijvoorbeeld eerlijke landbouw, richten we ons op corruptie. Over de hele wereld wordt winst gemaakt met frauduleuze praktijken als belastingontduiking. Mijn thuisland Nigeria was vroeger een van de grootste cacao-exporteurs. Maar nu niet meer. Waarom? Omdat er olie is, en ze daar snel – vaak illegaal- geld mee kunnen verdienen. ‘ Hoe is het om de eerste Afrikaanse directeur van een Nederlandse NGO te zijn? Bescheiden: ‘Ik weet niet zeker of ik daadwerkelijk de eerste Afrikaanse directeur ben, maar ik ervaar het als een eer. Ik krijg e-mails van mensen – sommige van hen ken ik niet eens- die me laten weten dat ze trots zijn. Ook op de website en Facebookpagina van Fairfood krijg ik veel enthousiaste en positieve berichten. ‘ Op welke manier motiveert uw achtergrond u in wat u doet? ‘Mijn vader werkte vroeger bij de douane, maar na zijn pensionering besloot hij boer te worden. Hoewel ik niet ben opgegroeid op een boerderij, hadden mijn ouders altijd land waar ze groenten, kokospalmen en bananen verbouwden. Er is zeker iets over landbouw dat ik van hen heb meegekregen. Mijn ouders hebben nu dus hun eigen boerderijen, maar ze ondersteunen ook andere, kleine boerenbedrijfjes met het verbouwen van producten voor de lokale markt. Elke keer als ik mijn ouders bezoek, vertellen die boeren over de lokale dynamiek van duurzaamheid in de voedingsindustrie en hoe het hun leven beïnvloedt. Ze verdienen heel weinig geld. Een boer mag dan genoeg produceren om een hele gemeenschap te voeden, hij verdient nog steeds niet genoeg geld om zijn eigen gezin te onderhouden. Als ik daaraan denk, geeft me dat een triest gevoel. Dat gevoel sterkt me in wat ik hier doe. Boeren als deze zijn er over de hele wereld. Bij Fairfood proberen we bedrijven erin te ondersteunen het juiste doen: dat de boeren in hun toeleveringsketen goed worden betaald, dat er voor hun gezondheid en veiligheid wordt gezorgd. Dus dat trieste gevoel wekt inderdaad passie op voor mijn werk hier.’ U bent pas 33 jaar oud. Hoe bent u op zo’n jonge leeftijd directeur geworden? ‘Ik heb niet echt iets bijzonders gedaan. Ik zou zeggen dat het gewoon het lot is. Het is niet omwille van intelligentie of ervaring of wat dan ook. Het lot plaatst je op een bepaald pad dat je moet volgen, en zo is het gebeurd. De gemiddelde leeftijd van medewerkers van Fairfood is ongeveer 30 jaar. We willen hier samen met jonge mensen werken aan meer duurzaamheid. Want wie is nu een betere pleitbezorger voor duurzaamheid dan een jong iemand? Ik denk dat dat ook mijn kandidatuur voor deze functie heeft geholpen. Persoonlijk geloof ik heel sterk dat meer jonge leiders op moeten staan en kritische vragen moeten stellen over duurzaamheid. Ze moeten worden gestimuleerd om naar voren te treden. Ze moeten worden opgeleid en aangemoedigd. Ik wil graag een beroep doen op de ontwikkelingssector om jongeren de kans te geven hun stem te verheffen, leidinggevende posities in te nemen en bij te dragen aan ontwikkelingssamenwerking over de hele wereld. ‘ Afgezien van het feit dat u directeur bent bij Fairfood, bent u ook bezig met een promotieonderzoek aan de Universiteit Twente. Is dat de reden dat u in 2006 naar Nederland kwam? ‘Ik wilde mijn promotieonderzoek doen op het gebied van duurzaamheid en was op zoek naar landen die doen wat ze zeggen als het op duurzaamheid aankomt. Landen die investeren in duurzaamheid, en goede opleidingen hebben over dat onderwerp. Ik heb me toen ingeschreven aan universiteiten in het Verenigd Koninkrijk en hier, en heb uiteindelijk gekozen voor Nederland ‘. Wat is de relatie tussen uw werk als wetenschapper en uw werk voor Fairfood? ‘Mijn onderzoek gaat over patronen in het bestuur en systeemgebreken die in feite onethische en niet-duurzame bedrijfsvoering in de hand werken. Er is dus wel degelijk een dwarsverband tussen wat we bij Fairfood doen en mijn werk als onderzoeker. Ik heb ervoor gekozen om onderzoek te doen en daarnaast voor Fairfood te werken. Vanwege mijn passie voor Fairfood, en omdat ik denk dat die praktische ervaring me in staat stelt om meer uit mijn onderzoek te halen. De combinatie van die twee is sterker dan slechts een van beide. ‘ Op dit moment is er een hongersnood gaande in de Hoorn van Afrika. Wat is Fairfoods antwoord op deze crisis? ‘Allereerst is het geweldig om te zien hoe zoveel organisaties noodhulp bieden aan mensen die lijden onder de hongersnood. NGO’s zouden erkenning moeten krijgen voor het feit dat ze als eerste actie ondernemen. Ik vind dat regeringen dit moeten erkennen, en niet onnodig moeten snijden in de financiering van dit soort organisaties. Tegelijkertijd vind ik dat we moeten gaan nadenken over de zaken die we nù moeten veranderen om in staat te zijn de wereldbevolking ook in 2050 van voedsel te voorzien. Eén van de stappen die we nu moeten nemen, is het zorgen voor duurzaamheid in ons voedselsysteem. Dat is geen gemakkelijke opgave, maar ik geloof dat het mogelijk is. ‘ Een nieuwe directeur betekent vaak ook een nieuwe richting voor de organisatie. Zijn er dingen die u gaat veranderen bij Fairfood? ‘Ik ben niet zozeer van plan om zaken te veranderen. Wel willen we onze identiteit verder opbouwen, ons merk versterken. Dat is iets dat ons intern helpt, maar ook onze externe profilering verstevigt. Fairfood heeft te maken met bedrijven over de hele wereld, zowel groot als klein. En vooral de grote bedrijven kunnen – met een knip van hun vingers- voor grote veranderingen in de voedselindustrie zorgen. Wij willen een sterk merk opbouwen dat herkenbaar is voor deze bedrijven en door hen en gerespecteerd wordt. En niet worden gezien als studentikoos’. Fairfood ontvangt op dit moment subsidie van de Nederlandse overheid. Denkt u dat dit soort financiering in de toekomst nodig blijft? ‘Subsidie van de overheid is voor ons zeer nuttig gebleken. Ik denk dat overheden er soms aan herinnerd moeten worden dat NGO’s ontzettend belangrijk werk doen. Voor ons soort organisaties blijft steun van de overheid ook in de toekomst nodig. Aan de andere kant denk ik dat organisaties out of the box moeten gaan denken. We moeten gaan nadenken over een dynamische manier om onze financiering veilig te stellen. Niet alleen vertrouwen op steun van de overheid, maar ook een eigen bron van inkomsten creëren. Er zijn organisaties die dingen doen met merchandising, consultancy of andere dienstverlening. Zo zijn er verschillende zaken die NGO’s kunnen inzetten. Ik vind dat we op zijn minst moeten proberen om zo veel mogelijk te zorgen voor onze eigen inkomsten. ‘ Zou Fairfood overwegen om consultancydiensten te verkopen aan bedrijven die duurzamer willen worden? ‘Ik zou die mogelijkheid in de toekomst niet willen uitsluiten; het is niet iets dat we niét moeten overwegen. Echter, er zijn een heleboel zaken waar we rekening mee zouden moeten houden. Eén van die aspecten is onze onafhankelijkheid. We moeten eerst zien of dit soort nieuwe initiatieven goed voor ons zijn, of dat ze ons schade toebrengen. In het laatste geval zullen we uiteraard niet doorgaan met zo´n initiatief. ‘ Fairfood viert volgend jaar zijn 10e verjaardag. Hoe is de organisatie in die tijd geëvolueerd? ‘Ik denk dat we bijzonder goed geëvolueerd zijn. Vooral als je kijkt naar hoe het veld van ontwikkelingssamenwerking is veranderd: er zijn heel wat bezuinigingen geweest, maar we zijn erin geslaagd te overleven. We hebben een sterke positie op dit moment. Aan de andere kant zijn we nog steeds een heel jonge organisatie. We staan nog steeds in de kinderschoenen, en dat is de meest moeilijke fase voor een organisatie. De manier waarop Fairfood nu gemanaged wordt, kan de organisatie maken of breken. Daarom voel ik de verantwoordelijkheid om de organisatie te bewaken, als het ware op te voeden, zodat we kunnen groeien en ons verder ontwikkelen. Ik wil graag benadrukken dat Fairfood in de komende jaren nog sterker zal zijn dan voorheen. We willen ons merk, onze missie en alles waar Fairfood voor staat consolideren.’ Is dat een waarschuwing voor de voedingsindustrie? ‘Dat is geen waarschuwing, het is een herbevestiging van onze betrokkenheid. We hebben het niet over een situatie van politie en boef, we willen op niemand jagen. Wij willen bedrijven aanmoedigen in de weg naar duurzaamheid. En als onze organisatie sterker wordt, zullen meer bedrijven bereid zijn om onze ideeën te omarmen. ‘ Foto: Fairfood International

