Door:
Vera Hendriks

24 augustus 2011

Categorieën

Op Lowlands University sprak Jan Pronk, voormalig Minister van Ontwikkelingssamenwerking en nu hoogleraar Theorie en Praktijk van Internationale Ontwikkeling, een volle tent toe over de ethiek en de zin van ontwikkelingshulp. Hij begint zijn betoog met een opsomming van bekende kritiek: het heeft geen zin voedsel en noodhulp aan Somalië te verlenen, want het gaat toch niet werken. Laat die mensen en het zelf maar oplossen. Waarom zouden we Nederlands belastinggeld weggeven? Ook publicaties zoals Dead Aid van Dambisa Moyo en het WRR-rapport ‘Minder pretentie, meer ambitie’ benaderen ontwikkelingshulp erg kritisch. Maar, zo zegt Pronk, ‘de waarheid ligt in het midden – het is van groot belang vragen rond internationale samenwerking op een genuanceerde manier te benaderen’. Daarbij presenteert Pronk vier basisinvalshoeken: het wat (waar hebben we het over?), het waarom (waarom we het doen), het waartoe (waartoe het dient) en als laatste het hoe. Hij noemt ontwikkeling ‘een proces dat verandering inhoudt, geleidelijk plaatsvindt en dat moet leiden tot verbetering overeenkomstig mensen hun eigen inzichten’. Het is ‘niet een project dat gemakkelijk gemanaged kan worden’. Integendeel, ontwikkeling betekent inherent conflict. Volgens Pronk zijn de politieke argumenten waarom ontwikkelingssamenwerking plaatsvindt totaal verschillend van de opvattingen van mensen over het verbeteren van de situatie in hun eigen land. Maar dat wil niet zeggen dat hulp geen zin heeft. Het ‘waartoe’ wordt te vaak vergeten: ontwikkelingshulp dient als onderdeel van de nieuwe internationale rechtsorde na de Tweede Wereldoorlog, als onderdeel van de dekolonisering, en na de koude oorlog als een middel om de negatieve gevolgen van globalisering tegen te gaan. Ontwikkelingshulp moet hierbij ‘geïntegreerd zijn in een totaal proces van internationale samenwerking, en niet strijdig zijn met alle andere elementen van dat proces’. ‘Ontwikkelingshulp is eigenlijk een katalysator, niet meer’, aldus Pronk. ‘Je kunt met weinig veel doen. Niet omdat jij van buitenaf veel doet, maar omdat een katalysator nodig is om binnenlands aanwezige processen, factoren, machten, krachten een andere en een betere richting in te laten werken.’ Kun je de effecten van ontwikkelingshulp onderscheiden van effecten van al die andere elementen van het proces in zijn totaliteit? ‘Nee’, zo antwoordt Pronk. ‘Het is een katalysator, niet de drijvende kracht achter het proces.’ Uiteindelijk moeten ontwikkeling, vrede, democratie van binnenuit komen – ze kunnen niet van buitenaf worden geïmporteerd. Het volledige betoog kun je hieronder bekijken:  

‘Opgeven is erger dan verliezen’

Door Marc Broere | 29 juni 2020

Carolyne Ndalilah, directeur van de spraakmakende Keniaanse jongerenorganisatie TYSA, helpt jongeren zichzelf én de uitdagingen van hun gemeenschap te leren kennen. ‘Wat onze samenleving nodig heeft, zijn jongeren die voorbij de dag van morgen denken; die het als een uitdaging zien het onmogelijke uit te proberen.’

Lees artikel

In coronatijd schiet de noodhulpsector terug in oude reflexen

Door Sarah Haaij | 18 juni 2020

Noodhulp moet effectiever en meer lokaal worden georganiseerd, sprak de internationale gemeenschap in 2016 af. Voortaan zou een kwart van het hulpgeld zo direct mogelijk naar lokale partners gaan. De kloof met de praktijk is ‘schokkend’: o,1 procent van het corona-noodhulpgeld gaat rechtstreeks naar lokale ngo’s, voor wie inspraak en toegang tot fondsen tijdens de pandemie nog moeilijker lijkt te worden.

Lees artikel

Vluchtelingen en migranten in de klem van corona en falend beleid

Door Frank van Lierde | 16 juni 2020

Wereldwijd raakt de coronacrisis migranten, ontheemden en vluchtelingen misschien nog wel het hardste. Ook in Nederland. Asielprocedures staan stil, opvangcentra zitten vol, en wie al wat verdiende verdient bijna niets meer. Migratie-expert Bob van Dillen geeft uitleg en komt met oplossingen en aanbevelingen.

Lees artikel