Nieuwe burgerbewegingen op de bres voor Europese waarden

Door Guido Deuzeman | 08 mei 2019

Op 23 mei mogen we weer naar de stembus en er staat wat op het spel. De waarden onder de EU zelf staan onder druk. Ook in ons eigen land, zegt Guido Deuzeman. Maar gelukkig is er een groeiende beweging in Europa en Nederland van mensen die een grens willen trekken en zich laten horen. En werken ngo’s vaker succesvol samen om die mensen te mobiliseren. De campagne Hart boven Hard is een goed voorbeeld.

Lees artikel

‘Van deze rechtsstaat-in-naam wens ik de versierselen niet langer te dragen’

Door Marc van Dijk | 19 april 2019

Trots en dankbaar was Nico Keulemans toen hij door de koningin geridderd werd, na een leven vol ontwikkelingswerk. Nu stuurt de 88-jarige zijn onderscheiding terug. Hij herkent de rechtsstaat Nederland niet meer.

Lees artikel

Zijn we klaar voor verandering?

Door Siri Lijfering | 08 april 2019

Maatschappelijke organisaties staan wereldwijd onder druk. Dit kan het einde betekenen van het bestaan van een kritisch maatschappelijk middenveld én van internationale samenwerking. Door lokale organisaties te brandmerken als spreekbuis van het westen, proberen overheden kritische organisaties vleugellam te maken. Lokale fondsenwerving en mobilisatie van een sterke achterban zijn daarmee belangrijker geworden dan ooit.

Lees artikel